Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 25 februari 2015, 11:22

Biobrandstof kan veel goedkoper

Wetenschappers aan de University of California hebben een goedkopere methode ontwikkeld voor de productie van biobrandstof.

Chemie e1424858358753

De nieuwe voorbehandeling heet CELF (Co-solvent Enhanced Lignocellulosic Fractionation). CELF verhoogt het percentage suikers dat de omzetting van biomassa oplevert, met 10 procent. Daarnaast is in dit proces 90 procent minder enzym nodig. Die enzymen zetten onverteerbare plantenresten om in suikers.

Het gaat om een nieuwe voorbehandeling van lignocellulose. Dit type biomassa is in overvloed aanwezig, en is duurzaam en goedkoop. Het afvalmateriaal komt uit de landbouw en bosbouw. Lignine is een van de hoofdbestanddelen, maar belemmert de snelle omzetting in bio-ethanol. Daarvoor zijn enzymen nodig. Onder meer het Nederlandse onderzoekscentrum TNO experimenteert met verschillende cocktails. De nieuwe voorbehandeling isoleert de lignine, waardoor veel minder enzym nodig is.

 

Goedkope biobrandstof

 

Ezymen zijn erg duur. De fabricage van 3,8 liter bio-ethanol kost $ 1 aan enzym. De nieuwe methode brengt de productiekosten terug tot $0,1 per 3,8 liter ethanol. De onderzoekers zeggen dat de productie van biobrandstof hiermee 30 procent goedkoper wordt.

“De nieuwe methode heeft de potentie om van biobrandstoffen een duurzaam en economisch alternatief te maken voor op aardolie gebaseerde brandstoffen”, zegt leider van de onderzoeksgroep Charles Wyman op de website van de University of California.

 

Lignine

 

De nieuwe methode isoleert tot 90 procent lignine uit biomassa. En dit restmateriaal uit de biobrandstofindustrie is geen afval, maar is op zijn beurt ook geld waard. Lignine staat erg in de belangstelling bij bedrijven en overheden. Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat het gebruikt kan worden in de chemische industrie voor de productie van aromaten.

Dit maakt het CELF-proces dubbel interessant.

Bronnen: Biofueldaily, University of California Riverside, Wikipedia | Foto: zhouxuan12345678 via Flickr, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)

Eerste klimaatpositieve datacentrum komt in Zweden

Het centrum is het resultaat van intensieve samenwerking tussen de start-up EcoDC en de lokale energiemaatschappij. Het EcoDataCenter draait geheel op hernieuwbare energie, inclusief biomassa. Het centrum komt in de Zweedse stad Falun, op 200 kilometer van de hoofdstad Stockholm. Het bedrijf heeft naar eigen zeggen het eerste datacentrum ter wereld ontworpen dat klimaatpositief is. De uitstoot van het centrum is lager dan de uitstoot die het voorkomt.WarmteleveringDat komt door het innovatieve verwarmingssysteem van Falun. Het EcoDataCentre ligt naast een warmtekrachtcentrale die geheel draait op biomassa. De biomassa bestaat uit houtafval uit de lokale houtindustrie.Het datacentrum gebruikt de stoom van de centrale voor de opwek van elektriciteit om de serverruimtes te koelen. Via het warmtenet van de stad brengt het centrum zijn overtollige warmte naar de woningen en kantoren. Netto levert dit voor beide partijen een CO2-reductie op.Het datacentrum van 18 megawatt profiteert bovendien een groot deel van het jaar van het koele klimaat. Van oktober tot en met april koelt het centrum de serverruimten met de buitenlucht.Lagere kostenIn tegenstelling tot de koeling, komt de stroom voor de servers en kantoren van de elektriciteitscentrale van Falun, die stroom levert uit zon, wind en waterkracht.Het centrum heeft een PUE-efficiëntie van 1,15. De gebouwen en kantoren hebben inmiddels een LEED Platinum certificering ontvangen. Daardoor zijn de operationele kosten en de kosten voor de klant veel lager. De bouw van het groene datacentrum begint volgend jaar en gaat waarschijnlijk drie jaar duren.Bron: EcoDataCenter, Datacentre Knowledge, Techweek Europe | Foto: EcoDC, YouTube screenshot