John van Schagen
12 juni 2025, 16:00

Kan opwarming van de aarde onder de 2 graden blijven? COP30 wordt cruciaal

De wereldwijde temperatuur blijft in ieder geval de komende vijf jaar uitzonderlijk hoog. Volgens nieuwe voorspellingen van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) is er een grote kans dat we tot 2029 elk jaar te maken krijgen met temperaturen die richting of zelfs voorbij de huidige records gaan.

klimaatverandering De kans dat minstens één van de komende vijf jaren het huidige recordjaar 2023 overtreft, is opgelopen tot 80 procent. | Credits: Getty Images

Veel mensen denken dat de opwarming van de aarde stopt, zodra we minder CO2 gaan uitstoten. Maar helaas, zo werkt het dus niet. Koolstofdioxide blijft honderden jaren in de atmosfeer hangen. En de oceanen, die een groot deel van de extra warmte opnemen, geven die warmte geleidelijk weer af aan de lucht. Het valt daarom te verwachten dat eerdere uitstoot van broeikasgassen de komende vijf jaar voor nieuwe pieken zal zorgen van de gemiddelde temperatuur op aarde.

Ook processen zoals het smelten van poolijs, het ontdooien van permafrost en veranderingen in oceaanstromingen verlopen traag. Het klimaatsysteem is log, vertellen de onderzoekers in een recent rapport van de WMO. En dat betekent dat we nog jaren met hoge temperaturen zitten opgescheept, zelfs als we vandaag helemaal zouden stoppen met het verbranden van fossiele brandstoffen.

Hogere concentratie van CO2 stuwt opwarming van de aarde

Voorlopig zorgt het verbruik van fossiele brandstoffen er nog altijd voor dat de concentratie van CO2 in de atmosfeer toeneemt. Ook Nederland draagt daaraan bij, zo laten de meest recente cijfers over de uitstoot van broeikasgassen weer zien. In de eerste drie maanden van dit jaar was de uitstoot van broeikasgassen 7 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar geleden. Daar zijn vooral energiebedrijven verantwoordelijk voor, blijkt uit cijfers van het CBS en RIVM. De elektriciteitssector stootte maar liefst 40 procent meer broeikasgassen in het eerste kwartaal.

Mondiaal bekeken ziet het beeld er niet heel anders uit. Sinds het Klimaatakkoord van Parijs in 2016 steeg het niveau van de jaarlijkse wereldwijde uitstoot van CO2 door het gebruik van fossiele brandstoffen in totaal met zo’n 8 procent. De gevolgen daarvan zien we nu terug.

Zo ligt de gemiddelde temperatuur op aarde de komende jaren naar verwachting tussen de 1,2 en 1,9 graden boven het pre-industriële niveau. De kans dat minstens één van de komende vijf jaren het huidige recordjaar 2023 overtreft, is opgelopen tot 80 procent.

Klimaatconferentie COP30 wordt cruciaal moment

Aan urgentie geen gebrek dus. Later dit jaar vindt de klimaatconferentie COP30 plaats in Brazilië. Daar moeten landen hun klimaatplannen verder aanscherpen. In welke mate ze dat doen, is bepalend voor het behalen van de doelstellingen uit het Parijsakkoord.

De WMO laat er geen misverstand over bestaan: zonder forse en geloofwaardige actie komt niet alleen de doelstelling om de opwarming van de aarde beperkt te houden tot 1,5 graden in gevaar, maar ook de limiet van 2 graden opwarming.

De onderzoekers wijzen daarbij onder meer op recente ontwikkelingen in het noordpoolgebied, waar de temperatuur alarmerend snel stijgt: ruim drie keer sneller dan het wereldgemiddelde. De WMO noemt COP30 daarom een cruciaal kantelpunt. Als actie uitblijft, koersen we volgens de wetenschappers af op een situatie waarbij de opgelopen klimaatschade niet meer te herstellen blijkt.

