Sabine Sluijters 25 juni 2021, 17:23

Data is het nieuwe goud in de energiewereld

Hoe meer bedrijven verduurzamen, hoe meer ze zelf hun duurzame energie opwekken, opslaan en afnemen. Dat levert complexe energiesystemen op die stabiel, betaalbaar en betrouwbaar moeten zijn. Actuele en gedetailleerde data over de energiestromen zijn dan ook cruciaal voor het ontwerpen en draaiende houden van energiesystemen van de toekomst. Anexo levert die data. En in een energiewereld waarin data cruciaal is, zit het bedrijf in het hart van waar het gebeurt.

Emile croin 2

Een echte Rotterdamse jongen, zo typeert Emile Croin zichzelf. Met een hart voor de energietransitie die volgens hem ‘pragmatisch’ en ‘door middel van goede samenwerking’ doorgezet moet worden. De 46-jarige bedrijfskundige staat sinds 2019 aan het roer van Anexo, een van de dochterondernemingen van netwerkbedrijf Juva. Met een duidelijke visie op de energietoekomst loodst hij het bedrijf sindsdien een nieuwe wereld in. “Op dit moment is de energieproductie nog voornamelijk centraal, vanuit grote elektriciteitscentrales. De informatie die daarbij hoort is relatief eenvoudig: je verbruikt energie, en daar moet je voor betalen. Maar dat wordt nu al snel anders.”

Slimmer met energie omgaan

Naarmate we meer energie decentraal opwekken, met hernieuwbare bronnen die nu eens veel en dan weer weinig stroom leveren, zal  energie-opwek en -verbuik gebalanceerd moeten worden. Bovendien zullen we minder energie moeten verbruiken en het net minder met pieken moeten belasten.

Dat kan door beter met energie om te gaan en door verbruikers van energie op een slimme manier met elkaar en met het elektriciteitsnet te verbinden. “Nu zet je de vaatwasser aan als hij vol zit maar in de toekomst zal het apparaat zelf bepalen wanneer hij gaat draaien”, zegt Croin. “Elektrische auto’s zullen helpen bij het balanceren van vraag en aanbod door op te laden als er een voldoende stroom is. Doordat je agenda is gesynchroniseerd met je auto zal hij altijd voldoende energie hebben om je te brengen waar je moet zijn. Maar daarvoor is wel snelle en betrouwbare realtime-energiedata nodig.”

Nadenken over huidig en toekomstig energieverbruik

Het zelfde geldt voor bedrijven. “Een groot bedrijf zoals KPN begrijpt dat. Zij willen niet alleen de duurzaamste telecomprovider zijn maar zien ook een belangrijke nieuwe rol voor zichzelf als verbinder van elementen in slimme energiesystemen. En ook het MKB moet verduurzamen, of ze nou willen of niet. We merken dat ze daar soms hulp bij nodig hebben, die we graag bieden.”

Slim omgaan met energie heeft impact op de keuzes die ze maken. “Als ze bijvoorbeeld kiezen voor nieuwbouw zullen ze moeten nadenken over hun toekomstig energieverbruik en het systeem dat daarvoor nodig is. Hoe ga je verwarmen of koelen? Ga je dieselvrachtwagens vervangen door elektrische of trucks op waterstof. Dan heb je mogelijk snelladers nodig, of een waterstofvulpunt. Er zal netverzwaring moeten komen, laadpunten, zonnepanelen.”

Anexo biedt inzicht in energiestromen van bedrijven en biedt oplossingen om hun energiesysteem duurzaam, toekomstbestendig, stabiel en betrouwbaar te maken. “Dat kan  inzicht en sturing zijn op basis van meetdata, maar het kunnen ook technische oplossingen voor een duurzame procesvoering en slim onderhoud zijn.”

