Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 19 augustus 2014, 16:00

Frankrijk test verticale windmolens op zee

Voor de Franse kust in de Middellandse Zee komt een proefveld voor twee drijvende verticale windmolens. Een wereldprimeur.

Nenuphar800

De Vertiwind is ontwikkeld door de Franse windmolenbouwer Nénuphar en is 107 meter hoog, heeft een diameter van 50 meter en een vermogen van 2 megawatt. Ook de hernieuwbare energieproducent EDF Energies Nouvelles, eigendom van elektriciteitsmaatschappij Électricité de France, is betrokken bij de proef. De Franse autoriteiten hebben voor acht jaar een vergunning afgegeven, met de mogelijkheid voor verlenging.

De locatie ligt vijf kilometer uit de kust bij Port-Saint-Louis-du-Rhône, waar de zee 50 tot 65 meter diep is. De molens moeten in 2015 gaan draaien. Beide partijen testen de mogelijkheden van de Vertiwind en verzamelen technische gegevens en onderzoeken de invloed op het milieu. De proef duurt een tot twee jaar.

 

Mogelijkheden

 

Nénuphar en EDF EN hebben plannen klaarliggen voor een drijvend windpark met verticale molens met een totaal vermogen van 26 megawatt op 20 kilometer uit de Franse kust. De windmolen is volgens de bouwer geschikt voor locaties tot 200 meter diep. De turbines hebben een aantal voordelen ten opzichte van windmolens op land of vaste windmolens op zee. Ze zijn makkelijker te installeren en zijn tot 30 procent goedkoper. Daarnaast vangen ze meer wind en vallen minder op, omdat ze ver uit de kust liggen.

De Franse minister van Milieu riep het bedrijfsleven eind vorig jaar op met technische oplossingen en financiële voorstellen te komen voor de ontwikkeling van drijvende windmolens. Volgens verschillende studies zou Frankrijk, met zijn uitgestrekte kustlijn, tot 200 terawatt hernieuwbare energie op zee kunnen opwekken.

Na Noorwegen en Italië is Frankrijk het derde Europese land dat investeert in drijvende windmolens.

Bron: Windpower Offshore, Nenuphar, Actu-Environnement | Foto: Nenuphar

Architecten beloven CO2-neutrale bouw in 2050

De IUA vertegenwoordigt wereldwijd zo'n 1,3 miljoen architecten. De aangesloten organisaties en hun partners beloven CO2-neutrale bouw voorop te stellen bij de planning en het ontwerp voor zowel nieuwbouw als renovatieprojecten. In de overeenkomst zeggen zij verder toe hun kennis en onderzoek op het gebied van duurzaam bouwen te delen. Ook beloven ze duidelijke doelen te stellen om in 2050 wereldwijd volledig CO2-neutrale bouw te bereiken. Het zogeheten 2050 Imperative is unaniem aangenomen tijdens een congres in de Zuid-Afrikaanse stad Durban.Stedelijk gebied is verantwoordelijk voor meer dan 70 procent van de wereldwijde energieconsumptie en CO2-uitstoot. De overeenkomst moet een duidelijk signaal afgeven naar het klimaatbureau UNFCCC van de Verenigde Naties dat onderhandelt over een nieuw klimaatverdrag, zegt de Internationale Unie van Architecten. Niet duurder De hele sector moet werken aan duurzaam gebouwde steden en dorpen die niet alleen CO2-neutraal zijn, maar ook gezond om in te leven. In die gebouwde omgeving is respect voor de natuur, en aandacht voor schone lucht, goede waterkwaliteit en lokaal opgewekte hernieuwbare energie, aldus de verklaring. 'De IUA is zich ervan bewust dat als nu niets wordt ondernomen tegen klimaatverandering de toekomstige generaties daaronder lijden, net als mensen die nu al de gevolgen ondervinden van extreem weer, natuurrampen en armoede.'Verschillende onderzoeken laten zien dat duurzaam bouwen niet duurder hoeft te zijn dan gewone bouw. Eventuele meerkosten zijn binnen afzienbare tijd terug te verdienen. Zelfs voor de meest ambitieuze ontwerpen is dat vaak niet meer dan twee tot vijf jaar.Bron: IUA, Environmental Leader| Foto: Matthew Bietz, via Flickr