Kirstine Schiebel 27 september 2012, 08:00

4 Grootste misverstanden over bioplastics

Als je het op straat gooit verdwijnt het vanzelf. Het is zonde of zelfs schadelijk om het te verbranden. Wat is feit en wat is fictie als we het hebben over bioplastic? DuurzaamBedrijfsleven.nl checkt de feiten.

2012 09 Bioplastic Misverstanden v01 e1348674718744

Bioplastic is identiek aan gewoon plastic, behalve het feit dat het gemaakt wordt uit hernieuwbare natuurlijke grondstoffen zoals suikerriet en mais. Dat brengt voordelen met zich mee. Bioplastic vermindert de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen en in tegenstelling tot fossiel plastic is het klimaatneutraal. Van al het fossiele plastic kan momenteel 85 tot 90 procent zonder probleem vervangen worden door bioplastic.

1. Het verbranden van bioplastics is zonde

Misverstand: Tijdens een uitzending van de Keuringsdienst van Waarde in maart 2011 wordt het verbranden van bioplastic, in tegenstelling tot bijvoorbeeld composteren, als “ontzettend zonde” bestempeld.

Het klopt dat producten vervaardigd uit bioplastic momenteel vaak terecht komen in verbrandingsinstallaties. Voornaamste reden hiervoor is dat andere verwerkingsmethoden nog niet van de grond zijn. Toch is het verbranden van bioplastic helemaal niet zo’n slechte optie. Verbranding levert in de praktijk een grotere vermindering van CO2-uitstoot op dan compostering. Verbranding levert namelijk groene energie op, terwijl het composteren alleen resulteert in CO2, water en een klein beetje compost. Daarom raadt Stichting Milieu Centraal aan om bioplastics bij het restafval te gooien, in plaats van in de GFT-bak.

Het verbranden van bioplastic helemaal niet zo’n slechte optie.

Andere verwerkingsmethodes, zoals het vergisten of recyclen van bioplastics, zullen nog minder milieubelasting opleveren, maar totdat die verwerkingsmethodes van de grond zijn is verbranding verreweg de beste optie.

2. Bioplastic kun je gewoon in de berm gooien

Misverstand: Biologisch afbreekbaar plastic is ontwikkeld om de hoeveelheid zwerfafval te doen verminderen. Als je het in de berm gooit, breekt het vanzelf af.

Dit is absoluut niet het geval, want de meeste bioplastics worden niet zomaar afgebroken in een achtertuin of in de zee, wordt ook bevestigd door de universiteit van Wageningen. De plastics vallen alleen uiteen in industriële composterings- of vergistingsinstallaties, waar er sprake is van een hoge temperatuur en een hoge luchtvochtigheid. In deze installaties levert het plastic groene energie en compost op. Overigens is het ook vaak niet de bedoeling dat plastics biologisch afbreekbaar zijn. Een frisdrank als Coca-Cola zou zo’n verpakking direct beginnen af te breken, zoals het Nederlandse Avantium – leverancier van Coca-Cola – aangeeft.

Het is ook vaak niet de bedoeling dat plastics biologisch afbreekbaar zijn.

Zwerfafval is verder een probleem voortkomend uit onverantwoordelijk gedrag, dat eerder aangepakt moet worden door het gedrag van mensen te veranderen dan door verpakkingen hieraan aan te passen.

3. Bioplastics concurreren met de voedselindustrie

Misverstand: Voedselprijzen zullen stijgen vanwege de productie van bioplastics vervaardigd uit voedselbronnen.

Dit is niet waarschijnlijk. Momenteel worden bioplastics nog op een veel te kleine schaal geproduceerd om enige invloed op de voedselindustrie te hebben. Maar ook wanneer productie in de toekomst toeneemt, hoeft er geen sprake te zijn van concurrentie. Dit omdat de plastics uit iedere zetmeel- of suikerhoudende bron kunnen worden geproduceerd.

Wetenschappers aan de universiteit van Wageningen hebben recent een methode ontwikkeld waarmee plastics geproduceerd kunnen worden uit agrarische reststromen zoals bermgras. Een andere interessante ontwikkeling is de productie van plastics uit algen, wat momenteel onderzocht wordt door het bedrijf Alganix, in samenwerking met Kimberly-Clark.

