Redactie DuurzaamBedrijfsleven.nl 13 november 2014, 15:00

IEA: Oliesubsidies hinderen groene energie

Het wereldwijde energieverbruik neemt de komende twintig jaar sterk toe. De rol van hernieuwbare energiebronnen in de energiemix groeit gestaag, maar lijdt onder subsidies op fossiele brandstoffen.

Olie800 texas

Dat blijkt uit de World Energy Outlook 2014 van het International Energy Agency (IEA). Volgens het Internationaal Energie Agentschap is de totale elektriciteitsvraag in 2040 zo'n 37 procent hoger dan nu. De helft daarvan wordt tegen die tijd gedekt door hernieuwbare energiebronnen.

IEA-directeur Maria van der Hoeven noemt het ongelofelijk dat het punt nadert waarop hernieuwbare bronnen de belangrijkste bron worden voor het opwekken van elektriciteit. Volgens het Agentschap verzesvoudigt de capaciteit van wind en zon tot 2040. In dat jaar nemen die bronnen de rol van steenkool als belangrijkste energiebron over.

 

Subsidies

 

Wereldwijd hebben landen toegezegd meer te investeren in hernieuwbare bronnen en minder gebruik te maken van olie en gas. Maar die transitie gaat volgens het Agentschap niet snel genoeg. De samenstellers van het rapport constateren dat de subsidies op fossiele brandstoffen de financiële ondersteuning van wind- en zonne-energie ruimschoots overtreffen. In 2013 is wereldwijd bijna $ 550 mrd uitgegeven aan subsidies op fossiele brandstoffen, $ 25 mrd minder dan het jaar ervoor. Hernieuwbare energiebronnen ontvingen $ 120 mrd aan overheidssteun.

Meer de de helft van de subsidies op fossiele brandstoffen gaat naar de olie-industrie, met name in olieproducerende landen in het Midden-Oosten, en India en Indonesië. In landen waar de subsidies op olie en gas hoog zijn, zijn wind en zon nauwelijks in staat te concurreren. Volgens het Agentschap hinderen de subsidies de noodzakelijke investeringen in hernieuwbare bronnen en in energie-efficiëntie. Volgens het IEA is het niet nodig om alle subsidies af te schaffen. Wel is een verschuiving nodig ten gunste van schone technologie.

Bron: IEA, Forbes, Washington Post | Foto: Wikipedia

AkzoNobel onderzoekt chemicaliën uit afval

Het doel van de partners AkzoNobel, het Canadese Enerkem, de Noordelijke Ontwikkelings Maatschappij (NOM), Groningen Seaports, Rotterdam Partners en Innovation Quarter, is om de keten te sluiten door afval om te werken tot chemische grondstoffen. Zij willen diverse lokale afvalstromen testen. Ook gemeentelijk restafval en agrarisch afval. Noodzaak "Gezien de toenemende zorgen over de schaarste van grondstoffen en energie ontstaat een steeds grotere noodzaak tot innovatie en de ontwikkeling van minder traditionele oplossingen," zegt Werner Fuhrmann van het Executive Committee van AkzoNobel, verantwoordelijk voor Specialty Chemicals.Enerkem heeft een technologie ontwikkeld voor het omzetten van afval in synthesegas. Dit gas is een veelgebruikte grondstof voor producten als methanol en ammoniak. "Door synthesegas te maken uit afval ontstaat een duurzame en rendabele grondstof voor de chemische industrie”, zegt Peter Nieuwenhuizen, Director of Innovation & Partnerships van AkzoNobel. “Dat sluit volledig aan bij AkzoNobel's Planet Possible-beleid voor duurzame fabricage.” Onderbenut Afval is onderbenut voor de productie van chemicaliën. Het voordeel van het omzettingsproces van Enerkem is dat het een aanvulling vormt op bestaande technologieën als recycling en anaerobe afbraak.Het doel is om een groep samenwerkende partijen te creëren die allemaal een unieke bijdrage leveren. Afvalverwerkers beschikken over de afvalgrondstoffen en verwerkingscapaciteit, financiële partijen voorzien in de financiële middelen, chemiebedrijven zorgen voor de verwerking tot een eindproduct en de verkoop aan klanten, en overheden faciliteren de regionale investeringen.De deelnemers streven ernaar om in de komende twee tot drie jaar een fabriek in Delfzijl of Rotterdam neer te zetten. Het zou de eerste toepassing van de Enerkem-technologie in Europa zijn.