Sebastian Maks
14 september 2023, 10:34

Europees Parlement verhoogt doelstelling groene stroom naar 42,5 procent in 2030, verdubbeling in zes jaar nodig

Het Europees Parlement heeft ingestemd met een wet om het beoogde aandeel hernieuwbare energie in de Europese Unie in 2030 op te krikken naar 42,5 procent van de energiemix. Eerder lag die doelstelling nog op 32 procent. Het huidige aandeel hernieuwbare energie in de EU ligt op ongeveer 22 procent, wat betekent dat de Unie in zo’n zes jaar tijd haar groene energieproductie bijna moet verdubbelen.

Adobe Stock 311005793 Editorial Use Only De wet kon pas goedgekeurd worden nadat Frankrijk een uitzondering verleend kreeg op het gebied van kernenergie. | Credits: Adobe Stock

Ondanks fikse onderhandelingen voorafgaand aan de stemming in het Europees Parlement, kon de nieuwe wet uiteindelijk op veel steun rekenen. 470 parlementsleden stemden voor, 120 tegen en 40 onthielden zich van stemming. Voordat de wetgeving daadwerkelijk van kracht wordt, moeten individuele overheden van EU-lidstaten er ook nog mee instemmen.

Stilzwijgende goedkeuring

De doelstelling moet voornamelijk gehaald gaan worden door middel van het bouwen van extra wind- en zonneparken. Maar in de wet staan ook vereisten voor de gebouwde omgeving en de mobiliteitssector, en is het principe van ‘stilzwijgende goedkeuring’ toegevoegd. Dat betekent dat investeringen in hernieuwbare energie automatisch goedgekeurd worden als er geen administratieve feedback op wordt gegeven binnen de gestelde termijn.

Gesteggel over kernenergie

De wet kon uiteindelijk doorgang vinden in het parlement omdat Frankrijk in de onderhandelingen een winst boekte op het gebied van kernenergie. De Fransen wekken meer dan 70 procent van hun energie op door middel van kerncentrales, een energiebron die doorgaans niet als hernieuwbaar wordt bestempeld, maar waarbij wel relatief weinig CO2 vrijkomt. Daarom vond Frankrijk dat landen met een CO2-arm energiesysteem een vrijstelling moesten krijgen waardoor ze in mindere mate aan eisen voor groene waterstof hoeven te voldoen. Pas nadat het die toezegging kreeg, wilde Frankrijk met de Europese doelstelling van 42,5 procent instemmen.

Lees ook:

Klimaatambities stellen én ze waarmaken: lessen van een chipsfabriek, dierentuin en ziekenhuis

