Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 19 december 2014, 13:00

Energieleveranciers pleiten voor strenge wet biomassa

Vanaf 2015 houden Nederlandse energiebedrijven zich aan strenge duurzaamheidseisen voor de bijstook van biomassa in de elektriciteitscentrales.

Biomassa bijstook

De Nederlandse energiebedrijven hebben met diverse milieu-organisaties overeenstemming bereikt over de criteria waaraan biomassa moet voldoen. De eisen gaan verder dan gebruikelijk in de wereldwijde biomassamarkt.

Speerpunten zijn onder meer de reductie van CO2-uitstoot door bijstook van biomassa te garanderen en te versnellen. Certificering op perceelniveau moet duurzaam beheer van energiegewassen controleerbaar maken. Verder lopen de eisen vooruit op een toekomst waarin plantages specifiek biomassa gaan leveren. Nu gebruiken de elektriciteitscentrales vooral reststromen uit de landbouwsector en papierindustrie. Als deze bron onvoldoende blijkt, mag de productie van energiegewassen niet ten koste gaan van de voedselvoorziening.

Over het tempo verschillen de milieuorganisaties en de energieleveranciers nog wel van mening. Frans Rooijers, directeur van onderzoeksbureau CE Delft en voorzitter van de werkgroep stelt in de Volkskrant: “Praktisch probleem is dat in de Verenigde Staten veel percelen in handen zijn van kleine eigenaren. Het duurt gewoon even voordat al die afspraken zijn gemaakt.”

Energieakkoord

Het eisenpakket is een nadere invulling van afspraken in het Energieakkoord. Hans Alders, voorzitter van brancheorganisatie Energie-Nederland in een persbericht: “We stellen vast dat we er met elkaar in geslaagd zijn om inhoudelijke overeenstemming te bereiken over een vergaand pakket van eisen. Nederland heeft hiermee een pakket dat een voorbeeldfunctie in Europa zal vervullen.”

De energiebedrijven sturen aan op Nederlandse wetgeving die de criteria al in 2015 overneemt. De eisen worden dan een harde voorwaarde voor het verkrijgen van subsidies.

Bron: EnergieNederland | Foto: Blandine Géneau, via Flickr

Europese pilot met duurzame garnalenkweek

De kwekerij in de Letse hoofdstad Riga levert grote garnalen die in het wild leven in de warme wateren aan de westkust van Latijns-Amerika. Bij het bedrijf is een Recirculating Aquaculture System geïnstalleerd. Het gesloten systeem filtert en verschoont het water telkens opnieuw. De fabriek gebruikt verder geen antibiotica, pesticiden of chemicaliën.De impact op het milieu is veel lager dan bij viskweek in open water. Het waterverbruik is door hergebruik minimaal. De weggefilterde vervuiling wordt apart afgevoerd. Daarnaast bespaart de kweker ook op visvoer. Die besparingen kunnen oplopen tot 30 procent vergeleken met traditionele kwekerijen, waar veel voer wegspoelt door zeestromingen. Aanloopkosten Het gesloten indoorsysteem is geschikt voor alle soorten zoet- en zoutwaterteelt. Hoewel de techniek niet nieuw is, is die pas enkele jaren geleden doorgedrongen bij commerciële viskwekerijen. De aanloopkosten zijn vergeleken met viskweek in open water zeer hoog. De garnalenkwekerij in de Letse hoofdstad Riga gaat 2 ton garnalen van hoge kwaliteit produceren. De kosten voor de pilotfabriek in Riga bedragen € 120.000 euro. De bouwkosten voor een megafarm die 500 ton garnalen per jaar aflevert, bedragen € 12 mln.De pilot in Riga moet aantonen dat de garnalenboerderij toch rendabel is. Door de groeiende vraag naar hoge kwaliteit garnalen krijgen ook andere Europese steden als Berlijn. Londen en Wenen een duurzame garnalenkwekerij.Bron: The FishSite, Virginia Tech | Foto: Benjie Ordoñez, via Flickr