Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 03 oktober 2012, 11:05

E.ON en GDF vrezen voor stroomtekort dankzij groene stroom

Op koude winterdagen met weinig wind en zon is de capaciteit van gas- en kolencentrales ontoereikend . Consumenten en bedrijven draaien op voor de kosten.

Schoorsteen2 e1349253985309

Dat stellen E.ON en GDF Suez woensdag in het Financieele Dagblad. Volgens deze energiebedrijven is de buffercapaciteit van gas- en kolencentrales de aankomende jaren niet toereikend om stroom te leveren op momenten dat er onvoldoende wind- en zonne-energie beschikbaar is. Om dit tekort op te vangen moeten er volgens Ruud Bos, topman van GDF Suez Nederland de komende jaren extra in conventionele centrales worden geïnvesteerd en moeten er zelfs conventionele energiecentrales worden bijgebouwd. Eindgebruikers zouden dit in hun portemonnee gaan voelen.

Capaciteitsvergoeding

Als bijkomend probleem noemen E.ON en GDF Suez de lage stroomprijzen. Dankzij gesubsidieerde groene stroom is het op dit moment onrendabel om te investeren in centrales met fossiele brandstoffen. Volgens Bos is er daarom niet te ontkomen aan een zogeheten capaciteitsvergoeding  die overheden zouden moeten ophoesten om de aanleg van nieuwe buffercapaciteit te financieren.

Duurzaam is geen probleem, het is de oplossing. Toby Ellson, woordvoerder Eneco

Kolentaks

Het financieren van buffercapaciteit van kolencentrales lijkt haaks te staan op de kolentaks zoals deze in het deelakkoord van onderhandelaars PVDA en VVD staat. Ook Eneco pleit voor het behoud van de kolentaks. Volgens Toby Ellson, woordvoerder bij Eneco, is er voldoende capaciteit aanwezig in de vorm van gascentrales:  “Het is nonsens dat er geen capaciteit zou zijn. We zitten in een transitiefase. Gas is de minst vervuilende fossiele brandstof.  Minder kolencentrales zouden zelfs meer ruimte overlaten voor gascentrales”.

Ellson is niet te spreken over de claim van E.ON en GDF Suez. “Het artikel van het FD wordt gebracht als de mening van de hele branche, maar dat betwisten wij. Duurzaam is geen probleem, het is de oplossing.”

Bron: FD

Foto: Tim Button

Gebruik restwarmte bespaart Coca-Cola 30% energie

rvoor uit Friesland. In Dongen produceert Coca-Cola 82 procent van haar frisdranken voor de Nederlandse markt. De alom bekende glazen flesjes worden in Noord-Brabant gemaakt door buurman Ardagh. Bij die partij is de energiewinst te halen. Hoofd distributie en productie bij Coca-Cola, Rein de Jong, is enthousiast: “Normaal heeft onze fabriek stoomketels nodig, die verbruiken veel energie. We gaan nu testen of het mogelijk is om restwarmte die vrij komt bij de productie van de glazen flessen de ketels kunnen vervangen. In totaal kan dat een besparing van 30 procent opleveren. Ofwel, 15 megawatt. “ Staatssecretaris Atsma (Infrastructuur & Milieu) was lovend over het duurzame ondernemerschap van Coca-Cola.  “Coca-Cola is in zijn sector de koploper op het gebied van duurzaamheid.” Volgens hem is de manier waarop het Amerikaanse frisdrankmerk samenwerkt met zijn buurman Ardagh “een voorbeeld voor het hele bedrijfsleven”. “Coca-Cola is in zijn sector de koploper op het gebied van duurzaamheid.”Joop Atsma, staatssecretaris Infrastructuur & MilieuGeschiedenis van innovaties Met de testopstelling is een investering gemoeid van €120.000. Coca-Cola neemt een derde voor zijn rekening, Ardagh nog een derde en de resterende €40.000 komt van de overheid. Het is niet de eerste keer dat de vestiging in Dongen geld heeft vrijgemaakt voor duurzame oplossingen. Zo gaat Coca-Cola efficiënt om met druklucht en is ook het waterverbruik flink afgenomen. Dongen heeft nog slechts 1,41 liter water nodig per geproduceerde liter frisdrank. In 2005 was dat nog 2,75 liter. Het is allemaal onderdeel van een wereldwijde competitie binnen het Amerikaanse concern. “Binnen Coca-Cola is er interne concurrentie om de beste te zijn op duurzaam gebied. Momenteel staan we op de zesde plek,” zegt De Jong. In 2020 wil vestiging Dongen een derde minder CO2 uitstoten en meer dan 100 procent recyclen. Dat kan volgens De Jong door hun vestiging 100 procent te laten recyclen en daarnaast de hele waardeketen door te lichten. “Binnen Coca-Cola wereldwijd is er interne concurrentie om de beste te zijn.”Rein de Jong, hoofd productie en distributie Coca-Cola DongenHet bedrijfsleven regelt het wel Het is opmerkelijk dat Coca-Cola vestiging 2020 als datum stelt. Dat is immers de datum waarop Nederland, net als alle EU-landen, heeft toegezegd de Europese 20-20-20-doelstelingen te hebben gerealiseerd. Met name het doel om 14 procent duurzame energie op te wekken lijkt Nederland niet te gaan halen. Dat wordt vergezeld van veel kritiek op het zwalkende beleid van de overheid. Atsma vindt echter dat de verduurzaming van Nederland niet in eerste instantie een taak is van de overheid. “Het bedrijfsleven is leidend, niet de overheid,” zegt Atsma. Kritiek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op gebrek aan visie bij de Nederlandse overheid als het op duurzaamheid aankomt wuift hij weg. “Zo’n planbureau is voor de visie, de Nederlandse overheid voor het handelen.” Volgens Atsma zijn kleine, niet-structurele investeringen in bedrijven “de manier waarop topsectoren gestimuleerd moeten worden.” Dat het incidenteel op maat stimuleren van projecten in het bedrijfsleven met kleinschalige subsidies beter werkt dan een structureel subsidiebeleid wordt volgens hem aangetoond in Duitsland. “Daar gaat de overheid gebukt onder de zware druk van subsidies.”“Het bedrijfsleven is leidend, niet de overheid.”Joop Atsma, staatssecretaris Infrastructuur & MilieuVolgens de demissionaire staatssecretaris liggen er in Nederland andere kansen en dat vraag om ander beleid. “Wij zijn op zee en met water in het algemeen sterk, daar moeten we gebruik van maken.”Foto: Geisha