Philip Bueters 12 september 2024, 13:00

Battolyser haalt 30 miljoen op om zijn batterij annex waterstofgenerator op de markt te brengen

Mattijs Slee heeft met Battolyser Systems 30 miljoen euro opgehaald voor het op de markt brengen van een ‘waterstofbatterij’ als een dubbelsnijdend zwaard: hij gaat netcongestie tegen én helpt de kostprijs voor groene waterstof te verlagen. “We geven producenten van hernieuwbare energie een nieuwe afzetmarkt.”

Schermafbeelding 2024 09 12 104636 De Battolyser is een waterstofgenerator en batterij ineen: een ‘stack’ met cellen, die groene stroom van wind- en zonneparken opslaan en waterstof opwekken zodra de elektroden geladen zijn. | Credits: Battolyser

Battolyser Systems maakt flinke stappen. Nadat het nog geen jaar geleden een lening van 40 miljoen euro regelde bij de Europese Investeringsbank (EIB) om zijn Schiedamse pilotfabriek uit te breiden en daarna in Rotterdam op te schalen, kondigde het donderdag een nieuwe financiering aan.

Invest-NL, Innovation Industries en Global Cleantech Capital

Invest-NL stapt dit keer in, in een Series A-financiering waarin deeptech-investeerders Global Cleantech Capital en Innovation Industries eerder al 15 miljoen hadden gelapt. Ze storten bij, waardoor de teller op 30 miljoen euro belandt. Kapitaal dat het bedrijf van Mattijs Slee moet helpen verder uit te breiden en een volgende productgeneratie te ontwikkelen van de Battolyser.

Wat wij een beetje oneerbiedig waterstofbatterij noemen, is volgens de TU Delft-spinoff ”’s werelds enige elektrolyser met batterijfunctie.’ Maar hoe werkt dat? Even een misverstand uit de weg helpen: de Battolyser is geen batterij die is gekoppeld aan een waterstofgenerator ofwel elektrolyser. Nee, het is één en dezelfde installatie, een ‘stack’ met cellen, die groene stroom van wind- en zonneparken opslaan en waterstof opwekken zodra de elektroden geladen zijn.

Battolyser slaat stroom op en maakt waterstof

Dat biedt veel nieuwe mogelijkheden. De Battolyser kan stroom opslaan en omzetten in waterstof op momenten dat windmolens en zonnepanelen een overschot produceren. Die goedkope stroom maakt ook de waterstof goedkoop, want elektriciteit is de belangrijkste kostenpost voor de productie van waterstof. De in de elektroden opgeslagen stroom levert de Battolyser terug op het moment dat er weer vraag naar is, wat de prijs interessant maakt.

En dat is niet alleen een extra kostenvoordeel, op deze manier draagt de Delftse elektrolyser ook bij aan het tegengaan van netcongestie. Slee: “Dat wordt naar mijn smaak te weinig belicht: elektrolysers voorzien in waterstof die we straks hard nodig hebben voor de industrie, maar die van ons heeft ook een systeemfunctie in de elektriciteitsnetwerken: we gaan netcongestie tegen. Zo beperken we de netwerkkosten.”

Waterstof tegen de laagste prijzen

Die combinatie van batterijfunctie en generator maakt de Battolyser ook veel flexibeler dan de modellen van concurrenten, stelt Slee. “Een conventionele elektrolyser schakel je niet zomaar aan of uit, dat veroorzaakt storingen of zelfs onveilige situaties. Die van ons wel. En dat is cruciaal als je tegen de laagste stroomtarieven waterstof wilt produceren. Die van ons kan als het ware cherry picken in de stroomprijzen.”

Battolyser Systems is opgericht in 2018 en is inmiddels dicht bij de marktintroductie van zijn machines. Afgelopen jaar draaide een eerste waterstofbatterij proef in de energiecentrale van RWE in Eemshaven, binnenkort wordt een grotere versie, met een vermogen van 1 megawatt, geïnstalleerd in Rotterdam.

Van plug-and-play tot waterstoffabriek

Volgend jaar moeten twee versies van de nieuwste generatie Battolyser echt de markt op. De eerste, met een vermogen van 2,5 megawatt, wordt ‘plug-and-play’ op een rek aangeboden en kunnen klanten binnenrijden op locatie, aansluiten op hun stroomnet en de installaties waarin ze waterstof gebruiken. “Dan gaat er stroom en water in, en komt er stoom, zuurstof en waterstof uit.”

De tweede is een grotere versie die komt in modules van 5 megawatt en wordt ter plaatse door Battolyser Systems en zijn partners geïnstalleerd. “In feite is het lego, waarbij je net zoveel modules kunt bijschakelen als je wilt”, schetst Slee. Inderdaad, tot en met een serieuze waterstoffabriek waarvan Nederland er over een paar jaar heel wat kan gebruiken: het Klimaatakkoord zet in op een elektrolysecapaciteit van 4 gigawatt voor 2030.

