Sebastian Maks
22 januari 2024, 14:12

IEA: groei hernieuwbare energie fors, maar nog niet genoeg

De meest recente klimaattop in Dubai werd bezegeld met de afspraak om de wereldwijde capaciteit van hernieuwbare energie te verdriedubbelen voor het einde van dit decennium. Reden voor het Internationaal Energieagentschap (IEA) om de balans op te maken. Nieuwe prognoses laten zien dat duurzame energie zich positief ontwikkelt, maar dat er aanvullende maatregelen nodig zijn om het COP-streven te halen.

Getty Images 1399939955 Verwacht wordt dat China dit jaar al zijn productiedoelen voor zonnepanelen voor 2030 haalt, zes jaar voor dato. | Credits: Getty Images

De afgelopen twee decennia ging er geen jaar voorbij waarin de toename van hernieuwbare energie geen records brak. 2023 springt daar nog eens met kop en schouders bovenuit. Er werd wereldwijd voor bijna 510 gigawatt aan groene-energiecapaciteit bijgebouwd, 50 procent meer dan een jaar eerder. Het Internationaal Energieagentschap deelde deze cijfers, samen met prognoses tot het jaar 2028, in een nieuw rapport.

2,5 keer zoveel groene energie in 2030

Met de huidige beleidspakketten en onder de huidige marktomstandigheden lijkt het erop dat de wereldwijde capaciteit van hernieuwbare energie in 2028 zal zijn opgelopen tot 7.300 gigawatt. Als die lijn wordt doorgetrokken, duidt dat op 2,5 keer zoveel groene-energiecapaciteit in 2030 ten opzichte van de huidige waarden. Een flinke groei, maar niet genoeg om het doel van COP28 te behalen.

Volgens het IEA is dat te wijten aan vier hordes, waarvan het zaak is dat die worden weggenomen. Allereerst het uitblijven van passend beleid om bepaalde macro-economische uitdagingen, zoals inflatie, te overkomen. Ook vertragen administratieve procedures de aanleg van nieuwe groene-energiecapaciteit. Ten derde is de financiering voor het uitbreiden van elektriciteitsnetten ontoereikend. Daarnaast zou er te weinig geld vloeien naar ontwikkelingslanden. Het IEA benadrukt dat 90 procent van alle groene energie wordt opgewekt in G20-landen. Toch wil dat niet zeggen dat opkomende economieën geen bijdrage kunnen leveren aan de COP-doelstelling.

Voorspelde capaciteit van hernieuwbare energie, met van onder naar boven: zonne-energie, windenergie, waterkracht, biomassa en overige hernieuwbare bronnen. | Credit: IEA

China knippert in de zon

Driekwart van de groei van hernieuwbare energie in 2023 was te danken aan zonne-energie. Die sector maakte grote sprongen, wat zorgde voor een overschot aan zonnepanelen. De prijs van zonnepanelen kelderde met zo’n 50 procent ten opzichte van 2022. De IEA-onderzoekers verwachten dat de wereldwijde capaciteit van zonne-energie tegen het einde van 2024 ongeveer 1.100 gigawatt zal bedragen, met een voorspeld aanbod dat drie keer hoger ligt dan de vraag.

Zonne-energie heeft vooral China geen windeieren gelegd. Verwacht wordt dat het land dit jaar al zijn productiedoelen voor 2030 haalt, zes jaar voor dato. In 2023 legde China alleen evenveel zonne-energiecapaciteit aan als heel de wereld in 2022 deed.

Verreweg het grootste deel van de wereldwijde productieketens van zonnepanelen ligt in China; geschat wordt zo’n 80 tot 95 procent. Dat zal naar verwachting tot in ieder geval 2028 zo blijven, aangezien het op touw zetten van een (duurdere) lokale productie in Europa en de Verenigde Staten de prijs van zonnepanelen zal doen stijgen.

Windparken kampen met problemen

Hoewel ook de wereldwijde capaciteit van windenergie toenam, kampte de sector met problemen. Vooral in Europa en Noord-Amerika gooiden hogere kosten dankzij inflatie, lange vergunningsprocedures en problemen in de productieketens roet in het eten. De problemen raakten met name offshore windparken. Het IEA beschrijft dat er in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten vorig jaar voor 15 gigawatt aan windparken op zee is geannuleerd of uitgesteld. China daarentegen, doet het wederom goed. Daar nam de groei van windenergie met 66 procent toe.

