Marc Seijlhouwer 13 oktober 2021, 10:19

IEA: klimaatvoordeel pandemie alweer verdwenen, meer beleid nodig om CO2-uitstoot omlaag te halen

Hoewel de CO2-uitstoot wereldwijd korte tijd daalde toen de Covid-19-pandemie op het hoogtepunt was, is dat klimaatvoordeel inmiddels ruimschoots verdwenen. Alle landen moeten meer haast maken met het terugbrengen van de uitstoot, willen de klimaatdoelen van Parijs gehaald worden.

Windmolens olieplatforms samen zee land adobe stock change inc De hoeveelheid duurzame energie groeit, maar het oliegebruik ook | Credits: Adobe Stock

Gelukkig is er ook goed nieuws: de bouw van wind- en zonneparken ging tijdens de pandemie onverminderd door en er gingen meer elektrische auto’s over de toonbank dan ooit tevoren.

Dit is de teneur van het hele rapport dat het IEA gisteren presenteerde: ‘Voor elk punt dat laat zien hoe snel verandering gaat, kunnen we een ander punt aanwijzen dat laat zien hoe koppig de status quo is’, schrijft het IEA in het rapport. Het agentschap komt ieder jaar met een World Energy Outlook, en dit jaar trekt het wat sobere conclusies. Want hoewel er meer zon en wind is, steeg ook het gebruik van olie en kool. Dat was vooral om de hortende en stotende economische groei, die om energie vraagt, op te vangen.

De toekomst van energie

De pandemie was een momentopname. Dat de lagere productie leidde tot minder CO2-uitstoot was al snel duidelijk. En dat die daling niet structureel was bleek ook al snel; China zat, zodra het land de pandemie eronder had en ver voordat er vaccins waren, alweer boven de uitstoot van vorig jaar.

Structureel gebeurt er echter ook te weinig, ziet het IEA. Het zette de beloofde klimaatmaatregelen af tegen de maatregelen die echt genomen zijn, en vergeleek dat met het ideale scenario waarin we in 2050 op netto nul CO2-uitstoot zitten. Dat laat de grimmige realiteit zien: zelfs als alle voornemens worden uitgevoerd zal de vraag naar olie wereldwijd stijgen. Voeren wereldleiders alleen de tot nu toe aangekondigde maatregelen door, dan stijgt het nog meer. In beiden gevallen zal het oliegebruik in 2030 nog ruim boven de 90 miljoen vaten per dag uit. Als de wereld in 2050 netto-nul wil halen zou het verbruik in 2030 rond de 70 miljoen vaten moeten liggen. Gasverbruik laat eenzelfde patroon zien.

Vijf keer meer klimaatbeleid

Het IEA schat dat er maarliefst vijf keer méér reductie nodig is dan nu voorzien in de ‘stated policies’ van overheden. En dit alles voor 2030 wat al over negen jaar is. Dat kinkt hopeloos, maar het IEA ziet wel degelijk mogelijkheden. Zo moet de stroomvoorziening nog sneller nog groener worden, en moet ‘elektrificatie’ (nog) populairder worden. Elektrificatie zorgt ervoor dat dingen die nu olie of gas kosten, straks elektrisch worden – denk aan de warmtepomp die de gasketel vervangt.

Een niet-aflatende focus op energie-efficiency kan ook veel helpen. Als we minder energie gebruiken, is er immers ook minder uitstoot. Verder moeten producenten van fossiele brandstoffen ervoor zorgen dat er minder methaan vrijkomt bij het winnen van olie of gas. Methaan is namelijk een veel krachtiger gas dan CO2 en zorgt dus voor ‘meer’ klimaatverandering. Ten slotte zijn er investeringen nodig in innovatie en technologie. Door nieuwe manieren te vinden om CO2 op te slaan, nieuwe alternatieven voor fossiele brandstoffen te ontdekken, enzovoort kan er veel CO2 voorkomen worden.

Elke euro levert geld op

Het grote voordeel is dat al deze maatregelen niet alleen voor minder broeikasgas zorgen, ze zijn ook nog eens winstgevend. Of in ieder geval kosten-efficiënt: elke euro die je erin stopt levert relatief veel op. Daarmee passen ze ook in de marktwerking die de scepter zwaait in de wereldeconomie. Aan de andere kant gaat het niet vanzelf; overheden moeten samen beleid maken om te zorgen dat bedrijven de handschoen van minder CO2 echt oppakken. En dat moet in een veel hoger tempo dan tot nu toe gedacht.

Meer woningen, minder uitstoot: kijk Future Business Live terug

Volgens Driessen is houtbouw niet alleen een manier om CO2-arm te bouwen, maar ook om de woningmarkt een stuk flexibeler te maken. “We zijn met Respace bijvoorbeeld bezig met het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) om starterswoningen te maken. Waarbij je eerst een instroom hebt van asielzoekers, maar later die woningen weer makkelijk kunt ombouwen naar starterswoningen. Dat zorgt ook voor minder weerstand tegen de opvang van asielzoekers in de wijk. Want mensen weten dat na een aantal jaar hun kinderen daar ook kunnen gaan wonen.” Is er wel voldoende hout beschikbaar om houtbouw op te schalen? En welke kansen biedt het splitsen van woningen? Kijk de volledige aflevering van Future Business Live hier terug.Bouwen voor sleutelfiguren in de stad Naast Driessen zaten ook Carolien Gehrels van ingenieursbureau Arcadis en Huib de Mulder van Rabobank aan tafel bij Future Business Live. Als directeur European Cities denkt Gehrels na over hoe een stad het beste kan functioneren. “Daarvoor is het ongelofelijk belangrijk om te bouwen voor sleutelfiguren: politieagenten, verzorgenden, maar ook studenten. En die mogelijkheden zijn er in steden, bijvoorbeeld op bedrijventerreinen.” Op dit moment ziet Gehrels echter geen enkele prikkel voor bedrijventerreinen om te verdichten, en zo ruimte te maken voor woningen. “Daar zou een gemeente echt iets aan moeten doen. Ik hoop ook dat dat de inzet wordt van de gemeenteraadsverkiezingen van 2022.” Investeren in verduurzaming Naast het realiseren van nieuwe woningen moeten we ook bestaande woningen verduurzamen. Hoe gaan we dat betalen? Volgens Huib de Mulder, directeur Wonen bij Rabobank, is de financiering eigenlijk geen obstakel. “Het zit veel meer in de activatie van alle huizenbezitters in Nederland en dat we daar echt een beweging op gang krijgen.” Hij roept huizenbezitters dan ook op om een logisch moment te pakken om te verduurzamen. “Ga bijvoorbeeld aan de slag met isolatie nu de gasprijzen omhoog gaan. Of als je gaat verhuizen of verbouwen, neem duurzaamheid dan meteen mee. Het is ook gewoon wooncomfort en het geeft je een goed gevoel.” Waarom bouwen we niet allang 100 procent met biobased materialen? Volgens Patrick Schreven van Eco+Bouw heeft dat met koudwatervrees te maken, zei hij in het programma Koplopers van BNR en Change Inc.