Thijs ten Brinck 06 mei 2015, 10:04

Abengoa bouwt bio-kerosinefabriek voor $ 200 mln

Het Spaanse technologieconcern Abengoa gaat in Nevada een fabriek bouwen die huishoudelijk afval omzet tot een vliegtuigbrandstof. De fabriek produceert bijna 40 miljoen liter per jaar.

EC Ge textile

Abengoa bouwt de fabriek in opdracht van het Amerikaanse bedrijf Fulcrum Bioenergy. De installatie in Nevada zal jaarlijks 200.000 ton gemeentelijk afval verwerken tot een ruwe bio-olie. Een door Fulcrum ontwikkeld proces zet deze olie vervolgens om in hoogwaardige vliegtuigbrandstof.

“Abengoa heeft de kennis en armslag om ons technische ontwerp om te zetten in een succesvolle commerciële fabriek”, zegt James Macias, CEO van Fulcrum. “Abengoa behoort wereldwijd tot de top tien constructiebedrijven en is op het gebied van duurzame technologie misschien wel de grootste.”

Abengoa en Fulcrum hebben een contract gesloten voor de vaste prijs van $ 200 mln. De fabriek moet in het derde kwartaal van 2017 in gebruik zijn.

Luchtvaart

Een van de investeerders in Fulcrum is Cathay Pacific, de luchtvaartmaatschappij van HongKong. Cathay Pacific kondigde in maart 2015 aan over een periode van tien jaar ruim 1,4 miljard liter biobrandstof bij Fulcrum te kopen.

Fulcrum werkt in de VS aan meerdere fabrieken. Samen gaan deze jaarlijks uiteindelijk meer dan een miljard liter biobrandstof produceren uit afval.

Bron: Fulcrum | Foto: Tijl Vercaemer, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

5 duurzame paviljoens op Wereldexpo Milaan 2015

1. Gerecycled bloemenpaviljoen van IsraëlEen van de meest in het oog springende paviljoens op het expoterrein is dat van Israël. Een verticaal groengebied dat het komende half jaar met de seizoenen verandert. De planten en bloemen bloeien in verschillende maanden, zodat het gebouw er telkens anders uitziet. Israël wil daarmee laten zien dat het land, ondanks het droge klimaat, veel te bieden heeft. De verticale, begroeide muur van het Fields of Tomorrow-complex van Knafo Klimor Architects is 70 meter lang en 12 meter hoog, De irrigatie gebeurt door middel van een gesloten waterdruppelsysteem. Het paviljoen is geheel opgetrokken uit gerecyclede materialen. De tentoonstelling is gewijd aan vernieuwende landbouwtechnieken en voedseltechnologie uit Israël.2. Autonome maaikunst op zonne-energieNew Holland Agriculture, onderdeel van het Italiaanse concern CNH Industrials, is de grootste producent van landbouwmachines ter wereld. Het is het enige bedrijf in die sector met een eigen paviljoen. New Holland Agriculture steelt de show met het Sustainable Farm-paviljoen van het Italiaanse architectenbureau Carlo Ratti Associati.De publiekstrekkers zijn twee zelfrijdende tractoren op biobrandstof. De protypen maken steeds wisselende patronen op het dak van gras. Het tentoonstellingsgebouw is verder voorzien van zonnepanelen en gebouwd voor hergebruik.Na de Expo krijgt het complex een tweede leven als onderwijsboerderij voor duurzame landbouw. New Holland wil met paviljoen en de tentoonstelling laten zien dat de toekomst van de landbouw duurzaam is. Met gebruik van hernieuwbare energiebronnen, respect voor het land en milieu en zo min mogelijk afval.3. Duurzame hydrocultuur uit Verenigde StatenOok de exposanten uit de Verenigde Staten zetten in op groene muren. De verticale tuin van bijna 670 vierkante meter bevat groenten, graan en kruiden. De landbouwproducten worden geteeld met hydrocultuur. De gewassen staan op grote lamellen die open en dicht kunnen. Dit geeft de illusie van een volledig transparant gebouw. Met de boodschap American Food 2.0: United to Feed the People wil de VS laten zien dat met innovatieve landbouwmethoden de verwachte negen miljard mensen op de wereld zijn te voeden. Ook het Amerikaanse paviljoen is opgebouwd uit bouwmaterialen van duurzame of gerecyclede oorsprong. Zo is een van de looppaden door de tentoonstellingsruimte gemaakt van houten planken uit de beroemde boardwalk van Coney Island. Na de Expo krijgen alle bouwmaterialen een nieuwe bestemming. 4. Vijftiende-eeuwse maisteelt van MexicoMexico verleidt de bezoekers met een paviljoen dat mais, het nationale gewas, centraal stelt. Het paviljoen lijkt op de verdroogde bladeren die een maiskolf omhullen. De presentaties leggen de nadruk op de grote biodiversiteit en de eeuwenoude eetcultuur, die in 2010 op de Werelderfgoedlijst van de Unesco is gezet. The Corn Hub is gebouwd met een lage milieuvoetafdruk en is gemakkelijk uit elkaar te halen. De gevel met de overlappende vellen gebogen pvc bieden zowel schaduw als natuurlijk daglicht in de tentoonstellingsruimte van ruim 1900 vierkante meter.Blikvanger op de expositie is een traditioneel, vijftiende-eeuws irrigatiesysteem. De kanalen leidden het water zonder gevaar voor bodemerosie langs de landbouwgronden op de berghellingen. Het resterende water stroomde naar grote bassins.5. Zuurstofproducerend paviljoen van OostenrijkOp het eerste gezicht lijkt het paviljoen van Oostenrijk rechtstreeks afkomstig uit het regenwoud. Het Breathe-tentoonstellingsgebouw is aan het oog onttrokken door een dichte rij bomen die voldoende zuurstof produceren voor 1800 mensen.Architect en landschapsarcitect Klaus Loenhart koos voor dit ontwerp, omdat het de nadruk legt op zuurstof en koelte die voor het milieu belangrijk zijn. Het gebouw heeft geen airco. Binnen creëert een combinatie van veel groen en vochtige mist een eigen microklimaat. Het open dak laat natuurlijk daglicht binnen. De tentoonstellingsruimte is geheel van hout, afkomstig uit duurzaam beheerd bos.De Wereldtentoonstelling in Milaan loopt tot 31 oktober 2015. De organisatie rekent in totaal op zo’n 20 miljoen betalende bezoekers, die samen zo’n € 10 mrd in het laatje brengen. Bron: Expo Milan, Arch Daily | Foto Header: Knafo Klimor Architects, Foto inzet: Expo Milano 2015