Marc Seijlhouwer 22 juni 2021, 14:11

Engie maakt de gascentrale klaar voor waterstof. Is dat niet wat voorbarig?

Over twee jaar begint de verbouwing van de Maxima-centrale van Engie. Na de verbouwing heeft de gasgestookte centrale een hoger vermogen en beter rendement. Daarnaast is het vanaf dan mogelijk om waterstof bij te stoken, tot 50 procent. Engie hoopt daarmee klaar te zijn voor een duurzame toekomst. Maar is het niet wat vroeg om in te zetten op waterstof als brandstof voor stroom?

Maximacentrale power plant lelystad 2018 5 De gascentrale van Engie in Lelystad wordt binnenkort klaargemaakt voor waterstof. | Beeld: Steven Lek

De Maximacentrale in Flevoland heeft nu nog twee eenheden met een vermogen van 440 megawatt, genoeg energie voor 1,6 miljoen huishoudens. Na de verbouwing komt daar 35 megawatt bij. Daarnaast is het rendement 1,5 procent hoger. Het gevolg: de centrale stoot minder CO2 uit dan voorheen; Engie schat dat er 40.000 ton per jaar minder CO2 de lucht in gaat door het hogere rendement. Ter vergelijking: een gemiddeld Nederlands gezin stoot 20 ton CO2 per jaar uit.

Maar de grootste verandering die de verbouwing mogelijk maakt is een gedeeltelijke overstap naar waterstof. Engie zegt dat er na de aanpassingen tot 50 procent waterstof bijgestookt kan worden. Als die waterstof groen gemaakt wordt, met behulp van duurzame stroom, dan kan de centrale hem vervolgens gebruiken om weer CO2 vrij stroom op te wekken.

De Maximacentrale is volgens Engie de eerste ter wereld die een dergelijke upgrade krijgt, uitgevoerd door het bedrijf Ansaldo. Na de update kan de centrale niet alleen waterstof verwerken; het zal ook de eerste gascentrale met een rendement boven de 60 procent zijn.

In de VS zijn er plannen om een kolencentrale om te bouwen zodat men waterstof kan gebruiken

Waterstof voor industrie en transport

Of en wanneer de Maximalecentrale waterstof gaat gebruiken, is echter de vraag. Zoals Alice Krekt, programmadirecteur bij havenvereniging Deltalinqs eerder vertelde aan Change Inc.: Als er genoeg groene waterstof is, moet deze eerst in de transport en chemie worden gebruikt. De chemie heeft waterstof vaak nodig als grondstof, en nu produceert men die met behulp van aardgas. Het is de meest waardevolle toepassing van waterstof en zal dus als eerste vergroend moeten worden. Engie erkent dit ook: “Eerst wordt groene waterstof als grondstof toegepast, dan voor warmteprocessen in de industrie en voor zwaar transport, waar batterijen niet voldoen”, zegt Michael Verheul, woordvoerder bij Engie.

Wanneer waterstof dan wel in de Maximacentrale verbrandt zal worden kan Verheul niet zeggen. “Dat ligt aan de ontwikkeling van waterstof. Die is pas net begonnen; ook wij hebben verschillende groene waterstofprojecten in aantocht. Maar uiteindelijk zal groene waterstof ook in elektriciteitscentrales nodig zijn, of een ander groen gas.” Volgens Verheul is er namelijk ook in een toekomst waar zon en wind de boventoon voeren een deel ‘regelbaar vermogen’ nodig, dat je aan kunt zetten als er geen wind of zon is. In de visie van Engie komt dat vermogen onder anderen van hun gascentrales.

Fossiele industrie in stand houden

Is dat geen smoes om de fossiele industrie en de gascentrale langer aan het werk te houden, zodat Engie er meer aan kan verdienen? Verheul ziet het niet zo. “Ten eerste is de CO2-uitstoot van ons bedrijf sinds 2012 al met 50 procent gedaald. We installeren ieder jaar vier gigawatt aan duurzaam vermogen en willen naar zes gaan. Maar je moet ook een manier hebben om stroom op te wekken als duurzame bronnen niks leveren. Een gascentrale die in de toekomst volledig op duurzame gassen draait biedt dan uitkomst.”

Dat mag zo zijn, maar zelfs dan is het de vraag of het verbranden de beste oplossing is. De brandstofcel is efficiënter in het omzetten van waterstof in stroom, hoewel die nog niet op de schaal bestaat van een energiecentrale. Zelfs bij een brandstofcel verlies je een groot deel van de energie uit waterstof. En bij het omzetten van stroom naar waterstof gaat er ook al een deel verloren. Dat maakt het hele proces van stroom naar waterstof naar stroom inefficiënt. Het zal dan ook alleen winstgevend kunnen zijn als groene stroom én groene waterstof veel goedkoper worden.

Hoger rendement

Maar de upgrade van de Maximacentrale is hoe dan ook een goede deal voor Engie. Het hogere vermogen en betere rendement zorgen ervoor dat je voor hetzelfde geld meer stroom produceert met minder CO2-uitstoot. Hoeveel de verbouwing precies kost zegt Engie niet, maar het gaat volgens Verheul om ‘tientallen miljoenen euro’s’. Engie krijgt geen subsidie voor het project. In 2023 begint de verbouwing, die dan samenvalt met groot onderhoud van de reactor.

