Teun Schröder
05 december 2022, 11:55

Drijvende ‘piramide’ windmolen van 5 megawatt gaat in 2024 de Franse zee op

De Franse windmolenbouwer Eolink kan dankzij nieuwe investeringen een pilot uitvoeren met een drijvende windmolen van formaat. In 2024 gaat hun piramide-ontwerpmolen met een vermogen van 5 megawatt de Frans Atlantische oceaan op.

Eolink 1 Het drijvende piramideontwerp windmolen van Eolink. | Credits: Eolink

De windmolen van Eolink
heeft een uniek ontwerp. De turbine rust tussen vier verticale masten die bevestigd zijn aan een vierkante frame dat op het water drijft. Hoewel het ontwerp uit meer onderdelen bestaat dan de klassieke staande windmolen, claimt Eolink dat voor de totale constructie 30 procent minder staal nodig is. Verder is de turbine modulair opgebouwd, zodat onderdelen relatief eenvoudig te onderhouden en vervangen zijn.

Lees ook: Opmerkelijk: Windparken beïnvloeden het weer

Het voordeel van drijvende windmolens is dat er geen staal en beton nodig is om het apparaat aan de zeebodem te verankeren. Dat zorgt voor een minder grote CO2-voetafdruk en heeft een minder negatief effect op het zeeleven. Ook kunnen drijvende turbines makkelijk meedraaien met de wind, zodat ze zonder extra machinerie altijd de meeste wind vangen. Een uitdaging van windmolens op zee, en specifiek van drijvende windmolens die ver van de kust liggen, is de opgewekte stroom van de windmolens naar land halen. Hoe verder de windmolens in zee liggen, hoe langer de kabels moeten zijn die het park met het land verbinden.

Drijvende windmolen

Eolink kon hun definitief investeringsbesluit (totaal 22 miljoen euro) nemen dankzij een kapitaalinjectie van het Spaanse Accociana Energy en energieprojectontwikkelaar Valorem. Met het geld kan Eolink een drijvende windmolen bouwen met een vermogen van 5 megawatt. De te bouwen windmolen rust op een stalen vierkant van 52 bij 52 meter en heeft wieken met een diameter van 143 meter. Het geheel weegt zo’n 1.100 ton.

De piramidemolen krijgt een plekje in het SEM-REV-gebied, een zone in de Frans Atlantische oceaan waar uitgebreid getest wordt met nieuwe windmolens op zee.

Groot, groter, grootst

Eerder ontving Eolink al een subsidie van 6 miljoen euro van de Franse overheid voor de bouw van een turbine met een vermogen van 20 megawatt. Dat is flink groter dan de 16 megawatt recordhouder turbine van het Chinese MingYang Smart Energy. Het 20 megawattproject van Eolink wordt waarschijnlijk in 2026 opgeleverd.

Het Noorse World Wide Wind heeft zelfs een nog grotere turbine op de planning staan. Zij streven naar een drijvende windmolen van 40 megawatt

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws

Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.

