Het Nationale Waterstof programma
Het Nationale Waterstof Programma (NWP) werd begin juli aangeboden
aan de staatsecretaris door de cross-sectorale werkgroep waterstof
(CSWW). CSWW is een samenwerking van 19 organisaties. Het programma
vloeit voor uit het Klimaatakkoord van de overheid. In de Kabinetsvisie
Waterstof is de beleidsagenda opgenomen waarin de inzet van de
Rijksoverheid verder is uitgewerkt. De periode tot en met 2021 is de
voorbereidingsfase voor de daadwerkelijke opschaling en uitrol van
waterstof vanaf 2022. De tweede fase van het NWP – eigenlijk de echte
start – gaat op 1 januari 2022 in.
Waar Nederland afgelopen maand haar waterstofstrategie bekendmaakte,
deed Duitsland dat een jaar eerder al. Ons buurland trekt negen miljard
uit om de aankomende tien jaar een waterstofinfrastructuur met een
vermogen van vijf gigawatt aan te leggen. Voor de beeldvorming: dat komt
overeen met de capaciteit van tien kerncentrales. In de
waterstofstrategie van de industriedeelstaat Noordrijn-Westfalen staat
dat de regio van plan is om de helft van de waterstof te importeren uit
Nederland. Samenwerking tussen Nederland en Duitsland op het gebied van
waterstof kan dan ook niet uitblijven.
Daarmee is Duitsland tot
dusver het enige land waar Nederland concreet een bilaterale
samenwerking mee is aangegaan. En dat terwijl in het NWP te lezen valt
dat waterstof een internationaal thema betreft: de internationale
strategie is onderdeel van de Nederlandse aanpak en Nederland neemt deel
aan verschillende internationale projecten. Veel concreter dan ‘er
vindt overleg plaats met andere lidstaten’ wordt het NWP op dit
onderwerp echter niet. Bilaterale samenwerkingen met landen als België,
Frankrijk en Noorwegen bevinden zich nog in een ‘verkennende fase’.
Bilaterale samenwerking
Waterstof is volgens René Peters, Director Gas Technology bij TNO,
een onderwerp dat Nederland en Duitsland samen kan brengen. “Beide
landen hebben een lange geschiedenis als het gaat om brandstoffenimport
en -doorvoer. Denk aan kolen, olie en aardgas. Hopelijk kunnen we groene
waterstof snel aan dat rijtje toevoegen.” Volgens Peters is het voor
beide landen belangrijk om een succes van waterstof – en de samenwerking
– te maken. Nederland als importhaven voor Duitsland en als belangrijk
doorvoer- en transportland. En Duitsland moet haar industrie
decarboniseren, voor veel van deze zware industrie is waterstof de beste
optie.
Ook Richard van de Sanden, wetenschappelijk directeur van Eindhoven
Institute for Renewable Energy Systems (EIRES) en het Dutch Institute
for Renawable Energy Systems (DIFFER), ziet de samenwerking tussen
Nederland en Duitsland als een belangrijk aspect van onze
waterstofstrategie. “Duitsland is onze grote broer. Ze hebben vorig jaar
een waterstofstrategie van negen miljard gepresenteerd en willen in
2050 wereldleider zijn op het gebied van waterstoftechnologie.”
Enerzijds heeft de Duitse industrie groene waterstof nodig om de
klimaatdoelen te halen, maar heeft anderzijds ook de ambitie om de
leverancier te worden van alle technologie rondom waterstof. Die ambitie
staat ook in het NWP beschreven, maar daar moet Nederland volgens Van
de Sanden nog veel meer op inzetten. “In Nederland ligt de nadruk vooral
op CO2 neutraal worden. Terwijl er een enorme industrie rondom
waterstof in opkomst is. Alles moet in de toekomst starten met
elektriciteit, daar wil je een belangrijke speler in zijn. Nederland zou
best de ambitie mogen hebben om de ASML van de waterstofindustrie te
worden.”
Kennis uitwisselen
Eerder dit jaar bood Van de Sanden, als voorzitter van het Platform
ElektroChemische Conversie en Materialen, Van ’t Wout, voormalig
minister van Economische Zaken en Klimaat, een ‘call to action’ aan.
Duitsland en Nederland moeten bilateraal gaan samenwerken met een
innovatieaanpak voor groene waterstof en chemie. De samenwerking gaat
volgens Van de Sanden vooral haar vruchten afwerpen op de kennis. “In
tegenstelling tot met wat je in het nieuws leest, zijn we op het gebied
van elektrolysers nog op hetzelfde niveau als waar we twintig jaar
geleden met zonnecellen waren. De grootschalige productie van waterstof
en alles wat daarbij komt kijken, daarover moeten we nog ontzettend veel
leren. Daarom is het goed dat we samenwerken en van elkaar kunnen
leren. Niet alleen in de industrie, maar ook aan de kenniskant.”
