Bas Joosse 17 april 2019, 10:50

Liander bespaart CO2 door temperatuur gas te verlagen

Energieleverancier Liander gaat de komende maanden de gastemperatuur verlagen in een groot aantal gasontvangststations. Hiermee wil het energiebedrijf CO2 en energie besparen.

Adobestock aardgas gaspit vlam

De komende maanden wordt in bijna 200 zogeheten gasontvangststations de gastemeperatuur twee graden verlaagd. Bij de gasontvangststations komt het aardgas via het landelijke transportnetwerk van Gasunie binnen in het regionale netwerk van Liander. In de stations wordt het gas verwarmd voor het verder getransporteerd wordt. De temperatuur wordt op dit moment nog opgevoerd naar 5 graden.

Na onderzoek in Friesland en een praktijktest op Terschelling concluderen Gasunie en Liander dat een lagere temperatuur van 3 graden veel gas en CO2 kan besparen. De transportleidingen kunnen de verlaging aan; afnemers van gas merken er niets van. Door de temperatuur te verlagen, verwacht de netbeheerder jaarlijks 3 miljoen kubieke meter gas te besparen en 5.400 ton minder CO2 uit te stoten, omdat de verwarmingsketels minder hoeven te stoken.

Lees ook: ‘Huidig gasnet kan geschikt gemaakt worden voor waterstof’

Andere netbeheerders

De komende maanden wordt in 200 stations de temperatuur verlaagd. Gasnetbeheerder Gasunie heeft ongeveer 1.000 gasontvangststations in Nederland; die zijn eigendom van regionale netbeheerders als Liander, Stedin en Enexis. Met de andere netbeheerders wordt nog bekeken of de temperatuur in hun stations ook verlaagd kan worden.

Verduurzaming

Liander’s moederbedrijf Alliander wil in 2023 klimaatneutraal werken. In 2018 werd 288.000 ton CO2 uitgestoten. De netbeheerder compenseert CO2 door netverliezen te vergroenen. Een netverlies ontstaat bij het transport van energie en wordt gecompenseerd door energie in te kopen.

Het vergroenen gebeurt door garanties van oorsprong aan te kopen bij energieleveranciers die windenergie  gaan leveren van windpark Borssele. Dit jaar investeert het bedrijf ruim € 800 miljoen in het energienetwerk.

