Hannah van der Korput
16 januari 2025, 10:36

Hoe de aanleg van warmtenetten in een impasse kwam – en hoe we eruit komen

In 2030 moeten 500.000 bestaande woningen in Nederland zijn aangesloten op een warmtenet. Maar de aanleg van de netten gaat lang niet snel genoeg en de teller staat pas op 100.000. Hoe komt dat? Wat zijn de gevolgen? En belangrijker: wat is ervoor nodig om uit deze impasse te komen?

Headerafbeelding Dat de aanleg van de warmtenetten stagneert, heeft volgens Teun Bokhoven meerdere redenen. | Credits: Warmtenetwerk

Alle Nederlandse woningen moeten de komende 25 jaar van het aardgas af. Warmtenetten kunnen daarbij helpen. Teun Bokhoven, voormalig bestuursvoorzitter van TKI Urban Energy en het Uitvoeringsoverleg Klimaatakkoord Gebouwde Omgeving, noemt ze noodzakelijk voor de energietransitie. “Voor de verwarming van Nederland is veel energie nodig. Willen we dat aardgasvrij doen, dan zijn er een paar mogelijkheden. De eerste is elektrificatie, veelal met de inzet van warmtepompen. Maar alle woningen en gebouwen elektrificeren vraagt om veel meer duurzame (wind)energie, vooral om de pieken op te kunnen vangen. Een andere optie is gebruikmaken van de warmtebronnen die op veel plaatsen beschikbaar zijn. Dan kun je denken aan restwarmte afkomstig van bedrijven en datacenters, geothermie en aquathermie. Met alle warmte die we uit andere bronnen kunnen krijgen dan elektriciteit, ontlasten we het nu al overvolle elektriciteitsnet. Soms is elektriciteit de enige manier om een wijk duurzaam te verwarmen. Laten we die optie vooral gebruiken op de plekken waar inzet van een duurzaam warmtenet niet uit kan, is mijn oproep. In circa 25 procent van de wijken is een warmtenet een toekomstbestendige en financieel aantrekkelijke oplossing. Daarom is het zaak om de ontwikkeling van warmtenetten een nieuwe impuls te geven.”

Wat is een warmtenet?

Een collectief warmtenet – ook wel stadsverwarming genoemd – bestaat uit kilometerslange buizen en leidingen waardoor warm water stroomt. Dat verwarmt aangesloten huizen en bedrijven via een warmtewisselaar in de meterkast. Het water in het leidingnet wordt verwarmd met restwarmte van bedrijven, afvalverbrandingsovens, geothermie of andere bronnen. Volgens Milieu Centraal zorgt een warmtenet gemiddeld voor 60 procent minder CO2-uitstoot dan cv-ketels op aardgas.

Warmtebod

Het Warmtebod moet die impuls gaan geven. Daarin worden oplossingen aangereikt voor de problemen rondom de warmtenetten. Bokhoven schreef eraan mee en ziet dat de netten qua maatschappelijke kosten voordelig zijn. Dat uit zich op de korte termijn alleen niet in de consumentenprijs. “Dat is een probleem. Warmtenetten werken anders dan de elektriciteitsnetten die gesocialiseerd zijn. Het maakt niet uit waar je woont, iedereen betaalt dezelfde netkosten binnen een bepaalde categorie. Warmtenetten daarentegen zijn gekoppeld aan een specifiek gebied waar zo’n net ligt. Het is niet gesocialiseerd. Dat zorgt ervoor dat mensen in een warmtenetgebied ook meebetalen aan de elektrificatie van andere wijken. Zij hebben als het ware dubbele lasten. Dat is een van de ongelijkheden die een warmtenet voor de eindgebruiker minder aantrekkelijk maakt. Terwijl warmtenetten op macroniveau vaak voordeliger en toekomstbestendiger zijn. De warmtebron zelf is goedkoop en de investeringen zitten hem vooral in de infrastructuur.”