Alles is energie

Door actief mee te denken met de uitdagingen die de transitie met zich meebrengt voor klanten wil Croin met Anexo bijdragen aan de energietransitie en een betere wereld. Bovendien wil hij uitdrukking geven aan zijn persoonlijke drijfveer. “Ik lees veel en ik denk veel na over de transitie waar de wereld voor staat. Energie heeft mij altijd geïntrigeerd, bijna vanuit het spirituele: alles is energie en energie gaat nooit verloren. En de energiemarkt, daar gaat veel gebeuren.”

Daarbij is duurzaamheid een rode draad. Tijdens zijn studie milieukunde in Delft kwam Croin in aanraking met het cradle-to-cradle gedachtengoed. “Michael Braungart en William McDonough lieten zien dat het bedrijfskundig dom is wat we doen omdat we waarde vernietigen. Commercie en duurzaamheid liggen heel dicht bij elkaar. Sindsdien weet ik dat ik iets wil bijdragen aan een betere wereld. Ik wil de energietransitie verder helpen.”

Het grotere verhaal

Voordat Croin 2,5 jaar geleden voor Anexo koos was hij Market Segment Leader Environment bij Synlab Analytics & services dat zich specialiseert in milieu- en bodemonderzoek. “Ik ben als mavoklantje begonnen op de werkvloer en heb mij langs alle lagen van het bedrijf omhoog gewerkt. Dat is een moeizame weg geweest, maar heel waardevol. Ik zal nooit vergeten hoe ik mij op de verschillende niveaus voelde en vanuit welk perspectief ik toen tegen de zaken aankeek. Uiteindelijk heb ik gaandeweg milieukunde, kwaliteitsmanagement en aan de Erasmus Universiteit bedrijfskunde gestudeerd. In al deze opleidingen was de rode draad duurzaamheid en de transitie naar een betere wereld.”

Hoewel hij dankbaar was voor de mogelijkheden die hij kreeg om zich te ontwikkelen, werd het na meer dan tien jaar bij Synlab Analytics & services tijd voor een nieuwe uitdaging in een andere context. “Wat me tegen ging staan was de grote omvang van de organisatie waardoor er steeds minder connectie was met de werkvloer. En er was een zwaardere focus op winstgevendheid dan op de intrinsieke waarde voor de maatschappij. Op een gegeven moment zat ik in Londen in de boardroom en vroeg me af wat ik daar aan het doen was. Dit was niet waarvoor ik wakker werd elke dag.”

Op de vloer gebeurt het

Bij Anexo moest Croin eerst aan de slag met de interne organisatie. Het commerciële bedrijf was net afgesplitst van het netwerkbedrijf. “En een netwerkbedrijf is geen commercieel georiënteerd bedrijf. Die weten veel van de techniek maar minder van commerciële klantproposities en hoe dit om te zetten in een goed verdienmodel.” Croin kwam dus op een goed moment. “Ik zag dat de organisatie nog niet goed stond, dus ik ben helemaal teruggegaan naar de werkvloer en we zijn met elkaar gaan bouwen aan een klantgerichte organisatie.”

Daarbij maakte hij dankbaar gebruik van zijn eigen 25 jaar ervaring. “Ik weet dat het op de vloer gebeurt. Toen ik zelf net begon met werken vond ik overal wat van. De leiding die snapte er niks van dacht ik. Ik heb altijd tegen mezelf gezegd: onthoud dat gevoel goed, word niet arrogant en denk niet dat je het allemaal weet. De mensen die het doen weten hoe het moet. Dat zijn vakmensen. En het is de taak van het management om te zorgen dat problemen waar zij tegenaan lopen, zoals verkeerde planning, spullen, onderlinge wrijving, opgelost worden.”

Geen onbekende “baas” zijn

Als eerste dook hij dan ook de operatie in. “Ik ben naar het magazijn gegaan en heb een helm, schoenen en Anexo-shirtjes gehaald. Dat vonden sommige collega’s grappig. Ik ben gaan kijken wat er speelde, om te leren, en besprak met ze waar ze tegenaan liepen. Daardoor kreeg ik een goed beeld waar het knelde in de praktijk. Met 70 man is persoonlijk contact houden nog te doen. Maar als we zo doorgroeien en het worden er 170 dan wordt dat wel meer een uitdaging. Maar hoe groot we ook worden, ik zal altijd de werkvloer blijven opzoeken en hopelijk zij mij ook.”