Van de Sanden ziet waterstof voor veel toepassingen niet als eind-
maar als tussenstation. “Als ik doorkijk naar 2030 zie ik dat we straks
betere, selectievere elektrochemische processen kunnen maken, waarbij we
de waterstof-stap overslaan. Dan kun je direct uit water en een andere
grondstof ammoniak maken. Bij andere processen zoals synthetische
brandstoffen, zal waterstof nodig blijven, maar niet overal.” Wat dat
betreft zijn Nederland en Duitsland een perfecte match, vindt Van de
Sanden. “Zowel Duitsland als Nederland hebben enorm veel kennis in huis.
Samen kunnen we heel interessant onderzoek doen.”
Duitse waterstofstrategie: een samenvatting
– Nationale elektrolyse capaciteit voor groene waterstof ontwikkelen tot 5 GW in 2030 en 10 GW in 2040.
– Financiering van de strategie bedraagt 9 miljard euro, daarvan is 7
miljard gereserveerd voor nationale maatregelen, en het overige bedrag
voor internationale samenwerkingen.
– De Duitse regering benoemt een ‘Waterstoffrat’: een adviescommissie
voor betrokken departementen én een speciale afgevaardigde voor
waterstofinnovatie.
– De strategie laat duidelijk Europese ambities zien. Zo worden er
afspraken gemaakt over duurzaamheidscriteria en kwaliteitsnormen voor
waterstof, het opzetten van een IPCEI waterstof en het oprichten van een
Europees waterstofagentschap
HY3 project
Een ander concreet voorbeeld van bilaterale samenwerking is het HY3
project, waarvoor Nederland en Duitsland gezamenlijk onderzoek doen naar
de haalbaarheid van een transnationale waardeketen voor groene
waterstof. Die keten strekt zich uit tot de industrieclusters in het
grensgebied van Nederland en Noordrijn-Westfalen. Het onderzoek is een
trilaterale opdracht van Nederland, Duitsland en deelstaat
Noordrijn-Westfalen
TNO vertegenwoordigt Nederland binnen dit project en René Peters,
Director Gas Technology bij TNO, is initiator. “Noordrijn-Westfalen
verwacht jaarlijks tussen 70 en 160 terrawatt uur waterstof nodig te
hebben in 2050. Als daarvan de helft uit Nederland moet komen, ligt daar
een enorme vraag.” Het verschil tussen 70 en 160 terrawatt is groot –
daar zit volgens Peters ook direct een grote onzekerheid. Het hangt
ervan af hoe het gebruik van waterstof wordt opgepikt in de grootste
markt: de zware transport en industrie. “Als het daar niet opgepikt
wordt, zal de vraag eerder aan de onderkant van die range zitten.”
TNO heeft voor HY3 gekeken naar het slim hergebruiken van bestaande
infrastructuur van gaspijpleidingen en de opslag van waterstof in
zoutcavernes. Het officiële rapport moet nog verschijnen, maar Peters
kan alvast drie belangrijke conclusies delen. Allereerst; als Nederland
aan de vraag wil voldoen, moet er worden ingezet op import. Met alleen
windenergie kunnen we niet aan de vraag vanuit Duitsland kunnen voldoen.
Een tweede conclusie is dat de bestaande infrastructuur van
pijpleidingen vooralsnog over voldoende capaciteit beschikt om de
waterstof naar de Duitse (en Nederlandse) industrieclusters te
transporteren. “Maar, als je voorbij 2030 kijkt, is de capaciteit niet
voldoende. De directe pijplijn tussen Rotterdam en Noordrijn-Westfalen
is niet sterk genoeg, dus op termijn zou dat een bottleneck kunnen zijn.
Zoutcavernes
Om een constante aanvoer van waterstof te kunnen garanderen, is het
belangrijk om waterstof te kunnen opslaan. Daarvoor zijn zoutcavernes
een uitkomst: een holte in een dikke zoutlaag waar de waterstof niet
doorheen kan lekken. “In één zoutcaverne kun je tot 250 gigawatt uur aan
energie opslaan. Dat is een enorme hoeveelheid. Een derde conclusie van
het onderzoek dat we voor HY3 hebben gedaan, is dat we met zoutcavernes
voldoende opslag kunnen faciliteren om het systeem te balanceren.” Maar
die X aantal zoutcavernes moeten nog wel gebouwd worden.
Peters is overwegend positief. De ombouw van infrastructuur, de
capaciteit, de opslag – daar zitten de problemen niet. De grootste
onzekerheid zit volgens hem in de kosten. “Waterstof moet echt goedkoper
worden. Er moet uiteindelijk wel een bedrijf zijn dat bereid is om te
betalen voor groene waterstof. Dat zal lange tijd nog duurder zijn dan
grijze waterstof.”
Geïnteresseerd geraakt? Lees de complete serie tot nu toe op Innovation Origins
Dat artikel werd oorpronkelijk gepubliceerd bij Innovation Origins,
partner van Change Inc. Innovation Origins is een onafhankelijk
nieuwsplatform, dat een onconventioneel verdienmodel heeft. Het wordt
gesponsord door bedrijven die de missie van Innovation Origins steunen:
het verhaal van innovatie verspreiden.



