Sabine Sluijters 15 juni 2021, 17:12

Eneco gaat van het gas af en is in 2035 klimaatneutraal

Eneco wil in 2035 volledig klimaatneutraal zijn. Dat is 15 jaar eerder dan het bedrijf eerder aankondigde. Het zal daarvoor op korte termijn gascentrales sluiten of ombouwen en na 2025 geen CV-ketels meer verkopen. Ook wil het de productie van hernieuwbare energie in vier jaar tijd verdubbelen. Het bedrijf presenteerde dinsdag zijn strategie ‘One Planet Plan’ waarin staat hoe het zijn doelen wil bereiken.

Gascentrale Eneco zal voor 2035 al zijn gascentrales ombouwen of sluiten. Foto: Adobe Stock

“We voelen een diepe betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor het leefbaar houden van onze aarde. Nu en in de toekomst”, zei CEO van Eneco As Tempelman tijdens de persconferentie. “We hebben maar één aarde. En die beschouwen we niet als van ons. Maar we moeten er wel voor zorgen voor de generaties na ons.”

Energietransitie race tegen de klok

Om de doelstelling van het Parijs Akkoord te halen en de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graad, moeten we volgens Tempelman sneller verduurzamen. “De energietransitie is een race tegen de klok. En Eneco gaat versnellen.” Want recent wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat met het huidige tempo de 1,5 graad in 2040 al is bereikt. Ook het Internationale Energie Agentschap (IEA) stelde kort geleden dat de elektriciteitssector in de ontwikkelde economieën al in 2035 geen CO2 meer zou moeten uitstoten om de doelstelling te kunnen halen.

Daarom gaat Eneco alle CO2 emissies in de komende 15 jaar naar nul brengen. In 2035 zijn zowel de eigen activiteiten van Eneco (scope 1 en 2) als de geleverde energie aan klanten (scope 3) klimaatneutraal. Momenteel zijn Eneco en zijn klanten in totaal goed voor 13,9 megaton CO2. Het overgrote deel van de uitstoot (12,2 miljoen ton) wordt door klanten uitgestoten door het gebruik van de producten van Eneco. Daarbij gaat het vooral om gas voor het verwarmen van woningen en in de industrie. De overige 1,7 miljoen (10 procent) door de eigen operationele activiteiten. “Het is dan ook een belangrijke uitdaging om onze klanten mee te nemen in deze transitie”, zei Tempelman.

Verdubbeling wind en zon

Om dit doel te bereiken kondigt Eneco een aantal concrete maatregelen aan die het op de korte termijn zal nemen. Want, zo stelt Tempelman, “over klimaatneutraliteit moet je niet teveel praten, je moet het vooral gaan doen.” Zo gaat het zijn elektriciteitsproductie voor 2035 volledig verduurzamen. Daarvoor zal het bedrijf de productie van hernieuwbare energie tot 2025 verdubbelen tot 3.200 megawatt in 2025 en verdere groei daarna. Ook kondigt Eneco aan te investeren in 2.000 megawatt aan hernieuwbare warmtebronnen zoals geothermie aquathermie, grootschalige warmtepompen en benutting van restwarmte.

Eneco van het gas af

Tegelijkertijd zal Eneco zijn huidige fossiele activiteiten versneld afbouwen. Zo wil het bedrijf binnen negen jaar bestaande gascentrales zoals de Merwe gascentrale in Utrecht en tien gasgestookte warmtekrachtcentrales sluiten of verduurzamen. De twee overige centrales, Lageweide in Utrecht en Enecogen op de Maasvlakte in Rotterdam, zijn na 2025 aan de beurt. Gekeken wordt of de gascentrale op de Maasvlakte geschikt gemaakt kan worden voor bijvoorbeeld groen gas of groene waterstof. Daarmee kan Eneco ook voor voldoende duurzaam flexibel vermogen zorgen om ook bij weinig zon en wind voor leveringszekerheid te zorgen.

Energietransitie is een kans

Eneco zal voor deze maatregelen tot 2025 twee miljard euro uittrekken en verwacht dat het ook daarna zal blijven investeren. Want het bedrijf ziet deze transitie ook als een enorme kans. “Wij denken dat de energietransitie met enorme marktkansen komt”, zegt Tempelman. De strategie van Eneco is daarom volgens de CEO ‘niet alleen goed voor het klimaat maar ook voor de business’.

