Erika van Zinderen Bakker 08 maart 2023, 15:31

Alle hens aan dek voor veel meer zonnepanelen van Nederlandse bodem

Met een ambitieus plan wil een groot consortium van Nederlandse zonnebedrijven onze zonne-industrie een koploperspositie in Europa geven. Het consortium, SolarNL genaamd, wil in een paar jaar tijd verschillende fabrieken voor zonnepanelen bouwen. SolarNL heeft daarvoor subsidie aangevraagd bij het Nationaal Groeifonds.

Parsec foto837770 'Door nu concrete actie te nemen, kan Nederland zich in de kopgroep van de Europese zonne-industrie plaatsen.' | Credits: Topsector Energie

De SolarNL-bedrijven werken nauw samen met onderzoeksorganisaties en richten zich vooral op hoogrendementszonnepanelen die voldoen aan de specifieke eisen van de Europese en Nederlandse markt. Ze moeten makkelijk te recyclen zijn, mooi in te passen en toepasbaar op voertuigen of op daken die niet geschikt zijn voor standaardpanelen.

Energie-onafhankelijkheid

Het doel is om de gehele productieketen op Europese bodem op te zetten. Dat is belangrijk, want de EU zet zwaar in op meer energie-onafhankelijkheid. De partijen hebben subsidie aangevraagd bij het Nationaal Groeifonds om het programma mogelijk te maken.

De totale begroting van de plannen bedraagt 898 miljoen euro. Daarvan wordt 586 miljoen euro door private financiering gedekt. De gevraagde Groeifondssubsidie is 312 miljoen euro. Het programma is gericht op research & development, innovatie en het opleiden van gespecialiseerd personeel.

Lokale industrie in Europa

Het consortium ziet een enorme kans om op Europese bodem een lokale industrie op te bouwen. Op dit moment komt 97 procent van de zonnepanelen uit China. De vraag naar materialen, productiemachines en andere cruciale technologie vanuit China, de VS en andere landen zoals India is enorm. Hetzelfde geldt voor de aantrekkingskracht op investeringsprojecten, technische expertise en menskracht.

SolarNL schrijft in het voorstel: “Als we nu niet handelen, zullen we in Europa voor toegang tot deze essentiële technologie achter het net vissen. Ook toeleveranciers moeten met grote volumes kunnen opereren om competitief te zijn. Ook willen we eigenlijk niet primair afhankelijk zijn van buitenlandse regimes voor onze nieuwe (duurzame) energievoorziening.”

Economisch voordeel

Door nu concrete actie te nemen, kan Nederland zich in de kopgroep van de Europese zonne-industrie plaatsen, meent SolarNL. Dit levert op de lange termijn een cruciaal economisch en strategisch voordeel op. De Europese zonne-industrie moet zich onderscheiden in innovatieve producten: een hoger omzettingsrendement en nieuwe producten voor grootschalige integratie van zonnetechnologie. Het voorstel sluit direct aan op Europese initiatieven zoals RePowerEU
die tot doel hebben de energie-autonomie van Europa te versterken.

Drie speerpunten

SolarNL richt zich op innovatie op drie specifieke terreinen:

  1. Hoogrendementszonnecellen met een toprendement van 25 á 26 procent. Een nieuw te bouwen fabriek met een beoogd productievolume van 3 gigawattpiek per jaar moet grootschalig en goedkoop gaan produceren.
  2. Flexibele zonnefolies die makkelijk te recyclen zijn. Hier moet een aparte fabriek voor komen met een productiefaciliteit van 1 gigawattpiek per jaar. Deze folies kunnen worden ingezet op plekken waar conventionele panelen niet voldoen.
  3. Geïntegreerde lichtgewicht zonnepanelen voor specifieke toepassingen, zoals in daken en wanden van gebouwen, auto’s en vrachtwagens. Hiervoor worden hoogrendementszonnecellen en flexibele zonnefolies gecombineerd. Daarnaast worden er zonnepanelen ontwikkeld waarmee een rendement van meer dan 30 procent haalbaar is.