Drie organisaties kwamen vertellen over de verduurzamingsslag uit hun eigen praktijk: Geert Jan Euverman, inkoopmanager Energie Europa bij PepsiCo, Tania Oudegeest, sustainability officer bij Diergaarde Blijdorp en Aat Builtjes, strategisch energieadviseur Radboudumc. Zij vertelden over hun ervaringen met respectievelijk een warmtebatterij, warmte-koudeopslag en de ambitie om in 2030 zelfvoorzienend en energieneutraal te zijn. Warmtebatterij in een chipsfabriek In Broek op Langedijk in Noord-Holland staat een chipsfabriek. Hier maakt PepsiCo zoutjes zoals Lay’s en Cheetos. De fabriek verbruikt veel energie. Geert Jan Euverman, verantwoordelijk voor de inkoop van energie, wilde onderzoeken hoe het bedrijf aan de grote warmtevraag kan voldoen, zonder aardgas, maar ook zonder kostenverhoging. “Eneco kwam met een mooi idee. Een methode waarmee je goedkoper elektriciteit binnen kan krijgen en warmte kunt produceren met elektriciteit tegen vergelijkbare kosten als met aardgas.” Wat is het principe? Een warmte-opslag slaat groene energie uit zon en wind op in warmtebatterijen om later de warmte te kunnen gebruiken. Om dit voor elkaar te krijgen, moest Euverman een lange adem hebben. In eerste instantie paste het voorstel bij zijn eigen werkgever niet tussen de al gemaakte plannen en ook de gemeente verleende niet direct een vergunning (het vergunningstraject is op dit moment nog niet afgerond). Uiteindelijk lukt het toch alle partijen aan boord te krijgen. Euverman: “Je moet zo’n project niet benaderen als een traditionele businesscase. Je moet ook kijken naar je doelstellingen op lange termijn. Waaróm doe je dit en wat is de potentie erachter? Uiteindelijk is niemand tegen verduurzaming, dus na veel praten met de juiste mensen, kreeg ik akkoord om te investeren in een businesscase die vooralsnog onzeker is. We zijn gestart met een klein team. Iedereen die we ons verhaal vertellen, is enthousiast.” Warmte-koudeopslag voor Oceanium Blijdorp In Diergaarde Blijdorp had duurzaamheidsmanager Tania Oudegeest een meevaller. In 2020, midden in coronatijd, kreeg zij van de directie toestemming om aan de slag te gaan met een warmte-koudeopslag (WKO) voor Blijdorps Oceanium. “Dat was net op tijd”, vertelt Oudegeest. “Doordat we in 2020 konden beginnen, was alles net voor de energiecrisis klaar.” De WKO heeft twee bronnen: één met warmte die in de winter kan worden gebruikt, en één met koude die in de zomer wordt ingezet. De WKO voorziet het hele Oceanium van warmte en koude, waardoor er daar geen gas meer nodig is. Blijdorp heeft een deal gesloten met Eneco. Het energiebedrijf heeft geïnvesteerd in de WKO. De dierentuin heeft een exploitatieafspraak voor een langjarige periode. Een lease-constructie dus. Op deze manier zit er voor beide partijen een positieve businesscase in. Eigen regie op energie Het Radboudumc wil het groenste UMC van Nederland zijn. Energie is superbelangrijk in een ziekenhuis. Uitval van energie is voor een ziekenhuis geen optie. “Om die reden is alles daarom dubbel uitgevoerd”, legt Aat Builtjes uit. “Het belangrijkst in een ziekenhuis is dat mensen beter worden, maar energie is een basisbehoefte die het artsen mogelijk maakt hun werk te kunnen doen.” De ambitie van het Radboudumc is om in 2030 CO2-neutraal te zijn. Builtjes: “We hopen dat met groen gas te kunnen realiseren. Maar eerst moeten we ons gasverbruik zo ver mogelijk naar beneden krijgen. Ons uitgangspunt is een nulmeting uit 1996. We zitten nu op 55 procent besparing ten opzichte van dat jaartal.” Een van de moeilijkste onderdelen in de verduurzaming is stoom. Dat komt door de hoge temperatuur daarvan: 160 °C. Met hulp van Eneco kan het ziekenhuis overstappen op een e-boiler die rendabel is. “Dat is een mooie stap, want wij willen als ziekenhuis zelf de regie hebben.” ‘Gewoon gaan’ De sessie werd afgesloten met een korte reflectie van Dick Velings, managing director B2B bij Eneco. “Er is de afgelopen jaren veel veranderd op het gebied van energie. Deze bedrijven hebben daar al vroeg op ingespeeld. De waarde van energiemanagement is niet alleen de asset die je neerzet, maar ook het inspelen op volatiliteit. Zelfs als je businesscase nog niet helemaal overtuigend is, moet het duurzaamheidsargument de doorslag geven. Op lange termijn moeten we dit gewoon doen.” Bedrijven moeten volgens Velings nu echt haast gaan maken. “Het kan niet snel genoeg gaan. Je moet nu plannen maken, want straks heb je onderdelen, leveranciers en aannemers nodig. Als je nu niets doet, dan sta je straks in de rij. En dat wordt een lange rij, want er komt enorm veel elektrificatiebehoefte aan. We moeten gewoon gaan, want het gaat zich uitbetalen in de toekomst.”Dit artikel is gemaakt door een van onze expertredacteuren in samenwerking met onze partner. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar ons partnermodel? Klik hier.Lees ook: 3 innovatieve bedrijven om in de gaten te houden bij Recharge EarthZo houdt de eerste grote virtuele energiecentrale van Nederland vraag en aanbod in balans“Mijn eerste target is CO2-reductie”Milieu-impact ziekenhuiszorg berekend: operatie staat gelijk aan 202 kilo CO2-uitstoot