De aankondiging van de versnelling komt op het moment dat de druk op grote bedrijven in de energiesector van alle kanten toeneemt om meer vaart te maken met de energietransitie. Zo oordeelde de Nederlandse rechter onlangs dat Shell zijn beleid versneld in lijn moet brengen met de klimaatdoelen van Parijs. Ook aandeelhouders spraken zich dit jaar massaal uit voor snellere verduurzaming. Zowel in Nederland als de VS steunden aandeelhouders van oliemaatschappijen als Shell, Chevron en Conoco Philips de klimaatresoluties van Follow This. Kreeg ExxonMobil drie nieuwe bestuursleden aangewezen om het bedrijf tot verduurzaming te bewegen.

Japanse aandeelhouders

Ook de aandeelhouders van Eneco, dat sinds vorig jaar in handen is van de Japanse bedrijven Mitsubishi en Chubu Electric Power, zijn volgens Tempelman zeer te spreken over de versnelling die Eneco nu inzet. “In Japan wordt met interesse gekeken naar wat wij doen. Europa loopt een aantal jaren voor op Japan en ze kijken of wat wij hier doen navolging kan krijgen.”

Hoewel de tijdshorizon met 15 jaar vrij kort is, heeft Eneco nog niet voor alle uitdagingen een oplossing. Een aantal innovaties, zoals de productie van groene waterstof en groen gas staan nog in de kinderschoenen. Uit de validatie die Eneco liet uitvoeren door adviesbureau Boston Consulting Group komt dan ook dat tweederde van de strategie te realiseren is met bestaande technieken. Voor de overige een derde zal in de tijd tot 2035 een oplossing gevonden moeten worden.

Energietransitie is sociale transitie

Toch is volgens Ron Wit, directeur energietransitie van Eneco de techniek niet de grootste uitdaging voor het bedrijf. “De grootste uitdaging is de sociale transitie. Hoe kunnen we zorgen dat onze klanten met ons meedoen en dat het betaalbaar is.” Daarom wil Eneco ervoor zorgen dat klanten van het gas af kunnen zonder dat ze daar extra voor hoeven te betalen. Ook zal het bedrijf na 2025 geen losse CV-ketels meer verkopen maar alleen nog duurzame alternatieven zoals een elektrische warmtepomp of een waterstof-ready HR-ketel.

Tot slot pleit Eneco in het plan voor effectief klimaatbeleid op Europees en nationaal niveau voor alle landen waar het actief is (Nederland, België, Duitsland). Een voorbeeld is het verschuiven van de belasting op elektriciteit naar aardgas en het verruimen van de mogelijkheden tot het bijmengen van groen gas en waterstof in het bestaande gasnetwerk.

Diederik Samsom: “De green deal is compleet anders dan de normale milieuplannetjes”