Door veel op de werkvloer aanwezig te zijn lukt het Croin om zijn medewerkers mee te nemen in de missie van het bedrijf. “Ik wil het graag persoonlijk houden. Ik wil geen onbekende baas zijn. Ik word er gelukkig van als ik de namen ken van de mensen en een praatje kan maken met ze. Ik vraag mijn mensen dan of ze zich bewust zijn dat we met iets belangrijks bezig zijn. En dan ontstaan er leuke gesprekken. Dan ontstaat er een geloof, een cultuur. Daarnaast is het belangrijk zoveel mogelijk samen richting te bepalen”

“Natuurlijk zijn er ook een aantal collega’s die daar minder mee hebben”, relativeert Croin. “Maar goed leiderschap is in mijn ogen: ervoor zorgen dat helder is waar de organisatie voor staat, waar het naartoe gaat, iedereen daarin meenemen en zorgen dat er geen belemmeringen zijn om dat pad te bewandelen.”

Hollands glorie: Nederlands ‘vegavlees’ stapt in de wereldmarkt

Impact. Daar gaat het om als je vraagt waarom kleine producenten van vegetarische vleesvervangers hun bedrijf in de etalage zetten en verkopen aan een multinational. Bedrijven die over de hele wereld actief zijn, waarvan de producten wereldwijd, van Sao Paulo tot aan Melbourne, in de schappen liggen, kunnen ook de - vaak internationaal onbekende - merken beter aan de man brengen.Hoe meer mensen het vegetarische vlees zien, hoe meer ze het kopen en hoe vaker een dag zonder vlees realiteit wordt. En dat draagt weer bij aan het behalen van de wereldwijde klimaatdoelstellingen.Strijdvaardig van binnenuitEr is ook een schaduwzijde aan een overname door een multinational. Er gaan stemmen op dat de Vegetarische Slager die in 2018 door Unilever is overgenomen, haar ziel te grabbel heeft gegooid. En dat Vivera, die voor 431 miljoen euro is verkregen door de Braziliaanse vleesverwerker JBS, de controle over haar duurzame doelen kan verliezen omdat ze nu onder de vleugels van grootkapitaal schuilt.Vivera kreeg vooral kritiek omdat het een overname was door een multinationale vleesverwerker, en die is nou juist het onderdeel van het grote probleem dat vleesvervangers moeten oplossen. Directeur Willem van Weede, die na de overname aanblijft als directielid van Vivera, snapt de kritiek wel. “We hebben zelf ook goed nagedacht voor we akkoord gingen met de overname”, vertelt hij vanuit zijn auto. “Maar we geloven dat JBS vleesvervangers heel belangrijk vindt, dat ze zich sterk willen inzetten om dit onderdeel van hun bedrijf groter te maken.”Van Weede zegt dat je kritiek kunt hebben op de snelheid waarmee het grote bedrijf dat doet, maar ze hebben tenminste een concreet doel. En Vivera past in dat doel. “Sterker, het feit dat ze in ons investeren laat zien dat ze geld en moeite willen stoppen in het uitbreiden van hun markt voor vleesvervangers. Wij gaan JBS helpen van binnenuit te veranderen.”Groeikans buiten de grenzenSamen met de aandeelhouders koos Van Weede ervoor een koper te zoeken voor Vivera. Daarbij speelden twee dingen mee. “Ten eerste wil je een goede prijs zodat de investeerders wat verdienen. Daarnaast was het voor het management belangrijk dat door de overname impact kan worden gemaakt.” JBS bracht een kans om te groeien, want de grenzen van de Europese markt kwamen in zicht. “Vivera had altijd al een meerjarenplan om te groeien, en een overname door JBS past daar in. Ze hebben een aanwezigheid die wij missen in Azië, het Midden-Oosten en Amerika. Door onze producten ook daar op de markt te brengen, verlaag je voor veel meer mensen de drempel