Jeroen de Boer
08 april 2026, 10:48

ChatGPT snapt niet hoe krachtig deze duurzame batterij uit Eindhoven is: 'AI-antwoorden stappen over innovatie heen'

Jan-Willem Linsen ontwikkelde met de Eindhovense energiespecialist TSS4U een thuisbatterij op basis van loodgeltechnologie. Effectief, veilig en circulair. ‘Duurzaamheid betekent dat je geen nieuwe milieuproblemen creëert als je huidige problemen oplost’, zegt de changemaker van de week.

Jan-Willem Linsen van thuisbatterij Qurmit Jan-Willem Linsen: 'Onze loodgelaccu's zijn zo veilig dat ze zelfs zonder restricties per vliegtuig mogen worden vervoerd.' | Credits: TSS4U/bewerking Change Inc.

‘Het is heel lastig om de Chinezen te verslaan met batterijtechnologie op basis van lithium. Dus toen we gingen nadenken over een thuisbatterij, was een belangrijke vraag: hoe onderscheiden we ons van de concurrentie? En belangrijker nog: wat zouden we zélf in huis willen hebben?’

Met die vragen in het achterhoofd begon Jan-Willem Linsen, oprichter en director operations van energiespecialist TSS4U, eind 2022 aan de ontwikkeling van batterijen voor de consumentenmarkt en het mkb.

Ruim drie jaar later is de interesse in batterijopslag groter dan ooit. De afschaffing van de salderingsregeling en problemen met netcongestie maken het noodzakelijk om slimmer gebruik te maken van de (eigen) opwek van hernieuwbare energie. Batterijen worden steeds belangrijker voor de afstemming van het aanbod en gebruik van duurzame energie.

Linsen ontwikkelde de Qurmit-thuisbatterij op basis van een geavanceerde versie van de loodgeltechnologie. Daarbij kon hij teruggrijpen op de ervaring van TSS4U als leverancier van industriële off-grid solarsystemen, inclusief batterijopslag. Die worden ingezet op olie- en gasplatforms op zee en in woestijnomgevingen.

TSS4U is voortgekomen uit het voormalige Shell Solar in Helmond. Hoe was je daarbij betrokken?

‘In 1997 ben ik aan de slag gegaan als projectengineer bij Shell Solar. Daar werkte ik bij een kleine, gespecialiseerde tak binnen Shell die off-grid systemen met zonnepanelen maakte voor de olie- en gasindustrie. Toen Shell in 2003 besloot de fabriek in Helmond te sluiten, heb ik samen met collega’s TSS4U opgericht om deze specifieke expertise voort te zetten.

Shell had indrukwekkende ideeën en was op veel punten zijn tijd ver vooruit, maar slaagde er commercieel niet in om dit goed uit te baten.’

TSS4U heeft jarenlang zonne-installaties met batterijen ontwikkeld voor gebruik onder extreme omstandigheden. Hoe heeft dat de achterliggende technologie beïnvloed?

‘Onze systemen moeten functioneren in woestijnen met temperaturen van 55 graden Celsius, waarbij het in de behuizing wel 75 graden kan worden. Maar ze moeten het ook doen bij lage temperaturen. De meeste standaardbatterijen geven het dan allang op.

Wij gebruiken accu’s die geschikt zijn om regelmatig diep te laden en ontladen (van bijna helemaal vol naar bijna helemaal leeg en andersom, red.), met geavanceerde laadregelaars. De technologie is ontworpen voor maximale betrouwbaarheid en een extreem lange levensduur. De eerste projecten die ik 29 jaar geleden opleverde met deze accutechnologie zijn nog steeds operationeel.’

In 2022 is TSS4U begonnen met de ontwikkeling van thuisbatterijen en batterijen voor het mkb. Waarom hebben jullie dat gedaan?

