André Oerlemans
25 maart 2024, 11:00

Meest efficiënte zonnepaneel ter wereld wekt ook stroom op in de schaduw

Gangbare zonnepanelen wekken bijna geen stroom op als er schaduw op valt. Dat kan gebeuren door boomtakken, bladeren, vogelpoep, sneeuw of vervuiling. De Chinese zonnepanelenproducent Aiko heeft de oplossing en komt met zonnepanelen die gewoon doorwerken in de schaduw.

Aiko paneel schaduw Medewerkers van Aiko toonden tijdens Solar Solutions hoe hun panelen doorwerken in de schaduw | Credits: André Oerlemans

Tijdens zonnevakbeurs Solar Solutions
demonstreerden medewerkers van het bedrijf hoe dat werkt. De zonnepanelen van Aiko stonden naast die van een concurrerend topmerk opgesteld. Als er een strook van kunststof over de zonnecellen werd geschoven, bleef het Aiko-paneel gewoon net zoveel stroom opwekken, maar daalde de productie van het andere paneel met sprongen en viel het uiteindelijk uit.

Minder vermogen

“Als we een deel van het andere paneel afplakken, zie je een afname van de stroomopwekking van 33 procent. Bij ons is dat maar 10 procent. Als je een groter deel afplakt, zie je dat een concurrerend paneel nog maar een derde van zijn vermogen overhoudt en bij nog meer schaduw doet het bijna niets meer. Onze panelen houden dan nog een vermogen van 80 procent over”, legt senior product manager Jimmy Melskens van Aiko uit. “Als de hele module van een concurrerend paneel in de schaduw ligt doet het niets meer, maar hebben onze panelen nog een vermogen van 70 procent.”

Niet onderbroken

De werking in de schaduw is in onafhankelijke testen door keuringsinstantie TÜV Nord bewezen. Andere zonnepanelen schakelen af omdat de stroom onderbroken wordt bij de zonnecellen die in de schaduw liggen. Bij Aiko-panelen wordt de stroom om die cellen heen geleid, zodat het paneel als geheel stroom kan blijven opwekken. Dit principe heet Partial Shading-optimalisatie.

Wereldkampioen

Het Chinese Aiko behoort tot de top drie van ’s werelds grootste zonnepanelenproducenten. Het bedrijf heeft een jaaromzet van 5 miljard dollar en er werken 17.000 mensen in vijf fabrieken. Aiko kan jaarlijks voor 120 gigawatt aan zonnepanelen produceren. Het bedrijf is ook wereldkampioen in efficiëntie. Het produceert zonnepanelen met het hoogste rendement, blijkt uit een wereldranglijst waarin ruim vijftig merken met elkaar worden vergeleken. Vorig jaar juni tilde het bedrijf zijn eigen record van 23,6 naar 24 procent rendement. In februari dit jaar wist het dat record opnieuw te breken en bracht het panelen met 25,15 procent rendement op de markt.

Kabels aan de achterkant

De rendementen zijn getest en geverifieerd door de onafhankelijke keuringsinstantie TÜV SÜD. De hoge efficiëntie is onder meer te danken aan de backcontact technologie. Daarbij zitten alle elektrische kabels en contacten achter het paneel, waardoor de voorkant meer zonnestroom vangt. Daarnaast zijn de panelen minder gevoelig voor hogere temperaturen. Gemiddeld wekken andere panelen per 3 graden temperatuurstijging 1 procent minder stroom op. Bij Aiko is dat per 4 graden.

Perovskiet nog niet marktrijp

Met nieuwe technologieën is nog meer zonne-energie te vangen, maar die zijn nog niet klaar om de markt op te gaan. Zo is het Nederlandse kennisinstituut TNO
– net als duizenden andere wetenschappers in de wereld – al jaren bezig meerlaagse zonnepanelen te ontwikkelen met het kristal perovskiet. In 2022 slaagden onderzoekers van TNO, TU Eindhoven, Imec en TU Delft erin om met behulp van perovskiet een zonnecel te maken met 30,1 procent rendement. Een wereldrecord. Inmiddels weet TNO al gecombineerde zonnecellen van perovskiet en silicium te maken met een rendement van 35 procent. Die prestaties worden echter behaald in laboratoria, met kleine zonnecellen. De technologie is nog niet marktrijp. Een van de grote problemen die opgelost moeten worden is dat perovskiet door zonnestraling uiteenvalt. Best onhandig als je het kristal in zonnepanelen verwerkt.