om over te stappen naar plantaardig. En dat is uiteindelijk ons doel.”De kracht van een sterk merkVivera was niet de eerste grote vleesvervangerproducent die de stap naar het buitenland zet. De Vegetarische Slager, grootgemaakt door Jaap Korteweg, kwam in 2018 in handen van het Nederlands-Britse (of Brits-Nederlandse) Unilever. Sindsdien vind je de hamburger van Korteweg bij de Burger King in Europa, bij de Smullers in Nederland, en liggen de producten in heel veel meer landen in de supermarkten. In die zin is de impact van de Vegetarische Slager als merk groter geworden.Ondertussen draagt de aankoop ook bij aan een duurzamer imago van Unilever. Al noemt Unilever deze stap geen greenwashing: het is ook zakelijk een weloverwogen keuze. Binnen vijf tot zeven jaar wil Unilever voor een miljard euro aan vlees- en zuivelvervangers verkopen. Dat lukt alleen door merken over te nemen die al goede producten op de markt hebben gezet en ook nog een goede naam hebben. Niet voor niets zien we de reclames van de Vegetarische Slager de laatste tijd overal op straat.Inzet op de toekomstJBS heeft soortgelijke plannen. Het bedrijf ziet de trend dat vleesvervangers een groter marktaandeel veroveren en wil daar een graantje van meepikken. De aankoop van Vivera maakt het bedrijf bovendien toekomstbestendiger. In een duurzamere wereld is minder vleesconsumptie praktisch onvermijdelijk, en door nu in te zetten op alternatieven heeft het bedrijf ook in de toekomst nog een groeiende bedrijfstak in handen.Voor Vivera zelf verandert er ondertussen weinig op de korte termijn. “De directie blijft aan, en van dag tot dag zullen onze producten op dezelfde plek geproduceerd worden. Maar onze lange termijnplannen zijn totaal anders. We waren al ambitieus, maar die ambities kunnen nu nog groter worden.”Nederland koploperHet is opmerkelijk te noemen dat de twee prominente, onafhankelijke vegetarische merken uit Nederland de afgelopen jaren door multinationals werden opgekocht die nog geen grote naam hebben opgebouwd in de vegawereld. Zo verrassend is dat niet, denkt Van Weede. “Nederland loopt al decennia voorop in kennis en ontwikkeling van voeding. Universiteiten, onderzoeksinstituten en ondernemers zitten in de voorhoede op dit gebied. Dat is een fijn klimaat om een nieuw voedselproduct in de markt te zetten, dat zie je aan De Vegetarische Slager en Vivera.”Dat deze bedrijven uiteindelijk internationaal gaan, is volgens de ondernemer onvermijdelijk. “Vergelijk het met voetbal: een topvoetballer kan in de eredivisie zijn vaardigheden ontwikkelen, maar uiteindelijk wordt het speelveld te klein en gaat hij naar grotere clubs. Zo gaat het ook met food-bedrijven.” Dat betekent niet dat we in ons land bang hoeven te zijn voor banenverlies, want de innovatie blijft voorlopig op dezelfde plek - in ieder geval bij Vivera.De overnames van de vleesvervangerproducenten zijn daarmee een goede afspiegeling van het Nederlands bedrijfsleven: ondernemers die dankzij de slimme uitwerkingen van hun innovatieve idee succes kregen, en vervolgens via een groter bedrijf de internationale markt gaan veroveren. Zo is immers Unilever zelf ook groot geworden. En door die grootte eet iedereen op de wereld dadelijk misschien wel Nederlands vegetarisch vlees. Dat is best iets om trots op te zijn.“Dit artikel verschijnt in Change Inc. Magazine #3, met daarin een special over een toekomstbestendige voedselketen. Meer lezen? Bestel nu éénmalig gratis het Change Inc. magazine #3 hier!”