Marc Seijlhouwer 19 juli 2021, 15:22

Kolencentrale in Duitsland sluit na zes jaar alweer zijn deuren om plaats te maken voor waterstof

Na zes jaar werd de kolencentrale bij Hamburg in Duitsland in juli alweer buiten werking gesteld. Uitbater Vattenfall zag de winstgevendheid teruglopen en sprong op een aanbod van de Duitse overheid om kolencentrales versneld te sluiten. Nu komt er een groene waterstofproject in de plaats van de centrale.

Kraftwerk moorburg hamburg moorburg 2 phb ajb De kolencentrale bij Hamburg begon in 2015 stroom te produceren. | Beeld: Ajepbah / Wikimedia Commons

Het is misschien wel een record: de energiecentrale die het snelst met pensioen ging. Het Kohlekraftwerk Moorburg levert 1.600 megawatt aan stroom via steenkool. In 2006 ging de bouw van start, maar de centrale werd geplaagd door problemen. Zo scherpte Hamburg de milieu-eisen aan, waarop Vattenfall meer geld wilde zien. Uiteindelijk kostte de bouw 3 miljard euro. Toen de centrale eenmaal open was, kwamen er nieuwe problemen: het Europees gerechtshof oordeelde dat de vergunningen niet deugden. Daardoor moest er een extra koeltoren bij de centrale komen om de omgeving te ontzien.

Steenkool levert weinig geld op

Vattenfall zag ondertussen dat steenkool steeds minder winstgevend werd. Dat is een wereldwijde trend, die in Europa het sterkst merkbaar is. Hoewel gas (dat minder CO2 uitstoot dan kolen) nog een prima investering is, worden kolen relatief steeds duurder ten opzichte van duurzame stroom. De hogere prijzen in het emissiehandelssysteem van de EU, waarin bedrijven betalen om CO2 uit te stoten, hielpen ook niet.

Eind 2020 ging de centrale daarom alleen nog aan als er een stroomtekort was. En nu, een half jaar na die beslissing, is Moorburg officieel gestopt met het produceren van elektriciteit. Dat de centrale het slechts zes jaar volhield, is voor een deel toevallig. De Duitse overheid bepaalde dat de kolencentrale in aanmerking kwam voor voortijdige sluiting. Dat is onderdeel van een Duits plan om in 2038 helemaal van kolencentrales af te zijn. Om dat te bereiken, moeten er nu al centrales dicht.

Duitsland haalt nog ongeveer een kwart van zijn energie uit kolen. Er zijn nog zo’n veertig centrales actief. Dat is veel; in Nederland draaien er nog vier die samen ongeveer vier gigawatt aan vermogen hebben. In 2030 moeten alle kolencentrales dicht zijn; acht jaar eerder dan in Duitsland.

Dat er in Duitsland zoveel kolencentrales zijn heeft meerdere redenen. Een van de belangrijkste is het stoppen met kernenergie, waar de regering voor koos na de ramp bij Fukushima. Maar ook het feit dat er veel steen- en bruinkoolbronnen zijn in het land speelt een belangrijke rol, zoals dat in Nederland voor gas geldt.

Waterstof hub

De plek waar nu nog de Moorburg-centrale staat, wordt straks een waterstofhub. Begin dit jaar spraken Vattenvall en verschillende andere bedrijven af om de mogelijkheden van groene waterstof te verkennen. Er zou een fabriek met een capaciteit van 100 megawatt moeten komen, gevoed door stroom van windmolens in de buurt.

Of en wanneer zo’n installatie er komt, is nog onbekend. Maar dat een kolencentrale na zes jaar al plaats maakt voor een waterstoffabriek, die Vattenfall in dit geval als winstgevender ziet, is misschien veelzeggend voor de toekomst van fossiele brandstoffen.

Vlees meer belasten, en het geld teruggeven aan de boeren, zorgt voor duurzamer veehouderij

Het eten van vlees zorgt voor veel CO2-uitstoot en het heeft een grotere negatieve impact op het milieu dan groente en fruit. De Wageningen Universiteit publiceert daarom een onderzoek naar welke manier van het beprijzen van vlees kan leiden tot economische-, sociale- (volksgezondheid en dierenwelzijn) en ecologische (minder landgebruik, betere biodiversiteit) duurzaamheid. Bovendien moet geen van de doelen ten koste gaan van de ander.  Uit het onderzoek, dat is gebaseerd op bestaande onderzoeksresultaten en is aangevuld met onderzoek naar draagvlak in de sector, blijkt dat een mix van verschillende maatregelen het meest succesvol is om te zorgen voor verduurzaming. Een heffing- en terugsluissysteem naar de veehouders kan daarvoor zorgen. Dan heft de overheid bijvoorbeeld geld op vlees en vloeit dat geld vervolgens terug naar de veehouder die het weer kan inzetten om te verduurzamen. De heffing die op deze manier naar de veehouder wordt teruggesluisd, scoort volgens het onderzoek het beste op alle duurzaamheidsdoelen.True price: de oplossing voor de te lage prijs van voedingVleestaksOok helpt het als duurzaam vlees goedkoper wordt, zodat daar onderscheid in komt en de consument eerder voor duurzaam kiest. Een vleestaks, btw-verhoging op al het vlees, zorgt voor minder vleesverkoop, wat uiteindelijk ook duurzamer is. “Als vlees tien procent duurder wordt, daalt de consumptie met tien procent,” licht onderzoeker Willy Baltussen toe. “Bovendien kan het snel door de overheid worden ingevoerd, omdat de wetgeving met betrekking tot btw al bestaat. Maar in de praktijk is het lastig, want wat gebeurt er met het btw bedrag van een pizza waar vijf procent salami op zit?”Een consumententaks verlaagt de vleesconsumptie, maar er is gevaar dat het vlees dat niet verkocht wordt alsnog naar het buitenland wordt geëxporteerd. Een belasting op het houden of slachten van dieren verhoogt de motivatie om te verduurzamen bij veehouders niet.En om doeltreffend te zijn, moeten naast de heffing ook ketenafspraken (zoals het Beter Leven-keurmerk) en duurzame subsidies worden ingezet. Daarnaast is samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven belangrijk: als de overheid duidelijk aangeeft wat de stippen op de horizon zijn, kan de sector naar aanleiding daarvan de doelen stellen. Baltussen: “Het is uiteindelijk aan de beleidsmakers om te besluiten wat er wordt ingevoerd.”Het is 2050: een terugblik op hoe we onze planeet, de bevolking en het voedsel hebben gered