Marc Seijlhouwer 21 oktober 2020, 18:12

90 procent van de nieuwbouw heeft inmiddels geen aardgas meer

In het derde kwartaal van 2020 is slechts 9,5 procent van de nieuwbouw huizen nog voorzien van een aardgasaansluiting. Dat blijkt uit de laatste cijfers van netbeheerder Alliander. Toch zijn de duizend huizen die het afgelopen kwartaal zijn opgeleverd met een gasaansluitintg problematisch volgens Alliander: ze zijn niet toekomstbestendig.

Woningen rijtjeshuis nieuwbouw huizen

Het rapport van Alliander laat per gemeente zien hoeveel nieuwbouwwoningen er zijn opgeleverd en hoeveel procent daarvan aardgasvrij is. Almere scoort het best met bijna 500 aardgasvrije woningen en 0 met aardgas. Beverwijk daarentegen liet 45 huizen bouwen die allemaal een gasaansluiting hebben.

Volgens Alliander komt een deel van de cijfers over aardgashuizen door een vertraging in het systeem. Tot juli 2018 was het verplicht om elk huis aan te sluiten op het gasnetwerk. Sindsdien is die plicht er niet meer, maar er was nog wel een pijplijn van woningen die al een aardgasvergunning hadden.

Lees ook: Aardgasvrije huizen zijn alleen zinnig als het hele systeem verandert

Maatschappelijke kosten

Toch is het problematisch dat bijna tien procent van de huizen nog op gas vertrouwt voor verwarming. In 2050 mag aardgas immers niet meer, en dan moeten deze woningen een nieuwe manier vinden om een huis te verwarmen. Zulke renovaties kosten vaak veel geld; met name voor bestaande huizen is dit een grote opgave. Maar door nu nog woningen te bouwen met dezelfde problemen, verhoog je de maatschappelijke kosten, vindt Alliander. “We investeren nu in een gasnet dat niet voor de volledige levensduur gebruikt zal worden”, aldus de woordvoerder.

Het probleem zal zichzelf waarschijnlijk gedeeltelijk oplossen. Op een zeker moment zijn alle huizen die een vergunning kregen voor 1 juli 2018 gebouwd. Dan komen er steeds meer huizen die geen gasaansluiting hebben. Hoewel het niet wettelijk verplicht is om geen gas te gebruiken, staat het wel in het Klimaatakkoord. En het gasvrij maken van nieuwbouw is relatief eenvoudig, omdat deze huizen betere isolatie hebben dan bestaande woningen.

Lees ook: In Alkmaar moet waterstof het aardgas gaan vervangen

Bron: Alliander | Beeld: Adobe Stock

Jongeren in fossiele energiesector: "wij spelen ook een rol in de energietransitie"

Roman van Laak (34) werkt nu vier jaar als projectmanager bij Neptune Energy, een grote producent van aardgas op zee met 29 platforms in de Nederlandse wateren. Hij studeerde werktuigbouwkunde met een specialisatie in energietechniek in Delft, en is altijd geïnteresseerd geweest naar de link van energie met de samenleving. “Olie en gas was toen en is nu nog steeds het grootste deel van de energievoorziening, en ik geloof dat zij in die transitie een grote rol kunnen spelen.”Pooja Peters (26) is communicatieadviseur bij Nogepa, de brancheorganisatie voor de olie- en gassector in Nederland. Zij startte het Young Energy Officers programma. “Deze branche is constant aan veranderingen onderhevig, en ik vind het interessant om daar over mee te denken.”CO2-opslag onder de grond Bij Neptune Energy werkt Van Laak aan diverse projecten voor 18 van de 29 platforms. Qua duurzame initiatieven is hij bezig met een project waarin gekeken wordt of bedrijven CO2 in de lege gasvelden op kunnen slaan, zodat het niet in de atmosfeer terechtkomt. Zo zou CO2-opslag gebruikt kunnen worden als productie van goederen zonder CO2-uitstoot (nog) niet mogelijk is. Van Laak ziet de opslag ook als tussenfase, en waterstof als lange-termijn-oplossing. Daar is het bedrijf ook mee bezig: op dit moment wordt de eerste groene waterstoffabriek op de Noordzee ontwikkeld. Lees ook: Hoe ‘s werelds grootste groene waterstofproject de Nederlandse industrie kan verduurzamenBinnen het offshore gasbedrijf werkt Van Laak met veel ervaren collega’s. “Maar je kunt niet zeggen dat de collega's met meer ervaring conservatiever in de energietransitie staan.” Voor hem was een belangrijke motivatie om bij Neptune Energy te gaan werken om met duurzame projecten bezig te kunnen zijn. Maar is hij niet bang dat zijn baan over 30 jaar niet meer bestaat? “Tuurlijk is het risicovol, maar elke sector is aan verandering onderhevig en verandering biedt ook kansen. Het maakt het dynamisch, en niet alleen de industrie verandert, je moet ook zelf veranderen. Dat vind ik interessant.”  Wij zullen de gevolgen van klimaatverandering meemaken“En dat is ook waar we naartoe willen met zijn allen,” reageert branchegenoot Peters. “Want wij zullen de gevolgen van klimaatverandering meemaken, en onze kinderen ook. Bovendien moeten we in 2050 op hetzelfde punt uitkomen. Maar er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden.” Volgens Peters zijn alle YEO’s, van projectmanagers tot production-engineers, gemotiveerd om daar aan bij te dragen. “Wij willen als sector graag de kennis, inzichten en infrastructuur delen om de energietransitie te versnellen. En we hebben de techniek en kennis om dat mogelijk te maken.”Lees ook: Staal met een verhaal: Van verontreinigd staal naar schone grondstofUiteindelijk willen beiden vooral kennis uitwisselen binnen de snel veranderende branche, en debatten voeren over wat de sector bijdraagt aan de samenleving. Van Laak: “Nu heerst de emotie meer dan de ratio, ik hoop daar wat aan bij te kunnen dragen en meer duidelijkheid scheppen. Want nu is met name gas nog onze voornaamste energiebron, en straks wordt dat een energiemix van veel verschillende duurzame bronnen. Die verschillende sectoren hebben elkaar veel te bieden en kunnen elkaars infrastructuur hergebruiken.” Peters vult hem aan: “Het is doodzonde als de kennis en kunde die al is opgedaan niet wordt gebruikt.”Foto: Pooja Peters (links) en Roman van Laak