Rianne Lachmeijer 21 december 2020, 11:26

“De snelheid waarmee bossen in Afrika op dit moment verdwijnen is werkelijk angstaanjagend”

Biomassa staat ter discussie. Terwijl politiek Den Haag neigt naar het afschaffen van subsidies en de Sociaal Economische Raad (SER) maant tot voorzichtigheid zijn er ook zinvolle ‘laagwaardige’ biomassatoepassingen. Deze miniserie belicht drie organisaties die bio-grondstoffen inzetten voor het opwekken van elektriciteit of warmte: een startup, een biomassa-installatie en een gemeente. Als eerste een gesprek met Ruben Walker van African Clean Energy. Zijn efficiënte allesbrander verbruikt 50 tot 85 procent minder biomassa en levert warmte en elektriciteit voor mensen in ontwikkelingslanden.

Grondstoffen bomen ontbossing

In Nederland wint de twijfel over het verbranden van houtkorrels in rap tempo aan terrein. Het liefst wil het kabinet dan ook stoppen met de enorme subsidies voor biomassacentrales. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) concludeerde vorige week echter dat dit helemaal niet kan. Om de afspraken in het Klimaatakkoord over ‘duurzaam opgewekte’ warmte te halen, is het volgens de onderzoekers te riskant om op korte termijn met de subsidies te stoppen. Zolang er geen duurzame alternatieven zijn, is het niet wenselijk om nog voor 2030 met aanvullende overheidsgelden te stoppen, aldus het PBL.

Biomassa in ontwikkelingslanden

De discussie in Nederland is een stuk minder relevant voor grote delen van de rest van de wereld. Globaal ontbreekt het circa 2,6 miljard mensen aan voldoende toegang tot energie. Dat betekent dat zij zelf hout verzamelen en koken op open vuur of op primitieve kooktoestellen waarbij schadelijke rook vrijkomt. Jaarlijks sterven 4,3 miljoen mensen aan de effecten van luchtvervuiling in huis. Dat blijkt uit cijfers van de World Health Organisation FS #292.

Lees alle afleveringen uit de korte serie over biomassa: 

  1. “De snelheid waarmee bossen in Afrika op dit moment verdwijnen is werkelijk angstaanjagend”
  2. ‘Een alternatief voor de biomassa-installatie? Dat zou doodzonde zijn’
  3. “Ik denk dat mensen terecht zorgen hebben over biomassa” 

Met name vanwege die gezondheidsrisico’s wilde Ruben Walker van African Clean Energy deze mensen een alternatief bieden: een efficiënt kooktoestel. Het doel? “Dat niemand meer het bos in hoeft te gaan om zijn eigen basisbehoefte energie bij elkaar te scharrelen.” Dit heeft niet alleen een positief effect op met name vrouwen die nu dagelijks urenlang bezig zijn met het zoeken naar hout, maar ook op het milieu vanwege de efficiëntere verbranding van het kookstel. Deze verbruikt 50 tot 85 procent minder biomassa dan een open vuur.

Afrikaanse bossen verdwijnen

“De snelheid waarmee bossen in Afrika op dit moment verdwijnen is werkelijk angstaanjagend en dat accelereert alleen maar vanwege de bevolkingsgroei”, zegt Walker. Urbanisatie versterkt het verlies aan bossen nog eens. Mensen in de stad sprokkelen namelijk meestal geen hout, maar kopen houtskool. Houtskool wordt in deze context meestal geproduceerd door hout onder de grond te verbranden en weer op te graven. "Voor elke 8 tot 12 kilo hout die je met die productiemethode inzet, oogst je slechts 1 kilo houtskool. Dus dan gaat het hard."

Vooral in West-Afrika gaat het kappen van bossen in hoog tempo. “Ik word er best wel bang van, want ik weet niet wat wij gaan doen als er in West-Afrika straks geen bomen meer staan, maar ik wed dat wij daar ook in Europa last van gaan krijgen. Dus daar moeten we snel iets aan doen.” Volgens hem zijn er slechts twee alternatieven voor de grootschalige bomenkap: schone en duurzame biomassa of fossiele brandstoffen gebruiken. “Om nu nog even een miljard huishoudens aan de fossiele brandstof te helpen lijkt mij onverstandig”, aldus Walker. Daarom zet hij met zijn kookstel in op de eerste oplossing.

Hij hoopt dat er op termijn een duurzaam systeem ontstaat met gecertificeerde bosbouwprojecten en gebruik van landbouwafval. Sterker nog, je kunt er een hele economische slag mee maken door het in ontwikkelingslanden op te zetten, denkt Walker. Door het in eigen land op te zetten, wordt het ook goedkoper.

Voedsel en energie

“De armste mensen geven eigenlijk aan maar twee dingen geld uit: voedsel en energie. Op kleine schaal komt daar natuurlijk ook transport en misschien een mobieltje bij, maar de basis is echt voedsel en energie. Dus zou je denken dat in elk ontwikkelingsland voedsel en energie de belangrijkste economische sectoren zijn”, aldus Walker. Voor landbouw geldt dat volgens hem wel. “Maar aan de energiekant is het een enorme puinzooi. Van milieuschade en fossiele brandstofsubsidies tot misguided en soms corrupte infrastructurele projecten door bijvoorbeeld hoogspanningskabels naar niemandsland te bouwen.”

