Marc Seijlhouwer 10 juni 2020, 15:26

Klimaatneutraal bestanden versturen met WeTransfer

File sharing-dienst WeTransfer wil nog dit jaar klimaatneutraal worden. Het bedrijf heeft de prestigieuze B Corp-certificering sinds vandaag op zak en wil daarmee ook een begin maken met echte duurzaamheid, door de voetafdruk te verkleinen. Aanvankelijk door CO2 te compenseren, maar ook door zo snel mogelijk de forse voetafdruk van het bedrijf te verminderen.

Datacenter met vrouw

Weinig mensen denken erover na, maar het internet vraagt een heleboel stroom. De datacenters waar de megabites van Netflix, Youtube of Spotify doorheen vliegen vreten energie, zowel door de servers zelf als door de koeling die nodig is om alles op temperatuur te houden. Zuiniger of milieuvriendelijker internetten heeft nog niet veel aandacht.

Compenseren

Toch wil WeTransfer, dat in 2019 466 ton CO2 uitstootte, proberen om meer voor het klimaat te doen. Daarom wil het voor het einde van dit jaar alle CO2 compenseren via programma's met een keurmerk. Door bomen te planten of duurzamere energiecentrales te installeren in ontwikkelingslanden wordt de CO2 die vrijkomt bij WeTransfer elders op de wereld gecompenseerd.

WeTransfer geeft echter toe dat dit niet genoeg is, en dat het bedrijf uiteindelijk minder CO2 moet uitstoten. In 2025 wil het de voetafdruk met 30 procent verlaagd hebben. Het hoofdkantoor van WeTransfer in Amsterdam moet klimaatneutraal worden, werknemers moeten minder reizen en er moet duurzaam worden ingekocht.

Lees ook: Shell koelt datacenters met synthetische olie

Deze drie maatregelen moeten genoeg zijn om de voertafdruk van het techbedrijf aanzienlijk te verminderen. Uiteindelijk moet het bedrijf ook klimaatpositief worden; dan leveren de compensatieprojecten méér CO2-winst op dan het bedrijf zelf produceert. Wanneer dat zo ver is, zegt het bericht waarin WeTransfer de plannen uitlegt niet.

Datacenters en energie

Opvallend is dat er niets over de datacentra wordt genoemd. Dit is het gros van de operatie-uitstoot van het bedrijf, maar WeTransfer heeft geen eigen datacentrum. Het huurt de serverruimte in, waardoor het aan de eigenaar is van het centrum om duurzamer te opereren. Mogelijk is het voornemen om 'duurzamer in te kopen' ook bedoeld voor datacentra.

Lees ook: 'Datacenters zijn veel zuiniger dan mensen denken'

Bron: Wetransfer | Beeld: Adobe Stock

Delfste studenten bouwen superzuinige waterstofauto

Al in augustus 2019 waren de studenten van de Technische Universiteit Delft begonnen met de ontwikkeling van de Eco-Runner X, een waterstofzuinige stadsauto. De Eco-Runner is al jaren de Delftse inzending aan de Shell Eco-marathon, maar deed daarvoor alleen mee in de Prototype-klasse, waarbij het doel is om een zo lang mogelijk afstand te overbruggen met zo min mogelijk waterstof. Nu speelt het mee in de Urban Concept-fase, die dichter bij een 'echte' auto staat.Hoe belangrijk zijn dit soort wedstrijden eigenlijk in de ontwikkeling van nieuwe waterstofauto's? Berend Eikelenboom, operations manager van het team: “Een normale waterstofauto rijdt op dit moment 100 kilometer op 1 kilogram waterstof. Met ons ontwerp rijd je onder optimale omstandigheden 5000 kilometer met 1 kilogram waterstof. Dat is nogal een winst. Die efficiëntieslag is een optelsom van allerlei verschillende onderdelen van het ontwerp, zoals de aerodynamica, brandstofcel en motor.”Lees ook: Delft onthult de Eco-Runner 8InnovatieDe efficiëntieslag zit onder andere in een efficiënte brandstofcel, maar andere belangrijke dingen zoals de rolweerstand en aerodynamica spelen ook  mee. Bij de efficiëntie van de brandstofcel gaat het om het voltage dat bij een bepaalde stroom eruit komt. Mels Kerklaan, ook betrokken bij de ontwikkeling van de Eco-Runner X legt uit aan welke knoppen je kunt draaien: “Energie in waterstof is opgeslagen in de interne chemische energie, in de fuel cell wordt dit omgezet naar elektrische energie. Hoe hoger het voltage hoe meer power er uit een fuel cell komt. Als de fuel cell de ideale warmte en vochtigheid heeft, maximaliseert het voltage en daarmee ook de kracht.”Omdat de oude fuel cell van ZBT, die wij al een paar jaar gebruikten, dit jaar lek raakte en de Duitse fabrikant geen nieuwe kon leveren, werkten de Delftse studenten dit jaar samen met een brandstofcel van Horizon, een andere leverancier die wel kon inspringen. Kerklaan: “Het was heel fijn dat we een goede fuel cell konden gebruiken en de leverancier gaf ook goede service, maar we konden wel minder experimenteren met ventilatie en luchtvochtigheid. Het controlesysteem van de cel van Horizon is namelijk helemaal geautomatiseerd – een soort black box waar we niets aan konden tweaken.”Afgelaste marathonDit jaar zou het team uit Delft voor het eerst meedoen in de Urban Concept-klasse met de Eco-Runner X. Totdat het coronavirus roet in het eten gooide. Eikelenboom: “Erg jammer, juist nu we de stap hebben gemaakt van prototype naar stadsauto. Wij zijn als studenten niet commercieel, maar willen wel experimenteren met waterstof en efficiëntie."In de nieuwe Eco-Runner X zit je als passagier rechtop, met meer comfort en in een gordel. En ook heeft de stadsauto bagageruimte, ruitenwissers en lampen. Toch mag je er nog niet mee de straat op. Eikelenboom: “Meedoen in de Urban Concept-klasse van de Shell Eco-marathon betekent dat je auto moet voldoen aan een aantal eisen waar een publieksauto ook aan moet voldoen, maar voor echt weggebruik accelereert hij nog net niet snel genoeg. Dit is een eerste stap.”WaterstofderbyHoewel de Shell Eco-marathon 2020 is afgelast willen de studenten uit Delft toch kijken hoe ze hun Eco-Runner kunnen testen. Samen met studenten uit Twente en Arnhem zoeken ze daarom naar een veilige manier waarop ze hun ontwerpen met elkaar kunnen meten. Als een soort Nederlandse waterstofderby, zonder de buitenlandse concurrenten die bij de Eco-marathon zouden zijn.Lees ook: Is de waterstofauto nu al achterhaald? Bron: Eco-Runner Team Delft | Beeld: Eco-Runner Team Delft