André Oerlemans
03 mei 2023, 16:00

In april kreeg je 27 uur lang geld terug als je stroom gebruikte

Door het enorme aanbod van wind- en zonne-energie was de stroomprijs in de afgelopen maand april 27 uur lang negatief. Nederlanders met een dynamisch energiecontract kregen op dat moment geld terug als ze elektriciteit verbruikten. Van de andere kant moesten wind- en zonneparken op die uren stilgezet worden. April brak opnieuw een record: 58 procent van alle opgewekte elektriciteit was groen.

Adobe Stock 346601690 In april was er overaanbod aan groene stroom uit zon en wind. | Credits: Adobe Stock

Dat blijkt uit cijfers die het Nationaal Klimaat Platform samen met EnTranCe bijhoudt op Energieopwek.nl. Op dagen dat de zon scheen en het hard waaide, was het aanbod aan stroom groter dan de vraag. Dat leidde tot een negatieve stroomprijs. Met de 27 uur van april erbij opgeteld gebeurde dat dit jaar al 56 uur. In heel 2022 was er 85 uur lang een negatieve stroomprijs. In coronajaar 2020, toen de vraag naar elektriciteit inzakte, zelfs 100 uur.

Geld verdienen

Op die momenten kunnen mensen met een dynamisch energiecontract geld verdienen. Als ze bij een negatieve stroomprijs – meestal overdag of in het weekeinde – hun huishoudelijke apparaten aanzetten of de elektrische auto opladen, krijgen ze geld toe. Hebben ze een thuisbatterij, dan kunnen ze die bijna gratis opladen en die stroom met winst verkopen als de prijs ’s avonds weer stijgt. Volgens cijfers van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) heeft inmiddels 1 procent van de Nederlandse consumenten zo’n dynamisch contract, bijna 133.000 huishoudens. Daarbij wisselt het tarief per uur. Uit een
panelenquête
die energiebedrijf van Zonneplan liet uitvoeren blijkt dat de helft van de Nederlanders overweegt om een dynamisch energiecontract te nemen als ze willen overstappen. De meeste mensen denken hierdoor te kunnen besparen op hun energierekening. Het gevaar is echter dat ze bij stijgende energieprijzen juist meer geld kwijt zijn.

Nieuw record

Een negatief effect van een overaanbod aan groene stroom is dat wind- en zonneparken op die momenten worden stilgezet. Anders moeten producenten betalen voor hun groene stroom. Als ze batterijen naast een zonnepark hebben staan – iets wat het kabinet binnenkort wil verplichten
– kunnen ze de stroom daar tijdelijk in opslaan. Omdat het aanbod van zonne- en windenergie blijft groeien was in april 58 procent van de opgewekte stroom hernieuwbaar. Een toename van 7 procent vergeleken met vorig jaar en een nieuw record. Zonnepanelen waren goed voor een kwart, windturbines op land en zee wekten een derde van alle stroom op. Het klimaatplatform stipt bij deze cijfers steeds aan dat het om elektriciteit gaat en niet om alle energie. Stroom maakt slechts 20 procent uit van het totale energieverbruik in Nederland. Door elektrificatie van industrie, elektrisch rijden en verwarmen via warmtepompen zal dat aandeel volgens het PBL in 2030 groeien tot 24 procent van het energieverbruik.

Op schema met wind

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaat ervan uit dat in 2030 ruim 85 procent van de stroom uit hernieuwbare bronnen komt. Een deel daarvan zal dan ook geëxporteerd worden. Uit marktonderzoek
van RVO bleek onlangs dat Nederland zijn doelstellingen voor windenergie op zee dit jaar ruimschoots gaat halen. Aan het eind van 2023 staat er voor 4,7 gigawatt aan vermogen in windparken op zee. Dat is meer dan de geplande 4,5 gigawatt. Die windturbines wekken bijna 16 procent van alle benodigde elektriciteit in Nederland op. In 2030 moet er al 21 gigawatt aan vermogen staan.

Lees ook:

Van driewielers tot auto's: wereldwijd rijden we meer elektrisch

Dit jaar zal de wereldwijde verkoop van elektrische auto’s met zo’n 35 procent stijgen. Daarmee zal het aandeel elektrisch op de weg 18 procent zijn. In 2020 was dat slechts 4 procent. De verwachtingen vallen hoger uit dan het IEA in eerste instantie verwacht. Dat komt deels door de Amerikaanse Inflation Reduction Act, die een flinke subsidiepot voor de aanschaf van elektrische auto’s heeft. De verschuiving van benzine naar elektrische auto’s zal de wereldwijde vraag naar olie met vijf miljoen vaten per dag verminderen, becijfert het IEA. ‘Rond 2025 zijn EV’s net zo duur als benzineauto’s’ “Onze verwachting is dat we ergens in het midden van de jaren 2020 prijspariteit kunnen zien in kleine en middelgrote elektrische auto’s in Noord-Amerika en Europese markten”, zei Timar Guell, hoofd energietechnologiebeleid van het IEA tegen Reuters. Voor grotere auto’s, zoals SUV’s en pick-ups zal dat waarschijnlijk later komen, in 2030. Grote elektrische auto’s zijn nu vooral dominant. In China en in Europa is tweederde van de elektrische auto’s SUV. In de VS is dat aandeel nog groter. En de verkopen van SUV's blijven stijgen. In 2012 was 20 procent van de nieuwe auto’s een SUV. Vorig jaar was dat 46 procent, meldde het IEA eerder. Opkomst van China De meeste elektrische auto’s (60 procent) rijden op de Chinese wegen. Daar nemen Chinese elektrische autofabrikanten het marktaandeel van de Europese bedrijven. Zo was vorig jaar niet langer Volkswagen het meest verkochte automerk in China, maar BYD. Sommige kleinere modellen zijn daar goedkoper dan soortgelijke benzineauto’s. De markt voor elektrische auto’s wordt steeds competitiever. Er is een groeiend aantal nieuwkomers van elektrische autobouwers, voornamelijk uit China. De nieuwkomers bieden vaak meer betaalbare modellen aan dan de gevestigde autofabrikanten. Zo zei Brian Gu, vicevoorzitter van de Chinese autoproducent Xpeng, tegen de Financial Times dat slechts tien autofabrikanten de strijd om elektrische wagens zullen overleven. Elektrische driewielers In opkomende economieën zijn elektrische twee- en driewielers juist dominant. Zo was de helft van de registraties van driewielers in India vorig jaar elektrisch. Toch was 2022 voor India, Thailand en Indonesië een groeijaar voor de verkoop van elektrische auto’s. In de drie landen is de verkoop verdrievoudigd ten opzichte van 2021, tot 80.000 elektrische wagens. Wagenpark van bedrijven Ook het bedrijfswagenpark wordt steeds meer elektrisch. De wereldwijde verkoop van elektrische lichte bedrijfsvoertuigen steeg in 2022 met meer dan 90 procent tot meer dan 310.000 auto's. En dat terwijl de totale verkoop van lichte bedrijfsvoertuigen met bijna 15 procent daalde. Om de groei naar elektrisch te blijven stimuleren, zegt het IEA dat nationaal beleid en stimuleringsmaatregelen belangrijk zijn. Ook hogere olieprijzen kunnen EV-kopers over de streep trekken. Meer lezen over elektrisch rijden? Kabinet trekt 600 miljoen uit om tweedehands elektrische automarkt aan te zwengelenDe weg naar een klimaatneutrale auto: eerlijk zijn over successen en tegenslagenLithium batterijen repareren in plaats van recyclen: deze start-up deed het vorig jaar 25.000 keer