Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 24 april 2014, 15:07

Grote duurzame kunststoffabriek in Limburg  

QCP bouwt een kunststoffabriek op het Chemelot Industrial Park te Sittard-Geleen. Quality Circular Polymers gebruikt hiervoor ingezamelde kunststoffen afkomstig van huishoudens en industrie.

Plastic recycling800

QCP is een nieuw bedrijf dat hoogwaardige grondstoffen voor de kunststofverwerkende industrie gaat produceren. In totaal wordt €75 mln geïnvesteerd in dit baanbrekende project, dat een belangrijke bijdrage levert aan de werkgelegenheid in de regio.

QCP is een initiatief van de ondernemers Huub Meessen en Marc Houtermans, beiden met een ruime ervaring in de petrochemie. Het is een sterk consortium dat verder bestaat uit SITA, Chemelot Ventures en NV Industriebank LIOF. Medefinanciers zijn Rabobank, het Limburgs Energie Fonds, de gemeente Sittard-Geleen en de Provincie Limburg.

 

Circulaire economie

 

“Er is een enorme behoefte onder consumenten aan duurzame kunststoffen”, zegt Huub Meessen, CEO en oprichter van QCP. De jaarlijkse vraag naar kunststoffen in Europa ligt op ongeveer 50 miljoen ton. Mede als gevolg van nieuwe regelgeving is er steeds meer aandacht voor de recycling van plastic materialen. De belangrijkste afnemers zijn de verpakkingsindustrie, de bouwsector, elektronica en de automotive industrie.

Meessen: "We gaan samen met klanten producten ontwikkelen waardoor zij conventionele, oliegebaseerde, kunststoffen kunnen vervangen in hoogwaardige toepassingen. De aanwezige kennis en laboratoria op de Chemelot Campus gaan ons hierbij helpen."

 

Fabriek van de toekomst

 

QCP wil een ‘fabriek van de toekomst' te realiseren: een productielocatie waar op basis van gebruikte kunststoffen op innovatieve wijze nieuwe producten worden gemaakt die de conventionele kunststoffen kunnen vervangen. Marc Houtermans, mede-oprichter en COO van QCP: "Door de kennis van de deelnemende partijen te combineren met investeringen in research en development, kunnen we deze materialen in grote volumes produceren en met een constante kwaliteit. Dit is uniek voor de Europese markt."

Kunststofrecycling in de SITA-fabriek in Rotterdam. Bron: SITA, Foto: Photo Republic

Met haar deelname versterkt SITA – een van de grootste aandeelhouders in de fabriek – haar positie in de kunststofketen en geeft het een concrete invulling aan haar missie om met partners de afvalketen verder te sluiten. Als regisseur van de kunststofketen – van inzameling en overslag tot verwerking en recycling van kunststof (verpakkings-)materiaal afkomstig uit huishoudens en industrie – heeft SITA toegang tot de grondstoffen.

 

Grondstoffen

 

"Wij zijn erg blij met onze deelname in QCP. Hiermee zetten we een volgende stap in het geschikt maken van gebruikte kunststoffen als grondstof en kunnen we onze activiteiten uitbreiden met de industriële productie van gerecyclede kunststoffen", vertelt Herman Snellink, COO Waste Flow Management & Recyclables van SITA (NEWS).

"Een substantieel deel van de kunststoffen die worden verwerkt in deze fabriek is afkomstig van de sorteerinstallatie voor kunststof verpakkingsafval van SITA in Rotterdam. Dit is de eerste en enige installatie in Nederland die bij huishoudens gescheiden kunststof verpakkingsafval sorteert voor verdere verwerking", vertelt Snellink.

Daarnaast zijn de kunststoffen afkomstig van industriële klanten. "De industrie en de overheid hebben steeds meer behoefte aan gerecyclede kunststoffen die zijn omgewerkt tot nieuwe grondstoffen die zij kunnen inzetten voor nieuwe producten. Door nu de grondstoffen terug te leveren aan onze industriële klanten, sluiten we de keten."

 

Werkgelegenheid

 

De productiecapaciteit bedraagt uiteindelijk 100.000 ton kunststof per jaar. De fabriek wordt in drie fases gerealiseerd. De totale investering bedraagt ongeveer €75 mln, waarvan ruim €35 mln voor de eerste fase. Het opstarten van de fabriek, eind 2015, levert 40 directe arbeidsplaatsen op. Na de volledige realisatie zijn dat er honderd. Naar verwachting creëert het project nog eens 200 tot 300 indirecte arbeidsplaatsen.