Lees ook:

Kan de kledingindustrie veranderen zonder de olifant in de kamer aan te pakken?

Deze gastbijdrage werd geschreven door Zena Klaps, duurzaamheidsconsultant bij ERM. 1: Uitbuitende inkooppraktijken In de laatste decennia hebben de meeste modemerken hun productie uitbesteed naar leveranciers in ontwikkelingslanden zoals Cambodja of Bangladesh. Deze merken hebben meer macht dan hun leveranciers en kunnen prijzen eisen die de uitbuiting van kledingarbeiders in ongereguleerde fabrieken en sweatshops in de hand werken. Nadelige effecten in kaart brengen Om duurzaam en verantwoordelijk gedrag van bedrijven te stimuleren heeft de Europese Commissie in februari 2022 een voorstel aangenomen voor een ‘Corporate Sustainability Due Diligence Directive’ (hierna: CSDDD). Deze richtlijn zou bedrijven verplichten om door middel van due diligence de nadelige effecten van hun bedrijfsactiviteiten op mensenrechten en het milieu te identificeren en vervolgens te voorkomen en beperken. Ook inkooppraktijken zouden het onderwerp worden van due diligence-verplichtingen. De CSDDD heeft daarom het potentieel om de machtsongelijkheid tussen merken en hun leveranciers aan te pakken. Het effectief uitvoeren van due diligence heeft ook veel voordelen voor bedrijven, ook binnen de mode-industrie, zoals betere bescherming tegen operationele risico’s, reputatieschade, en zelfs rechtszaken. Nu investeerders duurzaamheid een steeds hogere prioriteit geven in hun portfolio, is het aannemelijk dat een proactieve aanpak ten opzichte van het identificeren en aanpakken van mogelijke mensenrechtenschendingen toegang tot nieuwe of gunstigere investeringen makkelijker zal maken. Alsnog akkoord over CSDDD In december 2023 bereikten het Europees Parlement en de Europese Raad een informeel akkoord over de inhoud van de CSDDD. Eind februari trok een aantal lidstaten echter onverwacht zijn steun in en behaalde de tekst geen gekwalificeerde meerderheid in de Europese Raad. Het gebrek aan overeenstemming heeft ervoor gezorgd dat de CSDDD, en meer bepaald haar toepassingsgebied, reikwijdte en de concrete verplichtingen voor bedrijven opnieuw ter discussie kwam te staan. Op 15 maart werd er alsnog een akkoord bereikt binnen de Raad over de inhoud van de tekst, al hebben de EU-lidstaten het aantal bedrijven dat onder de regels valt aanzienlijk verminderd. Eind april zal over de CSDDD finaal worden gestemd in het Europees Parlement. 2: Een gebrek aan producttransparantie De productieketens binnen de kledingindustrie zijn uitermate complex en vaak beperkt inzichtelijk. Dit wordt voor een groot deel veroorzaakt doordat productie veelal wordt uitbesteed en gestandaardiseerd. Dit maakt het voor merken, consumenten en afvalverwerkers onduidelijk uit welke materialen een kledingstuk precies bestaat, waar deze vandaan komen, door wie de kleding gemaakt is en onder welke omstandigheden. Hierdoor is het moeilijker voor merken om duurzame acties in de keten door te voeren en voor consumenten om duurzame keuzes te maken, terwijl het ook nog eens het recycleproces bemoeilijkt. Productpaspoort Om dit gebrek aan producttransparantie aan te pakken heeft de Europese Commissie in maart 2022 een voorstel gedaan voor een Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR). Deze verordening bouwt verder op de al bestaande richtlijn over ecologisch ontwerp en stelt een hele reeks eisen aan bepaalde producten, inclusief textielproducten, waaronder informatievereisten die moeten worden meegenomen in een digitaal productpaspoort. Elk textielproduct dat in de toekomst in de EU op de markt wordt gebracht, zal in dit productpaspoort een set van