Bron: Alliander

Procter & Gamble en Suez: samen op weg naar circulair

‘Het verduurzamen en circulair maken van verpakkingen is een megatrend. Iedereen is er mee bezig: van brandowners tot NGO’s en recyclingbedrijven”, stelt Gian De Belder, packaging technologist bij Procter & Gamble. Vincent Mooij, recycle-expert bij Suez ziet dat de interesse voor duurzaam verpakken vooral het afgelopen jaar is toegenomen. “De grote bedrijven waren er al langer mee bezig. Maar nu zijn er steeds meer bedrijven uit de keten die samen aan de slag gaan.”Procter & Gamble stelde 10 jaar geleden doelstellingen op voor de verduurzaming van zijn verpakkingsportfolio. “Nu deze doelstellingen bijna gerealiseerd zijn, hebben we er met Ambition 2030 nieuwe doelen aan toegevoegd. In 2030 moeten bijvoorbeeld al onze verpakkingen volledig recyclebaar of herbruikbaar zijn”, vertelt De Belder. Ook andere grote brandowners zoals PepsiCo en Unilever werken toe naar een portfolio met uitsluitend recyclebare of herbruikbare verpakkingen. Twisten over recyclebaarheid Over de definitie van recyclebaar valt overigens te twisten. Technisch recyclebare verpakkingen worden namelijk niet altijd daadwerkelijk gerecycled. Simpelweg omdat de infrastructuur daar (nog) niet op is ingericht. Een voorbeeld daarvan zijn biologisch-afbreekbare plastic verpakkingen. Deze kunnen niet binnen de composteertijd van de industriële composteerinstallatie afgebroken worden of kunnen de recycling van conventionele plastics verstoren. 'Het circulair maken van verpakkingen is een megatrend' Sinds vorig jaar geeft Suez met ‘Circpack’ advies aan bedrijven over de recyclebaarheid en circulariteit van verpakkingen. Met behulp van big data en operationele kennis wordt het mogelijk om verpakkingen te creëren die ook echt gerecycled kunnen worden. “Het delen van deze kennis heeft meerwaarde voor brandowners, maar ook voor kleinere bedrijven. Suez weet namelijk precies wat de sorteerinstallatie ingaat en wat er wordt uitgesorteerd. Het mooie is dat er informatie per land en per regio is omdat daar grote verschillen tussen zitten”, vindt De Belder.De landelijke en regionale inzichten zijn waardevol omdat inzamel- en recyclingsystemen niet gestandaardiseerd zijn. Dat is een enorm probleem in Azië en Afrika, waar het overgrote deel van de plastic verpakkingen in de plastic soep vandaan komt. Via de Alliance to End Plastic Waste werkt Procter & Gamble met lokale overheden samen om de benodigde infrastructuur te ontwikkelen. Maar ook in Europa bestaat er geen geharmoniseerd systeem. Er zijn producten die in het ene Europese land gerecycled worden, maar in een buurland in de verbrandingsoven belanden. Mooij geeft een simpel voorbeeld: “Een polystyreen yoghurtbakje wordt in Duitsland ingezameld en gerecycled. Maar in Nederland wordt het na inzameling niet gerecycled.” Werk aan de keten De ambitie om circulair te worden is er in het bedrijfsleven, maar de weg ernaar toe is nog lang. Volgens de Verenigde Naties wordt er wereldwijd jaarlijks slechts 9 procent van de 400 miljoen ton aan verpakkingsafval gerecycled. In Nederland ligt het recyclingresultaat van kunststof verpakkingsafval wel een stuk hoger, namelijk op 50 procent.Om de transitie te versnellen hebben duurzame koplopers uit de hele keten de koppen bij elkaar gestoken. “We zijn allemaal te klein om de hele verpakkingsindustrie te veranderen. Mede dankzij het New Plastics Economy Initiative van de Ellen MacArthur Foundation gaan steeds meer bedrijven samen aan de slag. Dat betekent ook samenwerken met je concurrenten, wat 5 tot 10 jaar geleden nog ondenkbaar was”, zegt De Belder. 'Wij zijn allemaal te klein om de hele verpakkingsindustrie te veranderen' Internationale bedrijven gaan in zogenoemde Pioneer Projects met specifieke vraagstukken aan de slag. Een voorbeeld is het Holy Grail project, waarin naast Suez en Procter & Gamble ook partijen zoals Henkel en Veolia en andere ketenpartners vertegenwoordig zijn. Samen onderzoeken ze innovatieve technieken die de sortering van verpakkingsafval kunnen verbeteren. “Sensoren kunnen nu alleen zien van welk materiaal een verpakking is gemaakt. Maar met innovatieve technologieën van Filigrade en Digimarc kan deze en andere belangrijke informatie worden vastgelegd in een onzichtbaar watermerk, dat over de gehele verpakking wordt afgedrukt. Het watermerk kan met een digitale camera worden gelezen. Door ook informatie over bijvoorbeeld de inhoud van de verpakking in het watermark op te slaan, kan verpakkingsafval beter worden gesorteerd”, legt Mooij uit.Een ander initiatief waar beide bedrijven aan meewerken is Petcore, dat de recycling van PET-verpakkingen moet verbeteren. Het huidige recyclingresultaat van PET-flessen ligt op 57 procent in Europa. Dat kan verbeteren als er innovaties in het ontwerp van verpakkingen worden doorgevoerd. “Bij verpakkingen met een bedrukte wikkel is het voor het sorteer- en recyclingproces beter als de consument de wikkel verwijdert. Dat kan bijvoorbeeld met micro-geperforeerde wikkels die makkelijk te verwijderen zijn”, geeft De Belder als voorbeeld. Echt circulaire verpakkingen “Wat kan het recyclingbedrijf anders doen? En wat kan de brandowner beter doen? Door samen te werken kunnen we grote stappen zetten”, zegt Mooij. Uiteindelijk moeten duurzame verpakkingsontwerpen en betere sortering een recyclaat van hogere kwaliteit opleveren. Dat is nodig om verpakkingen uiteindelijk ook echt circulair te maken. Dat wil zeggen: een verpakking die niet alleen recyclebaar en herbruikbaar is, maar ook volledig van gerecycled materiaal gemaakt is. 'Door samen te werken kunnen we grote stappen zetten' De doelstelling van grote merken op de toepassing van recyclaat in verpakkingen verschilt. De Belder geeft aan dat het gebruik van gerecycled plastic bij Procter & Gamble enorm is toegenomen met verdubbeling als doel in 2020, ten opzichte van tien jaar daarvoor. Ook zijn er verpakkingen van oceaan- en strandplastic op de markt gebracht. Zo werkten Procter & Gamble, Suez, Terracycle, Alpla en Logoplaste samen om een shampoofles met plastic strandafval te ontwikkelen. Verder werd een afwasmiddelfles van gerecycled plastic en oceaanplastic gelanceerd.Het doel van deze initiatieven is om ook de consument bewust te maken van de plastic vervuiling in de oceanen. Maar in de toekomst moet het gebruik van gerecycled materiaal worden opgeschaald. De eerste stappen worden al gezet. Zo wordt er bij de verpakking van bekende wasmiddelmerken tot 50 procent (en voor sommige verpakkingen al tot 100 procent) aan gerecycled plastic gebruikt. “Het gaat om meer dan 230 miljoen flessen, dus dat heeft een behoorlijke impact”, besluit De Belder.Meer weten over verpakkingen? Kom op 18 juni naar ons thema-event Duurzaam Verpakt in Utrecht. Vincent Mooij is één van de experts die hier zijn kennis en ervaring op het gebied van grondstoffen en verpakkingen deelt.Lees meer