Battolyser spreekt alle energiepartijen

Wie de potentiële klanten zijn? “We spreken met alle grote energiepartijen die actief zijn in Nederland en daarbuiten. Die zien dit als een manier om de gemiddelde waterstofprijs naar beneden te halen, maar ook als manier om hernieuwbare energie in te passen in de bestaande netwerken.”

Slee geeft het voorbeeld van de windparken op de Noordzee: de investeringen daarin staan onder grote druk doordat de businesscase flink wordt aangetast door prijskannibalisatie. “Als het op de Noordzee goed waait, waait het ook bij je concurrent en brengt je stroom niks meer op. In feite kunnen ze dankzij onze elektrolyser hun elektriciteit verkopen op een andere markt: die van waterstof.”

Waterstof lastige markt in Nederland

Wat die markt betreft: spreekt Slee ook al met potentiële klanten buiten de energiesector die willen overschakelen van aardgas op waterstof? “Zeker, met industriële partijen die zelf waterstof gebruiken, al is het in Nederland een lastige markt. De afgelopen jaren regende het grote aankondigingen van klinkende namen, maar partijen vinden het nu toch lastig een investeringsbeslissing te nemen. De regulering is nog niet rond in Nederland, de infrastructuur is nog niet op orde en de financiering blijkt lastig.”

Slee ziet ‘voorzichtige’ verbetering, maar ook dat andere landen sneller gaan. “In Duitsland bijvoorbeeld, zijn elektrolysers vrijgesteld van netwerktarieven. Het is ook niet logisch om te betalen voor het opslaan en terugleveren van stroom als je daarmee de netwerkkosten juist weet te verlagen.”

Subsidie met CO2-oogkleppen

Maar in Nederland zijn ook onder het nieuwe kabinet gelukkig veel subsidieregelingen rond waterstofproductie overeind gebleven. “Die subsidie is wel te zeer gericht op CO2-reductie bij bedrijven. Die kiezen voor de goedkoopste oplossing om CO2 te besparen, maakt niet uit waar die vandaan komt. Als je de subsidie zou verdelen over de hele waardeketen in de waterstofeconomie, ontwikkel je Nederlandse technologie en houd je er een exportproduct aan over. We moeten echt oppassen dat we niet met CO2-oogkleppen op alleen maar reductie najagen en het verdienvermogen van Nederland vergeten.”

Hoe dan ook: tegen 2030 zal de industrie klaar zijn voor waterstof, schat Slee. En voor de Battolyser die hij ontwikkelt. Die tijd kan hij goed gebruiken om zijn operatie en productie op te schalen. Inmiddels werken meer dan honderd mensen bij de scale-up, met een assemblagelijn in Schiedam en een testfabriek in Rotterdam. “We zijn nog steeds uniek met ons product, de komende jaren gebruiken we om te zorgen dat de kwaliteit van onze producten en de businesscase die we leveren aan onze klanten klaar zijn voor de grote volumes.”

Dit verhaal verscheen oorspronkelijk op MT/Sprout.

Lees ook:

Deze bedrijfscateraar floreert door data en feedback: ‘Leukst als een echte vleeseter het vegetarische gerecht beter beoordeelt’

