Marc Seijlhouwer 13 oktober 2020, 16:18

Meer groen herstel nodig om klimaatwinst coronacrisis vast te houden

De energiesector voelt de komende tien jaar de impact van de covid-19-pandemie. Dat is een kans voor hernieuwbare energiebronnen zoals zonne-energie, en het is de doodssteek voor steenkool. Maar als overheden geen gericht beleid maken, zullen olie en gas nog lang onmisbaar blijven in de wereldwijde energiemarkt.

Zonnepanelen in de bergen

Dat blijkt uit de nieuwe Energy Outlook van het Internationaal Energieagentschap die vandaag verscheen. Normaal is deze vooruitblik een langetermijnvisie voor de energiesector. Maar door de pandemie kijkt het agentschap dit jaar vooral naar de komende tien jaar. Wat verandert er door covid-19, en wat zijn de kansen voor een duurzame toekomst?

In 2020 zal de CO2-uitstoot wereldwijd met 7 procent dalen. Dat lijkt goed nieuws, maar het IEA ziet het anders. “De emissies dalen tijdens covid-19 pandemie, omdat er minder economische activiteit is. Maar kleine economische groei is geen goede strategie om emissies omlaag te krijgen; daar worden de zwakke gemeenschappen alleen maar zwakker van.”. Met andere woorden: de daling als gevolg van de pandemie kan niet zomaar doorgetrokken worden naar de toekomst.

Lees ook: In 2040 is er 25 procent meer stroom nodig

Kansen voor groene stroom

“De groei van vraag naar olie zal komend decennium stoppen”, zegt Fatih Birol, directeur van het IEA, in het persbricht. “Maar zonder grote veranderingen in beleid zal de vraag niet snel dalen.” Daar komt bij dat de vraag naar aardgas toe zal nemen, vooral door de groei van Aziatische landen.

Er zijn echter ook lichtpuntjes. Zo zal steenkool, een brandstof die toch al steeds duurder en onpopulairder wordt, het komende deccennium nog minder gebruikt worden. Ook groeit het aandeel duurzame energie tot 2030 gestaag. Aan het eind van het decennium zal wereldwijd water voor de meeste stroom zorgen, maar groeit zonnestroom het hardst. Die trend is ook zichtbaar in Nederland, waar steeds meer zonneweides verschijnen.

Groen herstel

Volgens het IEA is ‘groen herstel’, zoals de EU dat voor zich ziet, de beste manier om uit de crisis te komen. Het verlaagt de uitstoot en zorgt voor banen en economische groei. Maar op de EU na lijken grote machtspartijen zich nog niet te richten op groen herstel. Een definitieve ommekeer van de trend van CO2-uitstoot is dan ook nog niet in zicht, ondanks de afspraken in het Klimaatakkoord van Parijs.

