Sebastian Maks
22 oktober 2024, 10:42

Een slim stroomnet als oplossing voor netcongestie? Twee Nederlandse bedrijven staan al in de rij

In Flevoland ligt een intelligent energienet dat zonne- en windenergie kan leveren aan bedrijven, zonder daarbij het reguliere stroomnet te belasten. Twee bedrijven staan al te popelen om een aansluiting; nu moet de wetgeving er nog komen. “We zouden morgen al kunnen beginnen met graven.”

Martijnhamelink Links deel van het Smart Grid Flevoland, rechts adviseur Martijn Hamelink (Equans). | Credits: Equans

Daar sta je dan als bedrijf: zúlke plannen om te verduurzamen, maar uitzichtloos met de stekker in de hand. Het stroomnet wil je er niet meer bij hebben. Of beter gezegd: kán je er niet bij hebben. Het is de realiteit waar steeds meer Nederlandse ondernemingen mee te maken hebben. Door netcongestie barst het stroomnet uit zijn voegen; aansluitingen voor nieuwe bedrijven of woonwijken zijn schaars. Dat zit verduurzaming in de weg.

Het probleem is – ook door Change Inc. – uitvoerig besproken. Maar wordt er ook wat aan gedaan? Netbeheerders moeten (en zijn) hard aan de slag met het actualiseren en uitbouwen van het stroomnet, maar wat kan er in de tussentijd nog meer gedaan worden? Beschikt Nederland over andere mogelijkheden om bedrijven hun o-zo-gewilde aansluiting te kunnen bieden?

Smart grid

Ja, weet adviseur Martijn Hamelink van de technische dienstverlener Equans. Equans overziet het Smart Grid Flevoland, een intelligent energienet dat met digitale hulpmiddelen duurzame stroom aan bedrijven kan leveren. De theorie achter het systeem is relatief simpel. “Het is eigenlijk een gesloten distributiesysteem”, legt Hamelink uit. “Een elektriciteitsnet dat eigendom is van iemand anders dan een netbeheerder.” Binnen zo’n net wordt energie opgewekt met duurzame energiebronnen (bijvoorbeeld windmolens of zonnepanelen) en middels een eigen kabelnetwerk gedistribueerd. Zo hoeven de aangeslotenen niet zelfstandig verbonden te worden op het ‘traditionele’ net, dat in Nederland beheerd wordt door partijen als Liander en Stedin.

En dan is er nog de component die het systeem ‘smart’ maakt. Een digitaal ‘energiemanagementsysteem’ waarmee vraag en aanbod efficiënt aan elkaar gekoppeld worden. Op moment dat er overschotten aan energie zijn die het smart grid niet meer aan het traditionele net kan leveren, wordt automatisch aan de windmolens en zonnepanelen doorgegeven dat ze minder energie mogen opwekken. Er kunnen ook batterijen aan smart grid worden gekoppeld, waardoor eventuele overschotten aan stroom kunnen worden opgeslagen, klaar voor later gebruik. Alles in goede banen geleid door een digitaal systeem.

300 megawatt

Het Smart Grid Flevoland, dat in beheer is van Equans, wordt gevoed door lokale zonnepanelen (ruim 500.000) en windmolens (37). Het totale vermogen komt uit op 300 megawatt. Er staan ook twee batterijen van het bedrijf Giga Storage opgesteld. Bedrijven die stroom afnemen, zijn er momenteel nog niet.

Pervers genoeg belandt de opgewekte elektriciteit daarom op dit moment alsnóg op het reguliere stroomnet. Smart Grid Flevoland heeft namelijk een Tennet-aansluiting ter grootte van 150 megawatt. De windmolens en zonnepanelen die aangesloten zijn op het smart grid kunnen op momenten van veel zon en wind dus niet al hun energie kwijt op het reguliere net. Maar zonder het smart grid hadden ze überhaupt geen aansluiting gehad. “We hebben in Nederland momenteel namelijk ook te maken met invoedingscongestie”, weet Hamelink. “De windmolen- en zonneparken in Flevoland hadden dus niet kunnen worden aangesloten op het reguliere net. Wij kunnen die binnen ons smart grid wel een aansluiting bieden.”

Bedrijven aansluiten

Nu: wat heeft dit met bedrijven zonder stroomaansluiting te maken? Die zouden goed kunnen profiteren van het Smart Grid Flevoland, vindt de gemeente. Er ligt namelijk een schat aan duurzaam opwekt vermogen voor het oprapen. Equans staat ervoor open om bedrijven aan te sluiten op zijn net en is samen met de gemeente een onderzoek gestart naar de mogelijkheden.

