Erika van Zinderen Bakker 12 september 2023, 11:00

Effectieve CO2-warmtepomp maakt oudere woningen klaar voor de toekomst

Energiebedrijf Vattenfall en installatiebedrijf Feenstra hebben een effectieve warmtepomp ontwikkeld die geschikt is voor bestaande woningbouw. Doordat de warmtepomp op hoge temperaturen kan verwarmen, is het apparaat geschikt voor oudere huizen die geen vloerverwarming hebben of nog niet volledig zijn geïsoleerd.

JLOUSBERG 20211115 Feenstra Warmtepomp DSR9688 PRINT “We oefenen nu bij woningcorporaties en trainen monteurs.” | Credits: Jorrit Lousberg / Vattenfall

De innovatie-tak van energiebedrijf Vattenfall zit niet stil. Al jaren is een team van die afdeling, samen met installatiedochter Feenstra, bezig met de ontwikkeling en het testen van een nieuw soort warmtepomp. Het team heeft de focus liggen op de warmtetransitie van de gebouwde omgeving en heeft zichzelf ten doel gesteld bestaande woningen te verduurzamen. Met de CO2-warmtepomp (een type warmtepomp waarin CO2 wordt gebruikt als koudemiddel), die het team ontwikkelde, kan dat doel uitermate effectief worden bereikt.

Overbrugging tot 2050

Wouter Wolfswinkel is programmamanager business development bij Vattenfall en is sinds de start van het project betrokken bij de ontwikkeling van de warmtepomp. “De meeste CO2-uitstoot in een woning wordt veroorzaakt door gasverbruik. Elektraverbruik is maar een fractie daarvan. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) schetst drie eindoplossingen in 2050 voor de energietransitie: warmtenetten (stadsverwarming), groen gas en volledig elektrische warmtepompen. Waar wij naar hebben gekeken is: wat doe je tussen nu en 2050? Kun je de vraag reduceren door isolatie? En welk apparaat gebruik je in welke situatie?”

Aansluiten op radiatoren

De CO2-warmtepomp die Vattenfall ontwikkelde, een hogetemperatuurwarmtepomp, blijkt een duurzaam alternatief voor de cv-ketel. Hij heeft namelijk maar een derde van de energie nodig van wat een cv-ketel verbruikt. Daar komt bij dat de warmtepomp op hoge temperaturen verwarmt, wat hem geschikt maakt voor bestaande woningen. Het apparaat kan namelijk gewoon op de bestaande radiatoren worden aangesloten, waardoor een complete verbouwing niet nodig is. Daarmee is het een goede oplossing voor bijvoorbeeld woningcorporaties die hun woningen van het gas af willen halen.

Vooroordelen

Wolfswinkel: “In nieuwbouw werken gewone warmtepompen prima. Maar voor bestaande woningen is de overgang lastig. Dat heeft te maken met de matige isolatie en radiatoren. Lagetemperatuurverwarming (reguliere warmptepompen, red.) aanleggen is ingrijpend en kostbaar. Traditionele warmtepompen zijn efficiënt tot 45 °C. Die zijn dus vooral geschikt voor verwarming op lage temperatuur. En dat matcht niet met radiatoren.”

“Omdat we geen ontwikkeling in de markt zagen voor bestaande woningen, zijn wij gaan kijken wat er wél kan. We gingen op zoek naar een warmtepomp die niet zo groot is en wel geschikt is voor huizen die niet zo goed geïsoleerd zijn en nog radiatoren hebben. Een hoge temperatuur was daarbij essentieel, want bestaande radiatoren hoeven niet weg als je op hoge temperatuur blijft verwarmen. We hadden drie doelen: 1) ons product moet een een-op-eenvervanger van de cv-ketel zijn, 2) het moet betaalbaar en haalbaar zijn – met andere woorden, het mag niet meer kosten dan een traditioneel all-electric warmtepompsysteem en 3) de energierekening mag niet omhoog door gebruik van ons product. Je moet als gebruiker niet worden afgestraft.”