Echte Innovaties: 3 baanbrekende trends in de zonne-energiesector

Sinke houdt zich al zijn gehele loopbaan bezig met zonne-energie. Van een afstudeeronderzoek in de jaren tachtig over silicium als basismateriaal voor zonnecellen tot zonne-energie in de volle breedte als hoofdonderzoeker zonne-energie bij TNO. Inmiddels is Sinke welverdiend met pensioen, maar hij volgt de zonne-energiesector nog steeds op de voet. Van welke drie ontwikkelingen verwacht hij het meest? 1. Tandem-zonnepanelen De efficiëntie van silicium zonnepanelen (ofwel het percentage van zonlicht dat ze omzetten in elektriciteit) heeft in de afgelopen decennia een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Momenteel staat de teller op 22 procent. Maar de rek raakt er zo langzamerhand een beetje uit, zegt Sinke. “Op een gegeven moment kom je bij een fundamentele grens, waar je simpelweg niet boven kan komen. Voor silicium zonnepanelen ligt die rond de 25 procent.” Om in de toekomst tóch een hogere efficiëntie te bereiken, zijn dus andere innovaties nodig. Sinke verwacht het meest van tandem-zonnecellen. “Dat zijn gestapelde zonnecellen, waarbij je twee of meer materialen met elkaar combineert. Zo is het mogelijk om een efficiëntie van 30 procent te behalen door een silicium-zonnecel te combineren met een zonnecel van perovskiet. In het lab kan dat al en op verschillende plekken worden al productielijnen opgebouwd.” “Ik verwacht dat het eerste paneel met tandem-zonnecellen ruim voor 2030 op de markt verschijnt”, vervolgt hij. “En wie weet: wellicht tillen we de efficiëntie van zonnepanelen in de toekomst wel naar 40 procent, door drie of vier materialen met elkaar te combineren. Dit heeft ontzettend veel potentie.” Lees ook: Opmerkelijk: energie uit een rolletje tape van de bouwmarkt 2. Zon op zee Er is altijd veel scepsis geweest over het opwekken van zonne-energie op zee. Maar dat sentiment is aan het kantelen, merkt Sinke. “Een proefproject in de buurt van Scheveningen toont nu aan dat de constructie extreme weersomstandigheden overleeft. Het kan dus, daar is het bewijs voor geleverd. Daarnaast is het gevoel van urgentie rondom duurzame energieopwekking enorm toegenomen in de laatste jaren. Daardoor staat zon op zee ineens veel meer in de belangstelling.” Of het daadwerkelijk gaat vliegen, is nog onzeker, aldus Sinke. Maar het zou héél groot kunnen worden. Het kan namelijk goed gecombineerd worden met offshore windenergie. “Die combinatie brengt verschillende voordelen met zich mee. Het gezamenlijke gebruik van infrastructuur (cable-pooling, red.) bijvoorbeeld, om de kosten te drukken. Maar denk ook aan de optimale benutting van het aantal beschikbare vierkante kilometers. De Noordzee is een druk gebied. Alleen om die reden ligt het al voor de hand om wind op zee te combineren met zon op zee.” Lees ook: Doorbraak met transparante zonnepanelen: maakt dit de weg vrij voor energie-opwekkende ramen? 3. Circulaire en recyclebare zonnepanelen Momenteel telt de wereld ongeveer 1 terawattpiek aan geïnstalleerde zonne-energiecapaciteit. Maar om echt een deuk in het spreekwoordelijke pakje boter te slaan, moeten we op termijn zeker richting de 100 terawattpiek gaan. “Dat kunnen we onmogelijk doen met lineaire producten”, zegt Sinke. “Enerzijds moeten we innoveren om het gebruik van schaarse en kostbare materialen te voorkomen. Anderzijds moeten we zonnepanelen gaan maken die we aan het einde van de levensduur uit elkaar kunnen halen, zodat we de materialen kunnen hergebruiken. Ontwerpen voor hergebruik en recycling dus.” Sinke verwacht in de aankomende jaren veel innovaties te zien die inhaken op deze uitdaging. Er is namelijk nog een lange weg te gaan. “Het aluminiumframe is eenvoudig te demonteren en te hergebruiken. Ook glas kan in principe al teruggewonnen worden, maar wordt meestal nog niet hoogwaardig hergebruikt. Maar we moeten in staat zijn om álle onderdelen terug te winnen, van de elektrische verbindingen tot de zonnecellen zelf, zodat alles echt gerecycled kan worden. De grote uitdaging is om dit kostentechnisch voor elkaar te krijgen. Daarvoor is techniek en regelgeving nodig. Maar hoe dan ook, dit móét gebeuren.”Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: iedere dag rond 07.00 uur het laatste nieuws Wil jij iedere ochtend rond 7 uur het laatste nieuws over duurzaamheid ontvangen? Dat kan! Schrijf je hier in voor onze dagelijkse nieuwsbrief.