De fabriek wordt gevestigd op het industriecomplex Chemelot in Sittard-Geleen. Deze locatie kenmerkt zich als ‘hotspot' op het terrein van kunststoffen. De fabriek wordt gebouwd in het hart van de landendriehoek Nederland, België en Duitsland en is een zeer centrale uitvalsbasis voor de afzetmarkt in Europa die QCP wil bedienen.

Foto's: Photo Republic, met toestemming gebruikt

100.000 duurzame woningen van de lopende band

Jan Willem van de Groep heeft haast. Voor de Kerst moeten duizend huurwoningen zijn gerenoveerd naar een energieneutrale standaard. Dat wil zeggen: over een heel jaar levert zo’n woning evenveel duurzame energie op als het verbruikt. Die duizend vormen de opstap naar de renovatie van tienduizend woningen.En daarna volgen nog eens 100.000 huurwoningen.Project de Stroomversnelling wil in totaal 111.000 huurwoningen in Nederland verduurzamen voor 2020. Jan Willem van de Groep is bedenker en aanjager van het project.Om te slagen hoeft hij maar drie dingen te doen: de bouwsector ingrijpend hervormen, wetgeving aangepast krijgen en mensen overtuigen van een radicaal nieuw verdienmodel met bijpassende financieringsvorm.“Het is toch een mooi verhaal?” zegt hij. “Met de energierekening van de huurder kunnen we een volledige renovatie bekostigen met een positief rendement voor de belegger.”De komende twee jaar moet het gebeuren. “Gaat het lukken of niet? The devil is in the details. Je moet op elk schaakbordje kunnen spelen. De grote vraag is of we de prijs kunnen drukken en de kwaliteit verhogen. Kunnen we het bouwproces industrialiseren?”De StroomversnellingDe Stroomversnelling is op alle fronten ambitieus en innovatief. De schaal is groots. Vier bouwbedrijven (BAM, Dura Vermeer, VolkerWessels en Ballast Nedam) werken samen met zes woningcorporaties. Het principe klinkt bijna te mooi om waar te zijn: huurders hoeven geen cent te betalen voor een volledig gerenoveerde woning.Voor zover mogelijk is zelfs de wetgeving spannend. Woningcorporaties mogen namelijk binnenkort ook energiediensten in rekening brengen. Standaardisering is essentieel om een nationaal, bijna megalomaan duurzaamheidsproject te voltooien. Technisch wordt een schil, een soort tweede huid, om de gevel van woningen gezet. Daardoor zijn ze goed geïsoleerd en wordt de warmtevraag tot wel 90 procent verlaagd. Daardoor is het mogelijk de resterende energievraag  zelf op wekken met bijvoorbeeld zonnepanelen, warmtepompen en zonneboilers.Met het gereedkomen van acht prototypes in Heerhugowaard, Maarssen en Soesterberg vrijdag krijgen de plannen vorm. De Stroomversnelling richt zich op rijen van identieke rijtjeswoningen uit de jaren 50 tot 70. Die lenen zich goed voor een geïndustrialiseerd renovatieproces. Zo’n 3,5 miljoen woningen zijn geschikt voor deze aanpak. Standaardisering is essentieel om een nationaal, bijna megalomaan duurzaamheidsproject te voltooien. Daar zijn vele stappen aan vooraf gegaan.Stap 1: Het moet integraal“Bij duurzame bouw zijn we gewend duurzame producten op elkaar te stapelen. Isolatie, warmtepomp, zonnepanelen. Tel de energieprestaties bij elkaar op en je hebt een ‘duurzaam’ gebouw. Maar dat heeft twee gevolgen: het is duur, en het werkt niet.”“Ik gaf laatst een presentatie bij het Platform Warmtepompen. Ik zei: Denken jullie dat er in de auto-industrie een Platform Startmotoren bestaat? Nee, je bent altijd onderdeel van een geheel. De kunst van een duurzaam gebouw is het te beschouwen als één systeem.”Stap 2: Je moet samenwerkenBij een project voor de bouw van 61 energieneutrale woningen in 2009 experimenteerde Van de Groep met een nieuwe aanpak. In de opdracht werden alleen generieke eisen gesteld. Er was geen gedetailleerd bestek. Marktcoalities moesten samenwerken om tot een oplossing te komen.