Marc Seijlhouwer 07 oktober 2021, 15:03

Met een smak geld van banken hoopt Eteck meer duurzame warmte te leveren

De energietransitie op elektriciteitsgebied gaat goed, maar bij warmte blijft hij achter. Ook bij huizen; van het gas afgaan is een grote uitdaging. Eteck, dat groene warmte levert aan bedrijven en huizen, krijgt een lening van 225 miljoen euro om sneller meer huizen duurzaam te verwarmen.

Koppel bij vuur knuffel change inc adobe stock Een warm huis zonder aardgas is nog knap lastig, zeker in Nederland. | Credits: Adobe Stock

De financiering komt van vier banken samen: ABN AMRO, Rabobank, ASN Bank en ING leveren allemaal een deel. Het was dan ook een hele klus om de financiering rond te krijgen, maar nu het zover is kan Eteck zich de volgende fase in. “Met dit geld kunnen we doorgroeien”, vertelt de kersverse CEO van Eteck, Michiel van den Berg, aan de telefoon. “We zitten in een markt die om veel kapitaal vraagt en hiermee kunnen we grotere projecten beginnen.”

En dat is hard nodig, want het schiet niet op met de overgang naar duurzame warmte in Nederland. Hoewel ‘we’ het qua stroom goed doen (meer dan 25 procent is groen) valt dat bij warmte nog tegen: nog geen 8 procent was in 2020 duurzaam. En dat is een probleem, want mede daardoor haalt ons land de klimaatdoelen van Europa én de afspraken uit het klimaatakkoord niet.

Lokale warmte voor thuis

Partijen als Eteck helpen woningen om van het gas af te gaan, zodat de gebouwde omgeving minder fossiele brandstof nodig heeft. Het haalt die warmte uit de omgeving, waardoor elk project dat Eteck aanpakt uniek is. Soms komt de energie voor warmte- en koudeopslag uit een nabijgelegen waterplas, soms van een datacenter of supermarkt om de hoek, of van zonnepanelen op het dak

De financiering helpt Eteck om grotere projecten aan te nemen. Het geld is niet per se bedoeld om meer te innoveren op het gebied van duurzame warmte. Van den Berg: “De innovatie zit hem deels in de technieken die we gebruiken en deels in de verandering van de markt. Projecten worden groter; waar we vroeger 500 huizen duurzaam verwarmden, zijn dat er nu 5000. Steeds meer gemeenten werken aan aanbestedingen voor steeds grotere gebieden. Met deze financiering kunnen wij het verschil maken bij die aanbestedingen.”

Volwassen markt?

Betekent dat de markt voor duurzame warmte volwassen is geworden, en we vanaf nu met zevenmijlslaarzen naar duurzame verwarming gaan? Zo ging het immers ook met duurzame stroom, die lang mondjesmaat groeide maar nu grote sprongen maakt doordat wind- en zonneparken betaalbaarder worden. “De warmtemarkt is nog niet volwassen”, zegt Van den Berg. “Het verduurzamen van bestaande bouw is voor iedereen nog onontgonnen gebied, we moeten het allemaal met elkaar uitvinden. Dat maakt het ook leuk. Ook voor geldschieters is het nieuw; de banken moesten een nieuwe vorm van financiering bedenken om ons geld te kunnen lenen.”

Maar nu zo’n financiering er is, kunnen er zeker meer volgen. “Warmte is hot, dus er zullen steeds meer investeringen nodig zijn. En ik kan me voorstellen, nu er een schaap over de dam is, er meer van dit soort financieringen volgen.”

Grote steden duurzaam verwarmen

Voor Eteck zijn de honderden miljoenen genoeg om een paar jaar lang projecten te financieren. Daarna kan de markt er weer heel anders uitzien, bijvoorbeeld omdat warmtepompen betaalbaarder zijn geworden. En waar gaat de financiering heen? “Een deel gaat naar de herfinanciering van bestaande projecten en een ander deel naar de realisatie van huidige nieuwbouw- en renovatieprojecten. Tot slot is ook een deel gereserveerd als groei-investering voor toekomstige warmteprojecten in zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Bijvoorbeeld in gebiedsontwikkeling in de grote steden; daar is veel te doen om de huizen duurzaam te verwarmen.”

Wil je op de hoogte blijven van onze verhalen? Schrijf je in voor onze nieuwbrief.

In 2022 komt de innovatie in elektrische auto’s uit de VS - als het aan General Motors ligt

Het Wallace Center, vernoemd naar een van de pioniers op batterijgebied binnen General Motors (GM), moet de spil worden van de toekomst van het autobedrijf. Zowel op korte als lange termijn zullen ingenieurs nieuwe batterijen ontwikkelen die auto’s betaalbaarder en beter maken. Dat wil GM onder andere doen met een batterijtechniek die ze nu al hebben: ‘Ultium’. Dat zijn batterijen die je zowel verticaal als horizontaal bij elkaar kan leggen, wat de ontwerpers meer vrijheid geeft om de auto vorm te geven. Dat kan uitkomst bieden voor de wagens die GM wil bouwen. Zo kondigde het al een elektrische Hummer aan, de iconische benzine-slurper van vroeger. Nieuwe technieken voor batterij Maar voor de verdere toekomst moet het onderzoekscentrum echt grote dingen opleveren. GM gaat allerlei nieuwe batterijtechnieken onderzoeken om zo een auto te bouwen die 1.000 kilometer kan rijden op een volle batterij. Dat is aanzienlijk meer dan de gemiddelde elektrische auto nu kan (hoewel Tesla claimt in 2023 een Roadster op de markt te hebben die ook zo ver komt). GM kijkt naar dingen als lithium-metaalbatterijen (die anders zijn dan lithium-ionbatterijen), silicium- en solid-statebatterijen. Allemaal technieken die nog niet eerder grootschalig in auto’s zaten, bijvoorbeeld omdat ze te instabiel of te duur waren. GM gelooft dat deze technieken kunnen helpen om de elektrische auto in de toekomst beter te maken. Hoewel het een onderzoekslab wordt, blijft de binding met de nabijgelegen autofabrieken belangrijk. Daarom zullen er grootschalige prototypen van de experimentele batterijen uit het lab komen. Deze kunnen vervolgens getest worden en, als alles werkt, kan de techniek daarna snel op grote schaal in elektrische auto’s worden gezet. De eerste elektrische auto Het Amerikaanse autobedrijf heeft een flinke inhaalrace te doen op concurrent Tesla. Net als de grote Europese autobedrijven begon GM relatief laat met het ontwikkelen van elektrische wagens. En dat terwijl GM in de jaren ’90 een absolute voorloper was; toen presenteerde het bedrijf de EV1. Deze auto ging zelfs in productie, maar na 2.500 auto’s trok GM de stekker eruit. Reden: de hoge kosten van productie en onderhoud. Sindsdien is er veel veranderd. Nu zijn de onderhoudskosten van elektrische auto’s bijvoorbeeld juist veel lager dan die van benzineauto’s.