Lees ook:

Deze slimme financiële constructie kan voor een win-win zorgen voor windparken op zee én de Nederlandse industrie

Een gevaarlijke luwte dreigt voor windenergie op zee. Toegenomen kosten van materialen, gestegen rentes en onzekerheid over de grootschalige afname van windenergie tegen acceptabele prijzen maken energiebedrijven huiverig om mee te doen aan de bouw van nieuwe windparken op zee. Langetermijncontracten met een garantiefonds kunnen mogelijk helpen om investeringen aan te jagen.De publieke financiering- en ontwikkelingsinstelling Invest-NL, die zich richt op onder meer het versnellen van de energietransitie, ziet wel degelijk mogelijkheden om vaart te maken met windenergie. 'Er kan nu al worden gekeken naar structurele oplossingen die de markt versterken', zegt energie-expert Marinus Boogert.Eind vorig jaar was er 4,7 gigawatt aan vermogen geïnstalleerd op zee, terwijl er nog eens 5,5 gigawatt aan toegekende bouwprojecten in de pijplijn zitten voor de komende jaren.[caption id="attachment_159461" align="aligncenter" width="900"] Bron: Dashboard Klimaatbeleid[/caption] Echter, voor 2032 mikt de overheid op 21 gigawatt aan windcapaciteit op zee. Dat wordt krap want hiervoor moet de komende zeven jaar dus voor zo’n 11,5 gigawatt aan nieuwe windenergie worden aanbesteed én gebouwd. Uitbreiding windparken op zee in het gedrang Momenteel zijn energiebedrijven huiverig om mee te doen aan nieuwe aanbestedingen: hogere materiaalkosten en de gestegen rente maken bouwprojecten duurder. Daarnaast is er onzekerheid over toekomstige prijzen van windenergie én voldoende vraag vanuit met name de Nederlandse industrie.Bij de vraag naar windenergie gaat het namelijk niet alleen om bijvoorbeeld meer stroom voor elektrische auto’s en huishoudens met warmtepompen, maar vooral ook om keuzes die de Nederlandse industrie moet maken bij verdere elektrificatie. Als industriële bedrijven kunnen omschakelen naar gebruik van duurzame waterstof die met behulp van windstroom via elektrolyse wordt gemaakt, kan dat potentieel een stabiele vraag voor de lange termijn opleveren. Het is alleen onzeker welke keuzes de industrie hierin gaat maken.Dit jaar en in 2026 moet de aanbesteding van het windpark Nederwiek plaatsvinden, voor in totaal 6 gigawatt. Daarbij staat de eerste kavel van 1 gigawatt op de rol voor het vierde kwartaal van dit jaar.Vanuit de hoek van energiebedrijven die de nieuwe windparken op zee zouden moeten aanleggen, wordt geëist dat de overheid meer garanties biedt in de vorm van risicodeling, bijvoorbeeld via zogenoemde contracts-for-difference, Daarbij biedt de overheid compensatie als stroomprijzen onder een vooraf bepaald minimumniveau zakken. Aan de andere kant mag de overheid overwinsten afromen, als de prijzen boven een bepaald maximum stijgen.Een terugvaloptie kan volgens energiebedrijven zijn dat de overheid in 2026 de aanleg van windparken weer mede subsidieert via de SDE++ regeling, zolang contracts-for-difference niet beschikbaar zijn. Een overheidssubsidie via de SDE-regeling dekt doorgaans de "onrendabele top" af. Dat wil zeggen: als de kostprijs van windenergie voor producenten hoger is dan de marktprijs van fossiele energie, wordt het verschil door de overheid vergoed. Wind op zee: meerjarige energiecontracten voor bedrijven Maar volgens energie-expert Boogert van Invest-NL moet serieus gekeken worden naar een derde optie, mede omdat contracts-for-difference en de SDE-subsidie het kip-en-ei probleem niet oplossen. 