Eva Segaar 21 oktober 2020, 17:31

Jongeren in fossiele energiesector: "wij spelen ook een rol in de energietransitie"

Hoe is het om als jongere werkzaam te zijn in de fossiele energiesector? Daar vertellen de Young Energy Officers graag over. Vanaf vandaag maken 12 jongeren die werkzaam zijn binnen de Nederlandse olie- en gassector deel uit van een programma waartoe elk jaar nieuwe jongeren kunnen toetreden. “Wij spelen ook een rol in de energietransitie. Daar praten wij graag over mee.”

Offshore noordzee

Roman van Laak (34) werkt nu vier jaar als projectmanager bij Neptune Energy, een grote producent van aardgas op zee met 29 platforms in de Nederlandse wateren. Hij studeerde werktuigbouwkunde met een specialisatie in energietechniek in Delft, en is altijd geïnteresseerd geweest naar de link van energie met de samenleving. “Olie en gas was toen en is nu nog steeds het grootste deel van de energievoorziening, en ik geloof dat zij in die transitie een grote rol kunnen spelen.”

Pooja Peters (26) is communicatieadviseur bij Nogepa, de brancheorganisatie voor de olie- en gassector in Nederland. Zij startte het Young Energy Officers programma. “Deze branche is constant aan veranderingen onderhevig, en ik vind het interessant om daar over mee te denken.”

CO2-opslag onder de grond 

Bij Neptune Energy werkt Van Laak aan diverse projecten voor 18 van de 29 platforms. Qua duurzame initiatieven is hij bezig met een project waarin gekeken wordt of bedrijven CO2 in de lege gasvelden op kunnen slaan, zodat het niet in de atmosfeer terechtkomt. Zo zou CO2-opslag gebruikt kunnen worden als productie van goederen zonder CO2-uitstoot (nog) niet mogelijk is. Van Laak ziet de opslag ook als tussenfase, en waterstof als lange-termijn-oplossing. Daar is het bedrijf ook mee bezig: op dit moment wordt de eerste groene waterstoffabriek op de Noordzee ontwikkeld. 

Lees ookHoe ‘s werelds grootste groene waterstofproject de Nederlandse industrie kan verduurzamen

Binnen het offshore gasbedrijf werkt Van Laak met veel ervaren collega’s. “Maar je kunt niet zeggen dat de collega's met meer ervaring conservatiever in de energietransitie staan.” Voor hem was een belangrijke motivatie om bij Neptune Energy te gaan werken om met duurzame projecten bezig te kunnen zijn. Maar is hij niet bang dat zijn baan over 30 jaar niet meer bestaat? “Tuurlijk is het risicovol, maar elke sector is aan verandering onderhevig en verandering biedt ook kansen. Het maakt het dynamisch, en niet alleen de industrie verandert, je moet ook zelf veranderen. Dat vind ik interessant.”  

Wij zullen de gevolgen van klimaatverandering meemaken

“En dat is ook waar we naartoe willen met zijn allen,” reageert branchegenoot Peters. “Want wij zullen de gevolgen van klimaatverandering meemaken, en onze kinderen ook. Bovendien moeten we in 2050 op hetzelfde punt uitkomen. Maar er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden.” Volgens Peters zijn alle YEO’s, van projectmanagers tot production-engineers, gemotiveerd om daar aan bij te dragen. “Wij willen als sector graag de kennis, inzichten en infrastructuur delen om de energietransitie te versnellen. En we hebben de techniek en kennis om dat mogelijk te maken.”

Lees ookStaal met een verhaal: Van verontreinigd staal naar schone grondstof

Uiteindelijk willen beiden vooral kennis uitwisselen binnen de snel veranderende branche, en debatten voeren over wat de sector bijdraagt aan de samenleving. Van Laak: “Nu heerst de emotie meer dan de ratio, ik hoop daar wat aan bij te kunnen dragen en meer duidelijkheid scheppen. Want nu is met name gas nog onze voornaamste energiebron, en straks wordt dat een energiemix van veel verschillende duurzame bronnen. Die verschillende sectoren hebben elkaar veel te bieden en kunnen elkaars infrastructuur hergebruiken.” Peters vult hem aan: “Het is doodzonde als de kennis en kunde die al is opgedaan niet wordt gebruikt.”

Foto: Pooja Peters (links) en Roman van Laak 

20 procent van boerensubsidie gaat voortaan naar groene bedrijven

De landbouw is een van de vervuilendste sectoren van Europa, samen met energievoorziening, transport en industrie. Maar waar er voor de andere drie steeds strengere regels komen en de CO2-heffingen hoger worden, ontsprong landbouw tot nu toe de dans. Dat verandert als dit plan werkelijkheid wordt; dan zal (een deel van) de boeren hun bedrijfsvoering moeten veranderen, willen ze blijven bestaan.Biologische landbouwEen boerenbedrijf kan op meerdere manieren duurzaam worden. Persbureau Reuters noemt als voorbeelden onder andere een biologische boerderij, of een boerenbedrijf dat bomen plant tussen de gewassen. Het zijn maatregelen die de landbouw zonder meer duurzaam maken, hoewel niet elke biologische veehouderij minder CO2 uitstoot, in vergelijking met een zeer efficiënte bio-industrie-boerderij.Lees ook: Kun je winst maken met duurzame landbouw?Te weinigDe reacties op het plan van de EU zijn wisselend. De Groenen, een van de fracties in het parlement, vinden dat er te weinig geld naar duurzaamheid gaat. “Nu wordt nog steeds bijna tweederde van de landbouwsubsidie uitgekeerd aan de hand van aantal hectares, zonder extra voorwaarden voor het milieu”, vertelt Martin Haeusling van de Groenen tegen Reuters. Ook de milieuorganisaties zijn ontevreden: WNF vertelde Reuters bijvoorbeeld dat “belastinggeld grotendeels naar vervuilende, geïndustraliseerde boerenbedrijven gaat.”Ook Nederland is teleurgesteld. Minister Schouten vertelde aan de NOS dat ze op meer had gehoopt. "Het is een goede stap op weg naar een nieuw soort landbouw. Nederland wilde verder gaan, maar zoals wel vaker in Europa moet je een compromis sluiten. Ik zal niet onder stoelen of banken steken dat ik op meer ambitie had gehoopt."Start in 2023De regels gaan in 2023 in, maar eerst volgen er twee jaar met pilotprojecten. In 2025 wordt het beleid dan definitief, in ieder geval tot 2027; daarna komt er weer een nieuwe begroting. Lees ook: De Europese Green Deal wil meer biologische landbouwBron: Reuters/NOS | Beeld: Adobe Stock