Braziliaanse biobrandstoffen

Waar de markt van hernieuwbare energie gedomineerd wordt door G20-landen, schrijven opkomende economieën juist de groei van biobrandstoffen op hun conto. Met Brazilië voorop zullen ontwikkelingslanden naar verwachting verantwoordelijk zijn voor 70 procent van de vraag naar biobrandstoffen in 2028. Die biobrandstoffen worden voornamelijk gebruikt voor wegtransport.

Hoewel de groei van biobrandstoffen toeneemt (30 procent sneller dan in de afgelopen vijf jaar), is het niet genoeg om in 2050 een netto-uitstoot van nul te kunnen garanderen, zo stelt het IEA. Daarvoor moet bijvoorbeeld 8 procent van de vliegtuigbrandstof duurzaam zijn. Als we doorgaan op de huidige koers, blijft dit percentage steken op slechts 1 procent. Volgens de onderzoekers ligt de oplossing in, niet verrassend, strenger beleid.

Groei van warmtepompen

Tot slot geeft het IEA aan dat duurzame warmte (bijvoorbeeld van warmtepompen) bezig is met een gestage groei. Verwacht wordt een toename van 40 procent tot 2028, waarbij het aandeel van duurzame warmte zal groeien van 13 procent tot 17 procent van het totale wereldwijde warmteverbruik. Ook dit is ondermaats, waarschuwen de onderzoekers. Als er geen strenger beleid wordt ingevoerd, is het goed mogelijk dat de warmtesector tussen nu en 2028 meer dan een vijfde van het resterende wereldwijde koolstofbudget gaat verbruiken (de hoeveelheid CO2 die mag worden uitgestoten om nog te voldoen aan de klimaatdoelen van Parijs).

Lees ook:

Duitse e-fuelproducent ontvangt 129 miljoen voor opschaling: ook plannen voor Nederland

Ineratec haalde de investering op onder leiding van Piva Capital bij verschillende investeerders. Eerder wist het bedrijf al grote namen als Engie New Ventures en Honda aan zich te binden. Met de 129 miljoen euro wil het Duitse bedrijf zijn productie opschalen. Vanaf 2030 verwacht het jaarlijks 473 miljoen liter e-fuels te maken dat direct bijgemengd kan worden in fossiele brandstofstromen, bijvoorbeeld voor de transportsector. CO2 en waterstof Het in 2016 opgerichte bedrijf heeft een schaalbare en gepatenteerde technologie ontwikkeld, waarmee het e-fuels in twee stappen kan maken. In de eerste stap worden CO2 en waterstof omgezet in synthetisch gas. In een tweede reactor wordt dit gas vervolgens omgezet in een vloeistof. In die vorm kan de brandstof direct bijgemengd worden in sectoren die nog zwaar afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen, zoals de luchtvaart, scheepvaart en chemische industrie. Wat zijn synthetische brandstoffen? Synthetische brandstoffen (ook wel e-fuels) zijn brandstoffen gemaakt door watermoleculen te splitsen in waterstof en zuurstof. De waterstof wordt vervolgens gecombineerd met CO2 om er een synthetische brandstof van te maken, zoals methanol, benzine of diesel. De CO2 kan worden opgevangen uit industriële processen of uit de lucht. Om e-fuels te maken is een hoop elektriciteit nodig, idealiter komt deze natuurlijk uit hernieuwbare bronnen. E-fuels zijn vooral interessant voor sectoren die niet van de een op de andere dag over kunnen stappen op alternatieven, zoals elektriciteit of waterstof.Fabriek in Nederland Recent is Ineratec begonnen met de bouw van een grote fabriek in Frankfurt. Ook heeft het bedrijf projecten lopen in Chili en Nederland. Vorig jaar werd bekend dat Ineratec de samenwerking aangaat met Zenith Energy Terminals, een van de grootste opslagterminals van vloeibare brandstoffen in de haven van Amsterdam. Beide bedrijven willen een fabriek bouwen waar jaarlijks 35.000 ton e-fuels worden geproduceerd. Hiervoor gebruikt de fabriek lokaal geproduceerde groene waterstof en CO2 dat wordt afgevangen van nabijgelegen industrieën. De fabriek moet in 2027 operationeel zijn. Vraag groeit Hoewel e-fuels nog op relatief kleine schaal worden geproduceerd, verwachten marktexperts dat de vraag naar synthetische brandstoffen tot 2030 zal verdrievoudigen. Tussen nu en 2050 stijgt de vraag naar verwachting jaarlijks met 19 procent. Lees ook: Doorbraak EU-top in Brussel over verbod op benzineauto's in 2035 E-fuels: een cruciaal onderdeel in de verduurzaming van de transportsector In Zuid-Korea gaat zeewater ontzilten en CO2 afvangen hand in hand