'Er blijft met deze instrumenten onzekerheid of de onderliggende vraag voldoende is om de bouw van nieuwe windparken te stimuleren. Dit raakt uiteindelijk ook de verdere elektrificatie en verduurzaming van de industrie, die van groot belang is voor de Nederlandse klimaatdoelstellingen.'Boogert wijst erop dat zogenoemde corporate Power Purchase Agreements (cPPA's) een aanvullend instrument kunnen zijn om meer zekerheid te bieden over de vraag naar windenergie.Het gaat hierbij om langetermijncontracten tussen ontwikkelaars van windparken en in dit geval bedrijven die stroom afnemen, waarbij meerjarige afspraken gemaakt worden over vaste prijzen en af te nemen volumes van windenergie. Garantiefonds om risico voor producenten windenergie af te dekken Een complicatie bij dergelijke langetermijncontracten is dat de exploitanten van windparken een risico lopen, als een bedrijf failliet gaat en niet meer kan voldoen aan de betalingsverplichtingen van het energiecontract. Dit kan worden opgevangen door de inrichting van een zogenoemd garantiefonds.Schematisch ziet dat er als volgt uit:[caption id="attachment_159463" align="aligncenter" width="900"] Bron: Invest-NL[/caption] Een bedrijf dat de energie inkoopt sluit een energiecontract voor de langere termijn af met de producent van windenergie (cPPA). De onderneming die stroom inkoopt, verstrekt kredietinformatie aan het garantiefonds. Het garantiefonds verzekert vervolgens voor de producent van windenergie het risico op wanbetaling bij de afnemer. Aangezien dit maatwerk is, kan er verschil zijn in hoever die dekking precies gaat.De ontwikkelaar van het windpark betaalt een verzekeringspremie aan het garantiefonds in ruil voor de dekking. De verzekering van het afnamerisico (dus het wegvallen van de vraag bij wanbetaling) geeft banken die het windproject financieren meer zekerheid, zodat bijvoorbeeld de risicopremie op de rente die de ontwikkelaar betaalt voor zijn leningen, lager kan zijn.Volgens energie-expert Boogert van Invest-NL kan een dergelijke financieringsopzet ervoor zorgen dat een grotere groep bedrijven langetermijncontracten kan afsluiten voor windenergie. 'Voor veel bedrijven die stroom inkopen, is met name de tijdsduur problematisch, omdat ze niet kredietwaardig genoeg zijn in de ogen van de ontwikkelaars van windparken om lange contracten mee af te sluiten. Door dit instrument kan er een groter verkoopvolume aan stroom voor langere tijd worden vastgelegd. Dan zorg je dus voor meer zekerheid over de vraag.'Invest-NL is momenteel bezig met het opzetten van een blauwdruk voor een cPPA-contract, inclusief het verzekeren van het afnamerisico. Kosten voor de overheid kunnen lager zijn Volgens Invest-NL kunnen publieke partijen in een garantiefonds investeren. 'Dat zou wel samen met private partijen moeten gebeuren, zoals pensioenfondsen en andere beleggers. De premiebetaling aan het garantiefonds moet in principe ook gewoon kostendekkend zijn, dus uiteindelijk zou de markt het zelf moeten kunnen financieren.’Boogert benadrukt verder dat het succes van zakelijke langetermijncontracten voor windenergie, in combinatie met een garantieregeling, mede afhangt van de politieke keuzes rond andere instrumenten, zoals de SDE-regeling en de eventuele invoering van contracts-for-difference. 'Een voordeel van langetermijncontracten met een garantieregeling kan wel zijn dat het de overheid in eerste instantie geen geld hoeft te kosten, aangezien je wilt werken met een kostendekkende garantiepremie. Daar zit natuurlijk wel een wanbetalingsrisico achter, maar bij een SDE-subsidie ben je als overheid meteen geld kwijt aan subsidiebedragen.'Dit is ook direct van belang voor de demissionaire minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans en de Tweede Kamer. Nu het spannend wordt of er bij de aanbesteding van nieuwe windprojecten op zee dit najaar en in 2026 voldoende interesse is van private partijen, duikt ook de vraag op hoeveel geld de overheid eventueel wil vrijmaken om te zorgen dat de beoogde uitbreiding van windparken op zee niet vastloopt. Een garantie-instrument voor langlopende energiecontracten kan de directe subsidiekosten dan mogelijk beperken. Lees ook:Bouw windparken op zee stagneert: kan de sector nog rekenen op hulp van de staat? Windparken op zee leveren veel meer op dan energie alleen Nederlanders gaan massaal wassen, strijken en opladen als hun stroom in het weekend gratis is