De coronajaren hebben de wereld van bedrijfscateraars flink opgeschud. Mensen werken minder vaak op kantoor en gaan bovendien flexibel om met de dagen waarop het kantoor wel wordt aangedaan. Neem daarbij de toenemende maatschappelijke bewustwording rond de noodzaak van dieet dat verschuift van dierlijk naar meer plantaardig en het wordt duidelijk dat bedrijfscateraars voor een uitdaging staan. “Ik zag dat bedrijven op zoek waren naar meer authentieke smaken en interactie met de cateraar terwijl ze tegelijkertijd behoefte hebben aan consistente kwaliteit”, zegt Tofohr, oprichter van Join Program. “Daarna kwam Covid. Die periode heeft er voor gezorgd dat de behoefte tot flexibilisering in een stroomversnelling is geraakt. Dat is het gat waar we ingesprongen zijn.” Werken vanaf een centrale keuken Join Program werkt met een centrale keuken in Diemen waar alle maaltijden grotendeels bereid worden. Zo is de kwaliteit constant en is er bovendien minder ruimte nodig voor de inrichting van bedrijfsrestaurants in kantoren waar de gerechten afgemaakt worden. Daarnaast staat interactie met de gebruiker bij Join Program centraal. Werknemers kunnen zelf via een app een week van tevoren hun lunchgerechten bestellen. Op die manier kan Join Program precies inkopen wat er gevraagd wordt. Tofohr: “Door van tevoren bestellingen op te nemen, kunnen we flexibel omgaan met de pieken en dalen waar kantoren wekelijks mee te maken hebben.” Lokaal en seizoensgebonden De gerechten van Join Program wordt bedacht door een team van ‘foodcurators’, bestaande uit koks en diëtisten. Dit team zorgt ervoor dat maaltijden vullend en gezond zijn, maar ook een beperkte milieu-impact hebben. Bijvoorbeeld door zoveel mogelijk seizoensgebonden en lokaal eten te selecteren. "Elk gerecht heeft zijn eigen verhaal dat mensen via de app kunnen teruglezen. Zo kunnen mensen achterhalen welke keuzes we met bepaalde gerechten hebben gemaakt.” Voortdurend feedback Vervolgens kunnen mensen na iedere maaltijd feedback geven, bijvoorbeeld over de smaak en de hoeveelheid. “Feedback is waar ons model op draait”, zegt Tofohr. “We kunnen niet zonder. Wekelijks, zo niet dagelijks wordt alle feedback geanalyseerd. Met die informatie gaan de foodcurators weer aan de slag voor nieuwe of verbeterde gerechten. Mensen kunnen de gerechten beoordelen met 0 tot 5 sterren. Inmiddels behalen we voor onze gerechten een gemiddelde score van 4 sterren. Die terugkoppeling zien we als bewijsvoering voor het werk wat we doen.” Ondertussen probeert Join Program mensen mee te nemen in een dieetswitch waar plantaardige eiwitten een steeds grotere rol spelen. Het bedrijf serveert nog steeds vlees en vis, zij het in beperkte mate. “Eén van de manier om mensen mee te nemen in onze filosofie is de one dish day”, zegt Tofohr. “Op zo’n dag serveren we twee varianten van hetzelfde gerecht, een vegetarisch en een vleesversie, denk aan een hotdog, hamburger of een boeuf bourguignon. Het idee is dat mensen op de werkvloer de gerechten met elkaar gaan vergelijken en dat zo’n gesprek iets losmaakt. Dan is het natuurlijk het leukst als een echte vleeseter het vegetarische gerecht uiteindelijk beter beoordeelt.” Minder voedselverspilling Naast gezond en duurzaam eten wil Join Program voedselverspilling aanpakken. “Catering is van oudsher een sector waar veel voedselverspilling plaatsvindt”, zegt Tofohr. “Dat komt onder andere doordat er grote wekelijkse schommelingen zijn, terwijl je als bedrijf wel altijd iets wilt kunnen aanbieden. Ook werken bedrijven met buffetten en moeten cateraars rekening houden met voldoende aanbod voor mensen die pas laat lunchen. Dat werkt verspilling in de hand. Wij doen dat anders. We verzamelen voortdurend data over hoeveel mensen wanneer op kantoor zijn. En door mensen een week van tevoren al hun lunch te laten bestellen voor de volgende week, weten we van tevoren hoeveel we moeten produceren.” Maar voedselverspilling tegengaan werkt van twee kanten. Ook werkgevers en werknemers hebben een rol te vervullen. Als mensen te lang wachten met het bestellen van hun lunch, kan het zo zijn dat het gewilde gerecht op is. “Uiteindelijk wil je niemand het gevoel geven dat ze hebben misgepakt”, zegt Tofohr. “Maar soms moeten we ook ‘nee’ verkopen of een alternatief aanbieden. Het eten wat aan het eind van de dag overblijft, proberen we ook weer een plek te geven. Bijvoorbeeld in onze No Waste Wonderbox. Hierin zitten overgebleven maaltijden die mensen via de app kunnen reserveren en aan het eind van de dag mogen ophalen.” Duurzaamheidsdoelstellingen “Hoe langer we met iemand samenwerken, hoe meer we tegen voedselverspilling kunnen doen”, zegt Tofohr. “We beginnen al weken van tevoren met de communicatie over het belang van de app downloaden en op tijd je eten bestellen. Daarbij hebben we locatiemanagers die ter plekke kunnen inschatten of het een drukke of rustige kantoorweek gaat worden. Optimalisatie kost tijd. Maar inmiddels laat data zien dat we op plekken waar we zes maanden actief zijn nog maar 5 tot zelfs 3 procent verspilling zien.” Volgens Tofohr wordt het voor werkgevers steeds belangrijker om werknemers een duurzame en verantwoorde lunch aan te bieden. Ook draagt een duurzaam cateringmodel bij aan de eigen ESG-doelstellingen die steeds meer bedrijven hebben. Tofohr: “Lekker eten is in de eerste plaats een middel om werknemers weer naar kantoor te krijgen. En uiteindelijk willen steeds meer mensen werken bij een bedrijf dat zijn duurzaamheidsdoelstellingen haalt. Met de lunch en het verhaal dat we erbij vertellen brengen we die twee aspecten bij elkaar." Lees ook: Lidl verkoopt nu ook duurzamer en goedkoper ‘hybride’ gehakt Plantaardig ijs is in trek, zien ze bij IJsbaart: ‘Groei zit er goed in’ Met zijn gelijknamige bier steunt Gulpener de Limburgse korenwolf Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Join Program. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.