André Oerlemans
19 maart 2025, 15:15

Het stroomnet zit niet vol, dus die 195 miljard euro voor uitbreiding is niet allemaal nodig

Het elektriciteitsnet zit helemaal niet vol. De huidige netcongestie is volgens experts redelijk eenvoudig op te lossen door meer eigen stroom te gebruiken op piekmomenten, energiebesparing, slimme opslag en grootverbruikers te betalen om buiten de spits stroom te gebruiken.

Foto Tennet Het elektriciteitsnet moet voor miljarden worden uitgebreid. | Credits: Tennet

Dat betoogden Lisanne Saes en Derek Steeman van Holland Solar tijdens zonne-energie vakbeurs Solar Solutions. “Het frustreert ons dat er in de media een bepaalde framing plaatsvindt dat het net vol zit”, zeggen ze. “Als je de koppen in de kranten ziet denk je: wat heeft het allemaal voor zin? Moeten we niet gewoon op een luie stoel gaan zitten en tien jaar wachten tot Tennet en de netbeheerders het net hebben verzwaard? Ons pleidooi is dat dit niet het geval is. Het net is niet vol. Wij willen daarin nuance aanbrengen en hoop bieden aan ondernemers.”

Eigen stroomnet

Doordat er steeds meer groene stroom wordt opgewekt en door de groeiende behoefte aan elektriciteit om van het gas af te kunnen gaan, is het file op het Nederlandse elektriciteitsnet. Daardoor kleuren de capaciteitskaarten
van het stroomnet rood. Netbeheerders kondigen netcongestie af, sluiten geen nieuwe bedrijven meer aan en hebben al 20.000 verzoeken voor een grotere aansluiting van bedrijven die willen uitbreiden moeten weigeren. Ook nieuwe zonneparken kunnen niet altijd aangesloten worden. Reden voor een grote ontwikkelaar als Novar om in Groningen dan zelf maar een eigen elektriciteitsnet te bouwen en daar de nieuwe zonneparken op aan te sluiten.

Dat leidt volgens Steeman tot hoge maatschappelijk kosten. “Bedrijven kunnen niet uitbreiden of verduurzamen. Misschien gaan ze zelfs wel weg uit Nederland”, zegt hij.

195 miljard nodig

Om het probleem op te lossen willen overheid en netbeheerders het net uitbreiden. Volgens een rapport dat minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei begin maart naar de Tweede Kamer stuurde is daar tot en met 2040 in totaal 195 miljard euro voor nodig. Eerder liet netbeheerder Tennet weten de komende tien jaar 160 miljard euro te moeten investeren in de uitbreiding van het hoogspanningsnet.

Volgens het rapport wordt elektriciteit de ruggengraat van het nieuwe energiesysteem, zoals aardgas dat in het verleden was. Nu bestaat 20 procent van de energiemix uit elektriciteit, in 2050 is dat al 50 tot 70 procent. Om te voorkomen dat het gebrek aan capaciteit op het stroomnet een steeds groter economisch en maatschappelijk knelpunt wordt, moet het net fors worden uitgebreid.

Alleen al op land kost dat 107 miljard. In 2040 zijn de jaarlijkse netbeheerkosten opgelopen van 7 miljard nu naar 20 miljard euro. Maar het rapport stelt ook dat er op het totaalbedrag tot een bedrag van 22 miljard te bezuinigen valt als het net slimmer gebruikt wordt.

Slimmer gebruiken

Dat is ook wat Holland Solar, de Nederlandse Vereniging van Duurzame Energie (NVDE), NedZero en Energy Storage NL betogen. Volgens hen is die investering van 195 miljard bij lange na niet nodig als je het net beter benut, vraag en aanbod beter op elkaar afstemt en groene energie beter opslaat. “Door energieproductie en -gebruik dichter bij elkaar te brengen middels vraagsturing, opslag en conversie kunnen de totale kosten zoals opgenomen in het rapport aanzienlijk lager worden”, stelt directeur Wijnand van Hooff van Holland Solar.

Voorzitter Maarten van den Heuvel van Energy Storage NL wijst op onderzoeken die aantonen dat energieopslag vele miljarden aan besparing oplevert. “Energieopslag – zowel in elektriciteit, warmte als in moleculen – is dus een absolute ‘must’ om het systeem betaalbaar te houden,” zegt hij.