“U heeft nogal wat geld te besteden: op de juiste of de verkeerde manier. Dus de verantwoordelijkheid is groot", spreekt Diederik Samsom financiële instellingen toe in een webinar dat Achmea op 3 juni organiseerde.“Het is niet voor niets dat Achmea juist een webinar over klimaat en duurzaamheid organiseert”, zegt bestuursvoorzitter Bianca Tetteroo in haar opening. Vanuit haar coöperatieve identiteit wil de verzekeraar betrokken zijn bij de vraagstukken die de samenleving raken. “En klimaatverandering is daar natuurlijk een belangrijk voorbeeld van.”Samsom, sinds 2019 werkzaam als kabinetschef van Eurocommissaris Frans Timmermans, is één van de hoofdsprekers van de bijeenkomst waaraan ook Richard Weurding (Verbond van Verzekeraars), Angélique Laskewitz (VBDO) en Liesbeth van der Kruit (Achmea) deelnemen. Voordat Samsom ingaat op de rol van de financiële sector legt hij eerst haarfijn uit wat de Europese Green Deal zo bijzonder maakt. Het milieuplan dat geen milieuplan is “De green deal is compleet anders dan de normale milieuplannetjes”, benadrukt Samsom. Ten eerste komt dat volgens Samsom doordat ze blanco begonnen. “Het feit dat we een ambitie konden opschrijven die geen rekening hield met het betaalbare, haalbare en het politieke compromis maar alleen rekening hield met wat planeet aarde van ons verwacht.”  Het tweede verschil met ‘normale’ milieuplannen is dat problemen in samenhang worden bekeken: biodiversiteitsverlies, vervuiling van water-, land en lucht, CO2-uitstoot en de overgang naar een circulaire economie.'Europa is in heel veel opzichten een verouderend continent'Het derde verschil tussen de Green Deal en het gemiddelde milieuplan is dat het een groeistrategie is. “Het is eigenlijk helemaal geen milieuplan. Het is een plan om Europa van nieuw momentum te voorzien", zegt Samsom. Het moet Europa letterlijk van nieuwe energie voorzien. “Europa is een verouderend continent in heel veel opzichten: de mensen worden ouder, de gebouwen, de industrieën...” Kortom, tijd voor verandering.  Om die verandering voor elkaar te krijgen is Brussel afhankelijk van overheden en bedrijven die in beweging komen. Eerder kende de Europese Unie daarbij een speciale rol toe aan de financiële sector: die zou kunnen bijdragen aan de versnelling bij bedrijven en overheden. Daarom stelde de Europese Commissie een speciale strategie op voor de financiële sector. Als onderdeel daarvan ontwikkelde Europa hulpmiddelen (zoals een taxonomie die aangeeft wat groen is en wat niet) en regelgeving (zoals de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR) die financiële instellingen verplicht om te rapporteren over de duurzaamheid van hun producten).  Eervolle taak voor de financiële sector? In hoeverre zit de financiële sector op die taak als aanjager te wachten? Volgens Richard Weurding van het Verbond van Verzekeraars, wordt de urgentie absoluut gevoeld in de sector. “In de plannen zit ook een zekere groeikans, dat zien wij ook.” Tegelijkertijd heeft hij ook een paar kanttekeningen. Zo vreest hij bijvoorbeeld een te grote focus op rapportages. Dat kan verlammend werken. Daarnaast is hij niet blij met de plannen om strengere eisen te stellen aan financiële instellingen waardoor ze meer geld in kas moeten houden. Liesbeth van der Kruit, directeur Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, is het eens met Weurding's punt over de kapitaaleisen, maar is tegelijkertijd positief over de SFDR en taxonomie. “Ik denk dat die Europese transparantie-wetgeving ons heel erg gaat helpen, ondanks het feit dat het een hele papierwinkel is, maakt het wel het speelveld duidelijk. En pratend over waarin wij wel en niet kunnen beleggen, denk ik dat die taxonomie heel erg gaat helpen.” Samsom reageert op de opmerkingen over de verhoogde kapitaaleisen die het mogelijk moeilijker maken voor financiële instellingen om groene investeringen te doen. Volgens hem zijn deze noodzakelijk om een buffer in de markt in te bouwen om een financiële crisis zoals die in 2008 plaatsvond te voorkomen.   “Ik wil niks liever dan dat u uw geld met enorme risico's richting duurzame technologie smijt om daar vervolgens als wereld beter uit te komen, maar ik moet ook met alle mensen in dit gebouw de verantwoordelijkheid dragen om prudent om te gaan met het geld wat uiteindelijk van ons allemaal is. Of het nou van consumenten is of via consumenten bij de overheid is beland en daarmee wordt geïnvesteerd. Daar mag je niet al te lichtzinnig mee omgaan. De zoektocht naar die balans is eeuwig en ook nooit af, maar onze waarneming is dat toegenomen risico's het ook rechtvaardigen om toegenomen kapitaaleisen te stellen.” ‘Geld is het punt niet’ “Het geld is er wel, dat is het punt niet", zegt Angelique Laskewitz, directeur van de Vereniging voor Duurzame Beleggers (VBDO), over de mogelijkheid om duurzame investeringen te doen. Tegelijkertijd doet ze een duit in het uitdagingen-zakje, want investeringen in innovatie nemen vaak meer risico's met zich mee. Het gaat vaak om kleine bedrijven, wat heel anders is dan investeren in een energiereus als Shell. “Om de transitie goed voor elkaar te krijgen hebben we juist technologische innovatie nodig. Dat zijn een ander soort bedrijven die gesteund moeten worden.” Zij ziet daar kansen voor beleggers in hun eentje, maar ook in samenwerkingen met de overheid.  Weurding is het daarmee eens en benadrukt de mogelijkheden van publiekprivate samenwerking. “Juist als het gaat om het investeren in nieuwe technologieën. Innovatieve technologieën die zich nog niet bewezen hebben zijn voor beleggers ingewikkeld, maar juist samen met de overheid kunnen we dat soort dingen meer doen.” Daarnaast denkt hij dat de overheid beleggers kan helpen door meer groene obligaties uit te geven. Op die manier leent de overheid geld van de markt dat het specifiek inzet voor duurzame projecten zoals spooronderhoud of duurzame energiesubsidies. “Dat is een goed instrument waardoor wij ook meer in staat zijn om groen te beleggen.”De Nederlandse overheid gaf al eens een groene obligatie uit. Wat deed de overheid met de ruim 3 miljard euro die zij hiermee ophaalde?Zwarte piste In het gesprek komen ook een aantal dilemma's naar voren. Wel of niet in een vervuilend bedrijf beleggen, bijvoorbeeld. Waarop de algemene reactie is: ja, maar niet vrijblijvend tot in het oneindige. Zo is het voor Achmea bijvoorbeeld belangrijk dat een bedrijf een transitie-pad heeft en navolgt. “Want een gesprek moet zin hebben”, zegt Van der Kruit. Daarnaast noemt Van der Kruit nog een ander dilemma: is een verzekeraar verantwoordelijk voor de CO2-uitstoot van een vervuilende auto die zij verzekert? “We geven wel een premiekorting op elektrische auto’s", vertelt zij. Maar als zij zichzelf de vraag stelt of Achmea met haar autoverzekeringen bijdraagt aan het realiseren van het Klimaatakkoord van Parijs, dan is het antwoord nee.  Tegelijkertijd is dit niet alleen de verantwoordelijkheid van een verzekeraar. Moet Brussel met wetgeving komen? Volgens Samsom is hij precies daarmee bezig: CO2-richtlijnen voor auto’s en busjes. Hij noemt het een traject waarin zij afspreken tot wanneer welk type auto nog verkocht mag worden. “En ik kan je vertellen; dat traject gaat steil naar beneden. Dat is een zwarte piste naar nul.” De specifieke jaartallen wil hij nog niet noemen, maar die liggen volgens hem eerder dan we verwachten.De webinar terugkijken? Doe dat hier.Klimaatrechtszaak tegen Shell in een notendop Hij vindt het autoverzekerings-dilemma vergelijkbaar met de klimaatrechtszaak tegen Shell. “Eigenlijk is het de Shell-uitspraak in een notendop.” De overheid heeft bepaalde wetgeving waaraan een bedrijf voldoet, maar die niet aansluit bij het Klimaatakkoord van Parijs. Waarop de rechter vervolgens zegt: “U moet verder gaan dan wat de overheid u voorschrijft, want u moet binnen de Parijsbeloften van 1,5 graad opwarming blijven. Dat is uw verantwoordelijkheid.” Samsom ziet de uitspraak van de rechter daarom niet alleen als een opdracht voor Shell, maar ook voor de overheid om met goede wet- en regelgeving te komen die ervoor zorgt dat bedrijven de doelen van het Klimaatakkoord niet kunnen overschrijden. “Daar zijn we met de Green Deal dus ook mee bezig.” Hij vraagt zich hardop af wat de uitspraak van de rechter geweest zou zijn als de Green Deal al van kracht zou zijn, met alle wetgeving die daarbij hoort. “Zoals de twaalf wetsvoorstellen die ik nu aan het maken ben, waaronder het emissiehandelssysteem waar Shell bijvoorbeeld onder valt. En Shell zou zich daaraan houden. Zou de rechter dan nog steeds dezelfde uitspraak kunnen doen als zij onlangs heeft gedaan? Ik denk van niet!” Zo brengt Samsom het gesprek weer terug op het belang van zijn geliefde Green Deal. Noem het milieubeleid, klimaatbeleid of energiebeleid; het staat nu in het hart van waar de Europese Commissie mee bezig is, stelt hij. “Sommigen zullen daar wat gedeprimeerd van raken maar ik word daar ongelooflijk optimistisch van!”Ondanks de onzekerheden die komen kijken bij het investeren in innovaties, zijn er ook goede voorbeelden te vinden. Bijvoorbeeld in het Brabantse Boekel. Daar verzekerde Achmea alle machines, leidingen en woningen in een ecologische woonwijk. Lees hier waarom de verzekeraar dat deed en hoe het komt dat de woonwijk zichzelf binnenkort een natuurgebied mag noemen.