Rianne Lachmeijer 15 juli 2019, 14:12

Liander zoekt oplossingen voor capaciteitsproblemen elektriciteitsnet

De maximale capaciteit van het elektriciteitsnet in Nijmegen-Noord is bijna bereikt. Als oplossing voor de lange termijn bouwt netbeheerder Liander een extra verdeelstation. Eerder introduceerde de netbeheerder al een flexibiliteitsmarkt om de druk op het elektriciteitsnet te verlichten.Capaciteitsproblemen zullen vaker voorkomen nu Nederland overstapt op een duurzame energievoorziening.

Liandermonteuraanhetwerk

De energievraag van de wijk De Waalsprong in Nijmegen-Noord groeide de afgelopen jaren snel. Zo is de energievraag van het bedrijventerrein inmiddels twee keer zo groot als Liander had voorzien. Naast het bedrijventerrein in de Overbetuwe zijn er in korte tijd duizenden woningen in het gebied gerealiseerd. Hierdoor zit het verdeelstation dat de elektriciteit verdeelt vrijwel aan de maximale capaciteit. Dit zal de aansluiting van woningen op het elektriciteitsnet niet hinderen, maar bedrijven met een grootverbruikersaansluiting wel.

Oplossing van de druk op het elektriciteitsnet

In het gebied ligt het windpark Nijmegen-Betuwe en staan nieuwe windmolens en zonneweides op de planning. Wanneer deze gelijktijdig energie leveren ontstaat er een piek op het elektriciteitsnet. Om de druk op het elektriciteitsnet te verminderen, bouwt Liander een tweede verdeelstation in de regio. Deze is naar verwachting in 2023 klaar voor gebruik. Om de tussenliggende tijd te overbruggen, zoekt de netbeheerder naar mogelijke oplossingen om op korte termijn meer ruimte te creëren. Zoals de aanleg van extra kabels. Ook gaat Liander in gesprek met klanten over mogelijkheden om minder elektriciteit af te nemen. Dit heet congestiemanagement en zorgt ervoor dat het net wordt ontlast.

Eerder introduceerde de netbeheerder al een flexibiliteitsmarkt. Hierin worden vraag en aanbod van energie flexibel op elkaar afgestemd, zodat niet elk bedrijf de energie op hetzelfde moment gebruikt. Op die manier worden pieken in het elektriciteitsnet voorkomen. Liander stelt dat de flexibiliteitsmarkt in Nijmegen-Noord goed functioneert, maar dat het desondanks te weinig flexibiliteit oplevert om de groei van het bedrijventerrein bij te houden.

Belang van flexibiliteit bij duurzame energievoorziening

De overstap van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen levert een aantal uitdagingen op. Eén van de uitdagingen is het oplossen van de disbalans tussen vraag en aanbod. Dat werd voorheen opgelost door centrales meer fossiele energie te laten produceren. In een wereld die draait op duurzame energiebronnen is dat echter niet meer mogelijk: zonneschijn en wind laten zich niet plannen. De disbalans in het energienet kan daardoor niet langer gemakkelijk aan de aanbodzijde worden opgelost. Dat vraagt om oplossingen aan de vraagzijde. Flexibilisering is één van die oplossingen.

Niet alleen in Nijmegen gaan ze aan de slag met flexibilisering, maar bijvoorbeeld ook in Eindhoven. Daar testen zij de mogelijkheden van handel in flexibiliteit. “De mogelijkheden zijn als je er goed over nadenkt zo goed als oneindig om aan de vraagzijde in die flexibiliteit te handelen”, aldus Rob Roodenburg, senior consultant smart grid and cyber security bij Croonwolter&dros.

Lees verder: Flexibiliteit als goud in de energietransitie

Energietransitie

Liander maakt onderdeel uit van het netwerkbedrijf Alliander. Het bedrijf speelt een grote rol in de overschakeling op duurzame energie. Het netwerkbedrijf heeft de verantwoordelijkheid om alle hernieuwbare energiebronnen aan te sluiten op het energienet en te voorkomen dat mensen daarbij zonder energie komen te zitten.

