Mark Beumer 19 juni 2012, 10:07

Amsterdammers smeden nieuwe generatie biobrandstof

Ontelbare bacteriën kleuren meterslange buizen groen. De kleine beestjes van het Amsterdamse Photanol beloven een ware innovatie op het gebied van biobrandstoffen en -plastics.

2012 06 Photanol v02 e1340093087940

Biobrandstof. Bij het horen van de term verschijnt er een frons op het voorhoofd van Klaas Hellingwerf, professor in microbiologie en tevens een van de grondleggers van het project. Hij vindt dat de term te algemeen wordt gebruikt door veel mensen.

“Er bestaan vier generaties biobrandstoffen,” doceert Hellingwerf. “Bij de eerste drie generaties blijven reststoffen over bij de productie.” Deze reststoffen, voornamelijk mineralen zoals fosfaat en stikstof, komen uit de gewassen waarvan de brandstof gemaakt is. “Bijvoorbeeld suikerriet of soja.”

Eigenlijk moeten die stoffen terug naar het land, om uitputting van de bodem te voorkomen. Ze mogen in ieder geval niet zomaar geloosd worden, omdat ze nadelige gevolgen voor het milieu hebben. “Dit mineralenprobleem is het grote probleem van biobrandstoffen tot nu toe.”

Het mineralenprobleem is het grote probleem van biobrandstoffen tot nu toe.

Geen reststoffen

Het proces van Photanol maakt deel uit van de vierde en laatste generatie. Op een whiteboard in het Amsterdamse Science Park schrijft Hellingwerf de formule van het proces volledig uit. Het oogt minder complex dan dat het is.

“Het proces is een klassieke fotosynthese,” legt hij uit. Oftewel, CO2 en water worden omgezet in zuurstof en een ‘product’, bijvoorbeeld biobrandstof of bioplastic. Niet-giftige blauwalgen, ook wel cyanobacteriën, zorgen voor die omzetting. Het enige wat ze nodig hebben is een beetje zonlicht.

“Wat wij doen, is de genetische informatie van die cyanobacteriën veranderen, zodat we de gewenste biobrandstoffen kunnen produceren,” aldus de microbioloog. “Het is plug-and-play: als we een ander gen in de bacterie stoppen, komt er een ander product uit.”

Het belangrijkste voordeel: bij het proces van Photanol blijven geen reststoffen over. Het enige bijproduct is zuurstof. Ook is er geen landbouwgrond meer nodig bij de productie. “In Mexico konden mensen hun taco’s en burrito’s niet meer betalen, omdat ze in de VS biobrandstof uit mais gingen maken.”

In Mexico konden mensen hun taco’s en burrito’s niet meer betalen, omdat ze in de VS biobrandstof uit mais gingen maken.

Infectie

Op dit moment experimenteren Hellingwerf en zijn team voornamelijk met een bacterie die het ‘product’ melkzuur oplevert. Deze bulkchemicalie wordt gebruikt bij de bereiding van plastics die op hun beurt weer gebruikt worden bij het maken van verpakkingsmateriaal of zelfs kan dienen als afbreekbaar hechtdraad na medische operaties.

“Als we het genetisch materiaal van de cyanobacteriën aanpassen, kunnen we ook andere biobrandstoffen maken, zoals ethanol of butanol.” Dit gebeurt nog op twee andere plekken in de wereld. “In Europa zijn we voor zover ik weet de enige.”

Infectie blijkt voorlopig Hellingwerfs voornaamste kwelgeest. Als er andere bacteriën in de buizen komen, krijgen zijn cyanobacteriën niet genoeg licht. “Het is een soort onkruid. Het verdringt de rest.”

In Europa zijn we de enige.

Kennisbescherming

“In 2008 is het idee van Photanol ontstaan”, vertelt Hellingwerf. “Met de proeffabriek is het proof of principle geleverd. Nu moeten we de economische haalbaarheid van het proces bewijzen.”

De uitvinding is gepatenteerd en Agentschap NL, een onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, diende zich meteen aan om de proeffabriek te subsidiëren. Photanol is ook verkozen tot ecopreneur van de maand bij het Amsterdamse Green Metropole.

“Sinds kort neemt ook investeerder Icos Capital deel in Photanol,” vertelt Hellingwerf. Icos Capital is een Nederlands investeringsfonds wat gespecialiseerd is in schone technologieën. Het fonds geeft daarmee aan dat het een schone toekomst ziet in de bioproducten van Photanol. Nog twee jaar, dan is het zover.

Foto: Nat Tarbox

Duurzame koplopers boeken meer winst

Onderzoek toont dat duurzaam investeren onder bedrijven nog altijd toeneemt. Ondanks economische tegenslagen wordt er aanzienlijk meer winst geboekt door ondernemingen met sterke duurzame ambities en concrete bedrijfsstrategie. Onderzoek van de Zwitserse dochteronderneming van Robeco, Sustainable Asset Management (SAM), toont dat duurzame investeringen onder bedrijven constant toenemen. “Vooral de koplopers slagen hierin. Bedrijven die duurzaamheid hebben meegenomen in hun bedrijfsstrategie, zijn in staat nieuwe markten aan te boren. En kunnen er dus gemakkelijker winst mee maken,” constateert Erik Breen, directeur duurzaam beleggen bij Robeco. People, Planet, Profit Het onderzoek toont dat er aanzienlijke vooruitgang wordt geboekt in maatschappelijk verantwoord ondernemen, milieuprestaties en sectorspecifieke duurzaamheid. Bedrijven maken daarbij veelal gebruik van de People Planet Profit formule, waarbij winst en duurzaamheid hand in hand gaan. Best-in-class Erik Breen is voorstander van het best-in-class principe, hierbij wordt per sector geëvalueerd welke bedrijven het beste presteren. Onlangs werden negen Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen, zoals DSM en AkzoNobel, onderscheiden met de SAM Sustainability Awards, waarbij zij tot wereldwijd leider van hun eigen sector werden benoemd. Echter worden niet alle sectoren per definitie geëvalueerd. “Zoals producenten van controversiële wapens en wapenleveranciers aan dictators. Voor olieproducenten ligt dit anders, omdat de samenleving voorlopig niet zonder olie kan. Maar we hanteren hier wel strenge normen voor onze beleggingsbeslissingen,” aldus Breen. Scherpe selectiecriteria Het aantal duurzame bedrijven stijgt snel, daarom is het volgens SAM belangrijk om scherp te blijven in het erkennen van een duurzame onderneming. Aandacht voor risicobeheer staat tegenwoordig centraal naast de financiële criteria. "We kijken niet alleen naar de investeringen in duurzame energie, maar vooral hoe oliemaatschappijen rampen zoals eerder bij onder meer BP zoveel mogelijk trachten te voorkomen," vertelt Breen. Bron: Telegraaf Foto: Jeffrey Pang