“De boodschap was: al maak je een huis van krantenpapier, als deze maar de energie-, comfort- en onderhoudsprestaties kan leveren die we vragen.” Vier coalities konden allemaal aan de eisen voldoen en kwamen met oplossingen “die we nooit hadden kunnen specificeren in een bestek.”Stap 3: Het doel is ook maar een middelHet project werd een groot succes, juist vanwege de vrijheid die de coalities kregen. “Je moet het proces nooit helemaal uitschrijven als je vernieuwing wilt,” verklaart Van de Groep. “Begin wel met een doel, maar dat is ook maar een middel om een richting te kiezen.”Het project rondom de 61 energieneutrale woningen kon rekenen op uitgebreide aandacht in de media. Van de Groep werd benaderd door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Kon hij deze ontwikkeling opschalen als project binnen het programma de Energiesprong?Dat werd de Stroomversnelling. “Het ministerie wilde plannen hebben. Deliverables. Deadlines. We zeiden: ‘We weten eigenlijk helemaal niet wat we gaan doen.’” Vier jaar verder blijkt dat van de oorspronkelijke plannen weinig is gerealiseerd. “Transitie en innovatie is anticiperen op de nieuwe werkelijkheden.”Stap 4: Springen is makkelijker dan kleine stapjesEr is natuurlijk een doel: de gebouwde omgeving moet energieneutraal zijn in 2050. Daarvoor is een transitie noodzakelijk. De opdracht voor Energiesprong is om daar een flinke boost aan te geven.“Projecten die we honoreerden moesten een energiebesparing van minimaal 45 procent realiseren. Al snel kwamen we op projecten waar we met gemak 60 en zelfs 100 procent haalden.” Het ministerie wilde plannen hebben. Deliverables. Deadlines. We zeiden: ‘We weten eigenlijk helemaal niet wat we gaan doen.’Jan Willem van de Groep Dat inzicht betekende een ommekeer. “Als je een sprong maakt is het vaak veel makkelijker. Bij kleine stapjes zijn oplossingen weer niet geïntegreerd. Als we nou in één keer naar nul gaan, dan kan je het als geheel aanpakken en laten we het stapelen achter ons.”Stap 5: Bedenk innovatieve financiering“Als je naar een energierekening nul gaat, dan is er geld over voor renovatie. Dat is het idee. De energierekening van alle huishoudens in Nederland is € 13 mrd per jaar. Een bedrag dat alleen maar gaat stijgen. Dat is een cashflow, waarmee  je met een slimme financieringsconstructies al snel € 300 mrd kunt ophalen bij de bank.”De besparing op de energierekening betaalt dus de renovatie. “Voor een gemiddeld huishouden is dat een bedrag van € 45.000. Dat is het bedrag wat we per woning mogen uitgeven, dat is de lat.”Stap 6: IndustrialiseerDie hoge lat is bij de bouwers gelegd. “Het is nu niet mogelijk om een woning voor dat bedrag energieneutraal te maken. Eén woning kost nog ongeveer € 70.000. Maar zo lok je innovatie uit.”“De bouw kan 40 tot 45 procent goedkoper als we op een industriële manier gaan produceren. In Japan worden op die manier al huizen gebouwd op de lopende band. Je kan een Suzuki-huis of een Honda-huis kopen. Deze huizen worden niet opgeleverd, maar afgeleverd.”In die fabrieken van de toekomst staan productielijnen met robots en 3D-printers. Ze produceren IKEA-achtige bouwpakketten. Daardoor kan de prijs gedrukt worden. “Het gaat me niet om de prijs van de eerste woning, het gaat me om de prijs van de 11.000e woning.” OntvangstEerder opgeleverde prototypes in Arnhem, Heerhugowaard, Melick en Stadskanaal  blijken populair. Volgens Van de Groep willen veel huurders ook zo’n woning. Nu. Hun kaarsen waaien door tocht niet meer uit. “Energieverbruik interesseert de meesten niet, maar de vernieuwing en comfortverbeteringen des te meer.”Voor particuliere woningeigenaren werkt Platform 31 aan een vergelijkbaar model als de Stroomversnelling: Ons Huis Verdient Het. Minister Blok wil daarvoor de hypotheekruimte verhogen mits bouwers en banken daarvoor de gegarandeerde producten gaan leveren. “Dat is een goede aanpak. Renovaties moet je financieren met behulp van de hypotheek. De bouwer garandeert vervolgens dat de weggevallen energielasten opwegen tegen de extra hypotheeklasten.”Maar eerst die deadline in december: duizend energieneutrale huurwoningen. Van de Groep: “Als duizend lukt, dan die tienduizend ook. Als die tienduizend lukt, dan die 100.000 ook.”