‘Onze leverancier VDL vroeg ons samen een thuisbatterij te ontwikkelen op basis van Europese componenten, zonder Chinese software of hardware. Daarbij speelde ook veiligheid een cruciale rol. We wilden een alternatief bieden voor lithiumbatterijen. Daar heb ik grote vraagtekens bij wat betreft de brandveiligheid en de enorme afvalberg die ze veroorzaken. Als alternatief hebben we de Qurmit ontwikkeld, die volledig in Nederland en Duitsland wordt geproduceerd.

We werken met dezelfde loodgeltechnologie die in off-grid solarsystemen wordt gebruikt. In tegenstelling tot in klassieke ‘natte’ loodaccu’s is het zuur vastgezet in een gel, waardoor de accu volledig onderhoudsvrij en brandveilig is. Er is geen risico op zogenoemde thermal runaway: het proces dat het zo lastig maakt om branden bij lithiumbatterijen te blussen. Onze loodgelaccu’s zijn zo veilig dat ze zelfs zonder restricties per vliegtuig mogen worden vervoerd.’

Waarom is het voor jullie belangrijk dat de Qurmit-batterij in Nederland en Duitsland wordt geproduceerd?

‘Europa wil minder afhankelijk worden van de ‘boze buitenwereld’ voor kritieke infrastructuur. Daarom werken we bewust met regionale partners in de Brainport-regio. VDL maakt de behuizing, Victron Energy levert de omvormers en Mansveld stelt de besturing samen. Daarmee garanderen we niet alleen een hoge kwaliteit en korte logistieke lijnen, maar zorgen we ook voor een betere cybersecurity dankzij Nederlandse software.

Lithium heeft bovendien een enorme impact op mens en milieu in Afrikaanse landen en in Chili. Bovendien is het effectief recyclen van lithium vaak nog te duur. Lithiumbatterijen blinken vooral uit in mobiele toepassingen als auto’s en telefoons, maar voor stationaire opslag is loodgel superieur vanwege de volledige recyclebaarheid en het ontbreken van brandrisico’s.’

Hoe zit het met de mogelijkheden voor recycling?

‘De Qurmit is voor 95 tot 100 procent recyclebaar aan het einde van de levensduur. De accu bestaat zelf al voor 55 procent uit gerecycled lood. In die industrie is de recyclingketen al decennia uitstekend op orde, in tegenstelling tot in de lithiumketen.

Voor ons betekent duurzaamheid dat je geen nieuwe milieuproblemen creëert als dat je huidige problemen probeert op te lossen.’

Kom je nog veel misverstanden tegen over de loodgeltechnologie?

‘We worden soms gehinderd door AI-tools als ChatGPT. Als mensen aan zo’n taalmodel vragen stellen over loodgelaccu’s krijgen ze regelmatig de indruk dat het om verouderde technologie gaat, met een lage efficiëntie en een korte levensduur.

ChatGPT komt met algemene omschrijvingen en pikt specifieke innovaties niet goed op. Daar stappen AI-antwoorden overheen. Er is bijvoorbeeld een enorm verschil tussen een eenvoudige startaccu voor een auto en onze industrieel ontwikkelde accu’s. We leveren prestaties die vergelijkbaar zijn met lithium, maar zonder de veiligheidsrisico’s.’

Een verschil is wel dat loodgelbatterijen meer ruimte innemen en zwaarder zijn. Wat betekent dat voor de potentiële afzetmarkt?

‘Voor stationaire opslag zijn gewicht en volume meestal geen probleem: je zet de batterij neer en hij hoeft niet meer te bewegen.

Wij richten ons op consumenten met een relatief groot energieverbruik: onze kleinste unit heeft een capaciteit van 17 kilowattuur. Dan heb je het meestal niet over rijtjeshuizen. Maar als er binnen beperkingen zijn, kan de batterij ook gewoon buiten staan.

