Hidde Middelweerd 09 februari 2023, 10:40

Drijvende windturbine boekt uitstekende testresultaten

De FloatGen, een testplatform voor drijvende windenergie van het Noorse bedrijf BW Ideol, boekte de afgelopen drie maanden uitstekende testresultaten. De windturbine op het drijvende platform kon 60 procent van de tijd op maximaal vermogen windenergie opwekken. Dat is beduidend meer dan conventionele offshore windturbines, die aan de zeebodem vastzitten.

Floatgen 3 credits Ideol BYTP ECN V Joncheray BD Drijvende windturbines maken het mogelijk om ook in de diepe zee windenergie op te wekken. | Credits: BW Ideol

De FloatGen is een drijvend demonstratieplatform, waar een offshore windturbine van Vestas op staat (capaciteit: 2 megawatt). Die wekt voldoende elektriciteit op voor ongeveer 3.000 Franse huishoudens. Het platform is sinds 2018 operationeel en drijft 33 meter uit de kust van West-Frankrijk.

De windturbine heeft daar te maken met golven van 10 meter hoog en windsnelheden tot wel 135 kilometer per uur. Ondanks deze ruige omstandigheden wist de windturbine het merendeel van de tijd optimaal te presteren.

Drijvende windmolens

Volgens Paul de la Guérivière, CEO van BW Ideol, onderstrepen deze testresultaten
de voordelen van drijvende windmolens. “De goede prestaties en hoge beschikbaarheid laten zien dat drijvende windturbines in staat zijn om wind optimaal te benutten, zonder de beperkingen van conventionele windturbines.”

De la Guérivière refereert daarmee naar het feit dat conventionele offshore windturbines in de zeebodem ‘gestampt’ moeten worden. Voor de kust is dat zowel mogelijk als kostenefficiënt, maar hoe verder uit de kust, hoe duurder en ingewikkelder dat wordt. Met drijvende platformen, die enkel met kabels aan de zeebodem vastgemaakt moeten worden, is het mogelijk om ook in de diepe zee winstgevend windenergie op te wekken.

Volgens classificatiebureau DNV zullen drijvende windparken in 2050 ongeveer 15 procent van de totale offshore windenergiecapaciteit uitmaken.

Productie vertienvoudigen

Overigens is het FloatGen-platform lang niet de enige in zijn soort. Uit de kust van Schotland kwam in 2017 bijvoorbeeld al een drijvend windpark van 30 megawatt online, genaamd Hywind. Tegenwoordig worden er steeds meer plannen gemaakt voor drijvende windparken. Zo veel zelfs dat Sven Utermöhlen, CEO van het Zweedse RWE Offshore Wind, onlangs aan de bel trok. Volgens hem moet de productie van drijvende platformen vertienvoudigen om alleen al aan de Europese vraag te voldoen.

Europa wil in 2030 over 165 gigawatt aan geïnstalleerde offshore windenergiecapaciteit beschikken. Dat is meer dan vijf keer zoveel als nu. Daarom moet niet alleen de productiecapaciteit voor drijvende platformen fors omhoog. Ook de productie van de windturbines zelf moet bijvoorbeeld verdubbelen, waarschuwt Utermöhlen.

Lees ook:

Groene stroomproductie start 2023 met windrecord

Dat blijkt uit cijfers die het Klimaatakkoord bijhoudt op energieopwek.nl. Windturbines op land produceerden in januari genoeg stroom voor alle Nederlandse huishoudens. Windparken op zee oogstten 10 procent van de totale Nederlandse stroomvraag. Komende maanden komt het windpark Hollandse Kust Zuid op stoom en zal de bijdrage van wind op zee verder groeien. Genoeg zon voor elektrische auto’s Hoewel de winter doorgaans een slechte periode is voor zonnestroom, zorgde de groei van het aantal zonnepanelen in het afgelopen jaar toch voor een behoorlijke toename in productie de afgelopen maand. Ter vergelijking: de zonnepanelen wekten in januari net zoveel stroom op als in de zomer van 2017. Terwijl de zon zich de afgelopen maand nauwelijks liet zien - het KNMI telde 55 zonuren, terwijl 67 normaal is - leverden de panelen 1,5 petajoule aan elektriciteit. Voldoende om deze maand alle 300.000 elektrische auto’s in Nederland van stroom te voorzien. Warmtepompen in opmars Omdat januari niet erg koud was, hoefden de warmtepompen van huishoudens niet zo hard te werken. Toch leverden ze 2,1 petajoule aan duurzame energie. Het aantal warmtepompen groeit gestaag. Brancheorganisatie Techniek Nederland meldde dat er vorig jaar 100.000 zijn verkocht. Dat is flink minder dan de ruim 400.000 verkochte hr-ketels. Dat gaat echter snel veranderen, want vanaf 2026 wordt de hybride ketel verplicht en worden hr-ketels alleen nog maar geleverd als er voor een woning echt geen duurzamere optie is. Sinds kort is ook de productie van zonnewarmte te volgen bij energieopwek.nl. Dat levert in de wintermaanden niet veel op, al werd met deze bron in januari 800.000 kuub gas bespaard. Driekwart hernieuwbaar in 2030 In 2022 werd in Nederland meer elektriciteit opgewekt uit windmolens en zonnepanelen dan ooit. Opgeteld bij biomassa kwam het afgelopen jaar 41 procent van de Nederlandse elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. In januari was dit aandeel al 42 procent. Het Klimaatakkoord tekent daar wel bij aan dat groene stroom slechts een deel is van het totale energieverbruik. Dat bestaat uit drie onderdelen: verwarmen van gebouwen vraagt 55 procent van alle energie, transport 25 procent en stroomverbruik zo’n 20 procent. Volgens het PBL neemt het aandeel stroom door elektrificatie van transport en verwarming toe tot 24 procent in 2030. Daarvan wordt dan driekwart opgewekt door zon, wind of biomassa. Als de windparken op zee volledig operatoneel zijn, wordt dat aandeel nog groter. Lees ook: Eerste stroom geleverd aan Nederlandse net van grootste windpark op zeeMeer zonnepanelen voor consumenten: groei van 30 procent in 20222022 was recordjaar voor opwekken groene stroomShell en Eneco mogen windpark bij Hollandse Kust West gaan bouwen