Herwin Thole 08 april 2025, 12:30

Als een mol de grond in: Geheco maakt boring voor warmtepomp 3x goedkoper

Wie een warmtepomp in z’n achtertuin wil, krijgt nu nog te maken met zwaar materieel en hoge kosten. Dat moet anders, vinden Onno Bierhoff en Arjen van der Horst. Hun compacte boorkop past door de voordeur en graaft zich als een mol de grond in. Zo willen ze bodemwarmte bereikbaar, betaalbaar én geschikt maken voor elke achtertuin.

Geheco De oprichters van Geheco hebben een manier gebracht om grondwarmtepompen toegankelijker te maken.

Stel je voor: een kleine achtertuin, met net genoeg ruimte voor een paar stoelen en een appelboom. Daar moet een grondwarmtepomp komen. Maar om die te installeren, rijdt er ineens een graafmachine het tuinpad op, gevolgd door meerdere vrachtwagens vol apparatuur.

Voor de traditionele aanleg is namelijk een boorinstallatie nodig ter grootte van een graafmachine. Die boort een verticaal gat tot wel 200 meter diep. Daarin wordt een plastic buis geplaatst waar water door stroomt om warmte uit te wisselen met de aarde.

Tot slot wordt het gat opgevuld met bentoniet, een soort klei die alles afsluit. Het hele proces vereist zwaar materieel, is omslachtig en duur: een boring kost al snel tussen de 7.500 en 15.000 euro. Voor kleine tuinen of smalle straten is het bijna niet te doen.

Kleiner en goedkoper

Dat kan anders, dacht CEO en medeoprichter Onno Bierhoff. Veel kleiner en goedkoper. Zijn bedrijf gebruikt een compacte ‘boorkop’ die aan de buis vastzit en zichzelf met waterdruk en roterende bewegingen de grond in graaft.

“We brengen de buis in een keer naar beneden”, zegt Bierhoff. Hij vergelijkt de werking van de technologie met een mol: “We boren geen groot gat, we halen precies genoeg aarde weg zodat de buis verder de grond in kan.” Nog een slimmigheid: Geheco haalt de dure onderdelen van de boorkop later binnendoor weer terug, terwijl de slang in de grond blijft zitten. Een ander voordeel van zijn methode is dat er veel minder bentoniet rondom de buizen hoeft te worden gestort, wat de warmte-uitwisseling verbetert.

Minder diep

Nadeel is dat de techniek minder diep komt. Dat lost het bedrijf op door meerdere lussen te plaatsen tot ongeveer 50 meter diepte. Voor een gemiddeld huis schat Geheco dat er tussen de drie en zes nodig zijn. Ze verbinden die kortere lussen met elkaar om dezelfde warmte-uitwisseling te bereiken. Installatie is zo een stuk makkelijker en vereist minder apparatuur.

“Ons apparaat wordt ongeveer zo groot als een steekkar met zes kratten bier erop”, zegt Bierhoff. “Je moet hem in een bestelbus kunnen vervoeren. Eén persoon kan ‘m op wieltjes door het huis naar de tuin rijden. Dat is het idee.” Dat scheelt ook in de kosten. “We hebben uitgerekend dat we tegen ongeveer een derde van de huidige kosten de bron kunnen aanleggen”, zegt Bierhoff. Al is dat een indicatie: de technologie moet nog verder worden ontwikkeld.

Hoe werkt een grondwarmtepomp?

Een grondwarmtepomp, ook wel bodem-waterwarmtepomp genoemd, haalt warmte uit de bodem via lange buizen die ongeveer 100 meter diep in de grond zitten. Door deze buizen stroomt een speciale vloeistof die warm wordt door de aardwarmte, die het hele jaar stabiel blijft tussen 10 tot 12 °C. In de warmtepomp zelf neemt een koudemiddel deze warmte over. Dit koudemiddel wordt samengeperst door een compressor, waardoor de temperatuur stijgt tot wel 55 °C. Deze warmte gaat dan naar de radiatoren of vloerverwarming in huis. Nadat de warmte is afgegeven, koelt het koudemiddel af en begint het proces opnieuw.

Intrapeneur

Bierhoff (48) is bedrijfskundige en brengt ruime ervaring mee in marketing, business development en het leiden van bedrijven. Hij werkte eerder bij BMW Group Financial Services en Deloitte en was algemeen directeur van leasemaatschappij Arval Nederland. “Ik heb 25 jaar in grote bedrijven gewerkt”, vertelt hij. “In mijn carrière was ik vaak de intrapreneur, dus eigenlijk ondernemer binnen een bedrijf. Ik heb vaak nieuwe divisies opgestart als de eerste of een van de eersten.”