Koudwatertoevoer

“We kwamen uit op CO2-warmtpepompen, maar die zijn nogal kieskeurig”, vertelt de programmamanager. “Zo moet de temperatuur van het water dat wordt aangeboden bijvoorbeeld zo laag mogelijk zijn, terwijl de temperatuur die een CO2 warmtepomp levert juist minimaal 60 graden is. Dat is dus totaal het tegenovergestelde van een gewone warmtepomp. Onze warmtepomp moet dus ver gekoeld worden. Dat trucje hebben we onder de knie gekregen. We zijn erin geslaagd voor een watertoevoer te zorgen die altijd koud genoeg is, waardoor de warmtepomp relatief efficiënt functioneert.”

Buffer

Wolfswinkel: “Het systeem dat aan de basis van onze warmtepompen ligt, is in Japan ontwikkeld om warm tapwater mee te maken. Wij hebben deze warmtepomp aangesloten op een stratificatiebuffer. Dat is een groot vat met cv-water en voorzieningen die de gelaagdheid van het water beschermen. Heet water bovenin en koud water aan de onderkant van de buffer.

De buffer fungeert als warmtebron voor de radiatoren én voor warm tapwater (via een platenwisselaar net zoals in een cv-ketel). Dat is dus handiger dan een boiler waarin alleen tapwater zit dat je niet meer kunt gebruiken voor ruimteverwarming. De buffer is ook de stabiele bron van koud tot lauw water naar de warmtepomp.”

Extra voordeel

Het buffersysteem heeft nog een groot voordeel: de buffer met 230 liter water is namelijk ook een grote waterbatterij. Door matige isolatie koelen woningen snel af. Als je dan weer moet opwarmen, bijvoorbeeld na een werkdag, kost dat veel extra vermogen. Meer vermogen zelfs dan wat de warmtepomp kan leveren. De hogetemperatuurwarmtepomp levert tussen 3 en 6 kilowatt, maar er is wel 10 kilowatt nodig om een woning weer op te warmen. De buffer kan als warmwaterbatterij samen met de warmtepomp wél meer dan 10 kilowatt leveren aan de woning – zo’n 2 a 3 uur lang. Als de woning eenmaal op temperatuur is, is er niet meer zo veel warmte nodig. De buffer wordt dan weer opgeladen met heet water, oftewel hij loopt weer vol met water.

Japan en Duitsland

In 2020 zijn de eerste twintig prototypes van het systeem geplaatst. “We hadden het vertrouwen dat we het technisch werkend kregen”, zegt Wolfswinkel. “Inmiddels vult ons magazijn zich gestaag en kunnen we de systemen gaan plaatsen. Onze warmtepompen komen uit Japan, de buffers uit Duitsland. Feenstra is onze installatiepartner. We zijn begonnen bij woningcorporaties. Die begrijpen goed wat de waarde is van deze warmtepompen ten opzichte van gewone warmtepompen. Ze weten dat het per woning tussen de 40.000 en 60.000 euro kost om een regulier warmtepompsysteem te installeren. Dit systeem kost ze slechts een derde.”

“Een particulier kijkt anders. Die denkt: ‘Cv-ketel vervangen door een warmtepomp? Daar wil ik nu nog niet mee aan de slag.’ Dus ‘oefenen’ we bij de corporaties. Er worden er monteurs getraind en het installatieproces wordt verfijnd. Na dit traject kunnen we als organisatie beter bepalen wat dit in de particuliere markt kan gaan doen. Dan zijn al onze vragen beantwoord en hebben we geen onzekerheden meer.”

‘Een écht alternatief’

“70 tot 80 procent van de cv-ketels wordt vervangen als ze stuk zijn, meestal na een jaar of vijftien”, legt Wolfswinkel uit. “Als je snel moet zijn omdat je cv-ketel stuk is, dan is een hele verbouwing te veel. Dan is onze warmtepomp een prima oplossing. In twee dagen ben je van het gas af. Als mensen weer overstappen op een traditionele cv-ketel, ben je ze zo weer vijftien jaar kwijt. Zo veel tijd hebben we niet meer! Als we die mensen weer allemaal cv-ketels geven, kunnen we pas in 2040 gaan verduurzamen. Wij willen fossielvrij worden binnen één generatie. En we hebben nu een goed alternatief. Binnen twee dagen heb je een nieuw apparaat. Dat is wat we nodig hebben in Nederland: een écht alternatief voor die cv-ketel.”

Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner Vattenfall. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar onze partners? Klik hier.

Lees ook:

Recycling en hergebruik van bouw- en sloopafval is een enorme kans voor de circulaire economie

“We bouwen de huizen in Nederland steeds energiezuiniger. Er komen meer en meer zonnepanelen op daken en onze woningen zijn steeds beter geïsoleerd. Deze vooruitgang betekent dat de grootste milieudruk van de gebouwde omgeving verschuift: van het gebruik van een gebouw, naar het gebruik van de materialen”, zegt Thijs Huijsmans, senior adviseur circulair bouwen bij Heijmans. “Er ligt een enorme opgave voor ons om al die materialen veel langer in de kringloop te houden. Heijmans' missie is het creëren van een gezonde leefomgeving. Het gebruik van circulaire materialen past daar naadloos in. Dat bespaart CO2 en is daarmee beter voor de aarde, dus onze leefomgeving." Samenwerking met Renewi Huijsmans is onderdeel van een team bij Heijmans dat verantwoordelijk is voor verduurzaming op de lange termijn. “We plaatsen een vergezicht. Niet alleen vanuit onze eigen capaciteiten, maar juist met het oog op samenwerking met andere partijen. Om de duurzaamheidsopgave voor elkaar te krijgen is de hele keten nodig.”Thijs Huijsmans, senior adviseur circulair bouwen bij Heijmans.Eén van die partijen is afvalrecycler Renewi. Want zowel bij de bouw, als de sloop van gebouwen komen diverse afvalstromen vrij. En dat is voor Renewi een waardevolle bron van grondstoffen. “Zo’n samenwerking begint vanuit 'afvalontzorging': bij de activiteiten van Heijmans komt afval vrij en komen wij in beeld als partner voor inzameling”, zegt Marc den Hartog, directeur Renewi Nederland. “Maar onze samenwerking heeft zich steeds verder ontwikkeld. We zijn samen gaan kijken hoe de bouwsector veel bewuster om kan gaan met deze afvalstromen. Waar bestaat dit afval eigenlijk uit? Welke stromen kunnen we scheiden? En wat moet er gebeuren als we deze afvalstromen weer opnieuw willen inzetten als grondstoffen?” Inzicht in afval Heijmans krijgt maandelijks een rapportage van Renewi waarin alle afvalstromen van alle bouw- en sloopprojecten gedocumenteerd worden. Zo ziet Heijmans direct welk afval ertussen uit springt en wat het dus aandacht moet geven. “Een mooi voorbeeld is steenwol”, zegt Huijsmans. “Wij kopen dat in via groothandels die het geleverd krijgen van de steenwolproducent. Steenwol is een product met een flinke milieubelasting. Met Renewi hebben we er nu voor gezorgd dat steenwol na een sloop in een aparte container terechtkomt. En Renewi heeft op zijn beurt afspraken met de producent die het materiaal weer inneemt. Zo wordt oude steenwol weer verwerkt in het productieproces, om het aandeel secundaire grondstoffen in producten te verhogen. Zo ben je met meerdere partijen in de keten bezig de cirkel rond te krijgen.”Marc den Hartog, directeur Renewi Nederland.Menselijk factor Een specifiek materiaal of afvalstroom onder de loep nemen is slechts een deel van het succes. “Minstens zo belangrijk is de menselijke factor”, zegt Den Hartog. “Uiteindelijk zijn het de mensen op de bouwplaats die door middel van het scheiden van afval aan de bron onze recycling- en hergebruikdoelstellingen mogelijk maken. Daarom organiseren we interventies en maken we instructies visueel helder. We werken zelfs met gedragswetenschappers om samen te kijken hoe we mensen de juiste kant op kunnen nudgen.” Huijsmans benadrukt wat voor uitdaging dit soms is. “Het is niet zeldzaam dat er op een bouwplaats vier verschillende talen worden gesproken. Heijmans wil CO2-neutraal zijn, maar daarvoor moet je wel aan iedereen het belang van afval scheiden kunnen