Net is niet vol

Dat het net nog lang niet vol zit, toonde Lisanne Saes tijdens Solar Solutions aan met het rekenvoorbeeld van een transformatorhuisje. Dat heeft een transportcapaciteit van 80 megawatt. Die wordt nu nog niet overschreden, maar in 2027 wel. “Dus zeggen de netbeheerders: het net zit vol, want over een paar jaar hebben we een probleem. Dus kunnen we u nu niet aansluiten”, legt ze uit. Maar volgens haar gebruiken ze slechts een model met aannames over de toekomstige opwek en gebruik van stroom. Misschien veranderen die aannames wel.

Leveringszekerheid omlaag

Ook het maximaliseren van de transportcapaciteit op 80 megawatt is volgens haar slechts een keuze, afgestemd op een zo lang mogelijke levensduur van het transformatorhuisje. Je kunt er ook voor kiezen de transportcapaciteit tot 100 megawatt te verhogen. Dan is de kans op storing iets groter, maar is er wel meer capaciteit op het net. “Nu heeft Nederland 99,9 procent leveringszekerheid, maar de vraag is: moeten we dat wel willen? Die discussie gaan we aan. Het is niet zo zwart-wit”, stelt Saes.

Accelereer jouw duurzame transitie

Zit jij midden in de duurzame transitie (of sta je nog aan het begin) en kun je wel wat inspiratie, hulp en kennis gebruiken? Kom op 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam en laaf je aan de kennis en inzichten van pro’s en peers. De eerste sprekers zijn bevestigd, het belooft een wervelende dag te worden.

Bekijk programma

Lisanne Saes en Derek Steeman van Holland Solar betoogden dat het net niet vol zit. | Credit: André Oerlemans

Minder zonnestroom leveren

Er zijn twee soorten congestie: opwekcongestie en afnamecongestie, allebei vrij lokaal en incidenteel, zegt Derek Steeman. Opwekcongestie ontstaat vooral in de zomer als zonnepanelen te veel stroom terugleveren. Afnamecongestie is in de winter een probleem als iedereen ’s avonds ineens stroom gaat verbruiken.

“We moeten die pieken weghalen”, zegt hij. Dat kan bijvoorbeeld door tegen een zonnepark te zeggen dat het rond het middaguur minder stroom moet leveren. Ook in de winter kun je wind- en zonneparken meer of minder stroom laten leveren wanneer dat nodig is. Netbeheerders kunnen wind- en zonneparken die meer dan 1 megawatt leveren zelfs verplichten om op deze flexibele manier stroom te leveren. Dat valt onder congestiemanagement.

Congestiemanagement

Congestiemanagement is ook een belangrijk wapen tegen afnamecongestie. Sinds vorig jaar staat de ACM toe dat netbeheerders met grootverbruikers – lees grote bedrijven – afspraken maken over hun stroomverbruik. Ze krijgen een vergoeding als ze het net minder gebruiken tijdens de spitsuren: tussen 6.00 en 9.00 uur ’s ochtends en tussen 16.00 en 20.00 uur ’s avonds. Daardoor komt ruimte vrij op het net, die ze onder andere bedrijven kunnen verdelen.

Uit een onderzoek
van Tennet bleek vorig jaar dat op deze manier 880 megawatt aan capaciteit vrijkomt op het net. Dat is net zoveel als 2500 voetbalvelden vol zonnepanelen en genoeg om veel bedrijven en zonneparken op de wachtlijst aan te sluiten.

Subsidie voor slimme apparaten

Maar ook batterijen en slimme energiemanagementsystemen die zonnepanelen, batterijen, warmtepompen, laadpalen en andere apparaten aansturen zorgen ervoor dat opwek en verbruik beter op elkaar worden afgestemd. Zo neemt de druk op het net af. Volgens Steeman en Saes kunnen we op die manier wel 150 tot zelfs 200 procent van onze huidige netcapaciteit gaan benutten. Voor die slimme apparaten zou de overheid subsidie moeten geven via de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE). “Zo stimuleer je eigen gebruik”, stellen ze.

IJsbaan als voorbeeld

Saes noemt IJsbaan Alkmaar een mooi voorbeeld van al deze oplossingen. Het sportcomplex had grote plannen om energieneutraal te worden en van het gas af te gaan door elektrificatie, maar kreeg geen grotere aansluiting op net. Door een combinatie van zon, batterijen, warmteopslag en energiebesparing heeft de ijsbaan dat probleem zelf kunnen oplossen en kon de uitbreiding doorgaan zonder zwaardere aansluiting op het net. “We moeten met zijn allen het net slimmer gaan gebruiken. Dan zijn er nog genoeg mogelijkheden”, stelt ze.