Green Leaders 

Eerder was CEO Ingrid Thijssen van Alliander te gast in de Green Leader podcast van DuurzaamBedrijfsleven. Daarin spreekt presentator Paul van Liempt wekelijks met duurzame koplopers die de transitie aantoonbaar versnellen. Luister de podcast hieronder terug.

Wil je nooit meer een Green Leader podcast missen? Abonneer je dan op het Green Leader kanaal op Soundcloud. De podcasts maken onderdeel uit van een multimediaal format waarmee DuurzaamBedrijfsleven de frontrunners van de nieuwe economie het podium biedt dat zij verdienen. Naast podcasts verschijnen er ook (duo-)interviews. Ga naar duurzaambedrijfsleven.nl/greenleaders voor meer informatie. 

Bron: Liander | Afbeelding: Liander

TU Delft zet succesvol raceweekend neer met waterstofauto

Op het circuit in Zandvoort nam de waterstof raceauto het afgelopen weekend het op tegen conventionele racewagens. De roze raceauto, die veel bekijks trok, begon zondagavond aan de zestig minuten durende race. Na de start zette team Forze de beste rondetijd neer binnen hun klasse, nadat het de dag ervoor ook al de rondetijd voor elektrische sportwagens had aangescherpt.Potentie De Forze VIII maakte een inhaalslag in de eerste helft van de race en reed een aantal rondes voorop met ruim tien seconden voorsprong op de nummer twee. Door een technisch probleem viel de wagen kort uit met als gevolg dat de waterstofauto de opgelopen achterstand niet meer wist in te halen. Desondanks zette de raceauto de rest van de race consistent goede rondetijden neer.Een mooie prestatie, aldus team manager Zhi Wei Cai. “Er is afgelopen jaar met het hele team enorm hard gewerkt om deze prestatie mogelijk te maken. Vorig jaar waren we het eerste team ter wereld dat überhaupt een race uitreed op waterstof, al konden we toen nog totaal niet meekomen met de competitie. Om nu, één jaar later, consistent competitieve rondetijden neer te zetten is fantastisch. Ons tempo ten opzichte van de benzine aangedreven competitie laat zien dat waterstoftechnologie echt potentie heeft.”Waterstof racewagenDe waterstofauto Forze VIII is in feite een elektrische auto. In plaats van elektrische energie op te slaan in batterijen wordt er gebruik gemaakt van een zogenaamde brandstofcel. Hierin wordt waterstof uit de tank gecombineerd met zuurstof uit de buitenlucht. Als reactie hierop ontstaan twee restproducten: elektriciteit en puur water. De elektriciteit gaat naar de twee elektromotoren die de achterwielen aandrijven; het water wordt verneveld in de buitenlucht. “We kunnen onze waterstoftanks binnen drie minuten aftanken, dat is een enorm voordeel ten opzichte van batterij-elektrisch voertuigen,” vertelt Cai.ToekomstplannenHet TU Delft studententeam Forze Hydrogen Electric Racing bestaat sinds 2007. Het team heeft inmiddels acht auto’s gebouwd, die allen waterstof zijn aangedreven. In tegenstelling tot de eerste vijf wagens, die nog kleine karts waren waarmee het team meedeed aan een studentencompetitie, is de Forze VIII een volwaardige racewagen zoals je ze normaal gesproken op Le Mans verwacht. Het team heeft grootse toekomstplannen. “Volgend jaar gaan we aan de slag met de Forze IX, een nóg krachtigere en snellere wagen dan ons huidige model. Of we dan al klaar zijn om te racen is nog niet duidelijk. Voor ons ligt de prioriteit bij de kwaliteit en de prestaties van de wagen”, zegt Cai.Lees ook: Delftse studenten bouwen vliegtuigje op waterstofVoordat het zo ver is staat er eerst nog een tweede raceweekend op de planning. Op 17 en 18 augustus zal het team deelnemen aan de Gamma Racing Days op het TT circuit van Assen. Het team heeft nog ruim een maand de tijd om de Forze VIII te verbeteren om het tempo dat de raceauto dit weekend liet zien, vast te kunnen houden.Bron: TU Delft | Beeld: Hexashots.