Thijs ten Brinck 23 april 2015, 14:58

Europa gaat intensiever stroom uitwisselen

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) kondigt aan dat de elektriciteitsmarkten in Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, Luxemburg en Oostenrijk beter aan elkaar gekoppeld worden.

Phyllodocelineata

De landelijke netbeheerders van de betrokken landen, waaronder Tennet voor Nederland, gaan intensiever samenwerken. De organisaties zullen vooral slimmer berekenen hoeveel transportcapaciteit er van moment tot moment beschikbaar is om stroom te transporteren.

“Transportcapaciteit zal nu minder snel een probleem zijn. Op dagen dat bijvoorbeeld in Duitsland veel goedkope zonne- of windenergie wordt geproduceerd, kunnen we profiteren van hun lagere elektriciteitsprijzen” zegt Henk Don, bestuurslid van de ACM. “Het verschil in prijs tussen Nederland en Duitsland neemt af en dat is goed voor de concurrentiekracht van bedrijven in Nederland.”

Op 21 mei 2015 wordt de verbeterde koppeling van kracht. Uiteindelijk moet het hele vaste land van Europa meedoen aan de zogeheten flow-based marktkoppeling.

Kostenbesparing

De ACM spreekt van een kostenbesparing die oploopt van ongeveer € 10 per jaar voor huishoudens tot miljoenen voor grootverbruikers. “Doordat er één grote markt ontstaat, kunnen de producenten van elektriciteit scherper met elkaar concurreren”, zegt Henk Don. “Voor bedrijven die heel veel elektriciteit verbruiken zoals bijvoorbeeld bedrijven die staal produceren, kan de besparing oplopen tot 5 miljoen euro per jaar. Dat is goed voor onze economie.”

Meer uitwisseling van informatie over vraag, aanbod en transportcapaciteit moet leiden tot efficiëntere uitwisseling van de elektriciteit zelf en tot optimale benutting van de bestaande netwerken. In Europa zijn in de afgelopen jaren al veel grensoverschrijdende stroomkabels aangelegd, en er zitten er nog veel meer in de pijplijn. 

Bron: ACM | Foto: Charles Clegg, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

Oceanen zijn de zevende economie ter wereld

Dat blijkt uit een nieuwe studie van het World Wildlife Fund, in samenwerking met het Global Change Institute in Australië en het adviesbureau The Boston Consulting Group (BCG). Het rapport Reviving the Ocean Economy schat de waarde van de goederen en diensten uit de wereldzeeën, zoals voedsel, op $ 2.500 mrd. Iedere cent die in de oceanen wordt geïnvesteerd, levert het tienvoudige op, volgens het WWF.Volgens de auteurs zijn aanvullende opbrengsten uit olie en gas, windenergie en niet-meetbare waarden als de rol van de oceanen in het klimaat, niet meegerekend. De economische waarde bestaat grotendeels uit de opbrengst uit visserij, toerisme en scheepvaartroutes, aangevuld met de voordelen van natuurlijke kustbescherming door koraalriffen en mangrovebossen.BeschermingHet WWF gebruikt de berekening van de economische waarde om te waarschuwen tegen overbevissing en het verlies van biodiversiteit. Bijna een derde deel van de visgronden lijdt onder overbevissing. Twee derde wordt ten volle benut en kan niet nog meer druk aan. Het rapport concludeert dat de biodiversiteit in de oceanen tussen 1970 en 2010 met 39 procent is afgenomen.Volgens hoofdauteur Ove Hoegh-Guldberg van het Global Change Institute in Australië is het belangrijk dat de gebruikers zich realiseren dat de oceanen geld opleveren. Alleen dan is het mogelijk een duurzame beschermingsstrategie te ontwikkelen.Volgens de studie zijn onder meer striktere maatregelen nodig tegen illegale visserij en vervuiling. Daarnaast moet de CO2-uitstoot omlaag en is een groter oppervlak aan beschermde zeereservaten nodig om uitsterven van soorten te voorkomen.Bron: WWF | Foto: Chris Gent, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)