verplichte gegevens moeten laten zien over de levenscyclus van het product. Daarin zal informatie staan over onder meer de herkomst, de productsamenstelling en de mogelijkheden voor reparatie en recycling. Een dergelijk productpaspoort moet consumenten en bedrijven helpen bij het maken van geïnformeerde beslissingen bij de aankoop van producten, zal reparaties en recycling makkelijker maken en zal de transparantie van de milieu-impact van producten verbeteren. Ook wordt het makkelijker om schadelijke stoffen - zoals bepaalde chemicaliën - op te sporen in de toeleveringsketen.Zena Klaps, duurzaamheidsconsultant bij ERMInzicht in de keten Aan modebedrijven zelf kan het productpaspoort meer duidelijkheid bieden over waar producten nu precies vandaan komen. Bedrijven kunnen zo effectiever reageren op geopolitieke ontwikkelingen en, bij het kiezen van leveranciers, rekening houden met gebieden die met name kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatrisico’s. Daarnaast kunnen bedrijven meer informatie krijgen over de arbeidsomstandigheden in hun productieketen, wat cruciaal is met het oog op de eerdergenoemde vereisten van de CSDDD. Het productpaspoort biedt bedrijven juist weer een basis om hun duurzaamheidsclaims te staven. Met de invoering van de Green Claims Directive komen er binnenkort namelijk strengere eisen aan de duurzaamheid gerelateerde marketinguitingen van bedrijven, zodat onjuiste en misleidende claims zoveel mogelijk worden voorkomen. In december 2023 bereikten het Europees Parlement en de Europese Raad een informeel akkoord over de ESPR. Zodra deze formeel is aangenomen, hebben de lidstaten twee jaar de tijd om de richtlijn in nationale wetgeving om te zetten. Hoe deze omzetting er concreet zal uitzien is momenteel dus nog even afwachten. 3: Bergen textielafval Dankzij de opkomst van het fenomeen fast fashion wordt de hedendaagse kledingindustrie gekenmerkt door ‘micro-trends’ en ‘micro-seasons’. Stijlen, kleuren, vormen en materialen veranderen in een extreem snel tempo en collecties worden niet langer per seizoen, maar wekelijks vernieuwd. De lage prijzen gaan gepaard met een lage kwaliteit, met als resultaat een steeds kortere levenscyclus van deze producten, die soms al na een handvol keer gedragen te zijn worden afgedankt door de consument. De toename van kledingproductie aan de ene kant en afname van het aantal keren dat een kledingstuk gemiddeld wordt gedragen aan de andere kant, zorgt voor bergen textielafval. Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid Volgens de Europese Commissie wordt slechts ongeveer een vijfde van het textielafval na gebruik ingezameld voor hergebruik of recycling. De rest van de afgedankte kleding belandt meestal op de vuilnisbelt of wordt verbrand. Ondanks recyclinginitiatieven blijkt dus dat modemerken de ‘end-of-life treatment’ van hun producten nog steeds niet als hun verantwoordelijkheid beschouwen. Om dit gebrek aan verantwoordelijkheid aan te pakken heeft de Europese Commissie in juli 2023 een gerichte wijziging van de kaderrichtlijn afval (Waste Framework Directive) voorgesteld, met de nadruk op textielafval. Een van de doelstellingen van deze wijziging is om in alle EU-lidstaten verplichte en gestandaardiseerde uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV, of in Engels: Extended Producer Responsibility EPR) voor textiel in te voeren. Momenteel zijn Frankrijk en Nederland de enige EU-lidstaten met een verplicht UPV-systeem voor textiel. Textielafval reduceren Met de EPR-regeling wil de Commissie de verantwoordelijkheid van mode- en textielbedrijven uitbreiden naar de verwerking van hun producten aan