Eva Segaar 04 november 2020, 14:47

‘De groene waterstofeconomie gaat met 100 miljard euro groeien’

Vandaag is het European Green Hydrogen Acceleration Center gelanceerd, met als doel de Europese groene waterstofeconomie te laten groeien. Jacob Ruiter, lid van de directie van EIT InnoEnergy, verwacht een economie van 100 miljard euro.

48710010598 254ab749ee o

“Het doel is om bij te dragen aan het streven van de Europese Unie om in 2050 een CO2-neutraal continent te zijn. Hier zien wij een rol voor groene waterstof in de zware industrie. Zoals voor het maken van staal, cement en kunstmest, maar ook transport zoals scheepvaart en zwaar wegtransport”, zegt Ruiter. EIT InnoEnergy wordt onder andere gefinancierd door het Europees Instituut voor Innovatie en Technologie, het onderdeel van de Europese Unie dat is opgericht om het innovatievermogen te versterken. Sinds 2010 is er al 560 miljoen euro geïnvesteerd in duurzame energie. 

Waterstof in de EU

De lancering van het groene waterstofcentrum sluit volgens Ruiter goed aan op de Clean Hydrogen Alliance van de Europese Commissie. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Ruiter: “We concurreren absoluut niet, want wij richten ons alleen op groene waterstof en de grotere projecten, zoals staal geproduceerd met groene waterstof. We zullen samenwerken waar mogelijk.”

Het project wordt gesteund door Breakthrough Energy, het investeringsfonds dat Bill Gates in 2015 heeft opgericht, en waar ook andere beleggers bij betrokken zijn die zich zorgen maken om klimaatverandering. Per project van het Green Hydrogen Acceleration Center wordt beoordeeld of er geld wordt geïnvesteerd door het fonds, bijvoorbeeld in een groene staalfabriek. Volgens Ruiter zijn daar al plannen voor ‘in een noordelijk Europees land’. Welk land dat is kan hij nog niet zeggen.

Lees ook: varen vrachtschepen straks op kernenergie uit thorium?

Groene staalfabriek in Noord-Europa

Maar het InnoEnergy directielid is opgetogen over de vele groene waterstof-initiatieven, en hoopt dat daar straks nog een schep bovenop komt met het Europese waterstofcentrum. “We zien dat er businesscases beschikbaar komen waar groene waterstof kan concurreren met grijze waterstof. Zoals bij het maken van kunstmest en van staal zonder CO2-uitstoot. Dat komt omdat de kosten van groene waterstof worden bepaald door verschillende factoren: hernieuwbare energie, capaciteitsfactor, de elektrolyser en de kosten van kapitaal. En sinds een jaar gaan de kosten van duurzame energie naar beneden en wordt ook een elektrolyser goedkoper.”

Ruiter hoopt met de lancering van het groene waterstofcentrum veranderingen teweeg te kunnen brengen. “Toen wij een aantal jaren geleden inzetten op batterijen, en begonnen met de battery alliance om een batterij industrie op te bouwen, werden we ook met argusogen bekeken. Nu is het een economie van 60 miljard euro, met een doelstelling van 250 miljard euro. En in de tussentijd zijn we aan het kijken of we lithiummijnen kunnen openen in Spanje en Portugal, wat eerst ook als onmogelijk werd gezien.”  Ruiter hoopt dat partijen met goede ideeën over waterstof zich aansluiten bij het Green Hydrogen Acceleration Center. “To push the needle, om samen tot een volgend niveau te komen.”

Lees ook: haalt Europa straks klimaatneutraal lithium uit het Rijngebied?

Beeld: Robbert Frank Hagens

Hoe komen we aan meer technici om de energietransitie te versnellen?

