Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 20 februari 2012, 12:02

Besparingspotentieel 60 miljoen kWh bij datacentra Amsterdam

Bij een meerderheid van Amsterdamse datacentra is een energiebesparing mogelijk van 15 tot 20 procent per jaar. De totale besparing loopt op tot 60 miljoen kWh. Een recent verschenen rapport van de Dienst Milieu en Bouwtoezicht Amsterdam (DMB) wijst dit uit.

Amsterdam1 e1329747021392

Bij 60 procent van de 35 datacentra in Amsterdam is een verbeterde energie-efficiëntie van 15 tot 20 procent op koelinstallaties haalbaar. Dit is vergelijkbaar met het elektrisch jaargebruik van ca 20.000 Nederlandse huishoudens.

Landelijk vormen datacentra de meest energie-intensieve bedrijfstak, met een gezamenlijk energieverbruik van 350 miljoen kWh per jaar. Dit staat gelijk aan ongeveer 100.000 huishoudens. De CO2-uitstoot die hiermee gepaard gaat vormt een belangrijke aanleiding voor het terugdringen van het energieverbruik in datacentra.

Besparingspotentieel

Vooral in efficiënt koelen en verwarmen zit een groot besparingspotentieel, bijvoorbeeld door aansluiting op het stadskoudenet of de toepassing van een warmte- en koudeopslag. Ook energiezuinig(er) programmeren en installatie van energiezuinige servers zijn belangrijke maatregelen.

Stand van zaken

Een aantal datacentra in Amsterdam hebben inmiddels al forse stappen gemaakt in energie-efficiëntie. The Datacenter Group heeft het efficiëntste datacenter van Nederland. Dit datacenter werkt met verschillende fiber- en transit leveranciers, zoals Tele2 en euNetworks. The Datacenter Group maakt gebruik van ‘kartonkoeling’ om de hitte van servers af te voeren. In de zijmuren is een kartonnen constructie bevestigd in plaats van het gebruik van energievretende airconditioning.

Ook Getronics loopt vooruit op gebied van energie-efficiëntie, door het gebruik van koudewielen. Een koudewiel is een langzaam draaiend rad, bestaande uit aluminium lamellen en roteert voor de helft in koele buitenlucht en voor de andere helft in warmte lucht uit de serverruimte.

Concrete maatregelen

In 2010 en 2011 namen twintig Amsterdamse datacentra deel aan het convenant MeerJaren Afspraken energie efficiëntie MJA3 van het Ministerie van EL&I. Dit heeft hen al verplicht tot een realisatie van tenminste 2 procent energiebesparing op jaarbasis.

Om dit ook in 2012 te blijven stimuleren heeft de overheid onder andere de Energie Investeringsaftrek (EIA) ingevoerd. Bedrijven die investeren in energiebesparing kunnen via de EIA de investering deels aftrekken. In totaal heeft de overheid € 151 mln hiervoor gereserveerd.

Bron: Dienst Milieu en Bouwtoezicht

Foto: psmorrison

Nederland bij grootste waterimporteurs ter wereld

Dat blijkt uit onderzoek naar ‘virtueel water’ van Arjen Hoekstra en Mesfin Mekonnen van de Universiteit Twente. Economen gebruiken de term ‘virtueel water’ voor water dat gebruikt wordt bij het maken van een product dat bestemd is voor het buitenland. Het produceren van een ton tarwe kost bijvoorbeeld gemiddeld 1.300 m3 water. Bij het verschepen van tarwe naar het buitenland ontstaat daarmee ook een virtuele stroom van water naar het buitenland. Afhankelijkheid Uit de analyse van Hoekstra en Mekonnen blijkt dat vooral droge landen het meest afhankelijk zijn van buitenlandse zoetwaterbronnen. Zo is woestijneilandje Malta voor 92 procent afhankelijk van buitenlands water. Andere afhankelijke landen zijn Koeweit (90 procent), Jordanië (86 procent) en Israël (82 procent). Grote importeurs van water in absolute zin zijn de Verenigde Staten (234 Gm3 per jaar, oftewel 234 miljard kubieke meter per jaar), Japan (127 Gm3 per jaar) en Duitsland (125 Gm3 per jaar). De VS is ook de grootste exporteur van water, met 314 Gm3 per jaar. Rijn Opmerkelijk is dat waterland Nederland een negende plaats bezet met 71 Gm3 per jaar en daarmee een grote waterimporteur is. Op basis van getallen van Rijkswaterstaat heeft DuurzaamBedrijfsleven.nl berekend dat Nederland ongeveer evenveel water importeert als er gemiddeld in een jaar door de Rijn bij Lobith stroomt. De onderzoekers van de Universiteit Twente observeren dat landen als Nederland echter niet noodgedwongen grote hoeveelheden water importeren. Er is genoeg ruimte tot het uitbreiden van de eigen landbouwproductie om zo de buitenlandse afhankelijkheid van water te verminderen. Een onverwachte waterschaarste in het buitenland kan echter tijdelijke problemen opwerpen. Watervoetafdruk De watervoetafdruk van een gemiddeld mens, oftewel het totale volume aan zoetwater dat nodig was bij de goederen en diensten die iemand heeft geconsumeerd, is 1.385 m3 per jaar. Dat varieert sterk per land. In de VS gebruikte de gemiddelde consument 2.842 m3 per jaar, in India is dat 1.071 m3 per jaar. Ondanks het feit dat Nederland een grote importeur van zoet water is, is de watervoetafdruk gemiddeld. De landbouwsector is goed voor bijna 92 procent van de jaarlijkse, globale zoetwaterconsumptie. Bron en foto: PNAS