Zijn medeoprichter Arjen van der Horst (50) heeft een technische achtergrond als werktuigbouwkundig ingenieur (TU Delft) en werkte eerder bij IHC, ABB en Stedin. Het idee voor Geheco ontstond toen hij zijn eigen huis wilde verduurzamen. Van der Horst wilde een grondwarmtepomp, maar vanwege de hoge kosten en praktische uitdagingen bij de installatie van de bron koos hij uiteindelijk voor een minder efficiënte luchtwarmtepomp.

Accelereer jouw duurzame transitie

Zit jij midden in de duurzame transitie (of sta je nog aan het begin) en kun je wel wat inspiratie, hulp en kennis gebruiken? Kom op 23 juni naar Transition2026 in Amsterdam en laaf je aan de kennis en inzichten van pro’s en peers. De eerste sprekers zijn bevestigd, het belooft een wervelende dag te worden.

Bekijk programma

Als ingenieur bleef hij nadenken over een betere oplossing. Hij vroeg zich af of er geen eenvoudigere manier was om die warmtewisselaarbuizen de grond in te krijgen, zonder al dat zware materieel. Dat was het startpunt van Geheco. Op het event Meet Your Co-Founder XL in Utrecht kwam hij twee jaar geleden Bierhoff tegen. “Dan ga je speeddaten. We hebben twee, drie minuten met elkaar gesproken en later bij de borrel nog even”, vertelt Bierhoff.

Op het evenement zelf deed Van der Horst nog geheimzinnig over zijn idee, herinnert Bierhoff zich. Hij wilde niet te veel prijsgeven. “Later heb ik een NDA getekend, toen ging hij wat meer vertellen.” In augustus 2023 werd Geheco ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. De naam is een samentrekking van geo heat and comfort.

Onderaannemer

Geheco richt zich op zowel particuliere huiseigenaren als institutionele vastgoedpartijen die hun panden willen verduurzamen. De technologie biedt uitkomst voor situaties waar traditionele boormethoden niet mogelijk zijn, zoals kleine tuinen of dichtbebouwde gebieden.

“Het is een b2b-to-c-market”, legt Bierhoff uit. “Wij zijn onderaannemer. Als jij als particulier of woningcorporatie je huis wilt verduurzamen, ga je in gesprek met een installateur, en dan kom je vervolgens bij ons terecht.” Het bedrijf heeft ook een fanprogramma opgezet. Geïnteresseerden kunnen een reservering plaatsen voor een Geheco-systeem en een aanbetaling doen van 350 euro. Die fans krijgen later dit jaar de kans om mee te doen aan de eerste klantdemo’s.

Verdienmodel

Geheco wil aan twee kanten geld verdienen. Enerzijds wil het bedrijf de boorinstallaties verhuren aan installateurs. “We willen een leaseconstructie opzetten voor de machines”, legt Bierhoff uit. “Dat is een bewuste keuze, zodat ze altijd de nieuwste versie hebben. Ze kunnen hem omruilen op het moment dat wij een betere maken.”

Anderzijds verdient het bedrijf aan de verkoop van de lussen die in de grond geplaatst worden. “Die kopen de installateurs bij ons in, en zij verkopen die weer door aan hun afnemers.” De technologie bevindt zich in de ontwikkelfase. “Wij zijn echt een start-up”, zegt Bierhoff. “Ik ben soms zo enthousiast als ik erover vertel. In mijn hoofd is het al bijna af. Maar we zijn nog volop aan het ontwikkelen en testen.”

Het bedrijf heeft diverse proeven uitgevoerd in een laboratoriumomgeving, onder andere bij TNO. De volgende grote stap is het verder brengen van het prototype en daarna een test bij The Green Village, een proeftuin op de campus van de TU Delft. Daarvoor mikt het bedrijf op het tweede kwartaal van dit jaar. De eerste test zal simpel zijn: het plaatsen van één ondiepe lus in de grond en daar ook een warmtepomp op aansluiten. Daarna wil Geheco er meer plaatsen. Deze test is cruciaal om te voldoen aan de bodemrichtlijnen en certificeringseisen.

Uitdaging

Een van de uitdagingen van de ondernemers is aantonen dat hun methode waterkerende lagen in de grond niet verstoort. “Dat is een van de dingen die we bij The Green Village willen laten zien aan de wetgevers”, legt Bierhoff uit. “Dat we dit netjes en veilig doen.” Het Geheco-team bestaat momenteel uit vier vaste krachten: de twee oprichters en twee werknemers, aangevuld met een aantal stagiairs. “Dat schommelt gedurende het jaar. We waren met zeven, toen met vier en per maart weer met vijf.” Als alles volgens plan verloopt, hoopt Geheco in het derde of vierde kwartaal van dit jaar de eerste commerciële demo-installaties te kunnen plaatsen bij particulieren uit hun fanprogramma.