Dat de aanleg van de warmtenetten stagneert, heeft volgens Bokhoven meerdere redenen. “Het begint bij het aanbod dat warmtebedrijven kunnen doen aan consumenten en bedrijven. Als die nieuwe situatie niet als gunstig wordt gezien, stapt men niet over. Om de grote investeringen die gekoppeld zijn aan warmtenetten te kunnen doen, moet er wel animo zijn. Dat noemen we het vollooprisico: begin je met zo’n investering, dan wil je op voorhand al een x aantal aansluitingen hebben. Als dat een lastig verhaal is, heeft een gemeente meer moeite om een wijk aan te wijzen als warmtewijk. En als dat niet gebeurt, durft een warmtebedrijf zo’n net niet te ontwikkelen. Dan krijg je een soort kettingreactie. In die neerwaartse spiraal zijn we de afgelopen tijd terechtgekomen.”

Doe-stand

Hoe doorbreek je dat patroon? “Door de oplossing aantrekkelijker te maken voor de consument. De eindgebruiker moet het willen. Pas dan gaan alle betrokken partijen weer in de doe-stand. In de tijd dat de oorlog in Oekraïne begon en de gasprijs explodeerde, wilden mensen ineens wel aangesloten worden op een warmtenet. Dat was toen de voordelige optie.”

Voor bewoners aangesloten op een warmtenet moeten de tarieven dus lager worden. Om dat te realiseren, zijn vanuit het Rijk een heleboel subsidiepotten opgetuigd. Dat leidt tot een complex systeem en diverse financiële regelingen die lang niet altijd op elkaar aansluiten. Daarbij is het bedrag niet hoog genoeg, zegt Bokhoven. “We moeten zorgen voor een aantrekkelijker alternatief. Dat betekent dat kosten voor de eindgebruiker omlaag moeten. Een prijsgarantie voor de langere termijn kan mensen ook over de streep trekken om in een warmtenet te stappen. Nu lijkt dat niet zo moeilijk. De verwachting is dat de gasprijs de komende jaren stijgt. Dat komt deels door het ETS-systeem dat ook van toepassing wordt op de kleinzakelijke en de consumentenmarkt. Ook de bijmengverplichting van groen gas draagt daaraan bij. En dan geldt: hoe hoger de gasprijs, hoe aantrekkelijker het warmtenet. Het helpt als de overheid die garantie geeft.”

Wet collectieve warmte

Dat probeerde voormalig minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten vorig jaar te doen door de warmtenetten op termijn verplicht voor meer dan 50 procent in publieke handen te geven. Op die manier zouden consumenten beschermd worden tegen grote prijsverschillen en tariefstijgingen van warmteaanbieders. Op deze Wet collectieve warmte (Wcw) kwam veel kritiek vanuit het bedrijfsleven. Na het voorstel verkondigde Vattenfall geen nieuwe warmtenetten meer te ontwikkelen als het vervolgens geen meerderheidseigenaar mag zijn. Daaropvolgend trok Eneco de stekker uit een warmtenet in Utrecht. Het wetsvoorstel is nog niet in behandeling, waardoor warmtebedrijven vooralsnog eigenaar blijven van de netten. “We houden ons met het Warmtebod buiten deze politieke discussie. Het maakt eigenlijk niet uit of een publiek of privaat bedrijf de eigenaar is. Ze hebben allemaal te maken met de onduidelijkheid en de nadelen die de consument ervaart. Dat staat los van wie de eigenaar van een warmtenet is. We willen vooral de condities verbeteren voor de eindgebruiker en de markt weer aanwakkeren. Daarom richten we ons op de praktijk en niet op deze politieke discussie. We komen met concrete oplossingen om de betaalbaarheid te vergroten, denk aan een tarieflimiet en het verminderen van de aansluit- en gebruikskosten.”

Al helpt het gesteggel over de Wet collectieve warmte niet, erkent hij. “Het is een onzekere factor, waardoor warmtebedrijven terughoudend zijn. Dat zorgt voor vertraging.”