Aan de andere kant van het spectrum is er de Qurmit XL voor het mkb, met een capaciteit tot 800 kilowattuur. Die is bij uitstek geschikt voor bedrijven in stedelijke gebieden die kampen met netcongestie, maar geen ruimte hebben voor lithiumcontainers.

De Qurmit XL voor bedrijfstoepassingen. Credit foto: TSS4U / Qurmit.

Er gelden bijvoorbeeld strenge brandveiligheidseisen over de afstand van lithiumbatterijen tot gevels. Voor de verzekerbaarheid is dat ook van belang. De Qurmit kent op dit vlak geen beperkingen en kan bij wijze van spreken gewoon in een bezemkast.’

Met welke partijen in de batterijsector wil je graag samenwerken?

‘We zoeken actief de samenwerking op met organisaties die zich bezighouden met de energietransitie en netcongestie, zoals TKI Urban Energy, Energy Storage NL en Connectr. Ook zijn we aangesloten bij de Nederlandse Vereniging Circulaire Economie en het Brainport Partnerfonds, en werken we samen met andere innovatieve bedrijven onder de vlag van Nederland Innoveert.

We zouden ook graag meer in contact treden met overheidsinstanties. Onze oplossing sluit naadloos aan bij de energie-infrastructuur van de toekomst. Die moet gebouwd zijn op veiligheid, duurzaamheid en circulariteit. Anderzijds wil de overheid niet de indruk wekken dat ze één specifiek bedrijf promoten vanwege hun unieke oplossing.’

Lees ook:

In de zorg wordt afval vaak verbrand, maar nieuwe technieken voor ontwerp en recycling brengen daar verandering in