Groeigeld

Geheco heeft vorig jaar een succesvolle financieringsronde afgerond met investeringen van verschillende partijen, waaronder de Zuid-Hollandse regio-investeerder Uniiq (350.000 euro), alumnifonds Graduate Entrepreneur, accelerator Rockstart, het Shell Impact Fund en de Rabobank. “We hebben meer opgehaald dan we in eerste instantie van plan waren”, vertelt Bierhoff. “Daar hebben we geluk mee gehad. Dat geeft ons nu een runway van ongeveer achttien maanden.”

Of er in de toekomst meer kapitaal nodig is, hangt af van een aantal factoren. Het belangrijkste is aantonen dat de techniek werkt en hopelijk dit jaar al de eerste systemen verkopen en plaatsen. “Dan zou je in principe op cashflow kunnen draaien”, geeft Bierhoff aan. Maar Geheco heeft ook internationale ambities. En voor groei is geld nodig. “We willen dit beschikbaar maken voor de hele wereld. Of in ieder geval overal daar waar de grond niet te hard is.”

Dit artikel verscheen oorspronkelijk bij MT/Sprout.

Kom 23 juni naar Transition2026 in Amsterdam: De toekomst van duurzaamheid begint hier

Claim je ticket

Lees ook:

Bouwers en boeren werken in Friesland samen aan biobased huizen: ‘Duizend woningen gaan we makkelijk halen’

