Thijs ten Brinck 19 februari 2016, 09:21

Energieakkoord terug op schema met noodwet wind op zee

Met een kleine herstelwet verwacht minister Kamp van Economische Zaken de aanwijzing van netbeheerder Tennet als hoofdaannemer voor alle stopcontacten op zee alsnog door het parlement te loodsen.

Tours Societe Generale

Om de aanleg van vijf nieuwe windparken voor de Nederlandse kust zo kosteneffectief mogelijk te realiseren, is besloten om Tennet de bouw van in een keer alle transformatorplatforms te gunnen.

3.500 megawatt wind op zee in het geding

Leereffecten door de jaren heen moeten de vijf windparkaansluitingen procenten goedkoper maken.

Om deze regeling mogelijk te maken, was wel een wetswijziging nodig. Deze sneuvelde december 2015 in de Eerste Kamer. Daarmee loopt de aanbesteding van de windparken als geheel mogelijk vertraging op.

Kamp had het Tennet-wetsvoorstel in eerste aanzet gecombineerd met andere voorstellen, binnen de wet Stroom. Vooral de splitsing van de energiebedrijven Eneco en Delta, in een leveringstak en een aparte netbeheerder, leidde in de Eerste Kamer tot veel tegenstemmen.

Door alleen de aan windenergie gerelateerde voorstellen te bundelen in een reparatiewet hoopt Kamp de uitrol van de offshore windparken op het in het Energieakkoord afgesproken schema te houden. In de Tweede Kamer is Kamp nagenoeg verzekerd van een meerderheid, voor de stemming in de Eerste Kamer is er met de uitgeklede wet ook goede hoop.

Het eerste windpark waarvoor Tennet het stopcontact zou mogen bouwen is de eerste fase van het project voor de kust van Borssele. Dat park krijgt uiteindelijk een vermogen van 1.400 megawatt.

Bron: FD, Flux Energie | Foto: NHD-INFO, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

 

‘Internationaal meetinstrument verduurzaamt retailproducten’

Dat concluderen initiatiefnemers Ahold, Rabobank, ZLTO, Wageningen UR en het ministerie van Economische Zaken na een driejarige pilot met de tool in Nederland. De tool maakt de uitwisseling van informatie over duurzaamheid van consumentenproducten in de keten mogelijk. Zo kunnen retailers naast prijs en kwaliteit, ook duurzaamheid meewegen bij hun inkoop.Tijdens de pilot kregen leveranciers van Ahold een vragenlijst voorgelegd. Met de feedback van deze leveranciers en aanvullende input van projectpartners kon TSC de indicatoren van de tool bijschaven. Zo is het meetinstrument nu beter afgestemd op reeds breed toegepaste duurzaamheidsinitiatieven, zoals Global Gap en BSCI. In totaal rapporteren meer dan 1.700 leveranciers met behulp van de tool aan retailers over de duurzaamheid van hun producten. Het gaat om meer dan € 120 mrd aan consumentenverkopen. Dat is volgens TSC bijna vier keer de totale Nederlandse supermarktomzet.“Ik vind het een grote vooruitgang dat we nu dezelfde taal spreken als het gaat over concrete verduurzaming van producent tot retail en daarmee ook de stap kunnen maken naar actiegerichtheid en samenwerking op de belangrijkste verbeterpunten voor de diverse producten”, zegt Alain Cracau van Rabobank.Groei door brede toepassingTSC, dat sinds 2009 bestaat, heeft meer dan honderd leden, waaronder Ahold, Unilever, Mars en het Wereld Natuur Fonds. De leden werken samen met universiteiten constant aan de optimalisatie van het meetinstrument.Sinds 2011 heeft ook Nederland een vestiging van TSC, geleid door Wageningen UR. Een van de taken van deze vestiging is de tool ook geschikt maken voor toepassing in Europa.“Door het gebruik van de tools door inkopers van de retail, die echt het verschil kunnen maken, en de enorme schaal waarop TSC opereert, dragen de tools nu al in belangrijke mate bij aan de wereldwijde verduurzaming van consumentenproducten”, zegt Koen Boone van Wageningen UR. “Door brede toepassing, ook in Nederland, kan dit effect nog vele malen groter worden.”  Bron: Wageningen UR | Foto: Polycart, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)