4. Bioplastic uit genetisch gemodificeerde organismes is schadelijk voor het milieu

Misverstand: Tijdens de uitzending van de Keuringsdienst van Waarde vorig jaar werd belicht dat de plastics vervaardigd worden uit genetisch gemodificeerde maïsplanten. Deze planten zouden een negatieve uitwerking hebben op lokale fauna.

Genetisch gemodificeerde planten brengen een bacterie-gen tot expressie dat zorgt voor de productie van een giftige stof. Daardoor zijn planten minder vatbaar voor vraat. Gedacht wordt dat deze stof schade toebrengt aan mens en milieu. De wetenschappelijke bewijzen hiervoor zijn op zijn minst omstreden.

Wat verder niet genoemd wordt in de uitzending is dat het niet noodzakelijk is om genetisch gemodificeerd mais te gebruiken voor bioplastic. Bioplastics kunnen namelijk vervaardigd worden uit iedere suiker- of zetmeelhoudende bron. Zo biedt NatureWorks – een van de grootste producenten van plastic op basis van mais – bioplastic aan dat vrij is van genetisch gemodificeerde organismen.

Foto: NatureWorks

Planbureau: ‘Duurzaam beleid verloren in polderlandschap’

Uit zorg dat duurzaam beleid verzandt in een ‘polderlandschap’ adviseert het Planbureau voor de Leefomgeving de overheid om samenhangend milieubeleid te voeren. Dat stelt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in het rapport ‘Balans van de leefomgeving 2012’ dat het maandag heeft aangeboden aan demissionair minister Schultz van Haegen. In dit rapport staat een analyse van de huidige staat van ruimte, natuur en milieu in Nederland. Het PBL adviseert de overheid middels het rapport om een samenhangend milieubeleid te vormen. “De visie rondom het duurzame beleid is verloren gegaan in een soort polderlandschap,” zegt Ton Dassen, onderzoeker bij het PBL, op BNR-radio. Het PBL beschouwt het milieubeleid van de overheid op verschillende punten als onsamenhangend. Mobiliteitsbeleid Zo heeft het PBL  kritiek op het mobiliteitsbeleid. Er wordt bij het aanleggen van wegen en het gebruik ervan wel gedacht aan duurzaamheid, maar te weinig aan het inperken van het aantal reiskilometers. Om daar verandering in te brengen stelt het Planbureau voor om een totaalpakket op te stellen dat het effect van vervoer op natuur, milieu en ruimte inperkt. Wonen, werken en recreëren moeten dichter bij elkaar gebracht worden. Daarnaast kunnen prijsprikkels bijdragen aan een efficiënter mobiliteitssysteem. Nek uitsteken Tijdens een verdere toelichting aan DuurzaamBedrijfsleven licht Ton Dassen toe: “Van de overheid wordt verwacht dat zij coördinatieproblemen oplost. Ondernemingen zijn bereid om duurzame investeringen te doen, maar willen niet als enige hun nek uit steken. Een uitgedachte strategie van de overheid, geïnspireerd door een heldere visie kan de bereidwilligheid van ondernemers omzetten in daden. Dit kan, bijvoorbeeld, door stabiele subsidies en door reguleringen.” Op het moment bestaat het subsidiebeleid van de overheid uit potjes. Een voorbeeld van zo’n potje is de subsidie voor zonnepanelen die GroenLinks heeft bewerkstelligd in het Lenteakkoord. Het potje is gevuld met €22 mln. Dat bedrag is voldoende om ongeveer 40.000 aanvragen te honoreren, maar niet voldoende om een structurele verandering teweeg te brengen in de maatschappij. In Duitsland is het beleid veel consequenter, wat tot goede resultaten heeft geleid. Het land wekt inmiddels 25 procent van zijn elektriciteit duurzaam op. Toch denkt Dassen niet dat we de strategie van Duitsland hoeven te kopiëren. “Wij zijn sterk in andere dingen. Op zee bijvoorbeeld. Nederland zou kunnen inzetten op windenergie uit de kust of golfenergie.” Bron: FoodHolland Foto: WilCozpics