het einde van hun levensduur, na de consumptiefase. De regeling legt bedrijven niet alleen op om de kosten voor de verwerking van hun textielafval te betalen, maar ook om bij te dragen aan de financiering van de systemen en infrastructuur die nodig zijn voor inzameling, sortering en herverwerking. Door de EPR-regeling zullen bedrijven financieel gestimuleerd worden om al in de ontwerpfase na te denken over de circulariteit van hun producten, een concept dat ook wel ‘eco-design’ genoemd wordt, om zodoende hun textielafval te reduceren. De wijziging van de kaderrichtlijn afval, en dus ook de EPR-regeling, is momenteel nog in afwachting van formele goedkeuring van het Europees Parlement.Het fenomeen fast fashion zorgt voor bergen textielafval4: De olifant in de kamer: overproductie De besproken initiatieven zullen ongetwijfeld verandering teweegbrengen binnen de kledingindustrie. Zo zullen modebedrijven, op basis van de CSDDD, verantwoordelijkheid moeten gaan dragen voor wat er gebeurt in hun keten, zal het digitaal productpaspoort meer transparantie moeten bieden over de samenstelling en toeleveringsketen van een kledingstuk en moet de EPR-regeling ervoor zorgen dat textielproducenten eindelijk verantwoordelijkheid nemen voor de end-of-life van hun producten. Toch blijft een essentieel aspect van de sectorproblematiek ongeadresseerd: de kledingindustrie produceert meer kleding dan de mens ooit nodig zal hebben. Dit is niet alleen te wijten aan de cyclus van overconsumptie, waarin we als samenleving verstrikt zijn geraakt, maar ook aan een breder cultureel probleem van onnodige overproductie waarop het bedrijfsmodel van de kledingindustrie zich berust. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid beoogt een oplossing te bieden voor de grote hoeveelheid afval, maar zonder systematische verandering is het onwaarschijnlijk dat het textielafval aan de bron voorkomt. Groeiend bewustzijn in de markt De vraag stelt zich dan ook of zulke ‘top-down’ initiatieven überhaupt evenveel impact kunnen hebben als ‘bottom-up’ initiatieven (initiatieven die van de bedrijven en consumenten zelf komen). Deze laatste zijn bij gebrek aan eerstgenoemde de laatste jaren verschenen in de markt als antwoord op een groeiend bewustzijn van de overproductieproblematiek waarmee de kledingindustrie momenteel kampt. Denk bijvoorbeeld aan alternatieve bedrijfsmodellen zoals het made-to-order model dat afstapt van een focus op kwantiteit door een kledingstuk pas te produceren zodra het wordt besteld door een klant. Door zulke bedrijfsmodellen kunnen afgedankte textielproducten hoogstwaarschijnlijk sneller teruggedrongen worden dan een EPR-regeling ooit zou kunnen bereiken. Geen toekomstbestendige mode-industrie Zolang de productie én consumptie van kleding op het huidige niveau blijven, kan er geen sprake zijn van een duurzame of toekomstbestendige mode-industrie. De initiatieven van de EU zijn een stap in de goede richting, wanneer omgezet in nationale wetgeving. Naarmate het bewustzijn van de overproductieproblematiek toeneemt, is het nu afwachten of deze de cruciale transformatie van het dominante bedrijfsmodel in de mode-industrie op gang kunnen brengen.Dit artikel is gemaakt door onze partner, zonder inhoudelijk inspraak van de redactie van Change Inc. Change Inc. werkt met partners die de klimaattransitie aanjagen. Zij kunnen cases presenteren waar anderen zich aan kunnen optrekken en zijn eerlijk over de uitdagingen. Niet één bedrijf is al 100 procent duurzaam, maar veel zijn onderweg. Dankzij ons partnermodel zijn onze artikelen gratis toegankelijk voor iedereen. Benieuwd naar hoe wij werken? Klik hier.