uitleggen. Dat is heel complex. Met behulp van toolboxsessies (workshops, red.) proberen we mensen scherp te houden." Leveranciers beïnvloeden Een andere uitdaging is het reduceren van afval dat via leveranciers wordt aangeleverd. Veel bouwmaterialen worden namelijk aangeleverd in plastic, in allerlei verschillende kleuren en diktes. “Als Heijmans hebben we afgesproken dat we alleen nog verpakkingsmateriaal accepteren dat recyclebaar óf herbruikbaar is”, zegt Huijsmans. Dat betekent bijvoorbeeld dat plastics minimaal bedrukt zijn met teksten en logo’s of dat verpakkingen gemaakt zijn van biologisch materiaal. “In het begin vreesden we dat zo’n statement ons vooral geld zou kosten, omdat we nog maar bij een paar leveranciers terecht konden. Maar in de praktijk merk je dat vrij snel de meeste leveranciers zich aanpassen. Dan is het helemaal geen issue meer.” Inmiddels heeft Heijmans zelfs in zijn voorwaarden vastgelegd dat leveranciers de duurzaamheidsstrategie van de bouwer moet respecteren en er actief aan bij moet dragen. “We zien dat steeds meer andere bouwers dit ook van leveranciers vragen”, zegt Huijsmans. “In het begin is er wat lef voor nodig, maar uiteindelijk maak je zo samen de sector duurzamer.” Uitstroom minstens zo belangrijk als instroom Bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving gaat veel aandacht uit naar de instroom van materialen die nodig zijn op de bouwplaats. Maar Huijsmans ziet het als zijn taak om de uitvoerende stroom, bijvoorbeeld bij sloopprojecten, net zo belangrijk te maken. Huijsmans: “Je wilt natuurlijk alle materialen die uit een project stromen zo hoogwaardig mogelijk opnieuw gebruiken. Maar eigenlijk zit er nog een stap voor: in de eerste plaats moet het doel zijn om materialen gewoon in het gebouw te laten zitten. Met andere woorden: is sloop in de eerste plaats wel nodig?” Degrowth in de bouw Er zijn allemaal ontwikkelingen in de bouw gaande die de sector duurzamer maken en afval beperken. Denk aan houtbouw, prefab- en demontabele huizen, het materialenpaspoort en staal geproduceerd met groene waterstof. Huijsmans: “Maar innovaties alleen gaan ons niet helpen. Uiteindelijk moeten we naar een vorm van degrowth en minder consumptie, ook in de bouw.” “Er is niet één oplossing”, valt Den Hartog hem bij. Het wordt volgens hem steeds relevanter om rekentools als CO2-beprijzing en true pricing in alle facetten van de economie mee te nemen. “Het gaat erom dat we alle kosten toekennen die aan materialen kleven, ook de kosten die gemoeid gaan met een negatieve impact op het milieu. Daarmee wordt de afweging om telkens nieuwe materialen te gebruiken of juist te kiezen voor secundaire grondstoffen een veel bewustere keuze.” Rol overheid Den Hartog ziet hierin ook een belangrijke rol voor de overheid. “De overheid, en in dit geval het Rijksvastgoedbedrijf, is ook het grootste vastgoedbedrijf van Nederland. Zij kunnen een voorbeeldrol spelen door van circulariteit de norm te maken in hun aanbestedingen en daarmee de vraag een enorme boost geven. Daarnaast is de overheid in staat om de spelregels vast te stellen, bijvoorbeeld door het gebruik van secundaire grondstoffen te verplichten in nieuwe bouwmaterialen. Tenslotte doet de kwaliteit van gerecycled materiaal inmiddels niet meer onder voor die van gloednieuwe materialen en wordt deze vraag door verdere innovatie gestimuleerd. Er ligt een enorme kans om Nederland koploper in circulaire bouw te laten zijn.” Lees ook: Opmerkelijk: papieren tasjes van herfstbladeren Afval vervoeren per trein scheelt files en CO2 Zo worden luchthavens Schiphol en Rotterdam Airport in 2030 afvalvrij Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar ons partnermodel? Klik hier.