Thijs ten Brinck 07 maart 2016, 10:17

Heerema bouwt stopcontact voor Brits windpark op zee

Offshore-specialist Heerema Fabrication is geselecteerd voor de bouw van het transformatorstation dat de duurzame stroom van het Galloper offshore windproject aan land zal brengen.

Circulairpaviljoen3

Het Galloper project is in een uitbreiding van het bestaand offshore windpark voor de Britse oostkust bij Ipswich.

Offshore windpark van € 1,9 mrd

In opdracht van energieconcern RWE bouwt Heerema een transformatorstation dat de hernieuwbare elektriciteit van 56 windturbines van Siemens bundelt.

Het Galloper windpark levert bij oplevering in 2018 stroom voor naar schatting 335.000 Britse huishoudens. De windmolens hebben samen een vermogen van 336 megawatt.

Het stopcontact op zee van Heerema verhoogt de spanning van de opgewekte windstroom, zodat de verliezen op de 45 kilometer lange kabels die de elektriciteit aan land brengen beperkt blijven.

De bouw van het transformatorstation van het naastgelegen Greater Gabbard windpark, 504 megawatt, was in 2008 voor Heerema de eerste stap in de mark voor offshore wind. Hoeveel de Galloper-opdracht voor Heerema waard is, is niet vermeld. 

De ontwikkeling van het complete windproject kost £ 1,5 mrd (€ 1,9 mrd). Naast RWE en Siemens behoren ook de Britse Green Investment Bank en de Australische investeringsbank Macquarie tot de partners van het project.

Bron: Heerema | Foto: Siemens

'Betonsector heeft baat bij meer duurzame innovaties'

In het Nationaal Betonakkoord zijn zestig bedrijven uit de betonsector tot overeenstemming gekomen om een duurzame betonketen te realiseren, via CO2-reductie, biodiversiteit, kennisdeling en circulair beton. Hiervoor heeft het EIB in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een kosten- en batenanalyse gemaakt van de verschillende opties om de betonketen te verduurzamen.In de macro-economische verkenning betonakkoord geeft het EIB inzicht in handelingsperspectieven als cementvervangers, optimalisering van het betongebruik en circulaire maatregelen voor CO2-reductie.Hieruit is gebleken dat een duurzaam betonakkoord tot een groei in de betonsector kan leiden. Het EIB doelt op vernieuwende technologie en innovaties die zowel de sector verduurzamen als exportkansen bieden.Cement vervangenZo moeten cementvervangers als geopolymeer en CSA Beliet, een cementproduct met een CO2-voetafdruk die 30 procent lager is dan traditioneel cement, de betonsector verduurzamen.De hogere productiekosten, onzekerheid over de kwaliteit en strenge toelatingscriteria voor deze producten voorkomen volgens het EIB een breder gebruik op de betonmarkt. Het EIB ziet echter kansen om de producten sneller op de markt te brengen door opschaling, pilotprojecten, en verder onderzoek.Optimaal betongebruikDaarnaast ziet het EIB kansen om beton optimaal te gebruiken door middel van betere korrelpakking. Dit is de mate waarin de korrelvormige grondstoffen van beton, zoals zand en grind, zich met elkaar verhouden ten opzichte van het bindmiddel. Hoe beter deze componenten zich met elkaar verhouden, des te minder cement wordt gebruik om holle ruimtes in het beton op te vullen.Het EIB verwijst naar ‘zelfhelend beton’ dat door de TU Delft is ontwikkeld. Hierbij produceren alkalifiele bacteriën in het beton kalksteen, waarmee scheurtjes en holle ruimtes worden gedicht.Circulair betonVoor circulair beton kan het hergebruik van betongranulaat in de vorm van zand en grind volgens het EIB een positieve bijdrage leveren aan de gewenste CO2-besparing. Dit effect is echter nog bescheiden, stelt het EIB.In het rapport beschrijft het EIB verder dat de onzekerheden en risico’s voor de toepassing van deze maatregelen de kansen voor het betonakkoord niet wegnemen. Het instituut stelt dat het ketenakkoord vooral baat heeft bij afspraken en beleidsinstrumenten die meer innovaties mogelijk maken voor een duurzame sector. Bron: EIB | Foto: Digfarenough, Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)