Projecten in de pijplijn

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 tussen de 2 en 2,5 miljoen aansluitingen op de warmtenetten gerealiseerd zijn. De ontwikkeling van die netten blijft echter ver achter om dat doel te realiseren. “Er zitten nog wel wat projecten in de pijplijn, maar in dit tempo komen we er gewoon niet. We willen naar 80.000 tot 100.000 aansluitingen per jaar. We zitten nu op 15.000 per jaar. We moeten flink opschalen en dat vraagt om ander beleid.”

Onderzoeksbureau CE Delft concludeert dat een stagnatie van de warmtenetten negatieve gevolgen heeft voor de maatschappij. Het leidt tot een flinke toename van de elektriciteitsvraag en belasting op het elektriciteitsnet, wat de problemen rondom netcongestie verergert. Daarnaast zorgt het voor hogere kosten voor de maatschappij door meer investeringen in de elektriciteitsinfrastructuur en meer windparken om de piekbelasting in te vullen. “Het signaal dat we willen geven is: als we niks doen, betaalt de samenleving de prijs. Zet dat bedrag in om de warmtenetten te stimuleren. Willen we de klimaatdoelen halen, dan moet Nederland in de komende vijfentwintig jaar van het aardgas af. Daar hebben we ook elektrificatie en warmtepompen bij nodig en, maar dat vraagt om een netverzwaring en dat is al een ongelooflijke klus. Er moeten nu al tienduizenden transformatorhuisjes bijkomen. Stijgt de stroomvraag, worden het er nog meer. De vraag is hoe haalbaar dat is.”

Daarnaast wijst Bokhoven op het verschaffen van duidelijkheid. “Gemeenten moeten eind 2026 in een warmteprogramma duidelijk maken welke wijk welke oplossing krijgt de komende 10 jaar. Als consumenten en bedrijven dat weten, kan daarop worden geanticipeerd. Als je weet dat je een warmtenet krijgt met geothermie, dan ga je niet nu investeren in een warmtepompinstallatie. Is er geen duidelijkheid, dan gaat iedereen zijn eigen gang. Je wil natuurlijk voorkomen dat er een ongeleid proces ontstaat. Op dit moment is die onduidelijkheid in de markt er nog. Volgend jaar is een jaar met gemeenteraadsverkiezingen. De verwachting is dat veel gemeenten dan niet met een plan komen. Dat moet dus écht dit jaar gebeuren.”

Het Warmtebod is inmiddels overhandigd aan Sophie Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei.

Hoe nu verder?

Het Warmtebod is inmiddels overhandigd aan Sophie Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei. Het is ondertekend door meer dan 125 partijen, waaronder gemeenten, woningcorporaties en warmtebedrijven. En het aantal ondertekenaars groeit de komende weken nog verder. “De hele sector geeft aan dat er nu echt wat moet gebeuren. Dat is het belangrijkste signaal dat we willen geven. Er is een breed maatschappelijk draagvlak voor actie. De hoop is dat het kabinet zich gesterkt voelt om op dit onderwerp te acteren.”

Lees ook:

NVDE geeft kabinet ‘menukaart’ om klimaatdoelen te halen: welke gerechten staan erop?

