Sebastian Maks
13 november 2023, 13:25

Deze technologie helpt eilandbewoners aan goedkopere en duurzamere energie

Voor eilandbewoners is het opwekken van hernieuwbare energie lastiger dan voor mensen op het vasteland. Ruimte is er immers beperkt, en het aanleggen van wind- en zonneparken betekent vaak dat kostbare natuur het loodje moet leggen. Een oplossing kan zijn om elektriciteit te winnen uit zeewater. Voor tropische eilanden is met name de techniek Ocean Thermal Energy Conversion (OTEC) interessant. Die is niet nieuw, maar de Britse start-up Global OTEC meent een manier gevonden te hebben om zulke energie goedkoop aan de man te brengen.

Dominique updated 2 1024x576 'Dominique', de OTEC-installatie van de Britse start-up. | Credits: Global OTEC

OTEC is een emissie-arme technologie die gebruik maakt van het verschil in temperatuur tussen oppervlaktewater en dieptewater. De warmte van oppervlaktewater wordt gebruikt om een werkvloeistof te verhitten, waarmee een generator in werking wordt gezet die elektriciteit opwekt. Het koude dieptewater wordt vervolgens gebruikt om de werkvloeistof weer af te koelen, zodat deze opnieuw kan worden gebruikt. Het is een proces dat in theorie oneindig kan blijven doorgaan; zeer voordelig voor de productie van hernieuwbare stroom.

De OTEC-cyclus. | Credit: Global OTEC

Geschikt voor tropische eilanden

Eerder zei Maarten Berkhout (bestuurslid bij de Nederlandse Branchevereniging voor Energie uit Water) tegen Change Inc. dat OTEC niet geschikt is voor Nederland. De temperatuurverschillen van het omliggende water zijn daar niet groot genoeg en het ontbreekt er aan diepte. Maar bij (met name tropische) eilanden is dit wel het geval. Daar leent de techniek zich goed om hernieuwbare energie op te wekken.

Een Britse start-up genaamd Global OTEC zet zich in om het concept van OTEC beschikbaar te maken voor tropische eilandbewoners. Volgens het bedrijf betalen zij namelijk wereldwijd het meeste voor hun energie, hoofdzakelijk uit fossiele bronnen en geïmporteerd uit andere landen. Hoewel OTEC soelaas kan bieden, blijkt de technologie duur om te ontwikkelen. Global OTEC lijkt nu een stap in de goedkopere richting te hebben gezet.

Enkele pijplijn

De start-up heeft een kosteneffectieve en modulaire OTEC-installatie ontwikkeld, genaamd Dominique, met een vermogen van 1,5 megawatt (genoeg om ongeveer 1.500 Amerikaanse huishoudens van stroom te voorzien). Dat is ruim in vergelijking met een bekende OTEC-installatie in bijvoorbeeld Hawaii, die een vermogen heeft van 100 kilowatt. Dominique drijft op de zee en maakt gebruik van een enkele, lange pijplijn om het water rond te pompen. Dat is ook gelijk de grootste kostenbesparing, aangezien ‘normale’ OTEC-installaties prijzig zijn vanwege een veelvoud aan dure pijpleidingen.

Global OTEC meent dat de installatie zo’n 2,5 tot 3 miljoen dollar (2,3 tot 2,8 miljoen euro) kost om te bouwen. Hetzelfde geldt voor de eerdergenoemde installatie in Hawaii, maar daar is het te leveren vermogen dus een stuk lager. Dominique zou daardoor kostenefficiënter zijn. Dat is met name aantrekkelijk voor eilanden die behoren tot de Small Island Developing States, eilanden die net zo worstelen met verduurzaming als ontwikkelingslanden.

Natuurvriendelijk

Omdat de installatie offshore wordt geplaatst – weg van land – hoeft er geen natuur voor opgeofferd te worden. Ook landbouwgronden leiden er dus niet onder. Daarnaast heeft Global OTEC stappen ondernomen om het behoud en de kwaliteit van zeeleven te garanderen. De installaties zijn geïsoleerd zodat geluid en trillingen van de generatoren zich niet verspreiden. Ook voorkomt een raster dat zeedieren in de pijpleiding kunnen klimmen, al geeft Global OTEC aan dat ze dat van nature al niet doen.