“We zijn er druk mee bezig. Er zijn twee grote bedrijven die interesse hebben getoond in een aansluiting: de voedselproducenten Marfo en McCain. Die willen van het gas af en flink elektrificeren, maar kunnen dat niet meer binnen het net van Liander. Bij ons zouden ze 90 procent van de tijd gegarandeerd zijn van energie uit het smart grid.”

Ontheffing wijzigen

Over de techniek ligt niemand wakker. “De kabels leggen is het probleem niet”, aldus Hamelink. “We kunnen morgen al beginnen met graven.” De regelgeving is een ander verhaal. Om als private partij een aansluiting te bieden aan bedrijven, is een ontheffing van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) nodig. Voor de huidige opzet, waarbij duurzame stroom wordt ingevoed op het reguliere net, heeft Equans al zo’n ontheffing. Maar voor het bedrijf de ACM verzoekt die aan te passen zodat ook bedrijven kunnen worden aangehaakt, wil het de zaken goed op orde hebben.

“We zijn met Tennet en Liander in gesprek om te kijken of zij er ook baat bij zouden hebben als we de twee bedrijven aansluiten. We vinden namelijk dat het wel echt moet helpen tegen netcongestie, en dat zijn we nu met ze aan het onderzoeken. Het gesprek zal denk ik nog zo’n twee maanden duren, en dan kunnen we met een goed verhaal naar de ACM toe.”

Lees ook:

Hoe Move to Impact op geheel eigen wijze bedrijven helpt met CSRD: ‘Het is al complex genoeg als je weet hoe het moet’