ABN AMRO steekt miljoenen in jonge duurzame bedrijven via nieuw fonds

Aan het woord is Mirna Geense, Hoofd Corporate Investments bij ABN AMRO. Het Sustainable Impact Fund (SIF) valt onder die afdeling. Het fonds richt zich op jonge bedrijven én bedrijven die al wat groter zijn, die een positieve bijdrage leveren aan de circulaire economie, de energietransitie of sociale impact maken.Fonds voor snelgroeiende, duurzame bedrijvenVoor bedrijven met een bewezen businessmodel die toe zijn aan een volgende groeifase heeft ABN AMRO investeringen tussen de 4 en 30 miljoen euro in de aanbieding. Het gaat om private equity financieringen: het fonds investeert direct in bedrijven. Daarnaast investeert het fonds geld in (risicovollere) startende bedrijven. Daarvoor stelt het tussen de 500.000 en 4 miljoen euro beschikbaar.Met behulp van dit fonds kan de bank jonge, snelgroeiende bedrijven financieren die (bijvoorbeeld vanwege een negatieve cashflow) nog niet klaar zijn voor reguliere bankfinanciering. “Omdat we onze klanten in de breedte willen helpen in de duurzame transitie”, aldus Geense.Impact metenOm de impact van bedrijven op het klimaat en de maatschappij te meten werkt het fonds samen met het Impact Institute. Het fonds kijkt bij aanvang en gedurende de investeringstermijn naar zaken als CO2-uitstoot, diversiteit en hoe het bedrijf omgaat met andere partijen in de keten. Geense benadrukt dat het daarbij niet alleen gaat om het meten van positieve impact, maar om het totaalplaatje. “Er wordt nog weleens vergeten dat als je alleen maar positieve impact meet dit met negatieve effecten gepaard kan gaan die je dan mist. Daarom moet het een optelsom zijn.”Volgens Geense kan deze informatie ook nuttig zijn voor de bedrijven waarin het fonds investeert als ze in een latere fase in aanmerking willen komen voor bankfinanciering. “Dan zullen ze ook aan de EU-taxonomie moeten voldoen en de aspecten die wij meten, helpen bij het in kaart brengen van wat zo'n bedrijf op het gebied van duurzaamheid doet.”Steeds meer investeerders willen duurzaam beleggen. Maar hoe weet je of jouw investeringen écht verschil maken?  Bijvoorbeeld via een eigen meetmethode.Slimme brillen en duurzame stadslogistiekDe eerste twee bedrijven waarin het fonds investeerde zijn Envision en Foodlogica. Het eerste bedrijf ontwikkelt software voor ‘smartglasses’. Deze ‘slimme brillen’ kunnen met behulp van de software beeld beschrijven en geschreven tekst ‘voorlezen’ en maken daarmee het dagelijks leven voor mensen met een visuele beperking toegankelijker. Foodlogica biedt met volledig elektrisch vervoer een duurzame oplossing voor de laatste kilometers in het transport van gekoeld voedsel in dichtbevolkte steden.Foodlogica reageerde schriftelijk over de voordelen die zij zien in deze vorm van financiering. ‘We hebben er baat bij om hen als aandeelhouder te hebben, aangezien we een visie- en impactmissie delen’, schrijft het bedrijf. Om welk bedrag het gaat wil Foodlog niet zeggen, maar het gaat het geld gebruiken om de activiteiten in Nederland verder uit te rollen en hun bedrijf in Parijs en Milaan te versterken.Meer dan de energietransitieABN AMRO had verschillende fondsen voor duurzaamheid, waaronder een Energy Transition Fund. Dat gaat op in het Sustainable Impact Fund, net als een sociaal fonds van de bank. “Juist omdat we energietransitie alleen te nauw vonden.” Door met één fonds te werken kan ABN AMRO de kennis en kunde die mensen bij die andere fondsen opbouwden bundelen en ook makkelijk beschikbaar stellen voor klanten, stelt Geense.Het fonds focust op Nederlandse en andere noordwesteuropese landen. Volgens Geense zijn er genoeg bedrijven om in te investeren en zal het aantal alleen maar oplopen.“Wij geloven heel erg in deze markt. En doordat we nu op drie transities zitten hebben we daarin ook wat flexibiliteit. Binnen het thema circulariteit kan het nog een uitdaging zijn om wat grotere bedrijven te vinden, maar omdat we niet gebonden zijn aan een bepaald bedrag dat we per sector moeten investeren, kunnen we daar flexibel mee omgaan. Het is onze overtuiging dat bedrijven in deze sectoren de komende jaren hard zullen groeien en dat ze daar risicodragend kapitaal bij nodig hebben. Dus wij zijn ervan overtuigd dat we dit geld heel goed kunnen investeren in voldoende bedrijven in Nederland en omringende landen.”