Testen

De start-up werkt nu aan het grondig testen van de installatie. Als alles volgens planning verloopt, hoopt Global OTEC in 2025 de markt te kunnen betreden.

Lees ook:

Merendeel van de Europeanen eet minder vlees, blijkt uit onderzoek

Dat blijkt uit nieuw onderzoek van ProVeg, de Universiteit van Kopenhagen en de Universiteit Gent. Het onderzoek is onderdeel van Smart Protein: een door de EU gefinancierd project van 10 miljoen euro met als doel nieuwe voedingsmiddelen te ontwikkelen. Bij het onderzoek waren 7.500 mensen betrokken uit 10 Europese landen. Motivatie De belangrijkste motivatie om de vleesconsumptie te verminderen is om gezondheidsredenen (47 procent), vooral in Roemenië en Italië. Ook milieuoverwegingen spelen een belangrijke rol (29 procent), onder andere in Denemarken en Nederland. Ook dierenwelzijn is een veelgenoemde reden om vlees wat vaker te laten staan (26 procent), met name in Duitsland en Nederland. Vlees- en visvervangers Hoe ziet de markt voor vlees- en visvervangers eruit? Volgens het onderzoek eet 27 procent minstens één keer per week plantaardige kip of ander gevogelte. Van alle vleesvervangers is het het meest populair. Rundvlees komt op de tweede plaats. Zo’n 24 procent van de Europeanen eet een keer in de week een vegetarische variant voor rundvlees. Bij varkensvlees is het aandeel 22 procent. Plantaardige vis is ook in trek: 24 procent van de Europeanen eet een keer in de week een vegan vis. Geen generatiekloof Het onderzoek wijst uit dat er niet maar één generatie is die bezig is om hun voedingspatroon aan te passen. Zo identificeert 29 procent van de babyboomers, 27 procent van generatie X, 28 procent van de millennials en 26 procent van generatie Z zich als flexitariër. Van een generatiekloof is dus geen sprake. Zuivelalternatieven Naast vlees werd ook het aandeel zuivel onderzocht. Als het gaat om plantaardige zuivel zijn soja, haver en andere melkalternatieven het meest populair. In totaal drinkt 36 procent van de Europeanen wekelijks plantaardige melk. 12 procent doet dit dagelijks. Alternatieven voor yoghurt zijn ook populair. Volgens het onderzoek eet 33 procent van de Europese inwoners het op wekelijkse basis. Per dag is dat 10 procent. Kaas is het minst geliefde plantaardige zuivelproduct. In totaal consumeert 31 procent van de Europeanen wekelijks plantaardige kaas. Negen procent heeft plantaardige kaas onderdeel gemaakt van zijn of haar dagelijkse dieet. Smaak en gezondheid het meest belangrijk Consumenten vinden de smaak en de gezondheid van plantaardige alternatieven het meest belangrijk. Ook betaalbaarheid wordt, mede door de inflatie, belangrijk gevonden. Dat is niet verrassend, aangezien de stijging van de inflatie. Ook versheid speelt een rol, net als milieuoverwegingen. Meer vertrouwen 46 procent van de Europeanen heeft meer vertrouwen in plantaardige alternatieven dan twee jaar geleden. Smart Protein-coördinator, professor Emanuele Zannini, benadrukt het belang van duidelijke en eenvoudige informatie over de ingrediënten en technologieën die worden toegepast voor de ontwikkeling van plantaardige voedingsproducten. "Dit zal steeds meer consumenten – inclusief de meer sceptische consumenten – aanmoedigen om met meer vertrouwen een verschuiving naar een beter dieet voor hun gezondheid en voor de planeet te omarmen." Lees ook: In Europa mogen mensen geen kweekvlees eten, katten en honden welVoedselproductie van land naar lab scheelt twee derde van de CO2-uitstootDuizenden liters drinkwater maken met de kracht van de golven