Het Planbureau voor de Leefomgeving was eind vorig jaar glashelder: het is heel onwaarschijnlijk dat Nederland het afgesproken CO2-reductiedoel van 55 procent in 2030 gaat halen. Dat stond in de Klimaat- en Energieverkenning 2024. Met de huidige koers stevent het kabinet af op een reductie van 44 tot 52 procent. Minister Hermans moet dus flink aan de bak om het beleid recht te trekken, zo luidt de conclusie. Maar in een coalitie met de partijen PVV en BBB – uitgesproken tegenstanders van vergaand klimaatbeleid – wordt het trekken van de portemonnee een lastige zaak. Door middel van een nieuw rapport wil de NVDE aan minister Hermans laten zien dat investeren in duurzame oplossingen niet alleen geld kost, maar ook kan opleveren. Zelf noemt de vereniging het rapport een ‘menukaart’; een uitgebreide set maatregelen die het kabinet kan nemen om de Nederlandse klimaatdoelen weer binnen bereik te brengen. 25 megaton reductie De NVDE vertegenwoordigt zo’n 1.600 bedrijven uit verschillende sectoren. In het specifiek gaat het om bedrijven die zich bezighouden met de productie en het gebruik van hernieuwbare energie, in de sectoren elektriciteit, industrie, mobiliteit en gebouwde omgeving. De NVDE reageert vaak op kabinetsplannen en draagt daar dan oplossingen bij aan waarmee het gebruik van hernieuwbare energie in Nederland een zetje kan krijgen. Nu komt de organisatie dus met volledig pakket aan maatregelen. Voor een fifty fifty-kans om het CO2-doel van 55 procent in 2030 te halen, is volgens het PBL 16 megaton extra uitstootvermindering nodig. Om die kans te verhogen naar 95 procent, moet die reductie stijgen naar 24 megaton. De maatregelen op de menukaart van de NVDE zijn naar eigen zeggen bij elkaar goed voor zo’n 25 megaton reductie, al overlappen sommige besparingen elkaar. Wat zijn de plannen? In totaal bestaat de menukaart uit 20 maatregelen, verdeeld over de verschillende sectoren die de NVDE vertegenwoordigt. Per maatregel zet de vereniging uiteen hoeveel minder gas of olie er verbruikt hoeft te worden, wat de bijbehorende CO2-reductie is en hoeveel investeringen er kunnen worden ‘uitgelokt’. Dat wil zeggen: hoeveel economische activiteit er op gang wordt gebracht door de maatregel. Het meest effectief blijkt de maatregel om sneller maatwerkafspraken met grootvervuilers in de industrie te sluiten. Het kabinet is al lang in gesprek met partijen als Tata Steel, bp en Shell om hen te helpen versneld hun klimaatdoelen te halen. Daarbij wil de overheid financiële steun bieden. Volgens de NVDE kan het intensiveren van deze maatwerkafspraken 4 megaton CO2 besparen en kost dit de overheid 800 miljoen euro per jaar. De opbrengsten voor de samenleving zijn in potentie groot: 8 miljard euro. Ook kan het veel zoden aan de dijk zetten als het kabinet gaat handhaven op de Europese regel dat 42 procent van de industriële waterstof in 2030 van ‘groene’ komaf moet zijn. Dat betekent dat de waterstof geproduceerd is met hernieuwbare energie. Het doel raakt steeds verder uit zicht, maar zou 2,4 megaton CO2 en 42 petajoule aardgas kunnen besparen. De economie in In de sector mobiliteit is het vooral de kilometerheffing die het grootste effect kan sorteren. Door het gebruik van benzineauto’s per kilometer te belasten, neemt niet alleen de fileproblematiek in Nederland af, maar ook de milieu-impact van het wegvervoer. Daarbij wijst de NVDE erop dat elektrische voertuigen een korting moeten krijgen op de heffing. In totaal kan de maatregel 2,5 megaton CO2 besparen. De maatregel die de meeste marktinvesteringen op gang lijkt te kunnen brengen, is er één in de sector van de gebouwde omgeving. Volgens de NVDE moet de overheid 3,35 miljard euro uitgeven om huizen te verduurzamen. Denk daarbij aan woningisolatie en het vervangen van cv-ketels door bijvoorbeeld warmtepompen. Het geld zal een stimulans zijn voor huishoudens om te verduurzamen, maar zal slechts een deel van de werkzaamheden dekken. Naar verwachting zal er dus verder in totaal 11 miljard euro door de maatschappij geïnvesteerd worden; geld dat regelrecht de duurzame economie in vloeit. Bovendien is de maatregel goed voor een megaton CO2-reductie. ‘Zeker gebruiken’ Tegen Trouw zei minister Hermans dat ze gaat onderzoeken welke maatregelen van de menukaart bruikbaar zijn. Ze gaat het rapport van de NVDE “zeker gebruiken om met een gedragen én uitvoerbaar pakket te komen.” Lees ook: Zelfs áls de Nederlandse industrie levert, schieten duurzaamheidsdoelen tekortGroene chemie bloeit op, maar hoe redt Nederland zijn recyclingbedrijven?Pensioenfonds investeert 25 miljoen in groen gas uit Nederland