Romy de Weert 12 juli 2021, 17:45

Grootste tankstation voor waterstof ter wereld staat in Beijing

Het grootste waterstoftankstation ter wereld opent in de Chinese hoofdstad Beijing. Met een capaciteit van 4,8 ton kan dit station zo’n 600 waterstofvoertuigen per dag voorzien van brandstof. De Franse multinational Air Liquide levert de nodige techniek voor het station.

Air liquide Grootste waterstof tankstation ter wereld staat in Beijing. Beeld: Air Liquide

Het waterstofstation van Daxing – een district in het zuiden van Beijing – maakt deel uit van een 200.000 vierkante meter grote demonstratiezone. De demonstratiezone is een technologiepark en testbasis voor nieuwe innovaties, onderzoek en ontwikkelingen op het gebied van waterstof. Iedere dag kunnen zo’n 600 waterstofvoertuigen, zoals  auto’s, bussen en vrachtwagens, hun brandstoftank vullen met waterstof.

Het tankstation past in de waterstofplannen van China. Net als Europa heeft dit land grootse plannen voor de toekomst. Zo moeten er in Beijing voor het einde van 2025 10.000 waterstofauto's, -bussen en -vrachtwagens rondrijden. Om die van brandstof te voorzien moeten er in de metropool 74 waterstoftankstations komen.

Air Liquide in China

De Chinese tak van Air Liquide exploiteert bijna 120 fabrieken in China en heeft bijna vijfduizend werknemers in dienst. Het bedrijf werkt aan de bouw van waterstofstations in belangrijke gebieden in het land, zoals bij de Yangtzee-rivierdelta, en breidt uit naar het centrum, zuiden en westen. Air Liquide wil in 2035 zo’n 8 miljard euro investeren in volledige koolstofarme waterstof en in 2030 in totaal 3 gigawatt aan elektrolysecapaciteit opwekken.

Eerder dit jaar opende Air Liquide een waterstoffabriek in Quebec, Canada. Deze faciliteit met 20 megawatt capaciteit maakt 3000 ton waterstof per jaar met hulp van stroom uit waterkracht. Het project opende dit jaar officieel zijn deuren, en levert nu groene waterstof aan de omliggende industrie en aan zwaar transport. Het is de grootste waterstoffabriek ter wereld.

Waterstof tankstation in Antwerpen

Ook dichterbij huis maakt waterstof grote stappen. In Antwerpen opende in april het eerste tankstation voor groene waterstof waar zowel auto’s als schepen terecht kunnen. Ook heeft het station snellaadpunten voor elektrische auto’s en een eigen waterstoffabriekje. Het alles-in-een-station moet de haven van Antwerpen op de kaart zetten als hub voor de duurzame energie van de toekomst. In Nederland zijn veel plannen voor waterstoffabrieken, maar slechts een kleine fabriek (1 megawatt) is sinds 2019 operationeel.

Wel kun je waterstof tanken, op zeven plekken verspreid over heel het land. Of de waterstof die je daar tankt 'groen' is, dus gemaakt met duurzame stroom, verschilt per locatie.

Diederick Luijten is verantwoordelijk voor de waterstoftak bij Air Liquide, een Franse multinational, gevestigd in Rotterdam. Wil je meer weten over zijn visie? 

Beprijzing van CO2-uitstoot vaak niet goed geregeld. Industrie, luchtvaart en landbouw ontspringen de dans

“Er was geen samenhangend beeld van de verschillende belastingen die moeten leiden tot CO2-reductie”, vertelt Herman Vollebergh, hoofdauteur van het rapport. “Wij wilden in kaart brengen hoe verschillende instrumenten direct invloed hebben op de CO2-uitstoot in Nederland.” Het beeld dat daaruit ontstaat is opvallend: bedrijven hebben vaak meer belastingvoordelen dan de burgers, en de uitstoot van de landbouw wordt voor het overgrote deel niet beprijsd.Industrie betaalt weinig energiebelastingHet PBL bekeek cijfers uit 2018, het laatste jaar waarvan de benodigde data definitief beschikbaar zijn. Sindsdien is er veel veranderd, maar de belangrijkste conclusies van het rapport blijven overeind. Een van de dingen die beter kan is de Energiebelasting. Die richt zich voor een belangrijk deel op het gebruik van aardgas. Maar grote bedrijven in de industrie, glastuinders en energiecentrales zijn vaak vrijgesteld van die belasting, of ze betalen een lager tarief. Daarom zijn het de kleinverbruikers, zoals burgers en het mkb, die het grootste deel van die belasting betalen.Ondernemers klagen al langer over de energiebelastingen. Lees hier het verhaal over KoppertCress, dat twee ton moest betalen om duurzame energie op te slaan.Ondertussen is er ook een heffing op elektriciteitsgebruik. Hoewel dat in vroegere tijden logisch was, aangezien de elektricteit op werd gewekt met fossiele brandstoffen, is dat niet meer van deze tijd. “Je moet mensen juist stimuleren om meer stroom te gebruiken”, zegt Vollebergh. “Want daarmee kun je warmtepompen aansturen, elektrische auto’s opladen - dingen die zorgen voor minder CO2-uitstoot.” Als de overheid de elektriciteitsbelasting niet aanpast, kan dat ongewenste gevolgen hebben. “Als zowel aardgas als elektriciteit zwaar beprijsd worden, stappen mensen bijvoorbeeld over op houtkachels. Terwijl die luchtvervuiling veroorzaken.”Milieubelasting voor boerenDe landbouw heeft een opmerkelijke uitzonderingspositie in het klimaatbeleid. De glastuinbouw heeft aardgas nodig om kassen warm te stoken, en dit zorgt voor met name voor de CO2-uitstoot van de sector. De kassen betalen echter geen of weinig belasting over hun verbruik. De rest van de broeikasgassen in de landbouw komt echter van methaan en lachgas. Koeien en andere herkauwers stoten dit uit bij het verteringsproces. Omdat methaan een veel krachtiger broeikasgas is, draagt de veehouderij relatief veel bij aan klimaatverandering.Toch betalen boeren geen heffing. “Dit is een probleem dat vrij uniek is voor Nederland”, vertelt Vollebergh. “Andere landen hebben meer gebalanceerde landbouw, waar meer CO2 wordt opgenomen bij de teelt van gewassen. De intensieve veehouderij zorgt voor een onbalans bij ons.”Een ander probleem is de lucht- en scheepvaart. Er is geen belasting op kerosine of zware stookolie. Door daar wel een heffing op te leggen, kan een belangrijk deel van de wereldwijde uitstoot belast worden. Voor de CO2-cijfers van Nederland zou dat echter relatief weinig doen.Strengere regelsSinds 2018 heeft Europa het emissiehandelssysteem aangescherpt, wat voor een eerlijkere beprijzing van CO2 zorgt. Daarmee is het duurder geworden om te vervuilen in de elektriciteitssector en de industrie. “'De vervuiler betaalt', zou het devies moeten zijn. En dat wordt steeds meer het geval, maar we zijn er nog niet”, zegt Vollebergh.Volgens hem is er nu nog steeds een oneerlijk speelveld, waarin duurzame bedrijven een nadeel hebben. “Door de juiste beprijzing verander je dat.” Dat betekent echter wel dat de burger of consument uiteindelijk betaalt; ofwel omdat vervuilende bedrijven meer moeten betalen en dat doorberekenen, of doordat duurzaam gemaakte producten duurder zijn. “Maar dat is de realiteit: klimaat is niet gratis, en nu betalen we allemaal te weinig voor energie en voedsel.”