Thijs ten Brinck 11 januari 2016, 07:52

Kolenimport India met 34 procent gedaald

Groei in duurzame energie en toenemende productie in binnenlandse kolenmijnen maken India minder afhankelijk van de wereldmarkt voor steenkool.

Universiteit Utrecht

Voor de wereldwijde kolenmijnbouw en de verschepers van steenkool was India lange tijd een laatste hoop. Ook het Internationaal Energie Agentschap (IEA) voorspelde in een rapport van eind 2015 nog dat de vraag naar buitenlandse kolen vanuit India sterk zou aanhouden.

Sterk dalende trend

Deze hoop en voorspellingen zijn door de realiteit ingehaald. De Indiase import van steenkool daalde in volume met 15 procent in de maanden april tot en met december 2015, ten opzichte van dezelfde periode in 2014.

Als alleen de laatste maand van vorig jaar met december 2014 wordt vergeleken is de daling nog groter: 34 procent. En voor november zelfs 49 procent. 

De gedaalde import is deels toe te schrijven aan de verhoogde binnenlandse productie in de Indiase staatsmijnen maar ook de duurzame ambities van India spelen een rol.

Stilstaande kolencentrales

India heeft de laatste jaren veel kolencentrales bijgebouwd maar investeert ook sterk in het opwekken van duurzame energie. De nieuwe zonnecentrales leveren elektriciteit tegen lagere tarieven dan kolencentrales die gebruikmaken van geïmporteerde steenkool.

Dat heeft effect op de draaiuren die de kolencentrales maken. In 2011 produceerden Indiase kolencentrales gemiddeld op 74 procent van hun maximumcapaciteit. Voor het lopende jaar is de verwachting dat deze ‘capaciteitsfactor’ daalt tot onder de 60 procent.

Bron: Indiatimes, Businessgreen | Foto: FromSandToGlass, via Flickr Creative Commons (Cropped by Duurzaambedrijfsleven)

‘Elektrische pulsen zijn nauwelijks schadelijk voor vissen’

Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Maarten Soetaert, onderzoeker van het Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek (ILVO) en de Universiteit Gent (UGent). Het gros van de Belgische vloot vist in de Noordzee met de boomkor, een type vistuig waarbij kettingen en klossen worden gebruikt om platvis en garnaal op te schrikken van de zeebodem.Deze doorgaans zware vistuigen worden over de bodem gesleept, met in veel gevallen bodemberoering en een hoog brandstofverbruik als gevolg. Bovendien kunnen vissers met het tuig nauwelijks selectief zijn, waardoor er sprake is van veel ongewenste bijvangst.  PulsvisserijVeel vissers, vooral Nederlandse, zijn daarom overgestapt naar pulsvisserij. Hierbij wordt het schrikeffect van de kettingen of klossen grotendeels vervangen door elektrische stimulatie door elektrodes in sleepnetten. Deze produceren elektrische pulsen die garnalen laten opspringen of tong laten verkrampen.Hierdoor zijn de dieren ook zonder kettingen of klossen te vangen. Dit leidt tot minder bodemberoering en brandstofverbruik. Bovendien brengt de methode minder bijvangst met zich mee. In de Noordzee maken volgens de onderzoeker al bijna honderd vaartuigen gebruik van elektrische pulsen.Nauwelijks schadeDe bezorgdheid over schade door elektrische pulsen bij vissen en andere zeedieren zorgde tot nu toe echter voor terughoudendheid ten opzichte van de techniek. Onbekend was het effect op de overleving, het gedrag en de voortplanting van de bodemdieren die aan de pulsen zijn blootgesteld.Met zijn onderzoek toont Soetaert aan dat dergelijke schade zelden voorkomt bij toepassing van pulsen, zoals nu in de praktijk gebeurt. Uit testen, waarin borstelwormen, garnalen, tong, kabeljauw en zeebaars zijn blootgesteld aan elektrische pulsen, bleek dat de schrikpuls niet of nauwelijks tot letsel leidt.Volgens Soetaert zijn echter nog niet alle lange termijneffecten uitgeklaard en is vervolgonderzoek nodig. Desondanks noemt hij de resultaten veelbelovend.Bron: Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek | Foto: FaceMePLS, via Flickr Creative Commons (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)