Werkgelegenheid

In Nederland zijn op dit moment ruim 35.000 mensen werkzaam in de Zon-PV-sector; in onder andere constructie, installatie, onderhoud en integratie in het elektriciteitsnetwerk. Dat aantal zal naar verwachting met 15 tot 30 procent per jaar groeien. SolarNL moet voor de Nederlandse zonne-industrie zo’n 1.500 banen opleveren.

Samenwerking

SolarNL is een samenwerking van Solarge, MCPV, HyET Solar, Compoform, Exasun, Energyra, Lightyear Layer, IM Efficiency, Taylor, TNO, Hogeschool van Amsterdam, SolarLab en Stichting NWO-I/AMOLF.

Lees ook:

Zon- en windbranche wil groeien zonder vernietiging oerwouden en natuur

In totaal hebben 33 zonne- en windenergiebedrijven, brancheorganisaties, de Nederlandse overheid, kennisinstituten, ngo’s en vakbonden samen met minister Rob Jetten van Klimaat en Energie het IMVO-convenant voor de Hernieuwbare Energiesector ondertekend. Zij gaan zich gezamenlijk inzetten voor de verduurzaming van internationale ketens en willen samen mensenrechtenschendingen en milieuschade aanpakken en voorkomen. “Dit is een eerste stap in de goede richting. Het is een brede coalitie van iedereen die zich in Nederland bezighoudt met zon- en windenergie”, zegt Mark van der Wal, senior ecoloog en adviseur delfstoffen bij natuurbeschermingsorganisatie IUCN NL, een van de ondertekenaars. “Een deel van de bedrijven en organisaties is al langer bezig om dieper in de keten te kijken en zich af te vragen: waar komen onze grondstoffen vandaan? Uit welke bron? Hoe wordt er gewerkt met het oog op regelgeving? Als we hier onze economie groener willen maken, moet de economie elders niet zwarter worden.” Megawinst Bij de ondertekenaars zitten milieu- en natuurorganisaties, kennisinstituten, ministeries, banken, vakbonden, maar ook grote bedrijven als Shell, Vattenfall, Eneco, RWE, Siemens en Sunrock, Vestas en Solarfields. Al die partijen proberen meer begrip te krijgen voor elkaar en met elkaar in gesprek te gaan. “Zo kom je tot andere inzichten. Als je grote bedrijven een klein stukje kunt bijsturen maak je al megawinst”, zegt Van der Wal. “Er zitten in die bedrijven veel goedwillende mensen die hun werk zo fatsoenlijk mogelijk willen doen.” Verantwoorde mijnbouw nodig Verantwoorde mijnbouw is noodzakelijk om bij de transitie naar groene energie niet dezelfde fouten te maken als in het verleden. Voor alle windmolens, zonnepanelen, batterijen en elektrische auto’s zijn de komende decennia wereldwijd 3 miljard ton aan bijzondere metalen en mineralen nodig zoals lithium, nikkel, kobalt, maar ook bauxiet en koper. De winning via mijnbouw bedreigt overal ter wereld bossen, beschermde natuurparken en leefgebieden van dieren en inheemse volken, met name in Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Het gaat gepaard met mensenrechtenschendingen, zoals dwang- en kinderarbeid, gebrek aan vakbondsvrijheid, onveilige werkomstandigheden en uitbuiting. Tegenstanders en milieuactivisten worden zelfs vermoord, de afgelopen tien jaar al 1733 keer. De Wereldbank schat dat de vraag naar deze grondstoffen tot 2050 met 500 procent groeit en is het Climate-Smart Mining-initiatief begonnen om de impact van mijnbouw op klimaat, milieu en maatschappij zo klein mogelijk te houden. Internationale coalitie De keten van grondstof tot windmolen of zonnepaneel is complex, internationaal en vaak ondoorzichtig. Om daar meer duidelijkheid in te brengen start IUCN NL samen met Natuur & Milieu, Stop Ecocide NL en lokale ngo’s in Indonesië, Ghana