Thijs ten Brinck 03 februari 2016, 10:28

Lockheed Martin ontwerpt gigawindmolen van 50 megawatt

Het Amerikaanse Sandia Lab, onderdeel van defensieconcern Lockheed Martin, werkt aan inklapbare megawieken voor offshore-windturbines.

8158074750 7b4b5db3af k

De molenwieken van Sandia zijn met een lengte van 200 meter ruim twee keer langer dan de langste turbinebladen die nu op land of op zee draaien.

2 voetbalvelden lang

“Met gebruik van deze enorme wieken boeken we grote schaalvoordelen”, zegt Todd Griffith, hoofd van Sandia’s offshore-windprogramma.

“Offshore-installaties zijn duur. Hoe meer energie we opwekken per molen des te betaalbaarder het wordt.”

Het onderzoekslaboratorium ontwikkelde eerder al bladen met een lengte van 100 meter, die gemonteerd op een windmolen 13 megawatt produceren.

Van de wind af

De ontwikkelde wieken zijn relatief flexibel en in segmenten op te bouwen. De rotor met de drie wieken hangt in het ontwerp van Sandia achter de toren van de windmolen. 

Zo buigen de wieken niet naar de toren toe maar er juist vanaf. Als het stormt kunnen de wieken bovendien knikken, zo dat ze zo min mogelijk wind vangen.

De Hengelose start-up 2-B Energy werkt aan een vergelijkbare down-wind windmolen. In de Groningse Eemshaven draait een eerste prototype met een vermogen van 6 megawatt. Deze windmolen heeft twee wieken, zodat er voor onderhoud op zee eenvoudig een helikopter bovenop de molen kan landen.

Het Britse Blade Dynamics maakt windmolenwieken die in segmenten op te bouwen zijn. Blade Dynamics is eind 2015 overgenomen door het Amerikaanse techconcern General Electric.

Bron: Sandia Lab | Foto: Sandia Lab

Bouw Alphense energieneutrale ophaalbrug vergt minder beton

De TBI-onderneming Mobilis is verantwoordelijk voor de bouw van de Koningin Máximabrug, naar het ontwerp van Syb van Breda & Co Architects. Voor de ontwikkeling van de ophaalbrug met voet- en fietspaden maakt de bouwer gebruik van prefab betonnen ZIP-railbalken van het bedrijf Spanbeton. Hiermee zegt Spanbeton een duurzaam alternatief te bieden voor de bovenzijde van het dek, dat in een dwarshelling ligt.De dwarshelling van de brug maakt het mogelijk om hemelwater af te voeren naar de zijkanten van de brug. Voor de realisatie van de helling is echter veel materiaal nodig, zo stelt Spanbeton. Door gebruik te maken van de prefab-betononderdelen is het bedrijf erin geslaagd 100 kubieke meter beton minder te gebruiken. “Voor dit project stimuleren we ook het inschakelen van lokale partners om de transportafstanden te beperken en zo de CO2-uitstoot te reduceren”, zegt Ab van der Schans, manager ingenieursbureau bij de gemeente Alphen aan den Rijn. “Spanbeton bevindt zich nog geen 200 meter van de nieuw te bouwen brug en kent het gebied en haar inwoners als geen ander.” Naar verwachting wordt de Koninging Máximabrug eind 2016 opgeleverd.Stroom terugleverenBij het ontwerp van de brug hebben de ontwikkelaars rekening gehouden met duurzaamheid. Zo krijgt de ophaalbrug LED-verlichting en moeten zonnepanelen de brug energieneutraal maken. Volgens Mobilis moeten de zonnepanelen meer stroom leveren dan er nodig is om de brug, de verlichting en verkeerslichten te laten werken. Niet-gebruikte stroom levert de brug vervolgens terug aan het net.Daarnaast heeft Mobilis bij de ontwikkeling van de Koningin Máximabrug gekozen voor een constructie met natte knopen. Dit is een verbinding van beton en wapening die ter plaatse wordt gestort tussen het prefab-wegdek en de kolommen. Deze verbinding moet de dwarsbalk vervangen die vaak als ondersteuning wordt gebruikt. Hierdoor ontstaat een brugdek met inwendige pijlerbalken, die de brugdekbelasting over de kolommen spreidt. Bron: Spanbeton, Mobilis | Foto: Spanbeton (Cropped by DuurzaamBedrijfsleven)