Lees ook:

Kom 1 juli naar Transition2025 in Amsterdam: De toekomst van duurzaamheid begint hier

Claim je ticket

Changemaker Wilma Roozenboom (Refugee Talent Hub): ‘Werkgevers met divers personeel zijn aantoonbaar succesvoller’

Wat doet je stichting in het kort? “Refugee Talent Hub brengt vluchtelingen en werkgevers dichter bij elkaar met betaalde banen als doel. Onze droom is een Nederland waarin werkgevers de talenten van vluchtelingen zien en benutten, en waar vluchtelingen dus de juiste kansen hebben op de arbeidsmarkt. Tijdens kleinschalige activiteiten ontmoeten ze elkaar. Samen met werkgevers streven we naar een refugee friendly-werkvloer, waar medewerkers met een vluchtelingenachtergrond – net zo eenvoudig als ieder ander – instromen en zich thuis voelen. Werk betekent zo veel meer dan geld verdienen.” Wie zijn jullie partners? “Wij werken samen met ongeveer 45 grote werkgevers. Met NS werken we bijvoorbeeld samen aan kickstartbanen voor statushouders. Het traject duurt een jaar en is opgedeeld in een paar fasen. De focus ligt op persoonlijke groei, culturele integratie en een mogelijke doorstroom naar reguliere functies. Ook hebben we maatschappelijke partners. Dat zijn organisaties zoals VluchtelingenWerk Nederland, UAF, NewBees, Untapped Talents, Open Embassy, RefugeeConnect, Tent Partnership for Refugees en veel gemeenten. We proberen elkaar zoveel mogelijk te versterken en samen op te trekken. Concreet kan dat betekenen dat bijvoorbeeld VluchtelingenWerk de job coaching op zich neemt van kandidaten die via ons bij IKEA starten in een werkervaringsprogramma.” Wat is jouw doel als Changemaker? “Om onszelf overbodig te maken. Uiteindelijk willen we dat werkgevers de talenten van vluchtelingen zien en benutten, en vluchtelingen dus de juiste kansen hebben op de arbeidsmarkt. Dan zijn wij niet meer nodig. Maar dat doel is nog ver weg. Ook na ruim zeven jaar bij Refugee Talent Hub kan ik me nog enorm verbazen over het feit dat er zo ontzettend veel talent aan de kant staat, terwijl we kampen met enorme arbeidsmarkttekorten. We blijven mensen reduceren tot het label ‘vluchteling’ en hangen daar allerlei negatieve associaties aan op. Maar dit zijn mensen die in hun land van herkomst in veel gevallen ook gewoon een baan hadden, dagelijks naar hun werk gingen als monteur, boekhouder of hun eigen bedrijf. Een grote groep mensen die ook nu ze hier zijn gewoon weer aan de slag wil, in hun vak of desnoods een ander vak.” Een eerlijke arbeidsmarkt voor iedereen, wie kan ertegen zijn? “Inderdaad, maar dat is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Er zijn obstakels die bij de nieuwkomer zelf liggen zoals de taal leren, maar ook factoren waar zij niets aan kunnen doen. Denk aan de lange wachttijden in de asielprocedure bijvoorbeeld, waardoor ze jarenlang tot stilstand worden gedwongen. Daarnaast zijn er obstakels die bij de werkgever liggen zoals onbewuste vooroordelen, interviewprocedures die mensen met een niet-Nederlandse naam minder kans op werk geven, weinig tijd voor begeleiding of hoge taaleisen waar die niet per se nodig zijn. En dan zijn er nog obstakels in de wet- en regelgeving die een snelle arbeidsparticipatie tegenwerken en de negatieve publieke framing van vluchtelingen die ertoe leidt dat mensen nieuwkomers niet snel zien als nieuwe collega, medewerker of baas.” Hoeveel nieuwkomers hebben jullie al aan een baan geholpen? “Wij zijn geen recruitmentbureau, maar er zijn inmiddels bijna 1.400 mensen aan het werk gegaan via Refugee Talent Hub. Zo’n 10.000 nieuwkomers hebben deelgenomen aan onze activiteiten, en ruim 10.000 medewerkers van de bedrijven waarmee wij werken hebben zich op de een of andere manier ingezet voor ons werk - bijvoorbeeld als mentor van een nieuwkomer. In totaal