en de Filippijnen in april een nieuwe internationale coalitie onder de naam: Bottom Line!. Die naam slaat op de ondergrens die aangeeft waar en hoe mijnbouw mag plaatsvinden. De organisaties willen de overstap van fossiele naar hernieuwbare energie zo eerlijk mogelijk maken, met een zo laag mogelijke negatieve impact op mens en natuur. “Het oprichten van deze coalitie is geen toeval”, zegt Van der Wal. “Wij proberen de deelnemers aan het IMVO-convenant en andere spelers in Nederland en de EU te voeden met praktijkcases en informatie terug te koppelen nar onze partners daarin.” Koper, nikkel en bauxiet Het project focust in eerste instantie op de grootschalige mijnbouw van koper in de Filipijnen, waar inheemse gemeenschappen zich tegen verzetten, de nikkelmijnbouw die oerwouden in Indonesië bedreigt en de bauxietwinning in Ghana, dat ook tot kap van oerbos leidt. Daarnaast gaat het project zich bezighouden met diepzeemijnbouw. Bottom Line! wil lokale mensen en organisaties die opkomen voor de natuur en mensenrechten een stem geven en pleit voor striktere mijnbouwwet- en regelgeving - inclusief no-go zones - en de naleving daarvan. De ervaringen worden gedeeld met lokale en internationale overheden – met een specifieke focus op Nederlandse en Europese beleidsmakers, het bedrijfsleven, financiële instellingen en eindgebruikers. “Het is een complex verhaal. Wij proberen ervoor te zorgen dat impact op de aarde niet over grenzen heen gaat”, zegt Van der Wal. “We kijken echt naar duurzaamheid op de langere termijn, wereldwijd.” Looptijd vijf jaar Het IMVO-convenant heeft een looptijd van vijf jaar. Door deelname committeren bedrijven zich aan het toepassen van internationale richtlijnen van de OESO en VN bij al hun activiteiten. Hiermee bereiden zij zich ook voor op toekomstige IMVO-wetgeving. De samenwerking wordt ondersteund door de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken en Klimaat, brancheorganisaties, financiële instellingen en belangenverenigingen. De aangesloten kennisinstituten, ngo’s, vakbonden en de SER gaan bedrijven ondersteunen met hun kennis en expertise bij de toepassing van IMVO. Verantwoordelijkheid nemen Minister Jetten: “Hernieuwbare energie van zon en wind is nu echt tot volle wasdom gekomen. Daarmee komt ook een grote verantwoordelijkheid om goed om te gaan met natuur, mensenrechten en biodiversiteit in de keten en in de operatie. Vanuit dit convenant kunnen de aangesloten bedrijven samenwerken om de aandachtspunten beter inzichtelijk te maken en hier actie op te nemen. Dit is een goede eerste stap en ik kijk uit naar de voortgang.” Arbeidsomstandigheden De deelnemende vakbonden kijken vooral naar de arbeidsomstandigheden in de mijnbouw. Elles van Ark, directeur van CNV Internationaal: “Het is fantastisch dat de vraag naar groene energie zo hard stijgt, maar daarmee stijgt ook de druk op de mijnwerkers in Latijns-Amerika en Afrika. Zij krijgen vaak tijdelijke contracten en doen zwaar en onveilig werk voor een laag loon. Omdat vakbondsvrijheid meestal ontbreekt, is het moeilijk om misstanden aan te pakken. Binnen het convenant zetten wij in op het stimuleren van vakbondsvrijheid, zodat werknemers in de hele keten zich kunnen uitspreken.” Lees ook: Moet het oerwoud verdwijnen voor onze windturbines en batterijen?Noorwegen ontdekt schat aan zeldzame aardmetalen voor zijn kustDéjà vu? Europa wil zelfvoorzienend zijn met lithium, maar aardbevingsgevaar dreigtDuurzame mijnbouw: vier adviezen uit de wetenschap