De bouwsector staat voor flinke uitdagingen. Zo’n 11 procent van de Nederlandse CO2-uitstoot is toe te schrijven aan de bouw. Voor een groot deel komt dat door de gebruikte materialen. Met name beton, en dan vooral het cement in beton, heeft een forse milieu-impact. Maar ook met isolatiematerialen als glas- en steenwol gaat een aanzienlijke uitstoot van broeikasgassen gepaard. Om een kans te hebben de opwarming van de aarde tot 1,5 graden te beperken, zal die uitstoot snel omlaag moeten. Een van de oplossingen is om gebruik te maken van zogeheten biobased materialen. Dat zijn materialen die regeneratief zijn, wat wil zeggen dat ze niet opraken en in theorie eindeloos geproduceerd kunnen worden. Het zijn materialen van natuurlijke komaf, zoals hout, vlas, hennep of de schimmelsoort mycelium. Doordat ze hernieuwbaar zijn, makkelijker gerecycled kunnen worden en bovendien ook CO2 kunnen opslaan, zijn ze een duurzamer alternatief voor materialen als beton, staal of glaswol.Nationale Aanpak Biobased Bouwen In 2023 introduceerde het kabinet-Rutte IV de Nationale Aanpak Biobased Bouwen. Het doel: in 2030 moet er 50.000 hectare landbouwgrond gebruikt worden voor het telen van geschikte gewassen als vlas en hennep. Omgerekend is dat ongeveer 2,5 procent van het landbouwareaal in Nederland. Er kwam 200 miljoen euro aan subsidies beschikbaar om de opschaling te stimuleren. Grote bedrijven als Ballast Nedam en BAM gingen met biobased bouwen aan de haal. Maar voordat we natuurlijke bouwmaterialen tot het gemeengoed kunnen rekenen, zijn er nog legio obstakels te overwinnen. Veel biobased materialen vinden hun oorsprong in de landbouw, een sector die van oudsher weinig raakvlakken heeft met de bouw. De sectoren opereren als losse eilanden, vertelt Nick Boersma, programmamanager bij Vereniging Circulair Friesland. Platgeslagen: “Boeren produceren met name voedsel, bouwers halen hun producten bij de bouwmarkt.” In theorie kun je prima een link tussen de beide sectoren leggen, maar in de praktijk stuit je volgens Boersma op een kip-ei-probleem. “Ze gaan elkaar een beetje zitten aankijken. Bouwers zijn wel geïnteresseerd in biobased materialen, maar willen vooral dat ze prijsconcurrerend en ruim beschikbaar zijn. Boeren willen de materialen wel telen, maar willen zeker weten dat ze worden gekocht. Waarom zouden ze immers hennep verbouwen als ze voor een ander gewas veel meer betaald krijgen? Bouwers en woningcorporaties nemen sinds kort het initiatief om die impasse te doorbreken.” In de provincie Friesland is daarom de ‘Fryske Vezelhennepdeal’ gesloten. Een groep woningcorporaties, bouwbedrijven, boeren en ontwikkelaars gaat samenwerken om lokaal geproduceerde vezelhennep te gebruiken bij het isoleren van duizend Friese woningen. Greeninclusive bouwt daarvoor de eerste vezelhennepfabriek in Friesland. De bouw is inmiddels gestart. Naar verwachting zal er zo’n 1.700 ton CO2 worden bespaard, vergelijkbaar met de jaarlijkse uitstoot van 850 benzineauto’s.Accelereer jouw duurzame transitie Zit jij midden in de duurzame transitie (of sta je nog aan het begin) en kun je wel wat inspiratie, hulp en kennis gebruiken? Kom op 23 juni naar Transition2026 in Amsterdam en laaf je aan de kennis en inzichten van pro’s en peers. De eerste sprekers zijn bevestigd, het belooft een wervelende dag te worden.Bekijk programmaHet ondertekenen van de Fryske Vezelhennepdeal. Vezelhennep Vezelhennep is een gewas dat gebruikt kan worden als isolatiemateriaal in gebouwen. Het groeit binnen honderd dagen en is een eenjarig gewas, wat betekent dat boeren het niet eindeloos op hun akkers hoeven te houden en dus mee kunnen laten gaan in de jaarcycli van andere gewassen. “Een groot voordeel is dat vezelhennep CO2 opslaat”, vertelt Boersma. “Als je het dus gebruikt als isolatie in gebouwen, kun je eigenlijk CO2 opslaan in die gebouwen. Je kunt er als boer dan koolstofkredieten voor krijgen, wat het een financieel aantrekkelijke keuze maakt. Bovendien slaat vezelhennep ook CO2 op in de bodem, dus het verrijkt ook nog eens de grond.” Qua prijs is vezelhennep nog iets duurder dan veelgebruikte materialen als glas- en steenwol. “Al kun je daarvan zeggen dat alle maatschappelijke kosten, zoals de CO2- en ammoniakuitstoot, niet zijn meegenomen in de prijs.” Wel is vezelhennep prijsconcurrerend met vlas, een ander gewas dat gebruikt wordt als biobased isolatiemateriaal. Een bijkomend voordeel van vezelhennep-isolatie is dat de CO2-uitstoot van het transport een stuk lager is. Glas- en steenwol moet van producenten via distributiecentra en bouwmarkten naar de bouwprojecten versleept worden. Vezelhennep kan lokaal geteeld worden, in dit geval in Friesland zelf.Dichtbevolkt Nederland Is er in een klein, dichtbevolkt land als Nederland eigenlijk wel genoeg ruimte om al onze huizen met vezelhennep te isoleren? Ja, zegt Boersma resoluut. 50.000 hectare van het totale landbouwareaal is zó'n klein deel, geeft hij aan, dat ruimtegebrek geen probleem zal zijn. “De overheid gaat de komende jaren boeren uitkopen, dus er komt landbouwgrond vrij. Dat is grond nabij Natura 2000-gebieden, dus daar wil je geen stikstof-intensieve productie meer hebben. Dan is het telen van biobased gewassen een hele logische optie.” Afspraken zoals de Fryske Vezelhennepdeal zie je wel vaker in de bouwsector. Het is bij zulke deals altijd maar de vraag of er daadwerkelijk actie uit voortkomt, of dat het eerder een poging is om als bedrijf sympathie te kweken bij de buitenwereld. Volgens Boersma is daar geen sprake van, en werpt de samenwerking nu al zijn vruchten af, aangezien de Vezelhennepdeal uitgaat van afnamegaranties in plaats van intenties. “Na het sluiten van de deal waren er allerlei uitvoerders van bouwprojecten die zeiden: wij willen nu wel de eerste zijn. Ze zijn hun plannen gelijk gaan uitvoeren. Voor dit jaar staan er al zo’n vierhonderd woningen op de planning, en de looptijd van de Fryske Vezelhennepdeal is drie jaar. Die duizend woningen gaan we dus makkelijk halen.” En, niet onbelangrijk: omdat de samenwerking zo aansprekend is, krijgen andere biobased materialen misschien hun eigen deals. Boersma: “Er wordt gesproken over een vlasdeal, een rietdeal, een strodeal. Niet alleen in Friesland, maar ook in de rest van het land. Het gaat dus hard.”Kom 23 juni naar Transition2026 in Amsterdam: De toekomst van duurzaamheid begint hierClaim je ticketLees ook:Huis van de boer rukt op en is beter voor klimaat, zelfs als je CO2-opslag niet meerekent Steeds meer boeren oogsten huizen van het land Biobased bouwen zit in de lift, maar houten wolkenkrabbers kosten te veel bomen Certificaten voor CO2-opslag in woningen kunnen voor revolutie in de bouw zorgen