Lees ook: Ook bedrijven willen na de coronacrisis duurzamer worden

Bron: IEA | Beeld: Adobe Stock

Met circulariteit komt verantwoordelijkheid, en af en toe een iets hogere prijs

In maart van dit jaar werden de doelstelling van het pact ondertekend door 66 bedrijven en organisaties, en vijftien overheden. Dit gebeurde vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Een roulerende stuurgroep bestaande uit ondertekenaars monitort elk jaar hoe ver alle deelnemers met de implementatie zijn. Het is voor het eerst dat zoveel verschillende partijen, van supermarkt en snoepfabrikant tot overheden, zich hier op Europese schaal gezamenlijk voor inzetten. “Als je kijkt naar waar nu we staan en waar we naartoe willen, dan moeten er nog heel veel dingen gebeuren”, vertelt Rinus de Kok, commercieel directeur bij palletpooling bedrijf PRS.Multi-inzetbaar pooling-systeemPRS heeft een Europees palletpooling-systeem opgezet voor producenten van polymeren. Deze producenten leveren plastic korrels op gestandaardiseerde, door PRS geleverde, houten pallets aan fabrikanten van plastic granulaat door heel Europa. “We zeggen wel eens dat we slechts een bescheiden leverancier zijn met een vrij basic product”, vertelt De Kok. “Maar we leveren miljoenen pallets per jaar aan ruim honderd locaties verspreid over heel Europa.” De pallets komen uiteindelijk terecht bij tienduizend adressen van plastics verwerkers, waar PRS ze na gebruik weer ophaalt. Vervolgens repareert PRS de beschadigde pallets en stuurt ze weer terug de pool in. Op deze manier worden pallets zo lang mogelijk hergebruikt. “We halen nu alleen onze eigen pallets op, maar waarom zouden we niet ook andere reststromen, zoals gebruikte verpakkingsmaterialen bij plasticverwerkers ophalen?” Met ons netwerk hebben we een unieke positie om bij te dragen aan het circulaire model van de polymeren industrie.” Een voorbeeld: de meeste polymerenproducenten in Europa gebruiken 25 kilo zakken om plastic granulaat in te verpakken en te vervoeren. Recyclelaars willen deze zakken graag terug krijgen, zodat ze er weer hoogwaardig gerecycled granulaat van kunnen maken. “In dat geval kunnen wij een krat bij de klant neerzetten, waar de lege zakken in kunnen”, zegt De Kok. “Wij halen de pallets regelmatig op, dan kunnen we net zo goed ook gelijk een krat vol zakken meenemen.” De Kok ziet dat er steeds meer discussie ontstaat over dit soort modellen: “Kunnen we het huidige business model combineren met andere retourstromen?”Samen circulairEen platform waar zulke discussies worden gevoerd is PCEP, het Polyolefin Circular Economy Platform. De organisatie, die ongeveer twee jaar geleden werd opgericht, heeft als doel om de industrie te veranderen van lineair naar circulair. Het platform is een samenwerkingsverband van verschillende Europese partijen in de polyolefinen-(polypropeen en polyetheen)industrie, zoals producenten, plastics verwerkers en recyclelaars.Eén van de doelstellingen van PCEP is om nieuwe markten te ontdekken voor gerecycled plastic. Een pilot die een aantal partijen binnen het platform uitvoert is de ontwikkeling van een plastic pallet als alternatief voor de houten. “Hier willen wij natuurlijk heel graag een rol in spelen”, zegt De Kok. “Met onze kennis en het netwerk waarin we opereren kunnen we bijdragen aan deze ontwikkeling. Dus hebben we ons aangesloten bij PCEP om hierover mee te praten en zijn nu actief betrokken bij een eerste pilot op dit vlak.”Plastic palletsPRS werkt in de pilot samen met Cabka, een specialist op het gebied van gerecyclede plastic pallets. De Kok: “Cabka kent de waardeketen van de polymerenindustrie natuurlijk niet zoals wij die al bijna 25 jaar kennen. Er worden namelijk behoorlijk wat eisen gesteld aan zo’n pallet.” In de eerste plaatst moet een pallet een gewicht tot 1.500 kilo aan korrels kunnen houden en in een stelling geplaatst kunnen worden zonder blijvend door te buigen. Verder moet de pallet op de vorken van een heftruck kunnen rusten, en niet ervan glijden als deze remt. “Dit zijn allemaal functionele eisen, die hout op het moment perfect vervult”, zegt De Kok. “Hout is sterk, makkelijk te repareren en gecertificeerd gekapt en in een pooling systeem ook nog eens duurzaam. Maar wij delen natuurlijk de ambitie om weer een hoogwaardige bestemming te vinden voor gerecycled plastic, en een plastic pallet zou dat kunnen zijn.”Teveel pallets gaan verlorenMaar de ontwikkeling van de perfecte, gerecyclede plastic pallet is niet de enige uitdaging voor PRS. “Gerecyclede plastic pallets worden alleen rendabel als je ze zo vaak mogelijk gebruikt”, zegt De Kok. En dat blijft een uitdaging, ook bij de houten pallets. Van de honderd pallets die PRS produceert verdwijnt iets minder dan de helft van de radar. Deels komt dit omdat pallets intercontinentaal worden verscheept (en dus op locaties komen waar het vanuit CO2- en kosten perspectief niet meer loont om ze terug te halen voor hergebruik) en deels doordat pallets bij plastics verwerkers verloren gaan omdat ze bijvoorbeeld worden opgestookt of doorverkocht. De Kok: “Die verliespercentages moeten bij gerecyclede plastic pallets echt omlaag, anders kunnen we niet kostenefficiënt poolen.”En daar knelt de schoen volgens De Kok: Het is heel goed dat er steeds meer aandacht komt voor recycling en circulariteit, maar alleen als de hele polymerenindustrie zich hiervoor inzet kunnen we dit tot een succes maken.” PRS probeert haar partners, de plasticverwerkers, te stimuleren met het vorig jaar geïntroduceerde Green Label. Klanten mogen dit label voeren wanneer ze meewerken aan het hergebruik van de pallets van PRS. “Door dit soort initiatieven komt circulariteit nog meer bij onze partners op de agenda. Het blijft een uitdaging, maar door gesprekken met partijen binnen PCEP, merk je dat iedereen zijn steentje wil bijdragen.”CO2-beprijzing onderdeel van de oplossingVolgens De Kok ligt daarnaast nog een andere grote uitdaging bij beleidsmakers: het prijsverschil verkleinen tussen virgin en gerecycled plastic. De prijs van gerecycled plastic is al redelijk stabiel en wordt voornamelijk gedreven door logistieke en bewerkingskosten. De prijs van puur plastic fluctueert daarentegen hevig met de olieprijs. De Kok: “Dit zag je aan het begin van de coronacrisis ook. Zodra de prijs van olie inzakt is een virgin plastic pallet plots goedkoper dan een gerecyclede. En dat is strijdig met de duurzaamheidsdoelen” Volgens De Kok zouden beleidsmakers iets aan die marktwerking moeten veranderen. “En dat kan je volgens mij maar op één manier doen, namelijk door een prijs op CO2 te zetten. Alleen op die manier kun je de prijs van gerecycled plastic concurrerend maken. Met circulariteit komt verantwoordelijkheid, en af en toe een iets hogere prijs. Ook als niemand dat soms wil horen. En alleen door samen te werken kunnen we met z’n allen deze verantwoordelijkheid pakken.”Benieuwd naar hoe het circulaire model, nu en in de toekomst, van PRS er in de praktijk uitziet? Bekijk hier de infographic:Beeld: PRS, Adobe Stock