Hannah van der Korput
15 november 2023, 11:52

In de Rotterdamse Waalhaven kunnen schepen nu aan de stekker

De manier hoe we onszelf en onze spullen vervoeren moet de komende jaren flink worden verduurzaamd. Het doel is om de uitstoot van broeikasgassen op zeeën en oceanen met 70 procent te hebben teruggebracht in 2050. Walstroomvoorzieningen zoals die in Rotterdam kunnen hieraan bijdragen.

Getty Images 93910768 Aangemeerde schepen in de Waalhaven zullen hun diesel-aangedreven generatoren uitschakelen en gebruikmaken van groene stroom afkomstig van de kade. | Credits: Getty Images

Schepen verbruiken niet alleen energie en brandstof tijdens het varen. Ook in de havens blijven de verbrandingsmotoren vaak draaien. Dit is om alle apparatuur aan boord van stroom te kunnen blijven voorzien. Denk aan verlichting, verwarming en koeling. Door gebruik te maken van de stroomaansluitingen in havens en terminals, kunnen de motoren uit. Dit scheelt uitstoot van broeikasgassen, maar het is ook beter voor de luchtkwaliteit en gaat geluidsoverlast tegen.

Walstroom in Rotterdam

De Rotterdamse Waalhaven heeft nu zo’n walstroomvoorziening in gebruik genomen. Aangemeerde schepen kunnen daardoor hun diesel-aangedreven generatoren uitschakelen en gebruikmaken van groene stroom, afkomstig van de kade. De installatie kan jaarlijks 2 gigawattuur aan stroom leveren. Dat staat gelijk aan het stroomverbruik van zo’n 2 miljoen huishoudens. Daarmee zorgt het voor een CO2-reductie van 1.600 ton per jaar. Per aangemeerd schip gaat het om 70 procent minder stikstofuitstoot.

Binnenkort verplicht

Vanaf 2030 moeten alle schepen verplicht gebruikmaken van walstroom wanneer ze meer dan twee uur liggen aangemeerd. Voor cruiseschepen is de deadline eerder, namelijk in 2025. Dat schrijft een Europese klimaatwet voor. De installatie in Rotterdam komt dan ook als geroepen. Nederland heeft al een walstroomvoorziening in het Calandkanaal, maar het vermogen is daar met 20 megawattuur een stuk lager.

Veel meer nodig

Om klaar te zijn voor de aankomende wet- en regelgeving, moeten er nog veel meer walstroomvoorzieningen bijkomen. Of het mogelijk is om de capaciteit te verhogen en alle schepen van walstroom te voorzien, moet nog maar blijken. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat trekt de komende jaren 140 miljoen euro uit om te helpen walstroominstallaties in zeehavens te realiseren. Daar wordt vanuit het klimaatfonds nog eens 40 miljoen aan toegevoegd.

Lees ook:

Minder laadpauzes voor je elektrische auto dankzij deze oplaadwegen

De mens houdt van principes die hij al kent. Niet voor niets luidt bij transities vaak het adagium: waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden? Bij de overgang van fossiel- naar hernieuwbaar-gedreven mobiliteit is dat niet anders. Om auto’s te elektrificeren werd de benzinetank vervangen door een batterij, de pompstations door laadpalen. Weliswaar een andere techniek, maar het idee erachter is vergelijkbaar. Opties open Dat kan anders, als het aan de Zweedse start-up Elonroad ligt. Een andere vorm van mobiliteit biedt namelijk kansen om heel anders over bepaalde zaken na te denken. Juist ook over het opladen van elektrisch vervoer. Nu er geen vloeistof meer een tank in hoeft te vloeien, liggen eigenlijk alle opties open. Hoef je bijvoorbeeld nog wel stil te staan om je auto op te laden? Met dat idee werd in 2014 Elonroad gesticht (dat geen link zou hebben met de alombekende Elon Musk). De start-up ontwikkelde een systeem waarmee elektrisch auto’s – maar ook vrachtwagens en bijvoorbeeld havenvervoer dat herhaaldelijk dezelfde routes aflegt – kunnen opladen tijdens het rijden. Dat gebeurt door middel van een ‘oplaadweg’; een wegdek dat stroom levert aan passerend vervoer. Oplaadstrips Oplaadwegen klinken eigenlijk omvangrijker dan ze in werkelijkheid zijn. Het gaat namelijk om normale wegen, maar dan uitgerust met een oplaadstrip in het midden van de baan. De strips zijn gemaakt van aluminium en rubber. Aan de onderkant van auto’s moet ook een energievanger zijn gemonteerd. Wanneer auto’s over de strips rijden, maken die energievangers contact met de strips en laden ze op. De wegen kunnen een vermogen tot 300 kilowatt leveren. Daarmee zou een kilometer oplaadweg volgens Elonroad kleine elektrische auto’s voor drie tot vier kilometer aan bereik kunnen opladen. Bij vrachtwagens is die verhouding ongeveer één tot één. Bekijk hier hoe auto's opladen met de strips:Meer ruimte en goedkopere auto’s Mocht de technologie op grote schaal worden uitgerold, kan dat indrukwekkende gevolgen hebben voor het mobiliteitssysteem. Auto’s zouden dan vaak tijdens het rijden kunnen opladen, waardoor laadstations minder of niet nodig zijn. Dat scheelt een hoop ruimte. Bovendien zou de capaciteit van batterijen niet zo groot hoeven zijn. Voor de prijs van elektrische voertuigen kan dat een positieve werking hebben, waardoor ze voor meer mensen en bedrijven beschikbaar worden. Wel is de techniek op dit moment nog relatief duur. Het kost ongeveer 1 miljoen euro om een kilometer oplaadweg aan te leggen. Om een groot deel van het wegennetwerk uit te rusten met de oplaadstrips, is dus een fikse investering nodig. En dat terwijl de capaciteit van autobatterijen nog altijd toeneemt, waardoor on the go-opladen steeds minder nodig is. Duizenden kilometers Toch is de innovatie van Elonroad indrukwekkend te noemen. Het is dan ook niet verrassend dat enkele landen er al proeven mee draaien. Frankrijk is bezig een oplaadweg van ongeveer 4 kilometer aan te leggen in de buurt van Parijs. Mocht dit succesvol uitpakken, wil het land zo’n 3.000 tot 4.000 kilometer oplaadweg realiseren, met 2030 als streefjaar. Ook Zweden experimenteert met enkele pilots, en wil binnenkort een hele snelweg uitrusten met de oplaadstrips. Lees ook: Grootste batterijfabrikant ter wereld produceert straks binnen 3 minuten een EV-batterijToyota gaat op grote schaal nieuwe vastestofbatterijen ontwikkelen met 1.500 kilometer bereikVolvo en Renault richten nieuw bedrijf op voor bouw van elektrische bestelwagens