Marc Seijlhouwer 14 juli 2021, 16:52

Hoe slaan we energie op voor in de winter? Finland probeert het met een ondergrondse warmtebatterij

Met een ondergrondse warmteopslag van 90 gigawattuur wil de stad Vintaa in Finland genoeg warmte hebben voor de lange winters in het land. Het project laat zien hoe we in de zomer opgewekte energie langere tijd kunnen bewaren, en dat is ook voor Nederland belangrijk.

Grot finland change inc adobe stock "Het energieopslagsysteem gebruikt de ondergrondse cavernes die bij Vintaa liggen. Deze zijn zo’n 60 meter hoog en kunnen daarmee een heleboel warm water herbergen." | Beeld: Adobe Stock

De bouw van het project begint volgend jaar; de initiatiefnemer Vintaa Energy kondigde deze week aan dat het besloten had wie het project kon ontwerpen en bouwen. Eind 2026 moet het project klaar zijn en kan Vintaa voortaan duurzame warmte uit de grond halen.

Restwarmte en geothermie

Het energieopslagsysteem gebruikt de ondergrondse cavernes die bij Vintaa liggen. Deze zijn zo’n 60 meter hoog en kunnen daarmee een heleboel warm water herbergen. Dat water kan daar, volgens een studie, onder relatief hoge temperaturen verblijven zonder te verdampen, door de hogere druk in de grotten. In de zomer, als de duurzame energiebronnen volop energie produceren, wordt eventueel overschot gebruikt om water te verwarmen en in de grot op te slaan. Ook restwarmte van huizen, bijvoorbeeld afkomstig van douche- en badwater, kan de grot in.

Wordt het daarna winter, en is er minder zon of wind of geothermische activiteit, dan kan het water opgepompt worden en via een warmtewisselaar wordt het vervolgens teruggegeven aan huizen en bedrijven. Volgens de eerste berekeningen kunnen de grotten 90 gigawattuur aan warmte-energie opslaan, genoeg om een middelgrote stad in Finland de lange winter van warmte te voorzien.

Warmte-opslag in Nederland

De ondergrondse opslag van warmte kan ook in Nederland uitkomst bieden. Een studie van onderzoeksinstituut TNO laat zien dat warmteopslag voor de winter grootschalig mogelijk is. In het dorp Nagele experimenteert men er al mee. Maar zo grootschalig als Finland het aanpakt, dat is tot nu toe nog niet vertoond.

De uitstoot van industriecomplex Chemelot in Limburg is straks 10 procent lager dankzij één innovatie

Het zit onder andere in sportkleding, tapijten en auto-onderdelen: nylon. Fibrant maakt caprolactam, een essentieel onderdeel voor nylon. Maar bij de productie van een kilo caprolactam komt in Europa gemiddeld 6,5 kilo CO2-equivalenten vrij, waaronder lachgas. Het opwarmend effect van lachgas is 298 keer zo groot als dat van koolstofdioxide. En daardoor is zelfs een beetje lachgas heel slecht voor het klimaat. “We zetten een nieuwe standaard voor een ultra lage carbon footprint voor caprolactamproductie”, zegt Martijn Amory, CEO van Fibrant in een persbericht.42 miljoen in nieuwe installatieFibrant investeerde in samenwerking met DSM (de voormalige eigenaar van het bedrijf) 42 miljoen euro in een nieuwe installatie om de lachgasuitstoot met zo'n 75 procent te beperken. Fibrant wil in 2040 volledig klimaatneutraal produceren. Daarmee loopt het vooruit op het Klimaatakkoord: daar staat in dat de gehele industrie in 2050 geen CO2 meer uitstoot. Omdat lachgas zo'n sterk broeikasgas is, heeft de reductie met 75 procent enorme impact: hij verlaagt de totale uitstoot van de gehele Nederlandse industriesector met 4 procent.Chemelot heeft grote plannen om te verduurzamen. In een eerder interview vertelde directeur Loek Radix: “We volgen drie lijnen. In de eerste plaats gaan we voor lachgasreductie. In de tweede plaats gaan we voor het opslaan van CO2, dat heet CCS, onder de Noordzee en in de derde plaats voor het efficiënter omgaan met energie.” Op de vraag of Chemelot op schema ligt wat dit drieluik betreft, geeft Radix aan dat de vergroening van de chemiesector een langdurig traject is: “Dat zijn voor een deel plannen die een lange aanlooptijd hebben.”Chemelot werkt al wel aan lachgasreductie en doorlopend aan efficiënter omgaan met energie. Wil je weten hoe ze dat doen? Lees hier verder.