Amber Kesselaer en Skadi Mobius zijn de oprichters van het jonge consultancybedrijf Move to Impact. Het bedrijf wil met een geheel eigen aanpak bedrijven klaarstomen voor de CSRD-verplichting die op hen afkomt. De twee studeerden samen en kwamen elkaar later in hun carrière weer tegen. Kesselaer verdiepte zich bij PwC als digital innovation manager in het efficiënter en innovatiever maken van de accountancytak, waarna ze het bedrijf Data Kingdom oprichtte. Mobius hield zich bezig met het verwerken van financiële, sociale en ecologische strategieën in visies van organisaties. Hiervoor moesten allerlei afdelingen samengebracht worden. Het ontbrak alleen aan een centrale plek waar alle doelstellingen gemonitord konden worden. “Dat was precies wat Amber aan het doen was”, zegt Mobius. “Toen zagen we de kans om de doelstellingen en bijbehorende cijfers die ik simuleerde te tracken in het dashboard dat Amber bouwde. Binnen twee uur hadden we het eerste concept voor een ESG-dashboard klaar.” Duurzaamheidsrapportages ‘Een coronababy’, noemt Kesselaer het ontstaan van hun bedrijf. De timing kon niet veel beter. Bovenstaande speelde zich namelijk af in 2020, nog voordat de CSRD de aandacht kreeg die het inmiddels vereist. “We waren nog aan het onderzoeken welke duurzame variabelen we precies in ons dashboard moesten volgen. Toen de CSRD en de Europese duurzaamheidsrapportage-standaarden (ESRS) werden geïntroduceerd, viel alles op zijn plaats. Ineens werden de kaders helder waarop duurzaamheid gemeten moet worden. We hadden gelijk een blauwdruk die we meteen konden implementeren voor onze klanten.” Wel de hengel, niet de vis De aanpak van Move to Impact bestaat grofweg uit drie stappen: een materialiteitsanalyse waarin bepaald wordt welke variabelen belangrijk zijn voor een bedrijf, dataverzameling en een rapportagefase. Dat hele traject duurt een tot drie jaar. Daarna moet een klant het zelf doen. Mobius: “We geven de hengel. Niet de vis.” Logischerwijs duiken de grote consultancybedrijven massaal op de CSRD. De materie is namelijk ingewikkeld. Kesselaer: “Bedrijven hebben vaak geen idee wat er precies op ze afkomt en welke hulp ze nodig hebben. De diensten die adviesbureaus aanbieden zijn vaak appels met peren vergelijken. Degene met het meest overtuigende salespraatje wint. Het is wat dat betreft best wel een cowboymarkt geworden. Op dit moment wordt er geprofiteerd van de onwetendheid uit de markt.” Alles in de CSRD-tool Tegelijkertijd zien de oprichters van Move to Impact een behoorlijke opkomst aan ‘CSRD-tools’; veel invoervelden voor een breed scala aan informatie aangevuld met rekenmodellen die in een paar muisklikken beloven de CO2-uitstoot van je bedrijf boven water te halen. “Het gevaarlijke is dat veel bedrijven niet nadenken over de gevolgen van ‘zomaar een tool gebruiken’. Hierdoor is het lastig te zeggen of de moeite die vandaag wordt gestoken in zo'n project wel houdbaar is voor de toekomst”, zegt Kesselaer. “Met zo’n tool word je eigenlijk verleid de makkelijke weg te kiezen, waarna je misschien over een paar jaar weer opnieuw kunt beginnen met je rapportageprocessen. Terwijl het vaak wel gaat om dure abonnementen.” Mobius: “Wij krijgen van veel bedrijven de vraag: ‘welke tooling moeten we hebben?’ Terwijl ze vaak nog niet eens weten wat ze precies willen meten. Daarbij hebben bedrijven vaak al eigen systemen waarmee je prima uit de voeten komt. Wij adviseren altijd om eerst te kijken wat je al kunt doen met de verschillende systemen die je in huis hebt.” Zelfstandigheid De aanpak van Move to Impact richt zich dan ook veel meer op het trainen van zijn klanten, zodat ze uiteindelijk zelfstandig kunnen voldoen aan de rapportageverplichting. Bedrijven worden zelf geacht de CSRD-rapportages in te vullen, waar nodig onder begeleiding van de consultants van Move to Impact. Daarnaast heeft Move to Impact zijn methode openbaar gemaakt. Stap voor stap, met behulp van video’s en handleidingen, legt het bedrijf uit hoe je de CSRD moet aanpakken. Kesselaer: “De gemiddelde consultancy zal denken: je maakt je eigen markt kapot door gewoon open en bloot de precieze stappen te delen. Maar wij vinden juist dat iedereen maar gewoon moet beginnen. Het is al complex genoeg als je weet hoe het moet.” Tik op de vingers Na beursgenoteerde bedrijven, moeten per 2025 de grote niet-beursgenoteerde bedrijven ook aan de rapportageverplichting voldoen. Toch zien Kesselaer en Mobius dat bedrijven zich afwachtend opstellen. Nederland heeft onlangs nog een tik op de vingers gekregen van de Europese Commissie omdat de implementatie van de CSRD te lang duurt. De deadline voor omzetting in nationale wetgeving was 6 juli 2024, maar het implementatiewetsvoorstel is nog niet eens bij de Tweede Kamer ingediend. Kesselaer: “Voor bedrijven is dat een reden om te wachten. Maar hoe langer je wacht, hoe ingewikkelder het wordt. Zeker omdat je uiteindelijk met terugwerkende kracht zult moeten rapporteren over het jaar.” Rechtszaken en reputatieschade Het grootste risico van te lang wachten met de CSRD is volgens Kesselaer en Mobius dat bedrijven uiteindelijk niet de handtekening van accountants krijgen die de rapportages moeten goedkeuren. Dat kan direct gevolgen hebben voor geld dat je bij de bank leent. “Tegelijkertijd zie je dat klanten van bedrijven steeds meer vragen gaan stellen”, zegt Mobius. “Want die moeten ook aan duurzaamheidsverslaglegging doen en willen CO2-reductie in hun toeleveringsketen zien. Als jij dat niet kunt aantonen, loop je het risico dat klanten bij je weggaan. En ngo’s en andere instanties zullen ook transparantie eisen. Als jij niet kunt laten zien dat je serieus met duurzaamheid bezig bent, riskeer je rechtszaken of reputatieschade.” Hoewel het nog wel een aantal jaar zal duren voordat het bedrijfsleven zich de CSRD volledig heeft eigen gemaakt, hebben Mobius en Kesselaer vertrouwen in het gewenste effect van de wetgeving, namelijk de economie verduurzamen. “Er is iets in beweging gezet, wat niet meer teruggedraaid kan worden”, zegt Kesselaer. “Je komt niet meer weg met alleen zéggen dat je milieubewust bezig bent. Duurzaamheid wordt eindelijk op een cijfermatige, financiële manier uitgedrukt." Mobius: “Je ziet dat duurzaamheid eindelijk een serieuze plek krijgt in de keuzes die bedrijven maken. Dit wordt het nieuwe normaal.” Lees ook: De biodiversiteitstop in Colombia is begonnen: wat staat er op de agenda? Nationale CSRD-enquête: 70% van de bedrijven is goed voorbereid op de CSRD Is het bedrijfsleven klaar voor de CSRD? ‘Bedrijven die goed bezig zijn hebben het vooral niet onderschat’