Waarom biomassa in plaats van zonne-energie

Walker kiest bewust voor biomassa in plaats van zonne-energie. “Laat ik zeggen dat je voor 500 euro een behoorlijk solar home systeem hebt. Daar kan je je televisie, koelkast en verder al je andere kleine elektriciteitsbehoeften mee dekken, maar niet de vraag naar thermische energie.” Warmte kost veel meer energie, stelt hij. “Dan heb je gewoon een systeem nodig van minimaal 7.500 tot 10.000 euro.” Voor Nederland vindt hij dat wel een goede oplossing, maar niet voor Afrika. “Hier kunnen we gewoon op elke Vinex-wijk dat soort zonnepanelen leggen, die schrijf je in twintig jaar af. Dat is prima. Maar in Afrika is dat volkomen kansloos. En tegen de tijd dat zon zo goedkoop is dat je het wel voor een betaalbaar bedrag kunt doen, zijn we minimaal 25 jaar verder. Als het niet langer duurt. En dan is er geen boom meer te vinden in West-Afrika.”

Hij snapt de huidige discussie over biomassa in Nederland deels wel. “Voor het bedrag dat er aan Nederlandse biomassa gesubsidieerd is zou ik zeggen dat we wel wat interessantere dingen hadden kunnen doen in ontwikkelingslanden waar mensen uit pure armoede de oude baobabs in houtskool omzetten.” Walker duimt dat de impact van de biomassadiscussie op zijn bedrijfsmodel beperkt blijft. “We hebben binnenkort weer een investeringsronde, dan zullen we het gaan merken.” Hij hoopt dat de biomassa-discussie geen negatieve invloed heeft op die investeringsronde. “We hebben namelijk niet nog twee, drie decennia om dit probleem rustig te gaan oplossen.”

Beeld: Adobe Stock

Duurzaam rubber gemaakt van paardenbloemen uit Nederland

Natuurrubber, dat gebruikt wordt voor alles wat elastisch moet zijn, is een veelgevraagd materiaal. Toch is er maar één bron beschikbaar op de wereld: de rubberboom, die alleen groeit in tropische gebieden. Daar kapt men regenwoud om de bomen aan te leggen, en als die na zeven jaar eindelijk rubber produceren moet de grondstof met schepen en vrachtwagens ook nog de hele wereld over. Een product met een grote voetafdruk, dus.Rubber in de wortelsHet alternatieve synthetische rubber is niet veel beter. Het heeft niet alleen niet dezelfde eigenschappen, je hebt er ook fossiele stoffen voor nodig met alle vervuiling van dien. Daarom zoekt een consortium van Nederlandse universiteiten en bedrijven naar een alternatief, in de vorm van de paardenbloemen. Deze bevat (een beetje) grondstof voor rubber, die de onderzoekers met enzymen en andere duurzame extractie methode uit de wortels willen halen om zo een andere bron te hebben voor het gewilde materiaal.De Provincie Gelderland gaf het consortium een subsidie voor onderzoek naar deze methode. Het lukt nu al om rubber uit de wortels te halen, maar om dit op grotere schaal te doen en de  productie van paardenbloemen te perfectioneren is geld nodig.Lees ook: Rubber van oude autobanden maakt spoorweg duurzaamWant hoewel je paardenbloemen in elke scheur in de weg ziet groeien, is grootschalige productie niet makkelijk. “Neem alleen al het oogsten van zaadjes; dat is in de buitenlucht ingewikkeld, omdat de pluisjes weg worden geblazen”, vertelt Bas Barenbrug, een van de directors van Lion-Flex, het bedrijf dat werkt aan de paardenbloemen.Hij wil dus een manier vinden om de zaadwinning te vergemakkelijken en de productie van de wortel te optimaliseren. Vervolgens moeten de wortels tot rubber gemaakt worden, en dat doen Barenbrug en collega’s het liefst met een biobased proces, bijvoorbeeld met enzymen. “Dat is de duurzaamste manier om het rubber te winnen.”Industrie wil graag meer betalenHet is de onderzoekers al gelukt om op kleine schaal het rubber uit de paardenbloemen te halen. Maar de opbrengst is nog niet hoog genoeg, en dat maakt het veel duurder dan rubber uit een boom. “De industrie vindt dat niet eens een groot probleem”, zegt Barenbrug, “Omdat het duurzaam is. Daar betalen ze graag meer voor.” Maar door de Russiche paardenbloem te kruisen met de veel grotere Nederlandse variant - die van nature geen latex in de wortels heeft - hoopt het consortium een hogere opbrengst te halen. 750 kilo per hectare, in het beste geval.Als dat lukt, is er een significante hoeveelheid rubber te maken op een heleboel plekken op aarde. Paardenbloemen groeien immers in bijna alle klimaten goed. “Je kan dan een veld aanleggen naast de rubberfabriek. Dat scheelt enorm veel transport. En door verantwoord te produceren zorg je ook goed voor extra biodiversiteit en het milieu.”CO2-vrije toekomstBarenbrug denkt niet dat paardenbloemen al het rubber op aarde kunnen leveren. “De vraag naar natuurrubber is zo groot, en neemt jaarlijks toe, dat dat nooit alleen uit paardenbloemen kan komen. Maar als duurzaam alternatief kan het wel degelijk een verschil maken, samen met andere oplossingen." Het project laat zien hoe er nieuwe manieren moeten worden gevonden om in een CO2-vrije toekomst alsnog de nuttige producten te maken waar we zo aan gewend zijn.Beeld: Adobe Stock