organiseerden wij inmiddels 768 activiteiten met werkgevers, variërend van speeddates voor data-analisten bij ABNAmro tot een lunch & learn bij Alliander, en van een halve dag proefsleutelen bij de Wegenwacht tot een town hall meeting bij KPMG.” Steeds meer werkgevers ontdekken de voordelen van het in dienst nemen van statushouders. Hoe komt dat? “Een belangrijke motivatie is uiteraard dat veel werkgevers zitten te springen om arbeidskrachten. En zoals gezegd: er zit heel veel talent in deze groep mensen. Vaak hebben werkgevers nog andere redenen om aan de slag te gaan met nieuwkomers. Ze willen een afspiegeling zijn van de samenleving of hun klanten, een maatschappelijke bijdrage leveren of voldoen aan de SROI–verplichtingen van aanbestedende partijen. Maar eigenlijk is deze vraag verkeerd om gesteld.” Wat is dan de juiste vraag? “Een logischer vraag zou zijn: waarom zou je niet werken met nieuwkomers? Ook maatschappelijk en macro-economisch is het een no-brainer. Een recent onderzoek van SEO Economisch Onderzoek liet zien dat ruimere werkmogelijkheden voor asielzoekers leiden tot grote maatschappelijke baten, terwijl er nauwelijks extra maatschappelijke kosten tegenover staan. Concreet dus twee miljard aan maatschappelijke baten over tien jaar tijd. Voor statushouders geldt iets vergelijkbaars: uit een impactanalyse van Social Finance NL blijkt dat elke geïnvesteerde euro bijna 2,50 euro aan maatschappelijke baten oplevert. Denk aan besparingen op uitkeringen, lagere wervingskosten en een hogere financiële zelfredzaamheid van deelnemers.” Zijn er verschillen tussen nieuwkomers uit verschillende landen? “Toch wel. Er zijn ruim 150.000 Syriërs in Nederland. Iets meer dan de helft van de Syriërs heeft betaald werk, blijkt uit eerder onderzoek: 55 procent heeft een baan, tegenover 71 procent van de Nederlandse bevolking. Dat zijn wel vaak banen onder hun niveau en in onzekere sectoren als vervoer en horeca. Dus er is nog volop ruimte voor verbetering. De arbeidsparticipatie van Oekraïense nieuwkomers ligt hoger dan bij nieuwkomers uit andere landen. Je ziet is dat mensen sneller aan het werk komen als ze meteen mogen werken - iets wat bij Oekraïners anders ligt dan bij mensen die asiel aanvragen in Nederland. Ook is de publieke beeldvorming rondom Oekraïners echt anders dan rondom vluchtelingen uit andere landen; zij werden met open armen ontvangen door burgers en werkgevers, wat in groot contrast staat met de ontvangst van bijvoorbeeld Eritreeërs, Syriërs en Afghanen. Maar ook voor deze groep geldt: het merendeel van hen is werkzaam als uitzendkracht, oproepkracht of in een ander tijdelijk dienstverband. Ook bij hen is sprake van brainwaste, het verspillen van talent en onderwaarderen van de talenten en kwaliteiten van mensen.” Hebben de geopolitieke spanningen van dit moment direct effect op je werk? “Zeker wel indirect. We merken dat er meer onrust is onder nieuwkomers en misschien nog wel meer door het huidige politieke klimaat in Nederland. Mensen zijn bang dat ze teruggestuurd worden. Ze merken dat hun toch al lange asielprocedures nog langer duren, voorzien dat het echt heel moeilijk gaat worden om hier een goede toekomst op te bouwen. En vragen zich af of hun buurman eigenlijk wel wil dat ze er zijn.” Wat geef je de nieuwe werkgeneratie mee? “Eigenlijk hetzelfde als aan werkgevers: zie en benut het talent van nieuwkomers. Zie de ander, maak kennis, werk samen en zorg dat je je werk laat verrijken door andere perspectieven.” Lees ook: Changemaker Boele de Jonge (Vivera): ‘Kies de weinig-moeite-veel-impact-optie’ Changemaker Chantal van Schaik (Holland Houtland): ‘Met biobased bouwen is enorme winst te behalen’Changemaker Maikel van Wissen (Advocates for the Future): ‘Je moet je kop niet in het zand steken’