Hoe groot is het probleem?“In de techniek hebben we nu 150.000 medewerkers en een tekort van 20.000. Dat zal de komende jaren verdubbelen,” zegt Terpstra. “Maar ik vind niet dat we moeten spreken in termen van bedreigingen. Er ligt juist een gigantisch perspectief.” Baanzekerheid gegarandeerd als je de techniek in gaat. Dát wil hij graag verkondigen.Pechtold van GroenLeven ziet het als kans. “Wij zijn in Europa op het gebied van duurzame energie het slechtste jongetje van de klas. Voordeel is dat onze groei groter zal zijn, want in 2050 moeten alle EU landen bij hetzelfde eind zijn.” Hij merkt dat veel jongeren bij GroenLeven willen werken vanuit de intrinsieke motivatie om iets met duurzaamheid te doen. Maar bij installateurs wil dat nog niet lukken: ze komen, op één ploeg uit Friesland na, allemaal uit Oost-Europa.Lees ook: Offshore windenergie leidt tot 900.000 extra banenStoppen met hoog- en laag opgeleidEen belangrijke oorzaak van het tekort is dat er te weinig Nederlandse jongeren voor het techniekonderwijs kiezen. Het zou helpen als we stoppen met de hiërarchische benamingen als hoog- en laagopgeleid, vindt Terpstra. Een fundamentele fout. “Daarmee bevestig je de hiërarchie, en dat is een gruwel.”“Wij maken de energietransitie mogelijk, want niets kan zonder installatietechniek. Maar we krijgen het niet voor elkaar onze tak van sport op werkelijke waarde te schatten"Het beroepsonderwijs is volgens zowel Pechtold als Terpstra de ruggengraat voor grote maatschappelijke thema’s, en zou zo ook moeten worden gewaardeerd. Terpstra: “Wij maken de energietransitie mogelijk, want niets kan zonder installatietechniek. Maar we krijgen het niet voor elkaar onze tak van sport op werkelijke waarde te schatten. Er moet een paradigmaverandering plaatsvinden. Het arbeidsmarktperspectief is beter voor iemand met een VMBO diploma dan voor iemand met een HAVO diploma, daar moet het op worden beoordeeld.”Toen GroenLeven het grootste zonnepark van Nederland ging bouwen, werd gevraagd of regionale techneuten ook mee konden helpen om de zonnepanelen te installeren. Maar een uitgebreide wervingscampagne leverde maar één kandidaat op. “Toen moesten we, naast het team uit Friesland, ook krachten uit Oost-Europa halen.”“Aan het salaris kan het niet liggen, want een technische opleiding biedt ook een gunstig financieel perspectief en je werkt bij ons ook nog eens aan een schonere en betere wereld”, aldus Pechtold. GroenLeven betaalt net zoveel aan de Oost-Europese installateurs als de Nederlandse.Lees ook: Duurzame groei na de coronacrisis, kan dat?Arbeidsmarktgerelateerd bekostigenTersptra voegt daaraan toe dat het onderwijs op een andere manier moeten worden bekostigd.  “We leiden nog steeds teveel jonge mensen op voor beroepen die er niet meer zullen zijn. Ze willen manager worden en achter het bureau zitten, stromen daarom door van middelbaar- naar hoger beroepsonderwijs, terwijl de beroepen in de financiële sector opdrogen. Dat is mij een doorn in het oog.”Daarom pleit Terpstra ervoor om een student meer geld te laten betalen voor een studie met een minder goed arbeidsmarktperspectief. Zoals bij de studie Koreaans, een populaire studie, maar de baankans is nihil. “Ik zou willen dat zo’n studie duurder is. Noem het arbeidsmarktgerelateerd bekostigen.” Dat krijgt in Den Haag weinig steun, omdat het de keuzevrijheid inperkt. De politiek durft zich er niet aan te branden.Hybride docentDesondanks melden zich de laatste tijd meer jongeren aan voor een techniekopleidingen. Goed nieuws, lijkt het, maar dat brengt een volgend probleem met zich mee: er zijn niet genoeg docenten om ze op te leiden. Daarom heeft Terpstra de hybride docent in het leven geroepen: installateurs die bij hun bedrijf blijven werken, maar ook twee dagen in de week voor de klas staan. “We doen het al bij hogescholen Windesheim en Hal, en het loopt als een trein. Drie jaar geleden begonnen we met 9 hybride docenten, inmiddels zijn we de grens van 400 gepasseerd.”“Dat is wat we zoeken!” Zegt Pechtold. “Eén van mijn beste techneuten kan door pijn aan zijn knie geen onderhoudswerk meer doen. Hij zou bijvoorbeeld een paar dagen voor de klas kunnen staan.”Werven in andere beroepsgroepenMaar je kunt ook vanuit een andere sector in de installatiebranche terechtkomen. Bovendien zijn zij-instromers in de techniek vaak enorm gemotiveerd, merkt Pechtold op. “Werknemers die vanuit de horeca en retail bij GroenLeven komen werken zijn vaak één van de beste medewerkers, omdat ze de stap om zich te laten omscholen zelf hebben genomen. Hun werk stopte, dus moesten ze ergens anders aan de slag.” Met de huidige coronacrisis waarin de horeca een krimpsector is, zou dat een oplossing kunnen zijn.Terpstra praatte laatst met de CEO van een bedrijf die welzijnswerkers heeft ingezet om zijn vakmensen te ontlasten. “Die vakmensen beschikten niet over enorme sociale vaardigheden, terwijl ze eigenlijk langs de deur moesten bij buurtbewoners om het draagvlak in de buurt te vergroten. Dat vind ik briljant, zo’n instelling, als het niet linksom kan doen we het rechtsom.”"De uitdaging van de energietransitie is zo groot, die kunnen we alleen aan met én technici uit Nederland én technici uit Europa"Voor de werknemers uit een andere beroepsgroep wordt altijd een passende rol gezocht, zegt Pechtold. “Als we zonnepanelen gaan plaatsen, wat we vaak in de agrarische sector doen, is het belangrijk dat het contact met de boer goed is. Goede communicatie en sociale vaardigheden zijn essentieel en dat lukt ook met de buitenlandse ploegen die wij in dienst hebben. Laatst zaten zij samen met de boer te lunchen. Zo’n klantrelatie is de beste acquisitie.”Met techniek houden we onze planeet leefbaarBovendien zijn technische beroepen pandemie-bestendig én recessieproof. Door de coronacrisis staan de zorg en het onderwijs weer in de schijnwerpers. Beiden willen daar de techniek ook aan toevoegen, want daarmee houden we onze planeet leefbaar. Pechtold: “De energietransitie moet doorgaan en de techniek staat niet stil. Bronnen van groene energie moeten gerealiseerd worden en met corona-veiligheidsvoorschriften kan dit gewoon doorgaan.” Als het aan Terpstra en Pechtold ligt, klappen we straks ook voor onze technici.Vanuit de branche wordt al het één en ander in gang gezet om meer mensen te werven. De overheid kan helpen om het verder aan te jagen. “De uitdaging van de energietransitie is zo groot, die kunnen we alleen aan met én technici uit Nederland én technici uit Europa,” zegt Pechtold. “Laten we proberen om dit optimaal te faciliteren, zodat we de energietransitie kunnen versnellen. Klimaatverandering staat namelijk niet stil.” Lees ook: Zonneparken en windparken aansluiten wordt makkelijker Beeld: Adobe Stock | Foto 1: Roland Pechtold | Foto 2: Doekle Terpstra