Romy de Weert 15 januari 2021, 11:35

Delfts ziekenhuis levert restwarmte aan nieuwe woningen

Het Reinier de Graaf ziekenhuis in Delft gaat zijn restwarmte leveren aan nieuwe woningen in het naastgelegen Bethelpark. Op deze manier wordt de extra warmte die toch al vrijkomt goed benut. De bewoners kunnen met deze restwarmte hun huis verwarmen met vloerverwarming en gebruik maken van warm water.

Bethelpark

Het ziekenhuis beschikt over een warmte-koudeopslagsysteem en deze installatie slaat jaarlijks meer warmte op dan het ziekenhuis nodig heeft. Die extra warmte wordt straks geleverd aan 351 woningen van het nieuwbouwproject Bethelpark, dat naar verwachting in 2022 af is. Met deze warmte kunnen de bewoners vloerverwarming bedienen en warm tapwater gebruiken.

Lees meer: 'Restwarmte datacenters kan 255.000 woningen duurzaam verwarmen'

Warmteleverancier Eteck zal de warmte van het ziekenhuis naar de woningen vervoeren via een klein warmtenet. Per jaar zal dit warmtenet zo’n 5.000 gigajoule aan restwarmte vervoeren. Dat is net zoveel als 163.400 kubieke meter aardgas dat wordt bespaard en zorgt voor 290.000 kilo minder CO2-uitstoot. Ter vergelijking: dat is bijna 50 keer een retourtje van Nederland naar Australië.

Overheid stimuleert bedrijven

In Nederland komt ongeveer 125 Petajoule aan restwarmte per jaar vrij. Dat is net zoveel als de jaarlijkse groene energieconsumptie van 1,8 miljoen huishoudens. Deze extra warmte is voor veel bedrijven een restproduct, maar kan voor andere partijen, zoals voor nieuwbouwprojecten of tuinbouwkassen, een bron van energie zijn. De overheid stimuleert bedrijven om restwarmte af te staan aan het warmtenet.

Zo schrijft de PvdA in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in hun conceptprogramma dat zij extra willen handhaven op de lozing van restwarmte. Ze willen dat de industrie restwarmte zo veel mogelijk inzet voor warmtenetten, en dat bedrijven voor het lozen van restwarmte een boete krijgen.

Lees meer: Warmte uit servers gaat direct naar apparatementencomplex en bespaart zo op gasgebruik

Bron: Eteck

Scale-ups in Nederland: data over groene energie is goud waard, weet dit bedrijf

In Nederland is 16 procent van de opgewekte energie groen, maar 48 procent van het verbruik staat als duurzaam in de boeken. Hoe kan dat? Door groencertificaten. “Daarmee kopen energieleveranciers groene stroom in uit andere landen - vooral Italië”, vertelt Paul Hauptmeijer, verantwoordelijk Innovatie en Business Development bij FlexiDAO. “Maar ondertussen zijn we met het grootste deel van de in Nederland opgewekte stroom toch CO2 aan het uitstoten. En steeds meer bedrijven willen dat niet; die willen écht CO2-vrije energie gebruiken.” FlexiDAO kan precies bijhouden waar stroom vandaan komt en waar het heen gaat, en zo garanderen dat groene stroom in Nederland, of welk land dan ook, wordt opgewekt.Data wordt belangrijkerZulke data zal steeds belangrijker worden, denkt Hauptmeijer. “Zolang de salderingsregeling bestaat kan je groen opgewekte stroom terugverkopen, en is er dus veel papierwerk rond groene stroom. Maar in de toekomst wordt eigen opwek belangrijker, en dan moet je goed in kaart brengen hoeveel je gebruikt en opwekt en waar je dat doet.” Data is daarvoor onmisbaar; zonder kan je immers niet aantonen dat de door jou gebruikte stroom echt een groene bron heeft. Nu komt er namelijk een mix van groene en grijze stroom door elk stopcontact - ook als je een contract hebt voor 100 procent groene stroom.Lees ook: Hoe het mkb geld en stroom kan besparenFlexibele toekomstNu gaan zulke contracten voor groene stroom nog per jaar: je neemt een bepaalde hoeveelheid af en een energieleverancier bouwt daarvoor een zon- of windpark - of koopt groene stroom in uit het buitenland. “Maar in de toekomst zal dat veel flexibeler gaan, met uurcontracten. Dan kan je ook veel makkelijker lokale groene stroom gebruiken.”Tenminste, dat kan als je op de een of andere manier uitzoekt waar er op dit moment groene stroom is. En daar is FlexiDAO goed in, zegt Hauptmeijer. “We hebben een algoritme dat aan de hand van de wensen van de klant bepaalt waar de stroom vandaan moet komen. Zo kan een bedrijf zeggen: ik wil zonnestroom van de dichtsbij gelegen zonneweide. Het algoritme kijkt dan welke zonneweide dat is, of deze stroom produceert en hoeveel. Elk kwartier tot uur kijkt het algoritme weer. Zo wordt er constant gezocht naar de groenste, meest lokale optie en weet je als bedrijf dus precies waar je stroom vandaan komt.”Een oud energiesysteemHet is de technische kant van de energietransitie, maar daarom niet minder belangrijk. “Onze service speelt in op een oud systeem, dat 20 jaar geleden tot stand kwam. Inmiddels is de markt in elk land anders, en wij weten precies hoe je in elk land de stroomdata zo goed mogelijk gebruikt. In de toekomst wordt dit alleen maar belangrijker, als er meer groene stroom komt en dingen als de salderingsregeling verdwijnen.”Op dit moment is FlexiDAO actief in negen landen. Maar het algoritme kan de wereld veroveren, denkt Hauptmeijer. “Het VK en Scandinavië zijn op korte termijn heel interessant. Maar we willen uitendelijk ook naar Australië en de VS. Overal waar de energiemarkt geliberaliseerd is, kan ons algoritme uitkomst bieden.”Scale fast, fail fastDe toekomst ziet er dus zonnig uit voor het databedrijf. Heeft Hauptmeijer tips voor andere starters? “Je idee moet duidelijk zijn; als je het niet kan uitleggen aan een kind, moet je nog eens nadenken of je idee wel helder genoeg is. En daarna: scale fast en fail fast. Probeer alles uit, maar gooi het ook bijtijds weg als het niet lijkt te werken.”Lees ook: Een nieuwe manier om te compenseren voor aardgas Beeld: Unsplash