De zorg is verantwoordelijk voor 7 procent van alle CO2-uitstoot in Nederland en gebruikt 13 procent van alle grondstoffen. Veel van dat materiaal bestaat uit single-use plastics: verpakkingsmateriaal voor medische instrumenten dat in de afvalbak verdwijnt. Maar ook OK-jassen, infuuszakken, incontinentiemateriaal en spuiten vormen een groot deel van het afval in de zorg.Toch moet daar op korte termijn verandering in komen. Steeds meer ziekenhuizen en zorginstellingen committeren zich aan duurzaamheidsdoelstellingen rond vermindering, hergebruik en recycling van materialen. Om die ambities meetbaar en transparant te maken wordt het behalen van certificeringen steeds meer de standaard. Deze keurmerken dagen instellingen uit om aan te tonen dat verduurzaming niet bij plannen blijft, maar ook echt verankerd is in de dagelijkse praktijk. Verbranden of recyclen ‘Afvalvermindering en recycling in de zorgsector is per definitie complex’, legt Arthur Haag, sectormanager cure, care & education bij recycler PreZero, uit. ‘Medisch afval krijgt namelijk een speciale status. Het wordt om infectiegevaar te voorkomen in grote vaten ingezameld en verbrand door specialistische verwerkers.’[caption id="attachment_176912" align="alignright" width="300"] Arthur Haag, sectormanager cure, care & education bij PreZero. | Credits: PreZero[/caption]Het grootste probleem is dat vaak niet zeker is of afval potentieel gevaarlijk of infectieus is, zegt Haag. ‘In een berg afval kan altijd een naald met bloed zitten. Daar moet je secuur mee omgaan. Maar die voorzichtigheid zorgt er ook voor dat goed recyclebaar materiaal onterecht wordt verbrand. Door kritischer te kijken naar welk afval in de vaten belandt, kan er meer gerecycled worden.’Recycling in de zorgsector is ook een menselijk vraagstuk, weet Focco Ottens. Als zero waste-adviseur van PreZero begeleidt hij zorginstellingen in hun circulaire ambities. ‘Elke doelgroep vraagt om een andere benadering. Je kunt wel bronscheiding introduceren, maar het moet ook uitvoerbaar zijn door de mensen op locatie. Ook op zorgboerderijen en op afdelingen voor mensen met dementie.’ Druk van verzekeraars Ondanks de complexiteit is de druk voor de zorgsector om te verduurzamen groter dan ooit. Met een handtekening onder de Green Deal Duurzame Zorg 3.0 schaart de sector zich achter serieuze duurzaamheidsdoelstellingen die de CO2-impact (55 procent reductie in 2030) en het materiaalverbruik (maximaal 25 procent ongesorteerd restafval in 2030) aan banden legt.Daarnaast ervaart de zorgsector druk om te vergroenen van zorgverzekeraars, legt Haag uit. ‘Steeds meer zorgverzekeraars willen alleen nog maar zakendoen met zorginstellingen als ze zich in aanloop naar 2030 duurzaam kunnen certificeren. Doe je dat niet, dan gelden andere spelregels en vergoedingen.’Specifiek op het gebied van afvalverwerking stelt de sector zich ten doel om in 2030 nog maar 25 procent restafval te produceren. De rest moet gerecycled worden. Nu is de situatie in de ziekenhuizen omgekeerd: 20 tot 25 procent wordt gerecycled, de rest komt bij het restafval.Het is niet alleen vanuit duurzaamheidsoogpunt belangrijk dat zorginstellingen deze doelstelling halen, zegt Haag. ‘Door de CO2-heffing kost het verwerken van restafval steeds meer. Nu liggen die prijzen rond de 160 euro per ton, straks wordt dat misschien wel 300 euro of meer.’ Bronscheiding is het halve werk De 2030-doelstelling voor het verminderen van restafval is zeer ambitieus, zegt Ottens. ‘Op basis van wat er nu kan is een recyclingpercentage van 50 tot 60 procent haalbaar.’[caption id="attachment_176913" align="alignright" width="300"] Focco Ottens, zero waste-adviseur van PreZero. | Credits: PreZero[/caption]Volgens hem is de grootste winst te behalen bij het introduceren van bronscheiding. Niet alleen papier en glas, maar veel meer stromen kunnen apart ingezameld en verwerkt worden, zoals plastics en etensresten. Ottens loopt dagelijks mee bij zorginstellingen om er onder andere voor te zorgen dat afval op de juiste manier gescheiden wordt. Dat gaat van gesprekken met degene die de koffieapparaten beheert tot praatjes met schoonmakers en zorgpersoneel.Ottens: ‘Onlangs hebben we op een zorgboerderij bronscheiding geïntroduceerd. Dat vraagt een hoop persoonlijke aandacht, we zijn echt een aantal keer langsgeweest om persoonlijke uitleg te geven en vragen te beantwoorden. Uiteindelijk leidde dit op de testlocatie tot 30 procent minder restafval. Een geweldig resultaat, waardoor besloten is bronscheiding ook bij de andere 200 zorglocaties van de betreffende zorgaanbieder uit te rollen.’ Net even anders ontwerpen Een goed bronscheidingssysteem is dus het halve werk. Daarnaast zijn innovaties nodig, bijvoorbeeld in productontwerp en materiaalgebruik. Een voorbeeld zijn de OK-jassen die tijdens een operatie gebruikt worden, zegt Haag. ‘OK-jassen bestaan voor ruim 90 procent uit polypropyleen, een materiaal dat prima te recyclen is. Maar doordat er ook elastiek en polyester bij de mouwen zit gaat de jas bij het restafval.’En in de wereld van de circulaire economie geldt: hoe zuiverder de ingezamelde stroom, hoe beter het materiaal zich leent voor recycling. Daarom is het belangrijk dat buiten de muren van het ziekenhuis ook gesprekken gevoerd worden met producenten en leveranciers van medisch materiaal. Haag: ‘Inmiddels heeft een producent van OK-jassen gezegd de jas ook volledig van polypropyleen te kunnen maken. Dat zijn ontwikkelingen die recycling flink vooruit kunnen helpen.’Zo zijn er in het ziekenhuis veel meer kansen om medische producten die nu nog uit meerdere materialen bestaan, te herontwerpen naar producten bestaande uit één materiaal: van verpakkingsmateriaal tot infuuszakken. Nieuwe recycletechnieken Momenteel verkent PreZero zelfs of spuiten gerecycled kunnen worden. ‘Recyclers vinden spuiten spannend’, zegt Haag. ‘Je wilt natuurlijk niet dat iemand zich prikt aan een verdwaalde naald. Maar spuiten zijn heel mooie producten die vaak onschuldig gebruik kennen, zoals voor sondevoeding. Met een academisch ziekenhuis zijn we nu een pilot gestart om dit type spuiten te recyclen.’Een andere gigantische afvalstroom waar veel winst te behalen is, is incontinentiemateriaal. Jaarlijks belandt 300.000 ton aan incontinentiemateriaal in de verbrandingsoven, weet Haag. ‘Bij de gemiddelde zorginstelling vormten incontinentiemateriaal tot wel 30 procent van de totale afvalhoop. Ook voor deze stroom kijken we naar oplossingen om het materiaal te kunnen verwerken in nieuwe producten. Stel je eens voor dat we daar een mooie techniek voor kunnen bedenken. Daar zouden ziekenhuizen en zorginstellingen enorm veel baat bij hebben op hun weg naar zero waste.’ Logistieke uitdagingen Kansen voor verbeteringen zijn er dus volop. Maar uitdagingen zijn er ook, bijvoorbeeld op logistiek vlak. Vroeger zamelde je als ziekenhuis alleen papier en restafval in, zegt Ottens. Tegenwoordig kunnen er meer dan vijftig verschillende afvalstromen ontstaan als een ziekenhuis serieus werk maakt van afvalscheiding. ‘Dat brengt logistieke uitdagingen met zich mee en vraagt bovendien om extra handelingen binnen het ziekenhuis.’Daarnaast zijn veel grote gemeenten gestopt met bronscheiding. Haag: ‘Als wij scheidingsunits plaatsen, krijgen we geregeld de vraag wat voor zin dit heeft als het uiteindelijk toch weer bij elkaar komt. Dan moeten we blijven uitleggen dat de ingezamelde stromen wel degelijk gerecycled worden. Geregeld nodigen we klanten uit om te komen kijken naar onze sorteerinstallatie in Zwolle. Door het proces te zien wordt duidelijk dat scheiden daadwerkelijk impact maakt.’ Circulariteit als strategisch speerpunt Welk advies geven Ottens en Haag aan zorginstellingen die serieus werk willen maken van hun circulaire doelstellingen? Ottens: ‘Zorg dat er iemand verantwoordelijk is. Stel iemand aan die dit oppakt of werk samen met een zero waste-adviseur. In de praktijk zien we dat er vaak goede plannen en ideeën zijn, maar dat de dagelijkse drukte ervoor zorgt dat implementatie wordt uitgesteld.’‘Ons advies aan zorginstellingen is ook om stappen te zetten richting certificering. Zo werk je concreet aan het waarmaken van je duurzame ambities. Wij ondersteunen organisaties daar graag bij; van het inrichten van hun afvalbeheer tot het aanleveren van de benodigde bewijslast. Natuurlijk vraagt dat ook om duidelijke sturing vanuit de directie of Raad van Bestuur. Zij moeten uitspreken dat circulariteit een strategisch speerpunt is en dat actief ondersteunen.’Haag sluit zich bij Ottens aan. De focus op de menselijke factor is cruciaal, zegt hij. ‘Neem iedereen in de organisatie mee, van de directie tot en met de schoonmaak. Zorg voor een duidelijke uitleg over het doel, de werkwijze en het belang. En probeer mensen te enthousiasmeren. Als dat lukt, is er nu al veel mogelijk. En in de toekomst nog veel meer.’Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner PreZero Nederland. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.